FUNCTIES VAN HET GASTROINTESTINAAL STELSEL
n Motiliteit
à peristalsis & segmentatie
n Secretie
à Helpt met digestie en absorptie processen
à verscheidene klieren secreteren stoffen in het lumen om digestie te bevorderen bv maag: HCl,
lever: gal; pancreas: proteolytische ezymes
à secreties bevatten water, elektrolyten, enzymes & mucus
n Digestie: enzymatische afbraak van voeding (polymeer) in kleine absorbeerbare stoffen
à koohydraten: polysaccharidenà di-/tri-sacchariden & monosacchariden
à proteins: polypeptidenà individuele aminozuren pf oligopeptiden/ peptomen (2-staps proces)
à vetten: vooral triglyceridenà monoglyceriden
à DNA/RNAà bouwstenen
à H2O + electrolyten
n Absorptie
à voornamelijk in dunne darm (tot 80% in duodenum & proximaal jejenum)
à gereabsorbeerd materiaal: transport via vena porta à leverà bloedbaan
PS: eliminatie afvalstoffen: geen primairenfunctie van maagdarmstelsel (vnl functie van nier)
faeces: vnl onverteerd exogeen materiaal
n Immunologie- zie cursus immunologie
ANATOMIE
Het spijsverteringsstelsel wordt gezien als een aaneenschakeling van holle compartimenten (zoals de
slokdarm, maag en darmen). Om ervoor te zorgen dat voedsel en verteringssappen op de juiste plek
blijven, zijn deze ruimtes gescheiden door sphincters (sluitspieren).
- Bovenste sluitspier (UES): voorkomt dat er lucht in de slokdarm komt en
zorgt dat voedsel de juiste kant op gaat
- Onderste sluitspier (LES): Bevindt zich tussen de slokdarm en de maag. Dit
is cruciaal omdat de maag een erg zuur milieu heeft. De sphincter
voorkomt dat maagzuur de slokdarm beschadigt (reflux).
- Pylorische sfincter (maagportier): Sluit de maag af aan de onderkant en
reguleert hoe snel voedsel naar de twaalfvingerige darm (duodenum)
stroomt.
Rol van het buikvlies (peritoneum):
à Het buikvlies houdt de darmen bij elkaar en verbindt ze met de achterkant van de buikwand. Dit
bestaat uit flexibel bindweefsel. Dit is essentieel voor de motiliteit (beweging): de darmen moeten
namelijk kunnen samentrekken en bewegen om voedsel voort te stuwen (peristaltiek). Dankzij dit vlies
hebben de darmen een specifieke plek in de buik, maar ze behouden genoeg vrijheid om hun werk te
doen.
,HISTOLOGIE
à gelijkaardige histologie over de lengte
1) Mucosa (slijmvlies): binnenste laag die direct in contact komt met het voedsel
à epitheel: De bovenste laag cellen die voedingsstoffen opneemt
of slijm afscheidt.
à klieren: Bevat klierweefsel dat enzymen en sappen produceert.
à Lamina propria: Een ondersteunende laag bindweefsel onder
het epitheel.
2) Submucosa: logistieke laag
à bloedvaten: Hier bevinden zich de grotere bloed- en lymfevaten
die de opgenomen voedingsstoffen afvoeren.
à Zenuwen: Bevat ook de plexus van Meissner, die de afscheiding
van klieren reguleert.
3) Spierlaag: Muscularis Externa
à Circulaire binnenlaag: De spiervezels lopen in een cirkel rond de darm. Als deze
samentrekken, wordt de darm nauwer.
à Longitudinale buitenlaag: De vezels lopen in de lengte van de darm. Als deze samentrekken,
wordt het darmsegment korter.
4) Serosa: bindweefsel
à de buitenste beschermlaag van bindweefsel
à Mesenterium: Dit is de plek waar de grote slagaders (arteries) en zenuwen veilig de darm
kunnen bereiken zonder beschadigd te raken door de bewegingen van de darm zelf.
MOTILITEIT
Contractie gladde spieren in GI stelselà er worden 2 hoofdtypen van bewegingen onderscheiden:
1) Peristalsis
= voortstuwende bewegingenà lokaal gecoördineerd proces
à Upstream (proximaal): De circulaire spieren trekken samen achter de voedselbrok. Dit duwt
het voedsel vooruit.
à Downstream (distaal): De spieren voor de voedselbrok ontspannen zich (receptieve
relaxatie), zodat er ruimte is voor het voedsel om naar binnen te glijden.
Kenmerk= Het is geen continu proces, de darmen "wachten" op voedsel en passen de kracht en
snelheid aan op basis van wat je gegeten hebt.
2) Churning, segmentation
= mengbewegingen (In tegenstelling tot peristaltiek is het doel hier niet verplaatsing, maar
vermenging.)
à knedende bewegingen die heen en weer gaan
Doel:
- Mechanische digestie: Het fysiek afbreken van voedselbrokken in kleinere deeltjes.
- vermenging: Het voedsel goed mengen met verteringssappen en enzymen.
- contact: Zorgen dat alle voedseldeeltjes de darmwand raken voor optimale opname (absorptie).
Bewegingsrichting: normaliter enkel anterograad (uitzondering bij brakenà retrograde beweging)
, SECRETIE
Verscheidene klieren secreteren stoffen in het lumen om digestie te bevorderen.
Secreties bevatten water, electrolyten, enzymes & mucus.
De regulatie van motiliteit en secretie gebeurd via het Enterisch zenuwstelsel (ENS).
à bestaat uit een enorm netwerk van van wel 108 neuronen (zenuwcellen),
georganiseerd in 2 belangrijke netwerken of plexussen met verschillende ganglia:
A. Submucosale plexus (Plexus van Meissner):
à locatie: Bevindt zich in de submucosa
à Hoofdfunctie: regelt secretie
à dichtheid: 7000 neuronen/ cm2
B. Myenterische plexus (Plexus van Auerbach):
à Locatie: Bevindt zich in de spierlaag, specifiek tussen circulaire en longitudinale spier
à Hoofdfunctie: regelt de motiliteit (zoals peristalstiek)
à dichtheid: 10.000 neuronen/ cm2
ENS interageert ook met het CZS via de Nervus Vagus en sympatische zenuwen.
REGULATIE
Het ENS wordt ook wel “minibrain” genoemd. Het kan namelijk zelfstand
beslissingen nemen via interne reflexbogen zonder tussenkomst
CNS/ruggenmerg voor homeostase.*
Voorbeeld bij toxines (afvalstoffen): Als de sensorische neuronen een giftige
stof detecteren, start het ENS direct een reflex. Het verhoogt de secretie
(water toevoegen) en de peristaltiek (sneller voortstuwen). Het resultaat is
diarree.
COMPONENTEN VAN HET ENS
ENS werkt als een lokaal computernetwerk met 3 soorten neuronen:
n Sensorische neuronen: de “voelers”
à Ze registreren chemische prikkels (bijv. de zuurgraad of
voedingsstoffen) en mechanische prikkels (bijv. het uitrekken van
de darmwand door voedsel).
n Motorische neuronen: de “doeners”
à Zij sturen direct de klieren aan (secretie) of de spieren (peristaltiek).
n Interneuronen: de “schakels”
à Zij verwerken de informatie tussen de sensorische en motorische neuronen.
MODULATIE DOOR HET AUTONOOM ZENUWSTELSEL
Hoewel het ENS zelfstandig kan werken, wordt het van buitenaf bijgestuurd door het autonome
zenuwstelsel:
n Parasympatisch: (oa N. vagus): De "Rest & Digest" modus. Dit stimuleert het ENS om harder te
werken (bevordert spijsvertering).