BIOLOGIE & ZIEKTELEER
2025-2026
PSYCHOLOGIE – ABA 1 – KU LEUVEN
1
,HOOFDSTUK 12 – THE URINARY SYSTEM
Na enkele minuten/uren → blaas vult zich met urine → gevoel dat je naar het toilet moet gaan
• Urine = afvalproduct dat door de nieren wordt uitgescheiden (= excretie)
o Het eindproduct van de regulatie van de interne omgeving
12.1) THE URINARY SYSTEM REGULATES B ODY FLUIDS
Hoofdfunctie van urinair systeem: het in stand houden van de hoeveelheid van het volume & de
samenstelling van lichaamsvloeistoffen
• Excretie = een proces waarbij afval- en overtollige producten worden uitgescheiden
o Digestive system: excretes food residues and wastes produced by the liver
o Respiratory system (lungs): excretes carbon dioxide
o Integumentary system (skin): excretes water, salt
o Urinary system (kidneys): excretes nitrogenous wastes, excess solutes, and
water
▪ Bestaat uit de nieren, ureters, blaas en urethtra
• Urine bestaat voornamelijk uit water en solutes (opgeloste stoffen)
o Solutes → ionen, drugs, vitamines, toxische chemicaliën, …
• Nieren: liquide afval uitscheiden + water-zoutbalans nauwkeurig handhaven
THE KIDNEYS REGULATE WATER LEVELS
Water representeert 60% van het lichaamsgewicht
• Je wisselt 2.5 liter water uit met je omgeving per dag
Homeostase → water input = water output
THE KIDNEYS REGULATE NITROGENOUS WASTES AND OTHER SOLUTES
De nieren reguleren naast de waterbalans, ook de balans van allerlei solutes
• Metabolisme van proteïnen → stikstofhoudende (nitrogenous) afvalproducten
o Moet worden uitgescheiden via de nieren
▪ Stellen ammoniak vrij (NH3) → ammoniak is gifitig wordt voor cellen, maar de lever maakt deze
ammoniak snel onschadelijk
▪ 2 ammoniakmolecules worden gecombineerd met CO2) → urea (H2N-CO-NH2) + water (H2O)
o De meeste urea wordt uitgescheiden door het urinaire systeem
o Ook andere solutes worden gereguleerd door de nieren (natrium Na+, chloride Cl-, potassium K+, hydrogene
ionen H+, calcium Ca2+ & creatinine)
12.2) ORGANEN VAN HET URINAIR SYSTEEM
Het urinair systeem bestaat uit de nieren, ureters, urinaire blaas en urethra
• De nieren zijn het primaire functionele orgaan
o Excretie van metabolisch afval
o In stand houden van water-zoutbalans
o Controle over de productie van RBC’s
o Activatie van vitamine D
o Zuur-basebalans reguleren
o Bloeddruk & -volume reguleren
2
, • De nieren zijn gelokaliseerd aan iedere zijde van de vertebrale kolom (wervelkolom)
o Een renale arterie & veen connecteren iedere nier met de aorta en inferieure vena cava
• Nier bestaat uit intern piramidaal-gevormde zones van dicht weefsel = renale piramides
o Binnenste zone = renale medulla – beenmerg (intern)
▪ Bestaat uit die renale piramides
o Buitenste zone = renale cortex
o In het midden van de nieren heb je een holle ruimte = renale pelvis
▪ Hier wordt urine verzameld nadat het is gevormd
• Als je nog meer gaat inzoomen op de renale medulla & cortex
o Nefronen = meerdere lange, dunne, tubulaire structuren
o Deze nefronen komen samen in de ‘collecting duct’ → hierdoor wordt urine geleverd aan het renale pelvis
URETERS TRANSPORT URINE TO TH E BLADDER
Het renale pelvis van iedere nier gaat verder als ureter (= een musculaire buis die urine naar de blaas transporteert)
• Peristaltische golven van glad-spierweefsel-contracties bewegen urine van de nieren via de uterus naar de blaas
URINARY BLADDER STORES URINE
De urinaire blaas slaat urine op
• Bestaat uit 3 lagen glad spierweefsel aan de binnenkant (epitheelweefsel)
• De blaas kan gemiddeld 600-1000 ml urine vasthouden
o Vaak hebben vrouwen minder blaascapaciteit dan mannen omdat de blaas van vrouwen wordt samengedrukt
door de dicht bijzijnde uterus (baarmoeder)
THE URETHRA CARRIES URINE FROM T HE BODY
Tijdens het urineren (plassen) → urine passeert doorheen de e (= een enkele musculaire buis die van de blaas naar de
uitwendige opening loopt)
• Tot men gaat urineren, is de blaas beschermd van leeg te lopen door de interne sphincter (sluitspier)
o Hier komt de blaas samen met de urethra
• De externe urethrale sphincter ligt al meer richting de uitwendige opening
3
, 12.3) DE INTERNE STRUCTUUR VAN EEN NIER
Elke nier omvat een miljoen kleine, functionele eenheden = nefronen
• Ieder nefron bestaat uit een dunne, holle buis van epitheelcellen (= tubulus) +
bloedvaten die de tubulus bevoorraden
• Functie van nefron: urine produceren
o Ze verwijderen 180 liter vloeistof van het bloed per dag
o Nadien geven ze bijna al die vloeistof terug aan het bloed = RECUPERATIE
▪ Er blijft slechts een klein deeltje vloeistof achter in de tubulus →
wordt dan uitgescheiden als urine
Nefron:
• Begint met een ‘bal’ weefsel = glomerulaire capsule / Bowman’s capsule
o Deze glomerulaire capsule omringt een netwerk van capillairen =
glomerulus (onderdeel van de bloedbevoorrading aan het nefron)
Proces van urine:
1. Plasma wordt uit het bloed gefilterd in de glomerulus + gaat in de ruimte tussen de
2 lagen van de glomerulaire capsule
2. Nadien gaat de tubulus verder in de proximale tubulus, lus van Henle (loop of
Henle), distale tubulus & collecting duct
o Proximale tubulus: start bij glomerulaire capsule in de cortex en stopt bij de medulla
o Loop of Henle: gaat verder in de medulla als de descending limb en komt dan terug naar boven als de
ascending limb
o Nadien loopt de buis over in de distale tubulus
o Tot slot komen de distale tubuli van duizenden nefronen samen in de ‘collecting duct’
SPECIAL BLOOD VESSELS SUPPLY T HE TUBULE
De renale arterie vertakt meerdere malen om de miljoenen nefronen van bloed te voorzien
• Uiteindelijk is ieder nefron bevoorraad door een enkel arteriool = afferent arteriool
o Komt binnen in glomerulaire capsule en vertakt zich dan meermaals om tot een netwerk van capillairen te
komen die de glomerulus vormen
o Hier worden plasma & andere solutes gefilterd uit het bloed in de capsulaire ruimte
• De glomerulaire capillairen sluiten opnieuw aan → efferent arteriool
o De efferente arteriool vertakt zich
opnieuw in een ander capillair netwerk =
peritubulaire capillairen
▪ Zij verwijderen water, ionen en
nutriënten die opnieuw worden
geabsorbeerd door de proximale
en distale tubuli
• Van enkele nefronen dalen de efferente arteriolen
in de renale medulla → hier vertakken ze zich tot
lange, dunne capillairen = vasa recta
o Voorzien loop of Henle & collecting duct
• Nadien stroomt het gefilterd bloed verder in steeds
grotere venen → leidt tot inferieure vena cava
4