epidemiologie
Kinderen & adolescenten Risicofactoren: Belsky & Bell: bi-directioneel model (dyade)
Inleiding • Verhoogde kans op ontstaan
• Ontwikkelingspsychopathologie stoornis (kind, gezin, omgeving)
Distal family characteristics (e.g., SES)
o Abnormale ontwikkeling • Cumulatief effect
Adolescent characteristics
o Beperking in functioneren • Ernsttaxatie:
• ontwikkelingspsychologie o Aantal risicofactoren
• Verschil met volwassenen: o Aanwezigheid protectieve Parenting behaviors
o Niet zelf hulp zoeken factoren
o Afhankelijk van gezin o Dosis-responsrelatie
o Andere informanten • Afhankelijk van:
o ≠ Interventietechnieken & o Leeftijd
organisaties o Omvang en tijdsduur
• Internaliserend/externaliserend o Aanwezigheid protectieve
Bronfenbrenner: bio-ecologisch systeemmodel
probleemgedrag factoren
• Comorbiditeit : andere o Sensitieve periode
problemen/stoornissen die vaak
samengaan Protectieve factoren:
• Differentiaaldiagnose: welke • Verminderde kans op ontstaan
andere stoornissen lijken erop? stoornis, in aanwezigheid van
• Theoretische kaders risicofactor
o Bi-directioneel model • Niveau kind, gezin en omgeving
(wederzijdse interactie)
o Bio-ecologisch
systeemmodel
1. Biosysteem
2. Microsysteem
3. Mesosysteem
4. Exosysteem
5. Macrosysteem
6. Chronosysteem
o Transactioneel model
(fenotype genotype
omgeving)
• Equi-/multifinaliteit
Transactioneel model van Sameroff
• Evocatieve, actieve, passieve
wisselwerking aanleg en omgeving
• Risico- vs protectieve factoren
,Psychopathologie Prevalentie en epidemiologie Comorbiditeit & Etiologie Risico- en beschermende factoren Behandeling
differentiaaldiagnose
Infantpsychiatrie Tussen 1,5 – 4 jaar: 8-24% →
Ontwikkelingstaken, kenmerkend gelijkaardig K&A
gedrag & opvoedingstaken
A.d.h.v. DC: 0-3R • Afhankelijk van gebruikte def.
→ beoordelen ontwikkelingsverloop & leeftijdsafbakening
• As I: klinische stoornissen • Afh. van ernstcriterium
• As II: relatieclassificatie • Hoge stabiliteit na 2-7 jaar
• As III: medische aandoeningen en follow-up
specifieke ontwikkelingsstoornissen • Eerste kenmerken of
• As IV: psychosociale stressoren risicofactor
• As V: emotioneel en sociaal • Vanaf 2/3j sterke gelijkenissen
functioneren
Psychopathologie Prevalentie en epidemiologie Comorbiditeit & Etiologie Risico- en beschermende factoren Preventie & Behandeling
differentiaaldiagnose
Hechtingstoornis • Vrij zeldzaam Comorbiditeit: • Tekort aan responsiviteit en Risico kind: lichamelijke gebreken, Preventie:
• Gehechtheid: selectieve & • 35% van adoptiekinderen • ADHD & agressief gedrag sensitiviteit ongewenst, prematuriteit, stoornis/handicap, • Kinderopvang (compensatie/risicofactor)
duurzame affectieve band kind – • Hechtingsstijlen (onveilig) > Differentiaaldiagnose: • Fysieke ontoegankelijkheid moeilijk temperament (bv. Huilbaby’s) • Doorbreken intergenerationele overdracht
primaire verzorger hechtingsstoornissen • ASS opvoeder (weeshuizen) Risico ouders/gezin: eigen geschiedenis, • Opvoedingsondersteuning
• Aangeboren • Ontwikkelingsachterstand • Instabiele verwaarlozing/mishandeling van kind,
• Uitgelokt bij dreigende situatie • Regulatiestoornissen opvoedingsarrangementen psychische problematiek, geschiedenis van Behandeling:
• Vanaf 7à9 maanden: selectieve (problemen met regulatie van • Angstaanjagende en schuld wisselende opvoeders, conflicten thuis, Nauwelijks iets bekend over soort/effectiviteit
relatievorming fysiologische, sensorische en inducerende gezinsgeweld • Hoe vroeger, hoe beter
motorische processen, Risico omgeving: geen/geringe steunend
o Separatieangst aandachts- & affectieve controletechnieken • Gespecialiseerde pleegzorg:
o Begroetingsreactie processen) • Omkering gehechtheidsrelatie netwerk van gezin, lage SES, slechte o Verwachtingen opvoeders
o Vreemdenangst woonomgeving/huisvesting, recente migratie o Afstand vanuit betrokkenheid
• Hechtingsstijlen (veilige basis vs o Continuïteit
exploreren; (on)veilige hechting) Protectieve: op niveau van ouders!, veilige • Behandelen lichtere problemen (ouder-kind
• 2 typen hechtingsstoornissen: gehechtheid 1/beide ouders, ondersteunende relatie!)
1. Emotioneel teruggetrokken/ relatie tussen ouders, sociale steun voor gezin, • Verbeteren sensitiviteit ouders
geremde type (reactieve) professionele opvoedingsondersteuning, • Afh. van leefsituatie kind
2. Aselectieve type (ontremd zelfde volwassen verzorger(omgeving)
sociaal contactstoornis)
Psychopathologie Prevalentie en epidemiologie Comorbiditeit & Etiologie Risico- en beschermende factoren Behandeling
differentiaaldiagnose
Voedingsstoornis Ernstige eetproblemen die = Multifactorieel bepaalde • Kindfactoren: vermogen honger/dorst te Voedingsstoornissen:
= onvermogen/weigering om voedsel te medische hulp behoeven: 3-10% aandoening veroorzaakt door voelen, alg. gezondheid, ervaringen • Medische opvolging gericht op calorie
eten interacties tussen psychosociale & voeding, mondmotoriek, … inname
~DSM 5: vermijdende/restrictieve → Multifactoriële pathogenese : organische factoren • Omgevingsfactoren: sensitiviteit & • Bouwstenen van
voedselinnamestoornis lichamelijk, prematuur, responsiviteit van ouders opvoedingsondersteuning:
(gewichtsverlies, probl. functioneren) genetische aanleg, temperament, 1) Duidelijkheid (ritueel)
ervaringen, relationele factoren, 2) Consistentie tussen opvoeders
eetproblemen ouders 3) Graduele opbouw
4) Beloning voor goed gedrag
, ZELFVERWONDING (zie zeker les)
Psychopathologie Prevalentie en epidemiologie Comorbiditeit & Etiologie Risico- en beschermende Behandeling Modellen
differentiaaldiagnose factoren
Zelfverwonding Prevalentie (life time) Comorbiditeit • Coping vaardigheden • Respectvol ter sprake Vierfactorenmodel
= zichzelf opzettelijk en direct Niet-klinische populatie: 3-7% , • Externaliserende én • Identiteit en zelfbeeld brengen (via bezorgdheid)
fysiek letsel toebrengen, zonder na covid 28%, studenten: 22% internaliserende • PH-kenmerken • Besmettelijkheid (nee,
de intentie om zichzelf van het (allemaal veel!!) syndromen (impulsiviteit!) maar ! triggers)
leven te benemen Jongens = meisjes • Verslaving • Sociale stress • (positieve!) reactie van
Klinische populatie: • Eetstoornissen • Omgevingsfactoren hulpverlening
• Link met suïcidaliteit 18% met verhoogd risico bij • BPD • Eventueel professionele
- 3x meer kans suïcidaliteit, BPD, verslaving en → transdiagnostisch 1) Startleeftijd hulp inschakelen
- ZVG als alternatief ED. 2) Methoden • Werken via flowchart
• ZVG heeft altijd functie ! Meisjes > jongens 3) Frequentie • Motivatie !
• Conditionering 4) Ernst • Uitlokkende & in-stand-
• Transdiagnostische Klin pop starten jongens iets later 5) Functies houdende factoren in Conditionering
factoren: mee maar ong zelfde cijfers, in 6) Suïcidaliteit kaart brengen
- > identiteitsdiffusie (wie methode is er wel een verschil, 7) Andere problemen • Emotieregulatie (psycho-
ben ik?) vrouwen snijden en krassen, educatie, contact maken
- Emotie-regulatie jongens slaan tot bloedens toe. met emoties)
- Interpersoonlijke stress • Geleidelijke afbouw (wat
- Triggers Age of onset: 14-15jaar(klin als bij drang?, gevaarlijke
(>levensingrijpende gwn pop) dan een daling rond 17j situaties uit de weg)
en een tweede piek rond 20jaar.
gebeurtenissen, • Terugval = deel van herstel
vroegkinderlijk trauma, (crisisplan opstellen)
hyperactivatie • Medicatie
amygdala) - Niet voor ZVG
- Wel onderliggende
problemen (depressie)
• Therapie
• Wondverzorging
(zelfzorgpakket)
Ook belangrijk: zorg voor
professionals!! Proces van ZVG !!
, ADHD
Psychopathologie Prevalentie en prognose Comorbiditeit / Etiologie Behandeling Modellen
differentiaaldiagnose
ADHD • Kinderen: 5-8% Comorbiditeit Equifinaliteit
1) Psycho-educatie
2 clusters: - kleuters: vooral hyperactief, • Zeer frequent (>50%): ODD en
• Genetische (65-90%) & omgevingsfactoren → - uitleg aan kind én ouder
• Aandachtstekort (6/9) impulsief (diagnose w CD (impulsiviteit!)
! rol hersenontwikkeling - waarom (6) en hoe (6)
→ onaandachtig type nauwelijks gesteld <6j, want • Frequent (tot 50%): specifieke
• Genetische factoren - evidence-based behandeling
• Hyperactiviteit/impulsivi kenmerken zijn eig normaal leerstoornissen, angst-, ▪ Gedragsinterventies:
gedrag voor kleuter) o Ouder met ADHD: kind 8x meer kans
teit (6/9) coördinatiestoornissen, ASS Met ouders
- lagere school: gecombineerd o Brussen met ADHD: 3-4x meer kans
→ hyperactief/impulsief • Minder frequent (20%): o Meerdere genen + neurotransmitters Met school
type beeld ticstoornissen, depressieve
• Jongens > meisjes (3:1) • Omgevingsfactoren Medicatie
→ gecombineerd type (55%) stoornissen Werkgeheugenmodel van Baddeley
o Pre- & perinatale 2) Niet-medicamenteus
• Adolescenten: 2-4% • Infrequent: mentale - interventies met ouders
o Omgevingstoxines
→ afname hyperactiviteit, retardatie/achterstand o Voedingsfactoren ▪ Oudertraining !!
meer inwendige onrust → op groepsniveau heeft >85% van - interventies met leerkracht
o Psychosociale moeilijkheden
→ Experimenteergedrag = k&j minstens 1 comorbiditeit en ong.
• Neurochemische evidentie (neurotransmitters) - Interventies gericht op kind
problemen met EF, 60% >2 !! ▪ CGT (4G’s)
• Genetische evidentie (dopamine)
organisatie- en ▪ Vaardigheidstrainingen
• Elektrofysiologische evidentie
planningsvaardigheden Differentiaaldiagnose ▪ Neurofeedback:
o toename thèta (trage hersenactiviteit)
• Volwassenen: 3,4% • Leeftijdsadequate Via hersenactiviteit deze
onbeweeglijkheid, impulsiviteit, o afname bèta (snelle “) → - concentratie
→ afname symptomen proberen te moduleren
Neuropsychologisch aandachts-panne • Structurele en functionele beeldvorming
→ 40-60% kinderen (juiste hersenactiviteit
onderzoek – ADHD: • Verstandelijke beperking o kleinere hersenen (rechts frontaalkwab) Impulsieve drang onmiddellijke beloning
persisteren tot volwassenheid belonen; O conditionering)
- Goed voor • ASS o afwijkende nucleus caudatus
→ soms retrospectief zoeken ▪ Voedingsadvies (te veel
handelingsgerichte (~hyperactiviteit)
naar symptomen <12j • Angst- & stemmingsstoornis suiker)
diagnostiek, niet voor o kleiner cerebellum: meer uitgesproken ↗
classificerende ! → impact op • Reactieve hechtingsstoornis ▪ Psychomotoriek
leeftijd (uitvoeren taken, planning)
- Biedt vooral inzicht in professioneel/relationeel • ODD & CD (schrijftraining)
• Rijpingsvertraging of ontwikkelingsafwijking 3) Medicamenteus
schoolse/leerproblemen functioneren
- Creëert veel → aanwezigheid comorbide • Opstarten medicatie
observatiegegevens Neuropsychologische theorieën: • Medicatie omschakelen
stoornissen (stemming,
- Voor begrijpen symptomen • Executief functioneren (21% géén moeite mee) • Combinatie stimulerende met niet-
persoonlijkheid: 75%)
o Responsinhibitie (rem); 35-50% stimulerende ADHD medicatie
o Werkgeheugen • Interactie geneesmiddelen
o Planning & organisatie • Terugbetalingsvoorwaarden
o Vloeiendheid (hoe vloeiend je een • Voorkeur voor beginnen met
bepaalde gedachtestroom kan formuleren) monotherapie, daarna misschien
o “set shifting” (makkelijk shiften tussen combineren
gedachtestromen) • → beperkingen !
• Motivationele processen → kan gamechanger zijn, mits
o Impulsieve drang naar onmiddellijke andere ondersteuningen
beloning
o Afkeer voor wachten • ADHD Toolkit (Aanmoedigen,
• Tijdsprocessen Dagelijks gericht oefenen,
o Snellere interne klok (vnl. ‘nu’ & ‘niet nu’) Hulpmiddelen gebruiken, Door de
• (Toestandsregulatie) vingers zien)
o Last van onderactivatie • Werkgeheugentraining
- default mode netwerk (vermindering
o Meer energie voor zelfde resultaat onoplettendheidssymptomen)