1 INLEIDING SOCIALE GRONDRECHTEN
1.1 DE TWEEDE GENERATIE GRONDRECHTEN
De rode draad in het werk van de sociaal werker is het infomeren van burgers over hun
(grond)rechten en het ondersteunen van hun pogingen om toegang te krijgen tot deze
rechten
Grondrechten: een geheel van universele rechten, doel: de voorwaarden scheppen en
waarborgen waarbinnen personen op een vrije en menswaardige manier kunnen
functioneren. Op basis van de grondwet kan België beschreven worden als: een
rechtsstaat, een democratische staat, een parlementaire monarchie, een federale Staat
en een sociale staat.
Het begrip ‘menswaardig bestaan’: Is de uitdrukking van een tijdsgebonden
maatschappelijk aanvaard consensus en het ziet bij ons zijn vertaling in de (klassieke)
grondrechten en sociale grondrechten, opgenomen in de grondwet, waarvan de inhoud
niet los kan worden gezien van de algemene rechten van de mens en van de
omschrijving en kenmerken van onze samenlevingsvorm, m.n. de (Westerse sociale)
welvaarts- of verzorgingsstaat, waarbij de koppeling met de definitie en de betekenis van
sociaal werk en het métier van de sociaal werker onontbeerlijk is om het belang van dit
opleidingsonderdeel ‘sociale grondrechten verkennen’ te kunnen begrijpen.
Burgerlijke en politieke rechten (vrijheidsrechten): rechten die personen in staat stellen
om op een vrije manier te leven.
- Deze rechten zijn onmiddellijk toepasbaar (= gelden zonder dat daarvoor
specifieke uitvoeringsmaatregelen nodig zijn)
- Burgerlijke rechten: beschermen de burger tegen onrechtmatig en ongeoorloofd
optreden van de overheid (vb: verbod op discriminatie, recht op leven,…)
- Politieke rechten: zorgen dat de burger kan deelnemen aan het staatsgezag (vb:
recht op vrije meningsuiting,…)
Wanneer de uitoefening van het ene recht de uitoefening van het ander recht belemmert
of beperkt komen de mensenrechten met elkaar in conflict
Sociale grondrechten (economisch, sociale en culturele rechten): rechten die zorgen dat
personen op een menswaardige manier kunnen leven
- Sinds 1994 in Belgische Grondwet (art. 23: ieder heeft het recht een menswaardig
leven te leiden), standstillverplichting: SGR mogen niet teruggeschroefd worden
tenzij er daar redenen van algemeen belang voor zijn
- Recht op: arbeid, wonen, sociale bijstand, gezondheid, sociale zekerheid,
onderwijs, juridische bijstand, gezond leefmilieu en culturele en maatschappelijke
ontplooiing
1
,1e generatie biedt bescherming tegen willekeurige overheidsinmenging of
machtsmisbruik door de overheid.
2e generatie is eerder een appel aan de overheid om de rechten te voorzien die een
menswaardig leven mogelijk maken.
(de derde generatie is de collectieve of solidariteitsrechten)
Grondwettelijk hof en raad van state waken over de grondrechten (zie vb p12):
Raad van state Grondwettelijk hof
Adviserende functie: brengt advies uit Eens de wetten gestemd zijn kan GH die
(obv standstillprincipe) bij de vernietigen als ze het standstillprincipe
voorbereiding van wet- en regelgeving niet respecteren. (RVS kan dit enkel bij
bestuurlijke handelingen)
1.2 INTERNATIONALE MENSENRECHTENVERDRAGEN
Na WOII: nationale grondwetten waren niet voldoende om mensen vrij en menswaardig te
laten leven
° verenigde naties (1945), belangrijkste taak: zorgen voor de eerbiediging van de
mensenrechten, vrede, veiligheid en ontwikkeling. Omschrijft 30 fundamentele rechten
en vrijheden. Heeft geen directe werking
° universele verklaring van de rechten van de mens (1948), werd aangenomen door de
algemene vergadering van de VN (geen directe werking, inspiratiebron voor ->(zie
hieronder))
Later (ook door VN): internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
(1966), internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966)
en verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1951 Genève, vandaag nog zeer
sterk van belang, biedt een oplossing voor de enorme vluchtelingenstromen na WOII,
geeft de opdracht aan staten om vluchtelingen na erkenning ook enkele basisrechten te
garanderen)
- Andere belangrijke verdragen met focus kwetsbare groepen: antiracismeverdrag,
vrouwenrechtenverdrag, kinderrechtenverdrag en verdrag inzake rechten van
personen met een handicap
2
, ° Europees verdrag van de rechten van de mens (1950, beschermt voornamelijk 1ste
generatie mensenrechten, heeft een directe werking)
° handvest van de grondrechten van de Europese Unie (bevat alle burgerlijke, politieke,
economische en sociale rechten van de Europese burger, is juridisch bindend)
1.3 BETEKENIS VOOR HET SOCIAAL WERK
Verklaring van ethische principes (9): oa mensenrechten bevorderen en bevorderen van
sociale rechtvaardigheid
- Mensenrechten bevorderen: sociaal werkers moeten de mensenrechten
bevorderen en staan achter de fundamentele en onvervreemdbare
mensenrechten. Ze moeten mensen informeren over hun rechten en hun
ondersteunen in hun pogingen toegang te krijgen tot die rechten. Ze erkennen de
overheid als sleutelfiguur in de verdediging, bevordering en vervulling van
mensenrechten.
- Sociale rechtvaardigheid bevorderen: aanvechten van discriminatie en
institutionele onderdrukking, streven naar rechtvaardige toegang tot
voorzieningen en bronnen (sociale zekerheid) en bestrijden van onrechtvaardige
beleidsmaatregelen en praktijken
1.4 SITUERING BINNEN DE WELVAARTSSTAAT
De welvaartstaat is geen statisch gegeven: tijden veranderen, maatschappelijk
uitdagingen veranderen mee en dus moet de welvaartstaat het aanpassingsvermogen
hebben om zich aan te passen aan de veranderende tijdsgeest.
Een welvaartstaat is onlosmakelijk verbonden met het rechtenverhaal.
Om over een welvaartstaat te kunnen spreken moet doe voldoen aan een aantal
kenmerken (als 1 ontbreekt is het geen welvaartstaat):
- De welvaartsstaat is de samenlevingsvorm van een aantal rijke,
geïndustrialiseerde landen (meestal met een sterk ontwikkelde tertiaire
economie)
- Het is de samenlevingsvorm waarin de (sociale)grondrechten van de burger
binnen een wettelijk kader effectief worden gewaarborgd
- Het moet ervoor zorgen dat alle inwoners van het land aan een minimale vorm
van welvaart en welzijn kan genieten (menswaardig leven, zowel materieel
als immaterieel)
- De samenlevingsvorm zorgt voor zijn inwoners van de wieg tot in het graf (hier
is het samengaan van privé en publiek overheidsinitiatief noodzakelijk, het gaat
over een samenspel van de publieke sector, privé sector en gesubsidieerde
sector)
- 2 soorten taken moeten ingevuld worden: klassieke taken en sociale
bescherming
- Iedere burger moet zich geïntegreerd voelen in de samenleving en een even
volwaardige rol erin kunnen spelen – we’re equal but not the same –
- Er moeten bijzondere inspanningen worden gedaan voor diegenen die het
moeilijker hebben om hun (sociale)grondrechten te benutten
3
1.1 DE TWEEDE GENERATIE GRONDRECHTEN
De rode draad in het werk van de sociaal werker is het infomeren van burgers over hun
(grond)rechten en het ondersteunen van hun pogingen om toegang te krijgen tot deze
rechten
Grondrechten: een geheel van universele rechten, doel: de voorwaarden scheppen en
waarborgen waarbinnen personen op een vrije en menswaardige manier kunnen
functioneren. Op basis van de grondwet kan België beschreven worden als: een
rechtsstaat, een democratische staat, een parlementaire monarchie, een federale Staat
en een sociale staat.
Het begrip ‘menswaardig bestaan’: Is de uitdrukking van een tijdsgebonden
maatschappelijk aanvaard consensus en het ziet bij ons zijn vertaling in de (klassieke)
grondrechten en sociale grondrechten, opgenomen in de grondwet, waarvan de inhoud
niet los kan worden gezien van de algemene rechten van de mens en van de
omschrijving en kenmerken van onze samenlevingsvorm, m.n. de (Westerse sociale)
welvaarts- of verzorgingsstaat, waarbij de koppeling met de definitie en de betekenis van
sociaal werk en het métier van de sociaal werker onontbeerlijk is om het belang van dit
opleidingsonderdeel ‘sociale grondrechten verkennen’ te kunnen begrijpen.
Burgerlijke en politieke rechten (vrijheidsrechten): rechten die personen in staat stellen
om op een vrije manier te leven.
- Deze rechten zijn onmiddellijk toepasbaar (= gelden zonder dat daarvoor
specifieke uitvoeringsmaatregelen nodig zijn)
- Burgerlijke rechten: beschermen de burger tegen onrechtmatig en ongeoorloofd
optreden van de overheid (vb: verbod op discriminatie, recht op leven,…)
- Politieke rechten: zorgen dat de burger kan deelnemen aan het staatsgezag (vb:
recht op vrije meningsuiting,…)
Wanneer de uitoefening van het ene recht de uitoefening van het ander recht belemmert
of beperkt komen de mensenrechten met elkaar in conflict
Sociale grondrechten (economisch, sociale en culturele rechten): rechten die zorgen dat
personen op een menswaardige manier kunnen leven
- Sinds 1994 in Belgische Grondwet (art. 23: ieder heeft het recht een menswaardig
leven te leiden), standstillverplichting: SGR mogen niet teruggeschroefd worden
tenzij er daar redenen van algemeen belang voor zijn
- Recht op: arbeid, wonen, sociale bijstand, gezondheid, sociale zekerheid,
onderwijs, juridische bijstand, gezond leefmilieu en culturele en maatschappelijke
ontplooiing
1
,1e generatie biedt bescherming tegen willekeurige overheidsinmenging of
machtsmisbruik door de overheid.
2e generatie is eerder een appel aan de overheid om de rechten te voorzien die een
menswaardig leven mogelijk maken.
(de derde generatie is de collectieve of solidariteitsrechten)
Grondwettelijk hof en raad van state waken over de grondrechten (zie vb p12):
Raad van state Grondwettelijk hof
Adviserende functie: brengt advies uit Eens de wetten gestemd zijn kan GH die
(obv standstillprincipe) bij de vernietigen als ze het standstillprincipe
voorbereiding van wet- en regelgeving niet respecteren. (RVS kan dit enkel bij
bestuurlijke handelingen)
1.2 INTERNATIONALE MENSENRECHTENVERDRAGEN
Na WOII: nationale grondwetten waren niet voldoende om mensen vrij en menswaardig te
laten leven
° verenigde naties (1945), belangrijkste taak: zorgen voor de eerbiediging van de
mensenrechten, vrede, veiligheid en ontwikkeling. Omschrijft 30 fundamentele rechten
en vrijheden. Heeft geen directe werking
° universele verklaring van de rechten van de mens (1948), werd aangenomen door de
algemene vergadering van de VN (geen directe werking, inspiratiebron voor ->(zie
hieronder))
Later (ook door VN): internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
(1966), internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966)
en verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1951 Genève, vandaag nog zeer
sterk van belang, biedt een oplossing voor de enorme vluchtelingenstromen na WOII,
geeft de opdracht aan staten om vluchtelingen na erkenning ook enkele basisrechten te
garanderen)
- Andere belangrijke verdragen met focus kwetsbare groepen: antiracismeverdrag,
vrouwenrechtenverdrag, kinderrechtenverdrag en verdrag inzake rechten van
personen met een handicap
2
, ° Europees verdrag van de rechten van de mens (1950, beschermt voornamelijk 1ste
generatie mensenrechten, heeft een directe werking)
° handvest van de grondrechten van de Europese Unie (bevat alle burgerlijke, politieke,
economische en sociale rechten van de Europese burger, is juridisch bindend)
1.3 BETEKENIS VOOR HET SOCIAAL WERK
Verklaring van ethische principes (9): oa mensenrechten bevorderen en bevorderen van
sociale rechtvaardigheid
- Mensenrechten bevorderen: sociaal werkers moeten de mensenrechten
bevorderen en staan achter de fundamentele en onvervreemdbare
mensenrechten. Ze moeten mensen informeren over hun rechten en hun
ondersteunen in hun pogingen toegang te krijgen tot die rechten. Ze erkennen de
overheid als sleutelfiguur in de verdediging, bevordering en vervulling van
mensenrechten.
- Sociale rechtvaardigheid bevorderen: aanvechten van discriminatie en
institutionele onderdrukking, streven naar rechtvaardige toegang tot
voorzieningen en bronnen (sociale zekerheid) en bestrijden van onrechtvaardige
beleidsmaatregelen en praktijken
1.4 SITUERING BINNEN DE WELVAARTSSTAAT
De welvaartstaat is geen statisch gegeven: tijden veranderen, maatschappelijk
uitdagingen veranderen mee en dus moet de welvaartstaat het aanpassingsvermogen
hebben om zich aan te passen aan de veranderende tijdsgeest.
Een welvaartstaat is onlosmakelijk verbonden met het rechtenverhaal.
Om over een welvaartstaat te kunnen spreken moet doe voldoen aan een aantal
kenmerken (als 1 ontbreekt is het geen welvaartstaat):
- De welvaartsstaat is de samenlevingsvorm van een aantal rijke,
geïndustrialiseerde landen (meestal met een sterk ontwikkelde tertiaire
economie)
- Het is de samenlevingsvorm waarin de (sociale)grondrechten van de burger
binnen een wettelijk kader effectief worden gewaarborgd
- Het moet ervoor zorgen dat alle inwoners van het land aan een minimale vorm
van welvaart en welzijn kan genieten (menswaardig leven, zowel materieel
als immaterieel)
- De samenlevingsvorm zorgt voor zijn inwoners van de wieg tot in het graf (hier
is het samengaan van privé en publiek overheidsinitiatief noodzakelijk, het gaat
over een samenspel van de publieke sector, privé sector en gesubsidieerde
sector)
- 2 soorten taken moeten ingevuld worden: klassieke taken en sociale
bescherming
- Iedere burger moet zich geïntegreerd voelen in de samenleving en een even
volwaardige rol erin kunnen spelen – we’re equal but not the same –
- Er moeten bijzondere inspanningen worden gedaan voor diegenen die het
moeilijker hebben om hun (sociale)grondrechten te benutten
3