Les 1 Introductie tot (media)ethiek
Theoretische filosofie: Bezighouden met vragen over de aard van de mens, de wereld en
het universum
Vb. metafysica, wijsgerige antropologie en wetenschapsfilosofie.
Praktische filosofie: Richt zich op disciplines zoals ethiek, politieke filosofie en sociale
filosofie.
Ethiek (morele filosofie): principes die fundament zijn van normen en waarden
-> reflectie over het goede
Gedachte-experiment: Een fictieve casus die gebruikt wordt om filosofische intuïties te
toetsen of op te roepen
Experimentele filosofie: Een stroming die methoden uit de psychologie en sociologie
gebruikt om filosofische intuïties te testen -> nadruk op posities en ervaringen
Moraliteit: De verzameling normen en waarden die in een samenleving gelden.
-> gemeenschappelijke notie van goed en kwaad
Egoïstische voorzichtigheid: Het idee dat ethiek voortkomt uit de noodzaak om in een
gemeenschap te overleven, waarbij men zich houdt aan ethische regels en normen die zijn
geïnstitutionaliseerd in wetten en afgedwongen door de staat.
Utilitarisme: morele theorie (gevolgen), daad is goed:
"het grootste goed voor het grootste aantal mensen".
Deontologische ethiek: ethische theorie (algemene wet), morele regels gevolgd moeten
worden uit plichtsbesef, ongeacht gevolgen. (intenties belangrijk: plicht)
(Distributieve) Rechtvaardigheid: ethische theorie, de meest aangewezen verdeling van
bronnen onder de leden van de samenleving.
Deugdethiek: ethische stroming, deugdzaamheid bestaat uit juiste midden kiezen tussen 2
extremen en deugdzaam karakter gevormd door oefening en opvoeding
-> karaktervorming
Zorgethiek: ethische benadering, nadruk op zorg, verbinding en verantwoordelijkheid in
relaties, en richten op behoeften van anderen en bevorderen van welzijn
Ervaringsmachine: gedachte-experiment Robert Nozick
machine genotservaringen verschaffen.
Het experiment toont aan dat mensen meer waarde hechten aan het stellen van
handelingen die genot verschaffen dan aan ervaren van illusies die genot verschaffen
,Preferentie-utilitarisme: variant utilitarisme, stelt dat morele acties voorkeuren van
betrokken individuen moet maximaliseren, in plaats van alleen plezier of geluk.
-> vb. iemand die verkiest als monnik te leven
Handelingsutilitarisme: elke handeling op zich beschouwen
Regelutilitarisme: Stelt dat een handeling beoordeeld moet worden op basis van meer
algemene regels die verondersteld worden geluk te maximaliseren.
alleen handelingen die veralgemeend kunnen worden in regels (-> stap richting deontologie)
Hedonisme: De leer dat genot / plezier het hoogste goed is.
Supererogatorisch: Handelingen die verder gaan dan wat moreel vereist is; ze zijn goed,
maar niet verplicht.
vb. geld aan arme kinderen geven of nieuwe schoenen
Speciesisme: Het bevoordelen van de eigen soort boven andere soorten.
moreel onderscheid maken tussen soorten op basis van iets dat geen reden is tot moreel
onderscheid
Categorische imperatief: Een morele wet die onvoorwaardelijk geldt voor alle rationele
wezens, ongeacht hun doelen of verlangens. -> universele regel, respect
Hypothetische imperatief: Een morele regel die slechts voorwaardelijk geldt ("Als je
populair wil zijn dan moet je de meest modieuze kleren kopen"). -> als X wil, moet je Y doen
Sluier der onwetendheid: gedachte-experiment John Rawls
men moet zich voorstellen dat men niet weet welke positie in de samenleving zal innemen,
om zo tot rechtvaardige principes te komen.
Ideaaltheorie: benadering ethiek en politieke filosofie,
richt op hoe een ideale samenleving eruit zou zien, zonder rekening te houden met huidige
realiteit
Niet-ideale theorie: wel rekening houden met bestaande onrechtvaardigheden en
praktische beperkingen bij nastreven van rechtvaardige samenleving.
Eudaimonia: Grieks voor geluk of het goede leven, vaak geassocieerd met deugdethiek.
Phronesis: Praktische wijsheid, vermogen in concrete situaties juiste midden kiezen.
Smalle moraal: moreel systeem, richt zich op basisregels die nodig zijn voor vreedzaam
samenleven
Brede moraal: moreel systeem, verder gaan dan basisregels en richt zich op bevorderen
van een goed leven
,Situeer media-ethiek in het grotere vakgebied van filosofie en ten opzichte van andere
disciplines.
Media-ethiek is een subdiscipline van de toegepaste ethiek, dat op zijn beurt een deelgebied
is van de ethiek. Ethiek wordt over het algemeen beschouwd als een onderdeel van de
filosofie. Net als andere vormen van toegepaste ethiek, is media-ethiek ook een sterk
interdisciplinair veld. De media-ethicus heeft niet per definitie een diploma in de filosofie,
maar kan bijvoorbeeld ook een communicatiewetenschapper of journalist zijn die zich
vervolgens heeft toegelegd op ethische vragen. Ook juristen die zich bezighouden met
mediarecht denken vanzelfsprekend na over ethische vraagstukken.
Welke methode(n) gebruiken filosofen om tot bepaalde conclusies te komen?
Filosofen denken na over de betekenis van concepten. vb. betekenis van concepten
bepaalde begrippen die we in het dagelijkse leven als vanzelfsprekend beschouwen, zijn dat
vaak niet als we er wat dieper over nadenken. Ze stellen algemeen gangbare opvattingen in
vraag vb.wetenschap. Filosofen gebruiken gedachte-experimenten.
Welke verschillende takken bestaan er binnen de ethiek?
Niet-normatieve takken
- Beschrijvende ethiek of moraalwetenschappen:
vanuit gezichtspunt humane wetenschappen
- Meta-ethiek:
waarom en hoe mensen moreel zijn & concepten goed, kwaad en rechtvaardigheid
Normatieve takken
- Algemene normatieve ethiek:
heel breed in vraag stellen wat goed en slecht is
-> basisprincipes van moraliteit in rationele termen vatten
- Toegepaste ethiek:
in vraag stellen wat goed en slecht is in specifieke contexten
Wat zeggen Thomas Hobbes en Frans de Waal over het ontstaan van moraliteit?
- Thomas Hobbes stelt dat moraliteit is ontstaan uit egoïstische voorzichtigheid,
waarbij mensen in een bittere strijd om te overleven een sociaal contract sloten om
zich aan ethische regels en normen te houden.
(deze regels geïnstitutionaliseerd in wetten & afgedwongen door staat)
-> competitie tussen mensen om hulpbronnen
- Frans de Waal heeft aangetoond dat gevoeligheid voor eerlijkheid en altruïsme,
begrippen die beschouwd worden als voorwaarden voor moraliteit, ook bij
niet-menselijke dieren voorkomen. in onze moraliteit rol weggelegd voor religie en
taboe (misschien niet zo bij niet-menselijke dieren)
, Utilitarisme. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- Utilitarisme stelt dat een daad goed is als ze "het grootste goed voor het grootste
aantal mensen bewerkstelligt".
- Sterke punten: Het spreekt ons gezond verstand aan en is een goede basis voor
beleidsvoering, ethisch progressief
- Zwakke punten: Het is moeilijk om lijden te meten en te bepalen wie het meest lijdt.
Het kan nadeel of zelfs lijden veroorzaken voor minderheden. Omdat utilitarisme
resultaten betreft die in de toekomst plaatsvinden, blijft het in zekere mate
speculatief.
Supererogatorische conclusie: het lijkt als je een bepaalde conclusie trekt dat er te
veel van je gevraagd wordt
Deontologische ethiek. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- Deontologische ethiek stelt dat morele regels gevolgd moeten worden uit
plichtsbesef, ongeacht de gevolgen. (algemene wet, intentie)
Categorische imperatief
“Handel steeds volgens dergelijke gedragsregel waarvan je wil dat die universele wet
wordt”
“Handel steeds dat menszijn, zowel in eigen persoon als elk ander, nooit louter als
middel, maar steeds als doel beschouwt.”
- Sterke punten: ideeën zoals respect en autonomie zijn belangrijk. Het feit dat je vaak
iets doet omdat je voelt dat het je plicht is deel uit te maken van ethisch handelen,
ongeacht de gevolgen die dat heeft, goede intenties
- Zwakke punten: Het strikt houden aan de regels kan leiden tot contra-intuïtieve
conclusies. Het is soms moeilijk om categorische imperatieven te gebruiken in
beleidsvorming.
Wat met conflicterende begrippen, rol van emoties, daden met slechte gevolgen?
De theorie van rechtvaardigheid van Rawls. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- De theorie van rechtvaardigheid van Rawls stelt dat een rechtvaardige maatschappij
gebaseerd is op principes die gekozen zouden worden achter een sluier van
onwetendheid, waarbij niemand weet welke positie hij in de maatschappij zal
innemen.
- Sterke punten: Ze biedt geloofwaardige argumenten voor de verdeling van bronnen
en is ook toepasbaar op wetten en instellingen. Aandacht voor kwetsbaren
- Zwakke punten: De benadering legt teveel nadruk op geld en materiële bronnen (te
rationeel). De ideale theorie kan elementen van onrechtvaardigheid bevatten die de
filosofen zelf niet hebben kunnen onderkennen vanwege hun voorrecht.
Deugdethiek. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- Deugdethiek: deugdzaamheid, het juiste midden kiezen tussen 2 extremen &
deugdzaam karakter gevormd door oefening en opvoeding: Eudamonia (geluk) & ‘het
goede leven’ en door phronesis (praktische wijsheid): aanvoelen, mensenkennis,
belang onderwijs en gemeenschap
Theoretische filosofie: Bezighouden met vragen over de aard van de mens, de wereld en
het universum
Vb. metafysica, wijsgerige antropologie en wetenschapsfilosofie.
Praktische filosofie: Richt zich op disciplines zoals ethiek, politieke filosofie en sociale
filosofie.
Ethiek (morele filosofie): principes die fundament zijn van normen en waarden
-> reflectie over het goede
Gedachte-experiment: Een fictieve casus die gebruikt wordt om filosofische intuïties te
toetsen of op te roepen
Experimentele filosofie: Een stroming die methoden uit de psychologie en sociologie
gebruikt om filosofische intuïties te testen -> nadruk op posities en ervaringen
Moraliteit: De verzameling normen en waarden die in een samenleving gelden.
-> gemeenschappelijke notie van goed en kwaad
Egoïstische voorzichtigheid: Het idee dat ethiek voortkomt uit de noodzaak om in een
gemeenschap te overleven, waarbij men zich houdt aan ethische regels en normen die zijn
geïnstitutionaliseerd in wetten en afgedwongen door de staat.
Utilitarisme: morele theorie (gevolgen), daad is goed:
"het grootste goed voor het grootste aantal mensen".
Deontologische ethiek: ethische theorie (algemene wet), morele regels gevolgd moeten
worden uit plichtsbesef, ongeacht gevolgen. (intenties belangrijk: plicht)
(Distributieve) Rechtvaardigheid: ethische theorie, de meest aangewezen verdeling van
bronnen onder de leden van de samenleving.
Deugdethiek: ethische stroming, deugdzaamheid bestaat uit juiste midden kiezen tussen 2
extremen en deugdzaam karakter gevormd door oefening en opvoeding
-> karaktervorming
Zorgethiek: ethische benadering, nadruk op zorg, verbinding en verantwoordelijkheid in
relaties, en richten op behoeften van anderen en bevorderen van welzijn
Ervaringsmachine: gedachte-experiment Robert Nozick
machine genotservaringen verschaffen.
Het experiment toont aan dat mensen meer waarde hechten aan het stellen van
handelingen die genot verschaffen dan aan ervaren van illusies die genot verschaffen
,Preferentie-utilitarisme: variant utilitarisme, stelt dat morele acties voorkeuren van
betrokken individuen moet maximaliseren, in plaats van alleen plezier of geluk.
-> vb. iemand die verkiest als monnik te leven
Handelingsutilitarisme: elke handeling op zich beschouwen
Regelutilitarisme: Stelt dat een handeling beoordeeld moet worden op basis van meer
algemene regels die verondersteld worden geluk te maximaliseren.
alleen handelingen die veralgemeend kunnen worden in regels (-> stap richting deontologie)
Hedonisme: De leer dat genot / plezier het hoogste goed is.
Supererogatorisch: Handelingen die verder gaan dan wat moreel vereist is; ze zijn goed,
maar niet verplicht.
vb. geld aan arme kinderen geven of nieuwe schoenen
Speciesisme: Het bevoordelen van de eigen soort boven andere soorten.
moreel onderscheid maken tussen soorten op basis van iets dat geen reden is tot moreel
onderscheid
Categorische imperatief: Een morele wet die onvoorwaardelijk geldt voor alle rationele
wezens, ongeacht hun doelen of verlangens. -> universele regel, respect
Hypothetische imperatief: Een morele regel die slechts voorwaardelijk geldt ("Als je
populair wil zijn dan moet je de meest modieuze kleren kopen"). -> als X wil, moet je Y doen
Sluier der onwetendheid: gedachte-experiment John Rawls
men moet zich voorstellen dat men niet weet welke positie in de samenleving zal innemen,
om zo tot rechtvaardige principes te komen.
Ideaaltheorie: benadering ethiek en politieke filosofie,
richt op hoe een ideale samenleving eruit zou zien, zonder rekening te houden met huidige
realiteit
Niet-ideale theorie: wel rekening houden met bestaande onrechtvaardigheden en
praktische beperkingen bij nastreven van rechtvaardige samenleving.
Eudaimonia: Grieks voor geluk of het goede leven, vaak geassocieerd met deugdethiek.
Phronesis: Praktische wijsheid, vermogen in concrete situaties juiste midden kiezen.
Smalle moraal: moreel systeem, richt zich op basisregels die nodig zijn voor vreedzaam
samenleven
Brede moraal: moreel systeem, verder gaan dan basisregels en richt zich op bevorderen
van een goed leven
,Situeer media-ethiek in het grotere vakgebied van filosofie en ten opzichte van andere
disciplines.
Media-ethiek is een subdiscipline van de toegepaste ethiek, dat op zijn beurt een deelgebied
is van de ethiek. Ethiek wordt over het algemeen beschouwd als een onderdeel van de
filosofie. Net als andere vormen van toegepaste ethiek, is media-ethiek ook een sterk
interdisciplinair veld. De media-ethicus heeft niet per definitie een diploma in de filosofie,
maar kan bijvoorbeeld ook een communicatiewetenschapper of journalist zijn die zich
vervolgens heeft toegelegd op ethische vragen. Ook juristen die zich bezighouden met
mediarecht denken vanzelfsprekend na over ethische vraagstukken.
Welke methode(n) gebruiken filosofen om tot bepaalde conclusies te komen?
Filosofen denken na over de betekenis van concepten. vb. betekenis van concepten
bepaalde begrippen die we in het dagelijkse leven als vanzelfsprekend beschouwen, zijn dat
vaak niet als we er wat dieper over nadenken. Ze stellen algemeen gangbare opvattingen in
vraag vb.wetenschap. Filosofen gebruiken gedachte-experimenten.
Welke verschillende takken bestaan er binnen de ethiek?
Niet-normatieve takken
- Beschrijvende ethiek of moraalwetenschappen:
vanuit gezichtspunt humane wetenschappen
- Meta-ethiek:
waarom en hoe mensen moreel zijn & concepten goed, kwaad en rechtvaardigheid
Normatieve takken
- Algemene normatieve ethiek:
heel breed in vraag stellen wat goed en slecht is
-> basisprincipes van moraliteit in rationele termen vatten
- Toegepaste ethiek:
in vraag stellen wat goed en slecht is in specifieke contexten
Wat zeggen Thomas Hobbes en Frans de Waal over het ontstaan van moraliteit?
- Thomas Hobbes stelt dat moraliteit is ontstaan uit egoïstische voorzichtigheid,
waarbij mensen in een bittere strijd om te overleven een sociaal contract sloten om
zich aan ethische regels en normen te houden.
(deze regels geïnstitutionaliseerd in wetten & afgedwongen door staat)
-> competitie tussen mensen om hulpbronnen
- Frans de Waal heeft aangetoond dat gevoeligheid voor eerlijkheid en altruïsme,
begrippen die beschouwd worden als voorwaarden voor moraliteit, ook bij
niet-menselijke dieren voorkomen. in onze moraliteit rol weggelegd voor religie en
taboe (misschien niet zo bij niet-menselijke dieren)
, Utilitarisme. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- Utilitarisme stelt dat een daad goed is als ze "het grootste goed voor het grootste
aantal mensen bewerkstelligt".
- Sterke punten: Het spreekt ons gezond verstand aan en is een goede basis voor
beleidsvoering, ethisch progressief
- Zwakke punten: Het is moeilijk om lijden te meten en te bepalen wie het meest lijdt.
Het kan nadeel of zelfs lijden veroorzaken voor minderheden. Omdat utilitarisme
resultaten betreft die in de toekomst plaatsvinden, blijft het in zekere mate
speculatief.
Supererogatorische conclusie: het lijkt als je een bepaalde conclusie trekt dat er te
veel van je gevraagd wordt
Deontologische ethiek. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- Deontologische ethiek stelt dat morele regels gevolgd moeten worden uit
plichtsbesef, ongeacht de gevolgen. (algemene wet, intentie)
Categorische imperatief
“Handel steeds volgens dergelijke gedragsregel waarvan je wil dat die universele wet
wordt”
“Handel steeds dat menszijn, zowel in eigen persoon als elk ander, nooit louter als
middel, maar steeds als doel beschouwt.”
- Sterke punten: ideeën zoals respect en autonomie zijn belangrijk. Het feit dat je vaak
iets doet omdat je voelt dat het je plicht is deel uit te maken van ethisch handelen,
ongeacht de gevolgen die dat heeft, goede intenties
- Zwakke punten: Het strikt houden aan de regels kan leiden tot contra-intuïtieve
conclusies. Het is soms moeilijk om categorische imperatieven te gebruiken in
beleidsvorming.
Wat met conflicterende begrippen, rol van emoties, daden met slechte gevolgen?
De theorie van rechtvaardigheid van Rawls. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- De theorie van rechtvaardigheid van Rawls stelt dat een rechtvaardige maatschappij
gebaseerd is op principes die gekozen zouden worden achter een sluier van
onwetendheid, waarbij niemand weet welke positie hij in de maatschappij zal
innemen.
- Sterke punten: Ze biedt geloofwaardige argumenten voor de verdeling van bronnen
en is ook toepasbaar op wetten en instellingen. Aandacht voor kwetsbaren
- Zwakke punten: De benadering legt teveel nadruk op geld en materiële bronnen (te
rationeel). De ideale theorie kan elementen van onrechtvaardigheid bevatten die de
filosofen zelf niet hebben kunnen onderkennen vanwege hun voorrecht.
Deugdethiek. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
- Deugdethiek: deugdzaamheid, het juiste midden kiezen tussen 2 extremen &
deugdzaam karakter gevormd door oefening en opvoeding: Eudamonia (geluk) & ‘het
goede leven’ en door phronesis (praktische wijsheid): aanvoelen, mensenkennis,
belang onderwijs en gemeenschap