● Filosofie = “stelsel van vele wegen die van nergens naar niets leiden”
○ bezighouden met onmogelijke vragen
○ bv. ‘Wat is filosofie’
● Wat is filosofie
○ moeilijk om kenmerk dat bij alle filosofen en ook enkel bij filosofen voorkomt
Proberen om de eigenheid te schetsen:
● Descartes: ons gezichtsvermogen bedriegt ons vaak (optische illusies bv Müller-Lyer)
🡪 mogelijk dat zintuigen vaker bedriegen 🡪 onbetrouwbaar
En aangezien zintuigen grote rol spelen in verwerven van kennis
🡪 kennis ook onbetrouwbaar 🡪 op dwaalspoor gezet door ‘mail génie’
3 aspecten
● Attitude
Filosofen stellen kritische vragen (zoals voorbeeld van Descartes)
MAAR: ook wetenschappers zijn even kritisch
🡪 We kunnen zeggen dat filosofie geen methode is.
● Methodologie
Zijn er methoden die enkel door filosofen gebruikt worden?
Filosofen maken gebruik van brede waaier aan methoden, geen daarvan is
uniek voor filosofie. En die dat wel uniek lijken worden niet door alle
filosofen gebruikt.
3 methoden:
-intuïtie(= ideeën die geen mens durft te betwijfelen/ spontane
overtuigingen die we in onze geest aantreffen)
NIET uniek, ook wetenschappers baseren zich op intuïties
-conceptuele analyse(=ontrafelen v concepten,bv liefde, vrijheid,…)
🡪 bepalen waarover we juist spreken bij zo’n concept
MAAR: deze methode wordt niet door alle filosofen gebruikt
MAAR: niet door enkele filosofen gebruikt
🡺 zit in de kern van alle wetenschappen (en filosofie)
-gedachten-experimenten(= volledig in menselijkegeest)
🡪 verhelderen door visualiseren / financiële, technologische,
morele problemen omzeilen
🡪 bv ‘brain in a vat’ 🡪 kunnen niet bewijzen dat het niet zo is
MAAR: wordt ook niet enkel in filosofie toegepast
EL: eigenschap dat veel filosofen zich bezighouden met kwesties
W
die zo fundamenteel zijn, dat ze niet meer ‘klassiek’ bestudeerd
kunnen worden
, ● Domein(= aard v vragen)
abstracte en eigenaardige vragen over dingen die we ons in het dagelijkse
leven niet hoeven te stellen. Bv. ‘wat is tijd’ 🡪 filosofen gaan nog verder:
bestaat tijd wel onafhankelijk van ons denken, …
IS DIT HET KENMERK: ja en nee
Ja: wetenschappers zien deze vragen als futiel, verwarrend, bedreigend
Nee: ook wetenschappers wagen zich aan meest fundamentele vragen
🡪 Aan de fundamenten v bouwwerk morrelen is gevaarlijk 🡪 bewuste
reflectie over geautomatiseerde taak belemmert de uitvoering ervan.
○
Er is geen vooruitgang in de filosofie 🡪 enkel nieuwe manieren om oude problemen te
beschrijven 🡪 we zijn geen stap dichter bij het oplossen
MAAR: vooruitgang binnen wetenschap ook niet evident 🡪 opvolgingen zonder echt op
elkaar verder te bouwen
ANDERZIJDS: wel vooruitgang 🡪 wetenschappen (psychologie) ontstaan uit filosofie
🡪 sommige filosofische vragen werden wel beantwoord, ze werden brandstof voor nieuwe
wetenschap.
🡪 Filosofie boekt negatieve vooruitgang 🡪 we weten niet het juiste antwoord, maar wel beter
wat verkeerde antwoorden zijn.
4 deeldomeinen
is iets filosofisch 🡪 wordt het bestudeerd in een deeldomein?
● Metafysica(bestudeerd de aard en structuur van dewereld)
meestal over wat het betekent om te bestaan
🡪 heeft geen duidelijke definitie. Er vallen heel veel problemen onder
● Logica🡪 legt uit wat het betekent om deugdelijkte redeneren/ argumenteren
Zorgt voor argumentatieve hygiëne
bv. Slippery slope (=drogreden) 🡪 Als we A doen, zal B later volgen, en dat
willen we niet
● Epistemologie(kennisleer) 🡪 wat is de reikwijdtevan onze kennis
OOK: hoe verwerven we kennis, …
🡪 de twijfelzucht van Descartes start als epistemologische expeditie
🡪 ‘brain in a vat’ is ook een epistemologisch experiment
● Moraalfilosofie🡪 niet altijd duidelijk waarin hetverschilt van andere elementen
in het normatieve universum
● 🡪 Al deze deeldomeinen kunnen elk nog specifieker opgedeeld worden
🡪Geen van deze deeldomeinen kan de essentie van filosofie beschrijven
Een zeer korte geschiedenis v/d westerse filosofie
●
● ‘Wat is filosofie’ beantwoorden door verwijzen naar geschiedenis
🡪 vaak voortgebouwd op begrippen, argumenten, theorieën van historische
figuren die bekendstaan als filosofen
, DAN 🡪 filosoof als je je bezighoudt met filosofen uit het verleden
🡪
🡪 MAAR gebaseerd op drogreden
● Geschiedenis = zeer grillig 🡪 verklaart wrm zo ongrijpbaar
🡪 moest zichzelf steeds heruitvinden
● Ontstaan in oude Griekenland (+/- 6de eeuw B.C.)
opkomst samen met revolutie 🡪 wetten en waarden worden ter discussie gesteld
versterkt door gevoel van relativiteit door meer contact met vreemde culturen
Allereerste filosofen waren natuurfilosofen, ze waren ervan overtuigd dat alles
voortkomt uit een oerstof
Filosofie piekte door Plato en Aristoteles 🡪 kaartte veel voor het eerst aan
Plate 🡪 er is een ideeënwereld die het sjabloon bevat van alle dingen op aarde
Aristoteles 🡪 hier niet meer eens 🡪 alles nodig om natuur te beschrijven/
verklaren is aanwezig in de natuur zelf
🡪 Probeerde beide de rol van zintuigen in het opbouwen van kennis te verklaren
● De opkomst van het christendom leek een stap terug voor de filosofie
🡪 gedachtegoed was gebaseerd op communicatie door het goddelijke
🡪 haaks op filosofie
🡪 geloof legt grenzen op aan het weten/ intellectuele nieuwsgierigheid
🡪 sommige waarheden zijn van bovennatuurlijke oorsprong
● De opkomst van moderne wetenschap was een nieuwe uitdaging
🡪 bovennatuurlijke verklaringen verdwenen naar achterplan
🡪 veelzijdigheid was gemeenschappelijk kenmerk
🡪 sommige deden zowel aan wetenschap als filosofie 🡪 gekenmerkt door:
- proberen eeuwenoude filosofische problemen op te lossen met behulp v
revolutionaire wetenschappelijke methoden
- resultaten riepen nieuwe filosofische problemen op
● Feynman 🡪 filosofie eindigt waar wetenschap begint
🡪 bv vraag naar oerstof is nu wetenschappelijke vraag
🡪 heeft negatief oordeel over filosofie
Deze analyse = sciëntisme 🡪 wetenschap zal op alles een antwoord vinden
,Les 2: Darwinisme en doelgerichtheid
P
● robleem van doelgerichtheid in 19e eeuw
● Elk lichaamsonderdeel heeft bepaalde functie→Bepaald doel
● Menselijke geest die uit delen bestaan→Hebben ook elk een doelgerichtheid
○ Komt voor uit psychologie
○ Voorbeelden:
○ →Nut/functie van bv verdriet→Aanzetten om hulp te verlenen
○ Geeuwen→In functie van het brein
● Hoe komt het dat het leven zo goed in elkaar zit/eigenschappen hebben met hun eigen functie
○ Heel lang overtuiging→Kan alleen door god
○ Geen plaats voor god in wetenschappelijke verklaring
■ →Hoe kunnen we dit dan wel verklaren
Artefacten en organismen
● Artefacten
○ Door de mens ontworpen voorwerpen
○ Vervullen een doel dat oorzaak is van hun bestaan
○ →Schoenen hebben eendoeloorzaak
■ Doel <->oorzaak gelijktijdig
■ →Zitten in de toekomst→Doel in de toekomst werkt als oorzaak in het
heden→Toekomst beïnvloedt je handelen in het heden
■ Zelf eens linken met je ‘diploma’
○ DIt vereist ontwerp
■ Zo goed in elkaar→Moet door iemand gemaakt zijn
● Organismen
○ Georganiseerd lichaam→Levend wezen
○ Organen vervullen een doel dat oorzaak is van hun bestaan
○ X is er om Y te doen→Dus doet X Y
○ =Naturalisme
■ Naturalist geloofd dat je verklaringen moet geven uit de natuur
■ Bovennatuurlijke verklaringen zijn dus ongeldig
Mechanisering in het wereldbeeld
● Achtergrond
○ Omschakeling middeleeuwen→Moderne tijd
○ Wetenschappelijke revolutie kern 16e-17e eeuw
○ Gevecht met eeuwenoude vooroordelen→Vaak komend uit geloof
○ Omwenteling in 17e eeuw op alle niveaus→Wetenschappelijke revolutie als verzamelnaam
● Teleologisch wereldbeeld
○ Manier om de wereld te begrijpen
○ Teleologische→Oudere wereldbeeld
○ Telos→Doel
○ Het raadsel van de beweging
, O
■ ude grieken
■ →In de natuur beweegt voortdurend vanalles
● Waarom zijn wij altijd in beweging
■ Oude Grieken: Alles in het universum drijf op eenverlangen
■ Aristoteles→Verlangen van de steen om zich op zijn natuurlijke plaats te
bevinden→Verklaart het vallen van een steen voor het ontdekken van zwaartekracht
■ Als mens verlang je naar kennis→Uiting van menselijkheid
○ Niet de vraag waarom maar hoe valt de steen→Ligt aan de basis van de wetenschappelijke
revolutie
● Galilei
○ Mechaniseren van het wereldbeeld→Machine die je kan begrijpen aan de hand van de
vraag: HOE?
○ BEKIJKEN
Mechanistisch wereldbeeld
●
○ Van doeloorzaken naar mechanische oorzaken
○ Uitvinding mechanische eeuw Jacques de Vaucanson 1739
■ Anekdote voor mechanisering
■ Beweerd dat hij het verteringstelsel had nagebouwt met behulp van artefacten
■ →Eend is dus voor een groot stuk een machine
■ Dieren en mensen zijn dus niets anders dan machines
● Geen ziel, god, doeloorzaak nodig
Kant en teleologie
● Immanuel Kant (1724-1804)
○ Doelgerichtheid en mechaniseren goed samengevat
○ Ik twijfel dat er een Newton van de biologie denkbaar is→P15
○ Newton heeft de fysica gemechaniseerd
○ ‘Iets waar er geen enkele intentie schuilgaat’
■ Maakt niet uit wat je wilt dat een steen doet→Volgt de natuurwet→Staat los van
Intentie
○ Kant had gelijk kunnen hebben
■ →Bertrand Russel-’Er zijn veel vragen die onoplosbaar zullen blijven voor het
menselijk verstand’
Darwin, domheid, doelgerichtheid
● Charles Darwin (1809-1882)→De Newton van de biologie
○ Eerst geneeskunde, dan theologie,Natural history
○ Filosoof of evolutiebioloog?
○ On the origin of species→1859
■ →Soorten komen voort uit andere soorten
■ Soorten werden hiervoor gezien alseeuwig en onveranderlijk
■ Darwin verwerpt dit met zijn boek en theorie
● →Veel soorten zijn verdwenen, soorten veranderen continu
● →Soorten zijntijdelijk en veranderlijk→Transmutationisme