PSYCHODYNAMISCH PERSPECTIEF
WAT IS HET PSYCHODYNAMISCH PERSPECTIEF
PSDP = onderzoekt hoe onbewuste wensen, verlangens en driften ons gedrag sturen
➔ Waarneembaar gedrag wordt aangestuurd vanuit het onbewuste
Kernidee:
- Gedrag: altijd betekenis ookal kennen we die niet bewust → wens + verbod
- De mens: geen rationeel wezen
- Driftwezen vd mens: voortdurend zoeken naar lust, vermijden van onlust
- Vroege kindertijd: cruciaal voor de persoonlijkheidsontwikkeling
MENSBEELD EN UITGANGSPUNTEN
Gedrag = het resultaat van:
- Aangeboren drang naar lustbevrediging
- Vermijden van onlust → verdringing naar het onbewuste
- Conflict tussen:
o Een onbewuste wens
o Een verbod van de omgeving
Onbewuste processen sturen gedrag:
- Driften, instincten, energieën
- Verdrongen trauma’s, schaamte, verlangens
- Vroegkinderlijke ervaringen
Doel psychodynamische therapie
= bewust worden van onbewuste motieven
➔ Meer grip krijgen op het eigen leven
1
,Psychologie
BEWUSTZIJNSSTRUCTUUR → FREUD
1. Bewuste
o Wat je weet, voelt, denkt
o Onder controle van het ICH
2. Voorbewuste
o Onderdrukt maar oproepbaar materiaal
3. Onbewuste
o Instincten, driften, reflexen
o Verdrongen inhoud (trauma, schaamte)
o Actieve invloed op het gedrag van het hier – en – nu
➢ Body Keeps the Score = Het lichaam registreert ervaringen die te heftig, te vroeg of te
overweldigend waren om bewust te verwerken. Die ervaringen worden niet
opgeslagen als woorden of herinneringen, maar als:
• spierspanning
• ademhalingspatronen
• hartslagveranderingen
• stressreacties (vechten, vluchten, bevriezen)
• lichamelijke klachten zonder medische oorzaak
Het lichaam “herinnert” zich wat het hoofd vergeten is.
➢ Waarom gebeurt dit?
▪ Omdat het autonoom zenuwstelsel sneller reageert dan het denkende brein.
→ Bij onveiligheid schakelt het lichaam automatisch naar:
• vechten
• vluchten
• bevriezen
Deze reacties worden opgeslagen als patronen. Later
kunnen onschuldige prikkels (geluid, geur, toon,
houding) dezelfde lichamelijke reactie uitlokken.
2
, Psychologie
OBJECTRELATIETHEORIE (MAHLER)
FOCUS OBJECTRELATIETHEORIE
Objectrelatietheorie focust op:
• Vroege relaties bepalen latere relaties
• Relationele blauwdruk
4 FASEN VAN DE OBJECTRELATIETHEORIE
1. Autistische fase (0–2 mnd)
o Geen ik-jij
o Solitaire glimlach
2. Symbiotische fase (2–5 mnd)
o “Jij bent mij, ik ben jou”
o Sociale glimlach
3. Separatie–individuatie (5 mnd–3 jaar)
o Ik ben anders dan jij
o Identiteit
o Alles-of-niets denken
o Transitionele objecten
4. Objectconstantie (+3 jaar)
o Geïntegreerd beeld van zichzelf en anderen
KOPPELING MET HECHTING (BOWLBY)
• Voorhechting
• Beginnende gehechtheid
• Feitelijke gehechtheid
• Veilige/onveilige hechting → zelfregulatie/deregulatie
HECHTINGSFUNCTIES
• Veilige haven → houvast
• Veilige basis → exploratie
• Erkenning → emotionele betrokkenheid
3