Study online at https://quizlet.com/_jfud7t
1. client als oploss- de client weet wat hem of haar te doen staat om het probleem op te lossen en is
ingseigenaar daarvoor ook gemotiveerd.
2. client als uitvoer- de client breid zijn handelingsrepertoire uit, zodat hij of zij beter kan dealen met
ingseigenaar veranderende omstandigheden
3. de client als eval- de client ontdekt dat er dingen veranderen
uatie- en proces
eigenaar
4. de client als de client kan meedenken over de oplossing voor zijn probleem
oplossings eige-
naar
5. generalistische is ingericht voor clienten met matige tot ernstige problematiek van geen tot
basis GGZ geringe complexiteit.
6. diagnostiek komt voor in de context van de indicatiestelling en behandeling, is een proces-
matige activiteit
7. protocol voor so- bestaat uit 3 technieken: gedragsexperimenten, rollenspelen en imaginatie met
ciale angststoor- rescripting
nissen
8. SOLK werkhypothese gebaseerd op de aanname dat somatische/psychische pathologie
afdoende is uitgesloten
9. casusconceptual- het zoveel mogelijk op maat snijden van een protocollaire behandeling
isatie
10. EMDR-rechtsom de therapeut vraagt aan de client welke ervaringen voor hem het bewijs vormen
voor de negatieve zelfwaardering.
Eerst de client volledig in het netwerk van negatieve herinneringen laten stappen.
1/3