instrumenten: samenvatting
Inhoudstafel
DEEL 1: Psychometrische modellen (Wolf VanPaemel) …………………………………………………1
DEEL 2: constructie en gebruik van tests (Rianne Janssen)..………………….……………………..87
DEEL 2: Voorbeeldvragen………………………………………………………………………………..167
, DEEL 1: PSYCHOMETRISCHE MODELLEN
Inleiding
1. Belang van psychometrie
• Sinds de start van tijdschrift Psychometrika in 1936 tot in 1984 had het tijdschrift de
volgende omschrijving
o A Journal devoted to the development of psychology as a quantitative rational
science
o → psychologie als wetenschap
o → kwantitatief deel
• Grieks:
o ψυχή: ‘ziel’
o μέτρον: ‘meting’
• Wikipedia:
o psychometrie houdt zich bezig met de theorie en de techniek van pedagogische
en psychologische meting, met name het meten van kennis, vaardigheden,
houdingen en persoonlijkheidskenmerken
• Wat kunnen we meten?
o Binnen onderwijskunde: kennis, dyslexie, interesse, intelligentie, ..
o Binnen psychologie: depressie, agressiviteit, attitude, waarden, dominantie, …
o → bijna alle concepten waar psychologen of onderwijskundigen geïnteresseerd
in zijn
• Beschrijving James McKeen Cattell, 1890
o Mentale tests
o Wetenschappelijk belang
o Praktische waarde
• Voorbeeld Freddie Lee Hall
o ter dood veroordeeld voor moord
o doodstraf wordt omgezet in levenslang als veroordeelde zwakbegaafd is
o zwakbegaafd : IQ score <= 70
o IQ score van freddie lee hall: 71 → dus doodstraf
o = absurd want getal beslist leven of dood
!! correct omgaan met (resultaten van) psychologische tests is enorm belangrijk
• Je kan over grote lijnen iets zeggen over IQ , maar niet precies
• Gaat altijd om de levens van mensen
o Bv een kind al dan niet laten overgaan naar een volgens schooljaar kan
verstrekkende gevolgen hebben voor het kind in kwestie
• Heeft te maken met het beseffen en het zichtbaar maken van onzekerheid die altijd met
een meting of testresultaat gepaard gaat
o Het is dwaas te denken dat en te handelen alsof het IQ van Freddie exact gelijk is
aan 71
• Belangrijkste doel psychometrie = deze onzekerheid in kaart brengen
Kwantitatieve variabele
• = variabele waarvan de waarden getallen zijn
1
, • Psychometrie: meestal kwantitatieve variabelen
• Getallen = handig maar niet zonder gevaar
o Hebben aura van objectiviteit en precisie → onverantwoord veel gewicht aan
testuitslagen hechten
o Gewicht daalt als we onzekerheid rond getal laten zien → relativeert belang
testresultaat
2. Kader: omgaan met onzekerheid
• We willen intelligentie meten dus doen we test en krijgen we WIS-
IQ score.
Maar is dat dan de WISQ-IQ score ? Nee want dat getal betekent ‘de
WISQ-IQ score op testmoment t’, maar is dat zelfs correct? Nee
want door iemand beoordeeld dus het is de ‘WISQ-IQ score op
testmoment t door beoordelaar b’? We willen iets zeggen over
intelligentie maar dat staat een paar stappen verwijderd van wat we
eigenlijk hebben
Naar beneden: van intelligentie → WISQ-IQ score op testmoment t door beoordelaar b
• om van hoogste niveau naar laagste score → verbijzonderingen nodig
• om van laagste score naar hoogste niveau → veralgemeningen nodig
• we kunnen dus niet zondermeer op basis van het laagste niveau conclusies trekken over
het hoogste niveau
• operationalisatie = intelligentie meten door bv een test te gebruiken
• Verbijzondering testmoment = op een bepaald moment de test afgenomen
• Verbijzondering beoordelaar = test afgenomen met een specifieke beoordelaar
Naar boven: WISQ-IQ score op testmoment t door beoordelaar b
• Dit moeten we onszelf van overtuigen, als we daar niet van kunnen overtuigen dan
kunnen we geen uitspraken doen
• die veralgemeningen zijn niet zondermeer geldig
• bij elke veralgemening (en dus bij elke score) hoort een ander soort onzekerheid
2
, • de kwaliteit van de drie veralgemeningen wordt uitgedrukt in drie verschillende
concepten
Veralgemeningen 1
• om een uitspraak op het hoogste niveau te kunnen doen
o moeten de veralgemeningen bij benadering geldig zijn
o mag de veralgemening weinig onzekerheid introduceren
• bij elke veralgemening hoort een ander concept
• veralgemening 1:
o objectiviteit
▪ we mogen veralgemenen over beoordelaar
▪ dus de score op testmoment t door beoordelaar b is onafhankelijk van de
specifieke beoordelaar
▪ dus we mogen de beoordelaar vergeten en spreken over de score op
testmoment t
• veralgemening 2:
o nauwkeurigheid
▪ we mogen veralgemenen over testmoment
▪ dus de score op testmoment t is onafhankelijk van het specifieke
testmoment
▪ dus we mogen het testmoment vergeten en spreken over de score
• Veralgemening 3:
o validiteit
▪ we mogen veralgemenen over operationalisatie
▪ dus de score is onafhankelijk van de specifieke operationalisatie
▪ dus we mogen de operationalisatie vergeten en spreken over het
construct
• Opmerking
o er zijn verbanden tussen deze concepten
▪ Test met lage objectiviteit, bvb omwille van een slechte handleiding, zal
vaak geen nauwkeurige metingen opleveren
▪ Relatie tussen validiteit en nauwkeurigheid (betrouwbaarheid) wordt
formeel behandeld tijdens de lessen ktt
1
Bij elk van de 3 veralgemeningen hoort een onzekerheid nl objectiviteit, nauwkeurigheid, validiteit
3