Soorten vennootschappen volgens grootte
Vraag 1
Ik heb een vraag in verband met de berekening van de balans en omzet bij
dochtervennootschappen en een moedervennootschap. Bij de geconsolideerde berekening kan u
ervoor opteren om de grenzen met twintig procent op te trekken en de balans en omzet van de
verbonden ondernemingen op te tellen. Mijn vraag hierbij is:
Als moedervennootschap A 100 procent bezit van B en 60 procent van C:
Dient men bij het optellen dan gewoon de balans en omzet totalen van A, B en C op te tellen?
Of dient men dan het balans en omzettotaal van A op te tellen met die van B en slechts met 60
procent van de balans en omzet van C?
De totalen van de balans en omzet van A, B en C worden gewoon opgeteld.
Oprichtingskosten
Vraag 2
We hebben bij de rubriek oprichtingskosten gezien dat er een verdeling bestaat tussen
oprichtingskosten andere dan herstructureringskosten en herstructureringskosten. Voor beiden is
er een andere manier om ze op onze rekeningen te zetten. Bij de oefeningen die u op Ufora heeft
gezet, gaat u er bij vraag 1 vanuit dat het over oprichtingskosten gaat andere dan
herstructureringskosten. Waardoor u dus een actiefrekening debiteert en niks doet op het
passief. Mogen wij er ook vanuit gaat dat het gaat over oprichtingskosten andere dan
herstructureringskosten, indien we geen verdere informatie krijgen?
In de opgave (onder 1.) kan je lezen dat het gaat om een naamloze vennootschap die in 2019 wordt
opgericht. Er wordt ook gezegd dat de vennootschap € 1.000 kosten maakt welke verband houden
met haar oprichting. Hieruit blijkt dat het gaat om oprichtingskosten en niet om kosten gemaakt voor
de herstructurering van de vennootschap.
, Voorraden
Vraag 3
Voorraden : oefening 1, b. en c.
Ik snap niet waarom die 20.000 nergens meer geboekt moest worden. Ik had onder
aanschaffingswaarde handelsgoederen 30 000 gedebiteerd en 20 000 gecrediteerd aangezien er
voor 20 000 verkocht was.
Wanneer de onderneming in 2019 voor 30.000 handelsgoederen aankoopt, is het de bedoeling om al
die handelsgoederen te verkopen in hetzelfde boekjaar. De aankoop van de handelsgoederen voor
30.000 gaan we daarom opnemen in de kosten. Stel dat in 2019 alles verkocht wordt voor 90.000.
Dan heeft de onderneming een bedrag van 30.000 dat geboekt is als kost en 90.000 opbrengsten; het
resultaat is dan 60.000.
Omdat nu niet alle in 2019 aangekochte handelsgoederen in 2019 zijn verkocht (maar slechts 2/3),
gaan we 1/3 van de handelsgoederen uit de kosten halen en op de voorraad plaatsen. Er is 10.000
geld uitgegeven voor handelsgoederen die niet verkocht zijn. Indien we 10.000 in de kosten zouden
laten staan, zou dit betekenen dat de onderneming verarmd is met 10.000. Zij is echter niet verarmd
omdat ze de goederen waarvoor ze 10.000 heeft betaald nog altijd in haar bezit heeft.
Er zijn 30.000 kosten geboekt, maar door gebruik te maken van de rekening ‘Voorraadwijzigingen van
handelsgoederen’ wordt een bedrag van 10.000 uit de kosten gehaald. Bijgevolg blijven nog 20.000
kosten achter in de resultatenrekening. 30.000 op het debet van de rekening ‘Aankopen van
handelsgoederen’ en 10.000 op het credit van de rekening ‘Voorraadwijzigingen van
handelsgoederen’ geeft een debetsaldo van 20.000 (dit is de verklaring waarom er geen boeking
moet gebeuren voor een bedrag van 20.000). Het debetsaldo van 20.000 geeft de kostprijs weer van
de effectief verkochte handelsgoederen.
De actiefrekening ‘voorraden’ wordt dus niet gebruikt bij de aankoop van de handelsgoederen, maar
slechts wanneer de inventaris wordt gemaakt. Bij de inventaris gaat men na hoeveel van de
aangekochte handelsgoederen niet zijn verkocht en nog in voorraad zijn.
Vorderingen
Vraag 4
Vorderingen: oefening 2.a.
Ik snap uiteindelijk hoe je aan het bedrag komt van 'terug te vorderen btw', maar ik had eerder het
hele bedrag (2.420€) laten verdwijnen op het actief en kwam daardoor dus enkel tot een bedrag
van 102.057€.
Op de volgende pagina van de oefeningen onder 2.c. kan je de boekingen terugvinden die gebeuren
in het boekjaar 2019.
Daar zie je dat we het boekjaar 2019 openen met de vordering van 2.420 (Handelsdebiteuren). Er
staat dus 2.420 op het debet van de actiefrekening.