Neuro-anatomie vragen:
1. Bespreek de neuro anatomische opbouw van de thalamus
De thalamus vormt het grootste deel van het diencephalon en ontwikkelt zich uit de
laterale wanden van de derde ventrikel. Bij veel diersoorten groeien beide zijden van de
thalamus uit tot in de ventrikel, waardoor ze met elkaar verbonden geraken.
De thalamus zit redelijk diep, en is niet makkelijk te scheiden van naburige structuren.
Rostraal grenst hij aan de lamina terminalis, en caudaal aan het mesencephalon. Het
dorsale oppervlak grenst aan de fornix en de bodem van de laterale ventrikel. Het
ventrale oppervlak gaat over in de hypothalamus
De thalamus bestaat uit een groot aantal kernen die functioneren als relaisstations voor
sensorische en motorische informatie.
De thalamus kan onderverdeeld worden in de subthalamus en de metathalamus. De
subthalamus bevat de subthalamische en endopedunculaire kernen, en de zona incerta.
De metathalamus bestaat uit het corpus geniculatum laterale en mediale
De thalamus speelt een belangrijke rol in het lemniscaal systeem. De mediale lemniscus
gaat toekomen in de caudo-ventrale kernen. Hier zal dan een tweede synaps gevormd
worden, waaruit dan tertiaire neuronen vertrekken naar de cortex van het neopallium
De thalamus speelt ook een belangrijke rol in het extralemniscaal systeem. Hier
ontvangen de caudoventrale kernen van de thalamus neuronen van de tractus
spinothalamicus. Daar wordt dan een synaps gevormd waarna er axonen vertrekken naar
de somatosensorische cortex
2. Morfologie van lemniscaal systeem en extralemniscaal systeem uitleggen
Het lemniscaal systeem en extralemniscaal systeem behoren allebei tot het algemeen
somatisch systeem, en vervoeren somatosensibele informatie. Het lemniscaal systeem
zal vooral belangrijk zijn bij primaten, terwijl het extralemniscaal systeem vooral
belangrijk is bij de huisdieren.
Het lemniscaal systeem zorgt voor fijn tastgevoel, druk, vibratie en bewuste
proprioceptie. vanuit de periferie gaan de tastorgaantjes de info opnemen en
transporteren via pseudo-unipolaire neuronen naar de spinale ganglia. Daar vindt er nog
geen synaps plaats. De axonen dringen dringen via de dorsale wortel het ruggenmerg
binnen, en blijven in de SA. Ze gaan vn. naar de dorsale duniculus, waar ze zich dan gaan
bundelen tot 2 bundels. De fasciculus gracilis die info zal voeren vanuit de achterhand,
en en medialer ligt, en de fasciculus cutaneus die info voert van de voorhand. Deze is
wat groter. Dit zijn allebei ascenderende banen die naar craniaal lopen.
Deze 2 fesciculi gaan dan eindigen op een verdikking in het verlengde merg. Nl de
nucleus gracilis, en de nucleus cutaneus. In deze nuclei wordt een 1e synaps gevormd,
waaruit secundaire neuronen vertrekken. De axonen die uit deze secundaire neuronen
ontstaan gaan gebundeld worden, en vormen zo samen de mediale lemniscus.
Deze mediale lemniscus zal dan naar contraleteraal gaan, en eindigen in de caudo-
ventrale-kernen van de thalamus. Daar wordt een 2e synaps gevormd waaruit dan
tertiaire neuronen vertrekken. De axonen van deze tertiaire neuronen gaan dan via de
capsula interna richting de somato-sensorische cortex van het neopallium
, Het extralemniscaal systeem bevat alle somatosensibele banen die niet tot het
lemniscaal systeem behoren, en vervoert het ruw tastgevoel, druk temperatuur en pijn.
Hier zien we dat axonen gaan binnendringen in de grijze hoorn van het ruggenmerg, en
deze keer wel al een synaps gaan vormen. De axonen die uit deze synaps vertrekken,
zullen via de SA naar craniaal gaan. Deze secundaire axonen kunnen in een lateraal en
een mediaal deel gegroepeerd worden. De laterale groep bestaat uit de tractus
neospinothalamicus, tractus spinocervicothalamicus en de second order dorsal column
pathway. De mediale groep bestaat uit de tractus (paleo)spinothalamicus, tractus
spinoreticularis en diffuse ascenderende vezels
Na de 1e synaps in de grijze dorsale hoorn zien we 2 mogelijkheden:
1) Het secundaire axon gaan de SG verlaten door de middelijk over te steken, en zo
ventraal in de tractus neospinothalamicus terecht te komen. Van daaruit klimt hij naar
craniaal op, en vormt hij in het mediaal deel van de caudo-ventrale kernen van de
thalamus een 2e synaps. De tertiaire axonen gaan via de capsula interna naar de somato-
sensorische cortex.
2) Het secundaire axon gaan de SG verlaten door deze keer ipsilateraal te blijven. Zo
komt hij in de tractus spinocervicothalamicus terecht die meer dorsaal ligt. Van daar
klimt hij op naar craniaal, tot er thv een nucleus in het cervicale gedeelte van het
ruggenmerg een 2e synaps gevormd wordt. Van hieruit vertrekt een tertiair neuron die nu
wel naar contralateraal gaat, en de banen van de neospinothalamicus gaat vervoegen
richting de thalamus. Van daaruit gaat het neuron dan via de capsula interna naar de
somato-sensorische cortex.
Als we naar de mediale groep kijken, dan zien we dat de tractus spinoreticularis recht
vanuit de SG, bilateraal naar craniaal gaat lopen, en op bepaalde plaatsen synapsen zal
vormen. Vn. in de formatio reticularis. De tractus spinothalamicus loopt rechtstreeks
naar de thalamus. Daar maakt hij contact met de mediale en intra-laminaire
thalamische kernen.
3. Bespreek het proprioceptieve systeem, vergeet de bewuste proprioceptie niet te
bespreken
De bewuste proprioceptie verloopt via het lemniscale systeem. axonen stijgen zonder
synaps in het ruggenmerg op via de dorsale funiculus. Hierbij vervoert de fasciculus
gracilis informatie uit de achterhand, terwijl de fasciculus cuneatus informatie uit de
voorhand geleidt. Beide banen eindigen in respectievelijk de nucleus gracilis en nucleus
cuneatus in de medulla oblongata. De secundaire neuronen kruisen daarna naar de
contralaterale zijde en vormen de lemniscus medialis, die opstijgt naar de thalamus.
Vanuit de thalamus projecteren tertiaire neuronen via de capsula interna naar de
somatosensorische cortex van het neopallium, waar bewuste waarneming ontstaat.
ook nog de onbewuste proprioceptie. dit is de info die ook uit de spierspoetjes en
peeslichaampjes vertrekt, maar niet via het lemniscaal systeem loopt.
Verloop onbewuste proprioceptie:
de primaire neuronen ontvangen info van spierspoetjes en peerslichaampjes, en gaan
dan binnendringen via de dorsale tak van het ruggenmerg. Ze eindigen thv de dorsale
hoorn waar dan een synaps gevormd wordt. Vanuit deze synaps vertrekken secundaire
neuronen die op verschillende manieren gaan verlopen:
1) de secundaire neuronen die info krijgen uit de spierspoeltjes gaan zich bundelen in de
tractus spinocerebellaris dorsalis. Dit is een bundel van axonen die van het ruggenmerg
1. Bespreek de neuro anatomische opbouw van de thalamus
De thalamus vormt het grootste deel van het diencephalon en ontwikkelt zich uit de
laterale wanden van de derde ventrikel. Bij veel diersoorten groeien beide zijden van de
thalamus uit tot in de ventrikel, waardoor ze met elkaar verbonden geraken.
De thalamus zit redelijk diep, en is niet makkelijk te scheiden van naburige structuren.
Rostraal grenst hij aan de lamina terminalis, en caudaal aan het mesencephalon. Het
dorsale oppervlak grenst aan de fornix en de bodem van de laterale ventrikel. Het
ventrale oppervlak gaat over in de hypothalamus
De thalamus bestaat uit een groot aantal kernen die functioneren als relaisstations voor
sensorische en motorische informatie.
De thalamus kan onderverdeeld worden in de subthalamus en de metathalamus. De
subthalamus bevat de subthalamische en endopedunculaire kernen, en de zona incerta.
De metathalamus bestaat uit het corpus geniculatum laterale en mediale
De thalamus speelt een belangrijke rol in het lemniscaal systeem. De mediale lemniscus
gaat toekomen in de caudo-ventrale kernen. Hier zal dan een tweede synaps gevormd
worden, waaruit dan tertiaire neuronen vertrekken naar de cortex van het neopallium
De thalamus speelt ook een belangrijke rol in het extralemniscaal systeem. Hier
ontvangen de caudoventrale kernen van de thalamus neuronen van de tractus
spinothalamicus. Daar wordt dan een synaps gevormd waarna er axonen vertrekken naar
de somatosensorische cortex
2. Morfologie van lemniscaal systeem en extralemniscaal systeem uitleggen
Het lemniscaal systeem en extralemniscaal systeem behoren allebei tot het algemeen
somatisch systeem, en vervoeren somatosensibele informatie. Het lemniscaal systeem
zal vooral belangrijk zijn bij primaten, terwijl het extralemniscaal systeem vooral
belangrijk is bij de huisdieren.
Het lemniscaal systeem zorgt voor fijn tastgevoel, druk, vibratie en bewuste
proprioceptie. vanuit de periferie gaan de tastorgaantjes de info opnemen en
transporteren via pseudo-unipolaire neuronen naar de spinale ganglia. Daar vindt er nog
geen synaps plaats. De axonen dringen dringen via de dorsale wortel het ruggenmerg
binnen, en blijven in de SA. Ze gaan vn. naar de dorsale duniculus, waar ze zich dan gaan
bundelen tot 2 bundels. De fasciculus gracilis die info zal voeren vanuit de achterhand,
en en medialer ligt, en de fasciculus cutaneus die info voert van de voorhand. Deze is
wat groter. Dit zijn allebei ascenderende banen die naar craniaal lopen.
Deze 2 fesciculi gaan dan eindigen op een verdikking in het verlengde merg. Nl de
nucleus gracilis, en de nucleus cutaneus. In deze nuclei wordt een 1e synaps gevormd,
waaruit secundaire neuronen vertrekken. De axonen die uit deze secundaire neuronen
ontstaan gaan gebundeld worden, en vormen zo samen de mediale lemniscus.
Deze mediale lemniscus zal dan naar contraleteraal gaan, en eindigen in de caudo-
ventrale-kernen van de thalamus. Daar wordt een 2e synaps gevormd waaruit dan
tertiaire neuronen vertrekken. De axonen van deze tertiaire neuronen gaan dan via de
capsula interna richting de somato-sensorische cortex van het neopallium
, Het extralemniscaal systeem bevat alle somatosensibele banen die niet tot het
lemniscaal systeem behoren, en vervoert het ruw tastgevoel, druk temperatuur en pijn.
Hier zien we dat axonen gaan binnendringen in de grijze hoorn van het ruggenmerg, en
deze keer wel al een synaps gaan vormen. De axonen die uit deze synaps vertrekken,
zullen via de SA naar craniaal gaan. Deze secundaire axonen kunnen in een lateraal en
een mediaal deel gegroepeerd worden. De laterale groep bestaat uit de tractus
neospinothalamicus, tractus spinocervicothalamicus en de second order dorsal column
pathway. De mediale groep bestaat uit de tractus (paleo)spinothalamicus, tractus
spinoreticularis en diffuse ascenderende vezels
Na de 1e synaps in de grijze dorsale hoorn zien we 2 mogelijkheden:
1) Het secundaire axon gaan de SG verlaten door de middelijk over te steken, en zo
ventraal in de tractus neospinothalamicus terecht te komen. Van daaruit klimt hij naar
craniaal op, en vormt hij in het mediaal deel van de caudo-ventrale kernen van de
thalamus een 2e synaps. De tertiaire axonen gaan via de capsula interna naar de somato-
sensorische cortex.
2) Het secundaire axon gaan de SG verlaten door deze keer ipsilateraal te blijven. Zo
komt hij in de tractus spinocervicothalamicus terecht die meer dorsaal ligt. Van daar
klimt hij op naar craniaal, tot er thv een nucleus in het cervicale gedeelte van het
ruggenmerg een 2e synaps gevormd wordt. Van hieruit vertrekt een tertiair neuron die nu
wel naar contralateraal gaat, en de banen van de neospinothalamicus gaat vervoegen
richting de thalamus. Van daaruit gaat het neuron dan via de capsula interna naar de
somato-sensorische cortex.
Als we naar de mediale groep kijken, dan zien we dat de tractus spinoreticularis recht
vanuit de SG, bilateraal naar craniaal gaat lopen, en op bepaalde plaatsen synapsen zal
vormen. Vn. in de formatio reticularis. De tractus spinothalamicus loopt rechtstreeks
naar de thalamus. Daar maakt hij contact met de mediale en intra-laminaire
thalamische kernen.
3. Bespreek het proprioceptieve systeem, vergeet de bewuste proprioceptie niet te
bespreken
De bewuste proprioceptie verloopt via het lemniscale systeem. axonen stijgen zonder
synaps in het ruggenmerg op via de dorsale funiculus. Hierbij vervoert de fasciculus
gracilis informatie uit de achterhand, terwijl de fasciculus cuneatus informatie uit de
voorhand geleidt. Beide banen eindigen in respectievelijk de nucleus gracilis en nucleus
cuneatus in de medulla oblongata. De secundaire neuronen kruisen daarna naar de
contralaterale zijde en vormen de lemniscus medialis, die opstijgt naar de thalamus.
Vanuit de thalamus projecteren tertiaire neuronen via de capsula interna naar de
somatosensorische cortex van het neopallium, waar bewuste waarneming ontstaat.
ook nog de onbewuste proprioceptie. dit is de info die ook uit de spierspoetjes en
peeslichaampjes vertrekt, maar niet via het lemniscaal systeem loopt.
Verloop onbewuste proprioceptie:
de primaire neuronen ontvangen info van spierspoetjes en peerslichaampjes, en gaan
dan binnendringen via de dorsale tak van het ruggenmerg. Ze eindigen thv de dorsale
hoorn waar dan een synaps gevormd wordt. Vanuit deze synaps vertrekken secundaire
neuronen die op verschillende manieren gaan verlopen:
1) de secundaire neuronen die info krijgen uit de spierspoeltjes gaan zich bundelen in de
tractus spinocerebellaris dorsalis. Dit is een bundel van axonen die van het ruggenmerg