Hoofdstuk 9: Gedragsontwikkeling onder de loep
Gedragsontwikkeling is afhankelijk van biologische mogelijkheden groei
& rijping!
Meten, verklaren & voorspellen van gedragsontwikkeling
(participerende) observatie: onderzoeker treedt in interactie met
het kind
Screening met ontwikkelingstesten: op grote groepen
o BOS (Bayley Ontwikkelingsschaal) = voor heel jonge
kinderen
o DOS (Denver Ontwikkelingsscreeningstest) = grove
meting om te kijken of er ernstige achterstand is
screening negatief onderzoek voor fijne diagnose
(MacArthur observatielijst/ ABS Movement Test)
Dynamische diagnostiek: kijken hoe een kind gebruik maakt van
hulp of info (leertesten via aanbieden van extra hulp leren uit hulp
& omgeving
Narratieve diagnostiek: onderling in verband brengen van gedrag
Ontwikkeling verklaren: oorzaken van buitenaf/ biologische oorzaken/
distale of approximale gebeurtenissen
Kinderen observeren
Transversaal/ Cross-sectioneel: groepen van verschillende
leeftijden tegelijk
Longitudinaal: start met kinderen en volgt die enkele jaren op
o In bepaald jaar kan er maatschappelijke invloed zijn
time-lag = 3 keer het onderzoek doen voor als er in een
bepaalde periode iets verandert zou zijn
o Cumulatief testeffect = leren uit een test dat verschillende
keren wordt afgenomen later beter op presteren
Eigenschappen zijn gebonden aan situaties & veranderlijk over leeftijd
Niet te snel conclusies maken, cultureel afhankelijk
Predictiekloof = negatieve correlatie tussen ontwikkelingsindexen
gemeten op 3 jaar en 18 jaar
, psychomotorische testen verbale testen
Trechtermodel: begin maken kinderen dezelfde ontwikkeling door, vanaf
3 jaar worden er individuele verschillen/ kenmerken duidelijk
eerst makkelijk van ene naar andere groef, daarna blijf je in 1 bepaalde
groef & worden de individuele verschillen duidelijk zichtbaar
Habituatiesnelheid: telkens zelfde beeld tonen = minder aandacht (want
beeld gewoon geworden/ gehabitueerd) nieuwe prikkel aan toevoegen =
weer meer aandacht
kinderen die snel habitueren = efficiënte informatieverwerkers
kan latere mentale achterstand voorspellen (zeker als ze kleine
verandering ook niet opmerken)
APGAR-score bij neonatus
Fysieke meting onmiddellijk na geboorte om mogelijkse
ontwikkelingsstoornissen te voorspellen
5 aspecten beoordelen (score 0-2) totaal (score 0-10)
Lage score = <7 vaak perinataal zuurstoftekort zelden
gevolgen op latere leeftijd
3 criteria van bewegingskwaliteit
Variatie (hoeveel verschillende bewegingen over de tijd)
Complexiteit (combinatie van verschillende bewegingselementen)
Elegantie (vloeiende intesiteitsgolven zonder schokken)
evaluatie via video-opname
, fidgety-leeftijd = 3 maand, kleine, dansende bewegingen
afwijkende bewegingen = risico neurologische functiestoornissen
Ontwikkeling in fasen & perioden
Ontwikkeling = verloop in tijd/ evolutief proces
vooral over veranderingen die duurzaam, niet makkelijk herhaalbaar,
weinig onomkeerbaar zijn
gedrag kan aangeleerd, afgeleerd, opgefrist worden
Lange zaken opsplitsen in grote gehelen, ook bij menselijke ontwikkeling
(kindertijd, volwassenheid, ouderdom) gebaseerd op rijping &
maatschappelijk leven
Correcte leeftijdbepaling bij kinderen
Conceptieleeftijd (CL)
o Gebaseerd op duur zwangerschap (prematuur)
Kalenderleeftijd (KL)
o = chronische leeftijd
o Leeftijd vanaf geboorte
Gecorrigeerde kalenderleeftijd (GKL)!
o CL van 7 maand = 1 jaar na geboorte KL van 12m & CKL
10maand
Maturiteitsindicatie: skeletale leeftijd (hand & pols) & seksuele leeftijd &
dentale leeftijd
De Tanner-Whitehouse methode: leeftijd meten aan de hand van een
radiografie van het hand en de plos meeste botjes die al langst bestaan
Jean Piaget: overgang cognitieve ontwikkeling door mogelijkheid
symbolisch voorstellingsvermogen
geloofd in universele ontwikkelingsfasen die bij iedereen in dezelfde
volgorde voorkomen (leeftijd kan vel verschillen)
Regressie = kind valt terug op gedragsorganisatie van vorige levensfase
Fixatie = kind blijft steken in ontwikkelingsfase
Kalibratie van groeicurves: verschillende curves op elkaar leggen
makkelijker om essentie van de curves te zien
, Separatie- of loshoudingsproblematiek: als kinderen uit huis gaan
Psychogerontologie: bestudeerd de aspecten van ouders
Stabiliteit in de ontwikkeling : verhouding tussen 2 kinderen en de
mogelijkheid tot predictie = gebaseerd op onderlinge stabiliteit
tussen kinderen
Relatieve stabiliteit: als ontwikkelingsniveau individu X & Y heel
de lijn ongeveer gelijk blijven
Verhoudingsgewijze stabiliteit: als ontwikkelingsniveau van X op
tweejarige leeftijd hoger is & op latere leeftijd nog steeds hoger is
Interindividuele synchroniciteit: individu maakt versnellingen &
vertragingen, maar blijft uiteindelijk op zelfde niveau
Domeinsynchroniteit: als ontwikkeling van 2 gedragsdomeinen
gelijkaardig loopt
Epigenese = volgende stadia bouwt voort/ is afhankelijk van het vorige
stadia