Summary: THE CITY THAT BECAME SAFE
The New Regime in Summary
• Grootte en middelen van de NYPD
In de jaren negentig breidde de politiedienst sterk uit en hoewel het personeelsbestand
later licht afnam, bleven de beschikbare middelen in verhouding tot de misdaadcijfers
veel hoger dan twintig jaar eerder. De afname in mankracht ging dus gepaard met een
nog altijd zeer ruime inzet van politiecapaciteit.
• Compstat: data-gedreven sturing
Onder leiding van Maple en Bratton werd Compstat geïntroduceerd: een centraal,
statistisch toewijzings- en plattegrondensysteem voor misdaaddata. Dit instrument
beoogt twee dingen tegelijk: (1) verantwoording afdwingen bij alle niveaus van de
politie (“accountability to central authority”), en (2) op basis van data-inzichten
hotspot-patrouilles en arrestaties sturen.
• Strategische prioriteiten
De belangrijkste doelstellingen in de jaren negentig waren:
1. Misdaadreductie als hoofddoel.
2. Blijvende inzet op hot spots. Daar werden extra middelen gestuurd, met name
via “stop-and-frisk” en arrestaties voor lichte vergrijpen wanneer slachtoffers
of omstanders verdacht gedrag signaleerden. Zowel interne beleidsnota’s als de
feitelijke personeels- en middelenallocatie wijzen eenduidig in deze richting.
• Verschil met “Broken Windows”
Hoewel veel commentatoren “Broken Windows” aanvoeren als geestelijke vader van
Bratton’s beleid, blijkt uit de feitelijke invulling van Compstat dat de focus anders lag:
o Geen algemene nul-tolerantie voor elke kleine overtreding. Arrestaties voor
marijuana- en andere lichte vergrijpen dienden niet primair om iedereen die
een sigaret opstak van straat te halen, maar om verdachten in hot spot-gebieden
te identificeren en te stoppen.
o Lage prioriteit voor vice-zaken. Prostitutievervolging en gokzaken kregen
zelfs minder aandacht dan voorheen, wat haaks staat op het klassieke “Broken
Windows”-idee dat juist alle signalen van wanorde (zoals openbare
dronkenschap of loitering) streng moeten worden aangepakt.
• Verschuiving van “marginale buurten” naar “hoogste misdaadzones”
Kelling en Wilson pleitten in 1982 voor nadruk op “order maintenance” in verarmde,
, marginale wijken—niet per se de wijken met de hoogste misdaadcijfers. Compstat
daarentegen was strikt gedreven door de ernst en aantallen van zware misdrijven
(moord, overval, verkrachting), en richtte vooral zijn aandacht op de buurtdelen met
de hoogste serieuze criminaliteit, om daar “brandjes te blussen.”
• Instrumenteel gebruik van kleine overtredingen
Het beroemde voorbeeld van opstappende criminelen op het metronetwerk diende in
werkelijkheid niet om wanorde al te streng te bestrijden, maar om potentiële
overvallers (die niet hoefden te betalen) te pakken. Het vervolgen van zwartrijders —
‘turnstile jumpers’— was een manier om via kleine vergrijpen gericht te komen bij
personen die verdacht werden van gewelddadige misdrijven.
• Verwarring rond oorzakelijkheid
Omdat de misdaadcijfers in de jaren negentig spectaculair daalden, is men snel
geneigd geweest álle nieuwe politie-initiatieven aan die daling toe te schrijven. In de
praktijk was het succes het resultaat van een complex samenspel van factoren
(economische, demografische, sociale) en diverse technieken (Compstat, gerichte
patrouilles, sociaaleconomische verbeteringen).
Bovendien werkt de menselijke neiging mee: in periodes van afnemende criminaliteit
gelooft men gemakkelijker dat politie-activiteit wérkt, terwijl in tijden van stijgende
criminaliteit juist sneller conclusies worden getrokken dat “geen enkele optie helpt.”
• Zelfkritische vraagstelling
De tekst besluit met twee kritische vragen: (1) Bewijst het afnemende misdaadcijfer
écht dat politie-inspanningen zoals Compstat of “Broken Windows” verantwoordelijk
zijn voor de daling? (2) Zo ja, welke concrete wijzigingen binnen de NYPD kunnen
dan het meeste krediet krijgen? Kortom: welke onderdelen van het ʼnieuwe regimeʼ
droegen daadwerkelijk bij aan de misdaadbestrijding en in hoeverre is hun succes toe
te schrijven aan niet-politie-invloeden?
Evaluatie van Strategieën en Tactieken
1. Bewezen successen
• Hot-spot–gericht politiewerk
Specifieke locaties met ernstige, herhaalde geweldsincidenten kregen langdurige
, surveillantie en intensieve patrouilles. Hoewel er geen rigoureuze evaluatie binnen
New York City zelf beschikbaar is, tonen onderzoeken uit andere steden
ondubbelzinnig aan dat deze aanpak misdaad effectief vermindert. Omdat de NYPD
deze methode consequent en met veel middelen heeft toegepast, mag worden
aangenomen dat het in New York ook een belangrijke crimereductie heeft opgeleverd.
• Aanpak van openlucht-drugsmisbruik
Openlucht verkoop van drugs bleek vaak een brandhaard voor diverse gewelds- en
druggerelateerde moorden. Onder de Bratton/Maple-leiding zette de NYPD sterk in op
arrestaties, surveillantie en gerichte acties tegen deze markten. Tussen begin jaren
negentig en 2005 daalde het aantal druggerelateerde dodelijke slachtoffers met meer
dan 90 %. Dit wijst erop dat het ontmantelen van openlucht-drugszones een op
zichzelf staande bijdrage leverde aan het terugdringen van levensbedreigend geweld.
2. Waarschijnlijke successen
• Compstat (data-gestuurd management)
Compstat — het verzamelen van misdaaddata, statistische analyses en periodieke
sturende bijeenkomsten — was volledig geïntegreerd in het NYPD-beleid. Hoewel er
(nog) geen externe, wetenschappelijk-gefundeerde evaluaties bestaan die het
instrument rechtstreeks testen, is het extreem onwaarschijnlijk dat alleen mankracht,
agressie of hot-spot-tactieken het indrukwekkende dalingspercentage van misdrijven
(zoals een derde minder overvallen en 90 % minder autodiefstallen) kunnen verklaren.
Daarom is het zeer aannemelijk dat Compstat wezenlijk heeft bijgedragen aan
misdaaddirigeren en –preventie.
• Wapenaanpak
Vanaf 1994 zette de NYPD “Getting Guns off the Streets” expliciet op de strategische
agenda. Hoewel een vergelijk met de succesvolle wapenprogramma’s uit andere
steden (zoals Chicago) niet één-op-één mogelijk is en de landelijke terugval in
wapenmoorden ook meespeelde, wijzen de dalende cijfers van wapenmoorden in New
York erop dat de gerichte wapenacties, controles en inbeslagnames waarschijnlijk een
significante rol hebben gespeeld.
• Extra mankracht
De forse personele uitbreiding in de jaren negentig leidde waarschijnlijk tot meer
patrouilles en hogere opsporingscapaciteit. Hoewel de precieze omvang van dit effect
The New Regime in Summary
• Grootte en middelen van de NYPD
In de jaren negentig breidde de politiedienst sterk uit en hoewel het personeelsbestand
later licht afnam, bleven de beschikbare middelen in verhouding tot de misdaadcijfers
veel hoger dan twintig jaar eerder. De afname in mankracht ging dus gepaard met een
nog altijd zeer ruime inzet van politiecapaciteit.
• Compstat: data-gedreven sturing
Onder leiding van Maple en Bratton werd Compstat geïntroduceerd: een centraal,
statistisch toewijzings- en plattegrondensysteem voor misdaaddata. Dit instrument
beoogt twee dingen tegelijk: (1) verantwoording afdwingen bij alle niveaus van de
politie (“accountability to central authority”), en (2) op basis van data-inzichten
hotspot-patrouilles en arrestaties sturen.
• Strategische prioriteiten
De belangrijkste doelstellingen in de jaren negentig waren:
1. Misdaadreductie als hoofddoel.
2. Blijvende inzet op hot spots. Daar werden extra middelen gestuurd, met name
via “stop-and-frisk” en arrestaties voor lichte vergrijpen wanneer slachtoffers
of omstanders verdacht gedrag signaleerden. Zowel interne beleidsnota’s als de
feitelijke personeels- en middelenallocatie wijzen eenduidig in deze richting.
• Verschil met “Broken Windows”
Hoewel veel commentatoren “Broken Windows” aanvoeren als geestelijke vader van
Bratton’s beleid, blijkt uit de feitelijke invulling van Compstat dat de focus anders lag:
o Geen algemene nul-tolerantie voor elke kleine overtreding. Arrestaties voor
marijuana- en andere lichte vergrijpen dienden niet primair om iedereen die
een sigaret opstak van straat te halen, maar om verdachten in hot spot-gebieden
te identificeren en te stoppen.
o Lage prioriteit voor vice-zaken. Prostitutievervolging en gokzaken kregen
zelfs minder aandacht dan voorheen, wat haaks staat op het klassieke “Broken
Windows”-idee dat juist alle signalen van wanorde (zoals openbare
dronkenschap of loitering) streng moeten worden aangepakt.
• Verschuiving van “marginale buurten” naar “hoogste misdaadzones”
Kelling en Wilson pleitten in 1982 voor nadruk op “order maintenance” in verarmde,
, marginale wijken—niet per se de wijken met de hoogste misdaadcijfers. Compstat
daarentegen was strikt gedreven door de ernst en aantallen van zware misdrijven
(moord, overval, verkrachting), en richtte vooral zijn aandacht op de buurtdelen met
de hoogste serieuze criminaliteit, om daar “brandjes te blussen.”
• Instrumenteel gebruik van kleine overtredingen
Het beroemde voorbeeld van opstappende criminelen op het metronetwerk diende in
werkelijkheid niet om wanorde al te streng te bestrijden, maar om potentiële
overvallers (die niet hoefden te betalen) te pakken. Het vervolgen van zwartrijders —
‘turnstile jumpers’— was een manier om via kleine vergrijpen gericht te komen bij
personen die verdacht werden van gewelddadige misdrijven.
• Verwarring rond oorzakelijkheid
Omdat de misdaadcijfers in de jaren negentig spectaculair daalden, is men snel
geneigd geweest álle nieuwe politie-initiatieven aan die daling toe te schrijven. In de
praktijk was het succes het resultaat van een complex samenspel van factoren
(economische, demografische, sociale) en diverse technieken (Compstat, gerichte
patrouilles, sociaaleconomische verbeteringen).
Bovendien werkt de menselijke neiging mee: in periodes van afnemende criminaliteit
gelooft men gemakkelijker dat politie-activiteit wérkt, terwijl in tijden van stijgende
criminaliteit juist sneller conclusies worden getrokken dat “geen enkele optie helpt.”
• Zelfkritische vraagstelling
De tekst besluit met twee kritische vragen: (1) Bewijst het afnemende misdaadcijfer
écht dat politie-inspanningen zoals Compstat of “Broken Windows” verantwoordelijk
zijn voor de daling? (2) Zo ja, welke concrete wijzigingen binnen de NYPD kunnen
dan het meeste krediet krijgen? Kortom: welke onderdelen van het ʼnieuwe regimeʼ
droegen daadwerkelijk bij aan de misdaadbestrijding en in hoeverre is hun succes toe
te schrijven aan niet-politie-invloeden?
Evaluatie van Strategieën en Tactieken
1. Bewezen successen
• Hot-spot–gericht politiewerk
Specifieke locaties met ernstige, herhaalde geweldsincidenten kregen langdurige
, surveillantie en intensieve patrouilles. Hoewel er geen rigoureuze evaluatie binnen
New York City zelf beschikbaar is, tonen onderzoeken uit andere steden
ondubbelzinnig aan dat deze aanpak misdaad effectief vermindert. Omdat de NYPD
deze methode consequent en met veel middelen heeft toegepast, mag worden
aangenomen dat het in New York ook een belangrijke crimereductie heeft opgeleverd.
• Aanpak van openlucht-drugsmisbruik
Openlucht verkoop van drugs bleek vaak een brandhaard voor diverse gewelds- en
druggerelateerde moorden. Onder de Bratton/Maple-leiding zette de NYPD sterk in op
arrestaties, surveillantie en gerichte acties tegen deze markten. Tussen begin jaren
negentig en 2005 daalde het aantal druggerelateerde dodelijke slachtoffers met meer
dan 90 %. Dit wijst erop dat het ontmantelen van openlucht-drugszones een op
zichzelf staande bijdrage leverde aan het terugdringen van levensbedreigend geweld.
2. Waarschijnlijke successen
• Compstat (data-gestuurd management)
Compstat — het verzamelen van misdaaddata, statistische analyses en periodieke
sturende bijeenkomsten — was volledig geïntegreerd in het NYPD-beleid. Hoewel er
(nog) geen externe, wetenschappelijk-gefundeerde evaluaties bestaan die het
instrument rechtstreeks testen, is het extreem onwaarschijnlijk dat alleen mankracht,
agressie of hot-spot-tactieken het indrukwekkende dalingspercentage van misdrijven
(zoals een derde minder overvallen en 90 % minder autodiefstallen) kunnen verklaren.
Daarom is het zeer aannemelijk dat Compstat wezenlijk heeft bijgedragen aan
misdaaddirigeren en –preventie.
• Wapenaanpak
Vanaf 1994 zette de NYPD “Getting Guns off the Streets” expliciet op de strategische
agenda. Hoewel een vergelijk met de succesvolle wapenprogramma’s uit andere
steden (zoals Chicago) niet één-op-één mogelijk is en de landelijke terugval in
wapenmoorden ook meespeelde, wijzen de dalende cijfers van wapenmoorden in New
York erop dat de gerichte wapenacties, controles en inbeslagnames waarschijnlijk een
significante rol hebben gespeeld.
• Extra mankracht
De forse personele uitbreiding in de jaren negentig leidde waarschijnlijk tot meer
patrouilles en hogere opsporingscapaciteit. Hoewel de precieze omvang van dit effect