Het jongere en oudere schoolkind
DEEL 1: HET JONGE SCHOOLKIND
WERKING VAN DE KLEUTERKLAS MET HET OOG OP DE OVERSTAP NAAR HET EERSTE
LEERJAAR
DOELEN
• De student verklaart de eigenheid van kinderen uit het 1ste lj. op vlak van
Les 1
competentie, autonomie en verbondenheid.
• De student benoemt de mogelijke ervaringenkansen die zich voordoen in een
onderwijssituatie.
• De student geeft de kenmerken van een ontmoetende leerkrachtstijl.
• De student duidt de componenten van het pedagogisch model en de samenhang
ervan in praktijkgerichte en/of authentieke onderwijssituaties.
• De student duidt het ononderbroken leerproces van kinderen en jongeren.
• De student duidt de doorgaande ontwikkeling van kinderen en jongeren.
• De student duidt de componenten van het didactisch model en de samenhang
ervan in praktijkgerichte en/of authentieke onderwijssituaties.
• De student duidt de structuur van het kleuteronderwijs. Hij benoemt hierbij wat
typisch is voor het kleuteronderwijs en wat kenmerkend is voor het lager
onderwijs.
• De student illustreert wat het werken met belangstellingscentra inhoudt.
RIJKE ERVARINGSKANSEN
Niet: activiteiten/lessen/… Wel: rijke ervaringskansen
Rijk? Op versch. en gevarieerde manieren ervaringen worden aangeboden en herhaald
4 types ervaringskansen: (exacte namen belangrijk!)
• Ontmoeten
• Geleid spelen en leren
• Begeleid exploreren en beleven
• Zelfstandig spelen en leren
Elke ervaringskans andere klemtoon in rol die lk heeft
Alle ervaringskansen kunnen in klas, groep of zelfstandig
1
,Ontmoeten
• Samenhorigheid en verbondenheid staan centraal
• Belangrijk dat ze zichzelf kunnen zijn, veilige omgeving → verbondenheid
opbouwen
• Vaak in kring
• Vaak voorbeeld van ontmoetingsmomenten (bv. rituele dagopening,
koekmoment, verjaardag vieren,..)
• Voorwaarden:
o Ontmoetende leerkrachtenstijl, lk neemt niet bovenhand, zelfde hoogte
o Focus op socio-emotionele waarbij belangrijk kind zich goed voelt
o Creëert sfeer van samenhorigheid
o Blikt terug en vooruit op wat komen gaat en prikkelt kleuters
nieuwsgierigheid
o Biedt kansen tot perspectiefwisseling (van ik-niveau naar jij/wij-niveau)
Geleid spelen en leren
• Leerkracht stuurt de activiteit en kleuters leren spelenderwijs
• Juf heeft doelen in achterhoofd die ze wil bereiken met activiteit
• Eens opdracht uitgelegd, kunnen kleuters soms zelfstandig aan werk
• Bv. blokken sorteren volgens kleur, rijmspelletje, hoeveelheden vergelijken,…
• Voorwaarden:
o Gerichte leeractiviteiten zijn specifieke voortzetting vd spelactiviteiten
o Gewerkt aan 1 of meer doelen
o Activiteit sluit aan bij interesse, mogelijkheden en leefwereld
o Focus ligt op handelen, al spelenderwijs leren
2
,Begeleid exploreren en beleven
• Kleuters gaan actief exploreren en beleven in vertrouwde leefwereld of buiten
comfortzone
• Lk legt materiaal klaar met doelen in achterhoofd maar kleuters bepalen voor
stuk de doelen tijdens spel, doel ligt niet vast
• Kleuters begeleiden, niet sturen!
• Voorwaarden
o Echte werkelijkheid komt aan bod
o Sluit aan bij leefwereld
o Mogelijkheden tot speels, gevarieerd en actief ontdekken
o Werkelijkheid wordt veelzijdig verkend
o Kansen tot uitdrukken van gevoelens bij beleving
o Reflecteren over waarden die beleving oproept
o Activiteit nodigt uit tot verdere exploratie
Zelfstandig spelen en leren
• Kleuters kiezen volledig zelf spelverloop
• Je biedt materiaal aan, je laat ze volledig verkennen, keuzes maken, plannen,
zelfstandig zijn,…
• Vaak in poppenhoek, verkleedkoffer, zandtafel,..
• Komen de hele dag door
• Voorwaarden:
o Voldoende aanbod van uitdagend en veilig materiaal voorzien
o Spelmateriaal biedt rijke ontwikkelingskansen
o Nieuwe spelkansen worden gecreëerd door regelmatig nieuw materiaal
aan te bieden
ERVARINGSGERICHT ONDERWIJS
Synoniem: procesgericht onderwijs
Belangrijk fundament kleuteronderwijs: evaringsgerichtheid
→ grondlegger: Laevers
→ Onderwijs moet zich focussen op het proces dat zich in de kinderen en in de
groep afspeelt en niet zozeer op het product
Wat gaat er in het kind om? Wat raakt hen? Wat maken ze mee? Wat motiveert hen?
Welke pos/neg gevoelens hebben ze? Wat vragen ze in hun ontwikkeling? …
3
, ERVARINGSGERICHT ONDERWIJS, 3 PRAKTIJKPRINCIPES:
1. Ervaringsgerichte dialoog:
• Lk streeft goede band na met de kdn gebaseerd op echtheid, empathie en
aanvaarding
• Gevolg: kdn voelen zich begrepen + lk kan beter begeleiden
(→ positieve sociale relaties)
2. Vrij initiatief:
• Kdn hebben behoefte om wereld te verkennen
• Ze werken gemotiveerd als ze zelf keuzes kunnen maken en geïnteresseerd
zijn, als ze activiteiten in de loop van de dag zelf mogen bepalen, …
(→ komt tegemoet aan exploratiedrang + stimuleert zelfgestuurd werken)
3. Rijk milieu:
• Lk zorgt voor rijke leeromgeving met uitdagende activiteiten en materialen
• De omgeving is overzichtelijk ingericht (lk moet dit dus goed voorbereiden!)
• Lk observeert en begeleidt (en past aanbod aan indien nodig, bv. weinig
interesse in iets)
3 praktijkprincipes w verder geconcretiseerd in ’10 actiepunten’
→ die bieden allerlei ideeën waaruit lk kan kiezen om klas te organiseren,
bv. actiepunt 1: de ruimte in hoeken (her)schikken
4
DEEL 1: HET JONGE SCHOOLKIND
WERKING VAN DE KLEUTERKLAS MET HET OOG OP DE OVERSTAP NAAR HET EERSTE
LEERJAAR
DOELEN
• De student verklaart de eigenheid van kinderen uit het 1ste lj. op vlak van
Les 1
competentie, autonomie en verbondenheid.
• De student benoemt de mogelijke ervaringenkansen die zich voordoen in een
onderwijssituatie.
• De student geeft de kenmerken van een ontmoetende leerkrachtstijl.
• De student duidt de componenten van het pedagogisch model en de samenhang
ervan in praktijkgerichte en/of authentieke onderwijssituaties.
• De student duidt het ononderbroken leerproces van kinderen en jongeren.
• De student duidt de doorgaande ontwikkeling van kinderen en jongeren.
• De student duidt de componenten van het didactisch model en de samenhang
ervan in praktijkgerichte en/of authentieke onderwijssituaties.
• De student duidt de structuur van het kleuteronderwijs. Hij benoemt hierbij wat
typisch is voor het kleuteronderwijs en wat kenmerkend is voor het lager
onderwijs.
• De student illustreert wat het werken met belangstellingscentra inhoudt.
RIJKE ERVARINGSKANSEN
Niet: activiteiten/lessen/… Wel: rijke ervaringskansen
Rijk? Op versch. en gevarieerde manieren ervaringen worden aangeboden en herhaald
4 types ervaringskansen: (exacte namen belangrijk!)
• Ontmoeten
• Geleid spelen en leren
• Begeleid exploreren en beleven
• Zelfstandig spelen en leren
Elke ervaringskans andere klemtoon in rol die lk heeft
Alle ervaringskansen kunnen in klas, groep of zelfstandig
1
,Ontmoeten
• Samenhorigheid en verbondenheid staan centraal
• Belangrijk dat ze zichzelf kunnen zijn, veilige omgeving → verbondenheid
opbouwen
• Vaak in kring
• Vaak voorbeeld van ontmoetingsmomenten (bv. rituele dagopening,
koekmoment, verjaardag vieren,..)
• Voorwaarden:
o Ontmoetende leerkrachtenstijl, lk neemt niet bovenhand, zelfde hoogte
o Focus op socio-emotionele waarbij belangrijk kind zich goed voelt
o Creëert sfeer van samenhorigheid
o Blikt terug en vooruit op wat komen gaat en prikkelt kleuters
nieuwsgierigheid
o Biedt kansen tot perspectiefwisseling (van ik-niveau naar jij/wij-niveau)
Geleid spelen en leren
• Leerkracht stuurt de activiteit en kleuters leren spelenderwijs
• Juf heeft doelen in achterhoofd die ze wil bereiken met activiteit
• Eens opdracht uitgelegd, kunnen kleuters soms zelfstandig aan werk
• Bv. blokken sorteren volgens kleur, rijmspelletje, hoeveelheden vergelijken,…
• Voorwaarden:
o Gerichte leeractiviteiten zijn specifieke voortzetting vd spelactiviteiten
o Gewerkt aan 1 of meer doelen
o Activiteit sluit aan bij interesse, mogelijkheden en leefwereld
o Focus ligt op handelen, al spelenderwijs leren
2
,Begeleid exploreren en beleven
• Kleuters gaan actief exploreren en beleven in vertrouwde leefwereld of buiten
comfortzone
• Lk legt materiaal klaar met doelen in achterhoofd maar kleuters bepalen voor
stuk de doelen tijdens spel, doel ligt niet vast
• Kleuters begeleiden, niet sturen!
• Voorwaarden
o Echte werkelijkheid komt aan bod
o Sluit aan bij leefwereld
o Mogelijkheden tot speels, gevarieerd en actief ontdekken
o Werkelijkheid wordt veelzijdig verkend
o Kansen tot uitdrukken van gevoelens bij beleving
o Reflecteren over waarden die beleving oproept
o Activiteit nodigt uit tot verdere exploratie
Zelfstandig spelen en leren
• Kleuters kiezen volledig zelf spelverloop
• Je biedt materiaal aan, je laat ze volledig verkennen, keuzes maken, plannen,
zelfstandig zijn,…
• Vaak in poppenhoek, verkleedkoffer, zandtafel,..
• Komen de hele dag door
• Voorwaarden:
o Voldoende aanbod van uitdagend en veilig materiaal voorzien
o Spelmateriaal biedt rijke ontwikkelingskansen
o Nieuwe spelkansen worden gecreëerd door regelmatig nieuw materiaal
aan te bieden
ERVARINGSGERICHT ONDERWIJS
Synoniem: procesgericht onderwijs
Belangrijk fundament kleuteronderwijs: evaringsgerichtheid
→ grondlegger: Laevers
→ Onderwijs moet zich focussen op het proces dat zich in de kinderen en in de
groep afspeelt en niet zozeer op het product
Wat gaat er in het kind om? Wat raakt hen? Wat maken ze mee? Wat motiveert hen?
Welke pos/neg gevoelens hebben ze? Wat vragen ze in hun ontwikkeling? …
3
, ERVARINGSGERICHT ONDERWIJS, 3 PRAKTIJKPRINCIPES:
1. Ervaringsgerichte dialoog:
• Lk streeft goede band na met de kdn gebaseerd op echtheid, empathie en
aanvaarding
• Gevolg: kdn voelen zich begrepen + lk kan beter begeleiden
(→ positieve sociale relaties)
2. Vrij initiatief:
• Kdn hebben behoefte om wereld te verkennen
• Ze werken gemotiveerd als ze zelf keuzes kunnen maken en geïnteresseerd
zijn, als ze activiteiten in de loop van de dag zelf mogen bepalen, …
(→ komt tegemoet aan exploratiedrang + stimuleert zelfgestuurd werken)
3. Rijk milieu:
• Lk zorgt voor rijke leeromgeving met uitdagende activiteiten en materialen
• De omgeving is overzichtelijk ingericht (lk moet dit dus goed voorbereiden!)
• Lk observeert en begeleidt (en past aanbod aan indien nodig, bv. weinig
interesse in iets)
3 praktijkprincipes w verder geconcretiseerd in ’10 actiepunten’
→ die bieden allerlei ideeën waaruit lk kan kiezen om klas te organiseren,
bv. actiepunt 1: de ruimte in hoeken (her)schikken
4