1.1. WAT IS GEDRAGSTHERAPIE
Enkele stellingen
- GT is op de eerste plaats het toepassen van GT behandeltechnieken
• FOUT: slechts deel ervan -> je hebt nog veel andere fasen zoals ‘intake’
- vooral inzetbaar voor specifieke problematieken zoals angst en depressie,
maar niet voor as II problematieken of “complexere” problemen
• FOUT: ook inzetbaar bij complexe problematieken
- De focus van gedragstherapie ligt op gedrag
• = afhankelijk van wat je als definitie van gedrag ziet
Definitie van gedrag = gedachten, cognities, gedragingen
~ vb. piekeren, negatief zelfbeeld, somber voelen, spanning voelen
- gedrag = respons = zinvolle reactie op een betekenisvolle situatie
• ‘zinvol’: zelfs meest schadelijke gedrag kan een functie hebben
• → als gedrag niet zinvol zou zijn zou moeten uitdoven dus dan zouden we
het niet meer zien
• ~ zelf verwondend gedrag gaat ook functioneel zijn op een bepaalde
manier als iemand het blijft stellen (vb. als communicatiemiddel en
noodkreet)
- In Vlaanderen: ‘gedragstherapie’ ➔ brede definitie van gedrag
- in NL en VS engere betekenis van gedrag
Er zijn al heel wat evoluties binnen GT geweest => 3 generaties
- Traditioneel lag focus sterk op observeerbaar gedrag = 1e generatie
• Context: gedragstherapie ontstaan als tegenreactie op psychoanalyse
o Psychoanalyse: niet-observeerbare driften en verlangens, geen
empirische evidentie voor effectiviteit, introspectie
• Idee: wegblijven van ‘black box’, enkel kijken naar observeerbaar gedrag
o stimulus en respons
o -> alles daartussenin is een zwarte doos en daar blijven we af
• Stroming van behaviorisme -> exposure en behandeling van angst populair
- Doorheen de tijd is dit wat weggevallen, minder extreem standpunt
1
Samenvatting Gedragstherapie – Floor Van den Heurck
, - 2e generatie: ook cognitieve therapie (rol van cognities)
• Tegenreactie op behaviorisme
• Focus op behandeling van depressie waarbij cognitie belangrijk is
• Mensen maken denkfouten -> speelt rol in ontstaan van cognitieve
psychologie
• Eerst: GT en CT staan naast elkaar → later komen ze samen in CGT
- 3e generatie: belangrijke rol voor emoties/affect (e.g. MBCT, ACT)
• Focus op emoties, waarde, hoe je je verhoud tegenover je denken,…
Oorsprong: niet één grondlegger -> ongeveer gelijktijdig op verschillende plaatsen
- Wolpe: grondlegger exposure ( ‘systematische desensitisatie’) in Zuid-Afrika
- Skinner: operante conditionering (cf. Skinner box) in VS
- Watson: vreesconditionering (cf. Little Albert)
- Cover-Jones: principes van exposure bij kinderen toegepast
- Eysenck: een van de eersten die startte met outcome-onderzoek rond therapie
(‘werken onze behandelingen?’) in UK
1.2. DRIE PRETENTIES VAN GEDRAGSTHERAPIE
3 pretenties = zaken die mens waardevol vindt en nastreeft
1.2.1. HET GEDRAGSTHERAPEUTISCH PROCES VOLGT DE EMPIRISCHE CYCLUS
de gedragstherapeut maakt in het GT proces gebruik van gegevens uit empirische
psychologie
The unifying factor in behavior therapy is its basis in derivation from experimentally established procedures
and principles. The specific experimentation varies widely, but has in common all the attributes of scientific
investigation including control of variables, presentation of data, replicability, and a probabilistic view of
behavior (Krassner, 1990).
- de leerpsychologie als experimentele discipline
Definitie van Vlaamse regering
- sterke link met de traditie van experimenteel onderzoek ('experimentele psychologie’)
- Technieken gebaseerd op hoe mensen leren ('leerprincipes'). Hoe we denken, voelen en handelen =
gebaseerd op wat we in het verleden geleerd hebben (‘leergeschiedenis’)
- gericht op ‘doen’. Hoe hebben we iets geleerd en hoe gaan we betekenissen veranderen met het oefenen
met nieuw gedrag
- we kijken dus ook naar het verleden
2
Samenvatting Gedragstherapie – Floor Van den Heurck
, - verandering = niet perse beter worden, maar in richting evolueren waardoor je
een meer betekenisvol en waardevol leven kan leiden
Theorie en praktijk
- theorie: niet problematisch, heel veel literatuur
- praktijk: breuk tussen theorie en praktijk
• weinig feeling voor praktijk bij onderzoekers
• tijdsgebreken van clinici
• weinig vertaling vanuit 2 richtingen → geen integratie
1.2.2. GEDRAGSTHERAPEUTISCHE TECHNIEKEN ZIJN WETENSCHAPPELIJK BEPROEFD
evidence based werken → 3 niveaus om de status ‘evidence based’ te onderzoeken
1) effectiviteit (resultaat)
RCT: doet een groep het beter dan de controle of een andere techniek?
Kijken naar: weten wat werkt, niet werkt en wat we nog niet weten
Algemeen: niet problematisch
- effectstudies nieuw in de psychotherapie
- Eysenck deed RCT’s: het werkt, het is effectief
Specifiek: soms problematisch, niet elke specifieke techniek doorstaat
wetenschappelijke toets
- in algemeen = GT effectief MAAR er worden nieuwe technieken ingevoerd
voordat ze onderzocht zijn
• Gebruikt zonder te weten of het effectief is -> later aangetoond dat het
effectief is = OK
o Vb. EMDR
• Gebruikt zonder te weten of het effectief is -> later negatief effect
o Vb. tought stop techniek & critical incident debriefing
Voorbeelden: weinig onderzoek naar
- gedachten stop techniek: heel de tijd aan iets denken en als therapeut stop zegt
-> stoppen met eraan te denken
• Ondertussen weten we dat dit niet werkt: paradoxale gedachten
• ~ je gaat er juist meer aan denken
3
Samenvatting Gedragstherapie – Floor Van den Heurck
, - critical incident debriefing: betrokkenen samenbrengen om trauma in detail en
emotie te bespreken
• Idee: steunend om het van elkaar te horen
• → later negatief effect uit wetenschappelijk onderzoek
• Wat wel doen = watchfull waiting
o Klachten na gebeurtenis zijn normaal & meeste nemen geleidelijk
af → best uitleg geven en even niets ondernemen
o Als mensen vermijdend gedrag stellen is de kans groter dat
klachten blijven bestaan
- EMDR 5 (Francine Shapiro) = aan emotionele gebeurtenis denken en
oogbewegingen maken → emotionele lading vermindert
• Onderzoek liep hier ook achter op praktijk
• Later onderzoek: werkt voor trauma (maar studies lage kwaliteit)
→ we zijn vaak snel mee in hypes MAAR blijf kritisch!
2) voorwaarden (procedure)
Noodzakelijke en voldoende voorwaarden → welke componenten zijn cruciaal voor een
interventie?
Ontmantelingstudies bestuderen dit
- systematische desensitizatie (Wolpe) = voorloper van exposure
• Je stelt jezelf in verbeelding bloot aan iets -> angst stijgt ->
relaxatieoefeningen (= antagonistische respons)
- relaxatie (antagonistische response), angst, hiërarchie, blootstelling
• Onderzoek naar relaxatie component: bleek geen extra effect te hebben
Kosteneffectieve therapieën?
- door componenten te onderzoeken en hun effecten te bekijken kan je meer
effectieve programma’s maken
- zo steken we niet onnodig tijd en middelen in elementen die niet bijdragen
Voorbeeld: EMDR: tapping, rekensommen, stroop taak -> werkt even goed als
oogbewegingen
- het gaat erom dat het werkgeheugen overbelast wordt!
3) waarom werken ze (proces)
Niet enkel de vraag OF iets werkt, maar ook de vraag naar HOE
4
Samenvatting Gedragstherapie – Floor Van den Heurck