RECHT
Wat is Europees recht?
- Recht van de Europese Unie
- ‘Autonome’ rechtsorde met eigen rechtsbronnen en principes
GEEN staat maar eigen rechtssysteem, eigen rechtsorde die
gebaseerd is op die basisverdragen
Basisverdragen zijn het gevolg van een historische
evolutie = geconsolideerde verdragen
- Gegrond op het Verdrag betreffende de EU (VEU) en Verdrag
betreffende de Werking van de EU (VWEU)
‘Geconsolideerde verdragen’
Werkingsverdrag = veel uitgebreider, alle beleidsdomeinen
waarop de Europese unie wetgeving kan aannemen
gedetailleerde bepalingen over alle domeinen waarop de EU
wetgevend kan optreden
EU-verdrag = beperkte beleidsdomeinen waarop Europese
unie wetgeving kan aannemen, protocollen, bijzonderheden,
aantal verklaringen
Doel om bevoegdheid te geven aan die EU instellingen om die
wetgeving op supranationale niveau aan te nemen, zorgen
dat we gemeenschappelijke regels hebben, omtrent oa
consumentenbescherming bevoegdheid om wetgeving aan
te nemen is te vinden in verdragen
Primair unierecht = lidstaten die bevoegdheden toekennen en
de spelregels bepalen van hoe de Europese unie werkt = VEU
en VWEU
Op grond daarvan = secundair unierecht =
verordeningen en richtlijnen die de instellingen gaan
aannemen zijn gebaseerd op primair recht en
1
, moeten in overeenstemming zijn met die basis
spelregels die we in de verdragen terugvinden
- Handvest van de grondrechten
Apart document dat men heeft aangenomen omdat de
Europese Unie meer en meer wetgeving aanneemt en meer
en meer ingrijpt in ons dagelijkse leven nodig dat die EU
instellingen en ook de lidstaten die het Europees recht ten
uitvoer brengen, dat zij die fundamentele rechten en
vrijheden garanderen
= basis waarop EU functioneert/harde kern verdragen = Europese
grondwet
- Artikel 47 VEU: “De Unie bezit rechtspersoonlijkheid”
De EU kan in eigen naam optreden (o.a. m.b.t. onderhandelen
en sluiten van internationale overeenkomsten)
- Lidstaten moeten bevoegdheid geven aan Europees niveau om
wetgeving/verdragen op te stellen – rechtsgrond Europese
wetgeving
Anders kan EU niet wetgevend optreden (zonder bevoegdheid
te krijgen van lidstaten)
- Zie: https://eur-lex.europa.eu/
- Protocol maakt integraal deel uit van verdragen + bindend
- Verklaringen = interpretatiemiddel
Europese unie = 27 lidstaten
- Eigen rechtsorde
- Lidstaten hebben deel van eigen soevereiniteit/bevoegdheden overgedragen
aan het supranationale niveau (bovenstatelijke niveau) = niveau van de
Europese unie
- Op grond van EU-verdragen worden bevoegdheden toegekend aan de
instellingen van de Europese Unie
2
, - Instellingen kunnen op grond van overdragen bevoegdheden uit
verdragen wetgeving aannemen
Veel van onze wetgeving is rechtstreeks of onrechtstreeks
gebaseerd op het recht van de Europese Unie
Europese verordeningen zijn rechtstreeks van toepassing
in onze eigen rechtsorde
o Vb. je hebt bepaalde rechten wanneer een Europese
vlucht veel vertraagd is = voorbeeld van zo een
rechtstreeks werkende verordening
Onrechtstreeks via richtlijnen die nog moeten omgezet
worden in nationale wetgeving
Te behandelen thema’s:
3
,1 HET JURIDISCH KADER VAN HET EUROPEES
INTEGRATIEPROCES: HISTORISCHE EVOLUTIE
1.1 EUROPESE INTEGRATIE NA WO II – EERSTE
INITIATIEVEN TOT INTERGOUVERNEMENTELE
SAMENWERKING IN EUROPA
1.1.1 Marshall plan
Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES: 1948-1961)
- Eerste aanzet op samen te werken tussen staten
- = financieel/economische hulp van VS om EU terug op te bouwen na
WOII
- VOORWAARDE: onderling afspreken hoe geld verdelen en besteden
onder de lidstaten landen die wouden genieten van die financiële steun
moesten zich onderling organiseren = OEES
- OEES: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking
(OEES: 1948-1961) = een van de eerste aanzetten tot
samenwerking tussen de Europese landen
Samenwerking volgens klassieke internationale
intergouvernementele organisatie
- (NU OESO) = veel uitgebreider, ruimere sociale en economische
doelstellingen, OOK niet-Europese landen
1.1.2 Benelux (°1944)
douane-unie, samenwerking tussen EU-landen
- België, Nederland, Luxemburg
4
,1.1.3 7-11 mei 1948: ‘Congres van Den Haag’
- Voorzitter: W. Churchill
- Raad van Europa (° 5 mei 1949) bestond al voor EEG en EU als eigen
organisatie
- Intergouvernementele organisatie met eigen institutionele
structuur!
- 46 leden (EU heeft er 27)
- Intergouvernementele organisatie met eigen instellingen
- Samenwerking tussen Europese landen op het Europese continent
te bevorderen
- Europese Unie werkt meer vanuit supranationale logica
- Parlementen komen samen onder leiding van Churchill
- Nieuwe oorlog vermijden en denken om beter samen te werken = GEVOLG: °
Raad van Europa
1.2 INTERNATIONALE ORGANISATIES
Als lidstaat kan je niet gebonden worden tegen eigen wil (intergouvernementeel) kan
wel op supranationaal niveau (als lidstaat gebonden door een bepaalde beslissing,
ook als je ertegen bent)
- Grondwet lidstaat bepaalt verhouding met internationale verdragen
Intergouvernementeel: Raad van Europa
- Intergouvernementeel = samenwerking tussen staten = belangrijkste actoren
(bepalen alle regels bij consensus of unanimiteit – vetorecht per lidstaat)
lidstaat kan niet gebonden worden tegen eigen wil
- Lidstaten belangrijkste actoren
- Basis = verdragen (EVRM)
- De rechtsgevolgen van die akkoorden en verdragen in de nationale
rechtsorde, die worden bepaald door wat er in de nationale grondwet staat
2 opties: monisme of dualisme
- Monisme betekent die verdragen waarin de staat zich toegang
engageert, die maken automatisch deel uit van een nationaal
rechtssysteem
- Dualisme betekent dat je nog specifieke wetten nodig hebt die de
verdragen omzetten in nationale wetgeving
5
, Supranationaal: Europese Unie
- Niveau boven statelijke niveau
- Instellingen die onafhankelijk van de lidstaten gaan opereren
- Europese Commissie: daarin zetelen geen vertegenwoordigers van de
lidstaten Europese commissarissen die zijn aangesteld elke 5 jaar via
een specifieke procedure en behoren algemeen Europese belang te
verdedigen
Commissaris is onafhankelijk en ontvangt geen instructies van de
lidstaten zelf
Commissarissen vertegenwoordigen het algemeen Europees
belang, niet de lidstaten
27 lidstaten, 27 commissarissen, dus van elke lidstaten een
iemand met de nationaliteit van elke lidstaat
Elke commissaris aparte portefeuille of bevoegdheid
Europees parlement: zetelen per ideologische voorkeur
instelling die onafhankelijk van de lidstaten opereert
Instellingen die binnen de EU de lidstaten vertegenwoordigen =
Raad van de Europese Unie EN Europese Raad van de Europese
unie
Europese Raad = staatshoofden en regeringsleiders =
eerste ministers
Raad van de EU = vakministers = ministers die
samenkomen op vlak van portefeuilles (alle ministers van
defensie komen samen)
- Beslissingen binnen de Europese Unie worden beslist bij gekwalificeerde
meerderheid
Tweevoudige meerderheid: 65% van de lidstaten; 55% van de
bevolking
- Directe werking: Europees recht vindt meteen toepassing in hun nationale
rechtsorde, onder bepaalde voorwaarden maar zonder in het nationale recht
moeten omgezet worden
- Bij conflict heeft Europees recht voorrang
6