STRAFUITVOERING
Belangrijk bij deze les: strafuitvoering staat niet stil
Mediagevoelig
Constante veranderingen
Crisisgebonden
STRAFUITVOERING?
Volgende fase na straftoemeting
Na definitieve straf
Complex samenspel trias politica
Wetgevende macht vaardigt algemene juridische normen uit
Rechterlijke macht voert algemene juridische normen uit
Uitvoerende macht voert rechterlijke beslissingen uit
Complex samenspel verschillende beleidsniveaus
Zesde staatshervorming : overheveling verschillende justitiebevoegdheden
overgedragen aan de gemeenschappen
Spanningsvelden ( beleidsmatig, budgettair,communautair) door versnippering
van bevoegdheden
Eens de rechterlijke beslissing waarbij een straf wordt opgelegd definitief is, dient zich de
fase van de uitvoering van de straf aan. Het belang van dit onderdeel van de
strafrechtsbedeling is de laatste decennia enorm toegenomen. De verklaring daarvoor
heeft veel te maken met een veranderende visie op wat de “uitvoering” van een straf
moet zijn.
De trias politica of scheiding der machtenleer zoals dit in de 18de eeuw vooral door
Charles de Montesquieu is gelanceerd, poneert dat om machtsmisbruik te voorkomen,
staatsgezag moet worden verdeeld en uitgeoefend door verschillende “machten”.
Klassiek wordt daarbij een splitsing over drie machten vooropgesteld: de wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht. De wetgevende macht krijgt daarbij het recht om
algemene juridische normen uit te vaardigen, de rechtelijke macht om beslissingen te
nemen over geschillen die bij haar aanhangig worden gemaakt en de uitvoerende macht
om wetten (maar ook rechterlijke beslissingen) uit te voeren. In een dergelijke visie is de
uitvoering van door een rechter opgelegde straffen een specifieke taak en bevoegdheid
van de uitvoerende macht.
In werkelijkheid is de verhouding tussen de verschillende machten evenwel complexer
dan dat. De rechterlijke macht doet vaak veel meer dan als een simpele bouche de la loi
wetteksten op concrete geschillen toepassen. Zij interpreteert wetten en toetst ze zelfs
aan hogere rechtsnormen dan de wet. De uitvoerende macht doet ook veel meer dan het
louter uitvoeren, door o.a. een belangrijke rol te spelen in wetgevende processen of bij de
benoeming van rechters.
1
,INLEIDING TOT DE JUSTITIËLE ORGANISATIE
Strafuitvoering is niet enkel een complex samenspel tussen de drie staatsmachten maar
ook een complex samenspel tussen verschillende beleidsniveaus. Zo werden er met de
zesde staatshervorming (zie supra? Vlinderakkoord van 2011) verschillende
justitiebevoegdheden (waaronder over de justitiehuizen en het elektronisch toezicht)
overgedragen aan de gemeenschappen. In de praktijk van de strafuitvoering komen dan
ook geregeld spanningsvelden (beleidsmatig, budgettair) naar boven omdat
strafuitvoering niet meer als homogeen bevoegdheidspakket bij één en hetzelfde
beleidsniveau zit.
1. ACTOREN BINNEN STRAFUITVOERING
FOD JUSTITIE
Kruispunt 3 grondwettelijke machten
Voorbereiding en uitvoeren wetgeving
Ondersteunen federale minister van justitie in de domeinen waarvoor hij bevoegd
is
Begeleiding en operationele ondersteuning van de rechterlijke macht
Toezicht adequate uitvoering juridische en administratieve beslissingen
3 grondwettelijke machten komen er samen
Voert beleid mee uit van minister
Er werken veel mensen voor FOD justitie, belangrijkste voor dit vak: DG Penitentiaire
inrichtingen
Strafinrichtingen behoren tot de bevoegdheid van de FOD Justitie, die de uitvoering van
vonnissen in strafzaken verzekert, met garantie van rechtszekerheid en gelijke
behandeling van alle betrokken partijen.
FOD Justitie bestaat uit :
Voorzitter en directiecomité
DG Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden
DG Penitentiaire inrichtingen
DG Support
DG Budget en Beheerscontrole
DG ICT
Stafdienst HR
Belgische staatsblad
Commissie Financiële Hulp (aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan
de Occasionele Redders
Onafhankelijke diensten en commissies
Nationaal instituut voor criminalistiek en criminologie (NICC)
2
,INLEIDING TOT DE JUSTITIËLE ORGANISATIE
Veiligheid van de Staat (VSSE)
Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD)
Een voorzitter en directiecomité: het directiecomité bepaalt de strategie van de federale
overheidsdienst en ziet toe op de uitvoering ervan. In het directiecomité zetelt een
voorzitter en de directeurs-generaal van alle directoraten-generaal en de directeurs van
de stafdiensten. Concrete activiteiten zijn bijvoorbeeld het coördineren van activiteiten
van de verschillende diensten, voorstellen formuleren om de werking van de FOD te
verbeteren, de begroting opmaken en uitvoering ervan controleren, ….
vijf directoraten-generaal: de directoraten-generaal (DG’s) zijn bevoegd voor het
ontwikkelen en de uitvoering van specifieke beleidsdomeinen inzake FOD Justitie. De
concrete invullingen van de DG’s komen verder in dit hoofdstuk aan bod.
het directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden
het directoraat-generaal Penitentiaire inrichtingen
het directoraat-generaal Support
het directoraat-generaal Budget en Beheerscontrole
het directoraat-generaal ICT
Stafdienst Human Resources: de stafdienst HR is de motor van het HR-beleid en de
organisatieontwikkeling van de FOD Justitie. Als ondersteunende dienst biedt ze een
algemeen kader, ondersteuning en methodologische expertise aan om te beantwoorden
aan de noden van de organisatie, de entiteiten, de P&O diensten, de leidinggevenden en
de medewerkers binnen FOD Justitie.
het Belgisch Staatsblad: het Belgisch Staatsblad staat op zijn beurt in voor de productie
en verspreiding van een brede waaier officiële publicaties en overheidspublicaties, zowel
via het traditionele kanaal (papier) als elektronisch (internet).
de Commissie Financiële Hulp (aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan de
Occasionele Redders): sinds 1 augustus 1985 kunnen slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden of hun verwanten onder bepaalde voorwaarden financiële hulp vragen aan
de Staat. Sinds begin 2006 kunnen ook de occasionele redders en hun verwanten
aanspraak maken op financiële hulp in geval van overlijden. Deze aanvragen worden door
de Commissie Financiële hulp onderzocht;
Onafhankelijke diensten en commissies zoals:
de Kansspelcommissie: Deze commissie werd opgericht bij de wet van 7 mei 1999 en
heeft een drieledige taak. Ten eerste geeft de commissie advies aan de regering over het
beleid inzake kansspelen, daarnaast beheert ze diverse vergunningen (onder andere voor
casino’s, speelautomaathallen, drankgelegenheden, weddenschapkantoren, bel- en
mediaspelen) en treedt ze op als controle- en tuchtorgaan;
De Federale bemiddelingscommissie houdt zich bezig met het promoten van bemiddeling
in België als alternatieve afhandeling van geschillen, deze commissie zorgt voor de
erkenning van bemiddelaars en voor de permanente vormingen rond bemiddeling. Ook
behandelt deze commissie klachten tegen erkende bemiddelaars.
het Informatie- en Adviescentrum inzake de Schadelijke Sektarische Organisaties
(IACSSO): Dit is een onafhankelijk centrum dat belast is met het onderzoek naar het
verschijnsel van schadelijke sektarische organisaties in België en hun internationale
bindingen;
3
, INLEIDING TOT DE JUSTITIËLE ORGANISATIE
het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC): Dit is een
onafhankelijke wetenschappelijke instelling, rechtstreeks afhankelijk van de minister van
Justitie. Binnen het NICC voert de directie criminalistiek, als centrale instantie van
forensisch onderzoek, deskundige en wetenschappelijke onderzoeken uit op vraag van de
justitiële partners (bijvoorbeeld onderzoeksrechter, parketmagistraat) onafhankelijk
onderzoek uit. De directie criminologie onderzoekt hoe het strafrechtelijk systeem
functioneert en verbeterd kan worden (bijvoorbeeld onderzoek naar recidive).
de Veiligheid van de Staat (VSSE): Dit is de burgerlijke inlichtingen en veiligheidsdienst
van België. Deze dienst tracht de veiligheid van het land te bewaken en analyseert
dreigingen, adviseert en tracht dreigingen te verstoren. Deze dienst werkt samen met
betrokken actoren in binnen- en buitenland
Het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD): Dit is het federale kennis- en
expertisecentrum dat de terroristische en extremistische dreiging in België en tegen de
Belgische burgers en belangen in het buitenland evalueert én de aanpak ervan mee
coördineert. De dienst valt onder de voogdij van zowel de minister van Justitie als de
minister van Binnenlandse Zaken, maar voert de opdrachten onafhankelijk uit.
DIRECTORAAT-
GENERAAL PENITENTIAIRE INRICHTINGEN
Het DG EPI bestaat uit een centraal bestuur
en buitendiensten die alle gevangenissen
omvatten. Het centraal bestuur staat in het
bijzonder in voor de controle op en de
begeleiding van de individuele dossiers van
de gedetineerden en het personeelsbeheer.
De gevangenissen zijn belast met de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsberovende
straffen en maatregelen. DG EPI en zijn
diensten werden recent gewijzigd waarmee
ook een nieuw organogram werd
uitgetekend. Enkele directies en diensten
worden in wat volgt toegelicht.
DIRECTORAAT-GENERAAL PENITENTIAIRE INRICHTINGEN – CENTRAAL
BESTUUR
Directeur Generaal
4