Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 32 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Lesdoelen Psychosociale gespreksvoering | Gespreksvaardigheden | Artesis Plantijn | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 32 pagina's

Deze lesdoelen behandelen het thema gespreksvaardigheden uit het vak Psychosociale gespreksvoering aan Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De stof omvat niet-selectieve en selectieve luistervaardigheden, regulerende vaardigheden, nuancerende vaardigheden, en praktische technieken zoals SOFTEN, verbale aanmoedigingen en gebruik van stiltes. Dit document is ideaal voor voorbereiding op toetsen en voor het begrijpen van professionele communicatie in maatschappelijk werk.

Voorbeeld van de inhoud

Psychosociale gespreksvoering

1 Lesdoelen thema: 1. Gespreksvaardigheden.

1.1 Kunnen uitleggen wat gespreksvaardigheden zijn?

Gespreksvaardigheden zijn professionele communicatieve vaardigheden die helpen een gesprek te sturen en het
gespreksdoel te bereiken. Ze bevorderen de connectie met de cliënt, waardoor deze zich gehoord en begrepen voelt,
wat bijdraagt aan een vertrouwensrelatie. Ze omvatten basisgespreksvaardigheden (luister- en regulerende
vaardigheden) en nuancerende vaardigheden.

1.2 Kunnen uitleggen wat luistervaardigheden, regulerende vaardigheden en nuancerende
vaardigheden zijn: doel, algemene omschrijving (definitie)

Luistervaardigheden:
Er zijn 2 soorten luistervaardigheden:
• 'niet'-selectieve: De MW’er heeft weinig invloed op het gesprek, hij laat de ander zijn verhaal vertellen en
biedt hoofdzakelijk aandacht. Zo stimuleert hij de cliënt om te praten.
Helemaal niet-selectief zijn kan echter niet, je zal soms onbewust bepaalde delen van het gesprek meer
aandacht geven (door je houding of manier van kijken).
• Selectieve vaardigheden: De Mw’er selecteert bepaalde aspecten van het verhaal omdat hij ze belangrijk
vindt. Zo krijgt hij preciezere informatie van de cliënt.

Regulerende vaardigheden:
Hebben als doel duidelijkheid te bieden voor zowel cliënt als MW’er. Duidelijkheid over het gesprek en het doel
zorgt voor een goede samenwerking en vlotte voortgang van het gesprek. Ze bieden dus structuur aan het gesprek.

De nuancerende vaardigheden:
Hebben als doel de cliënt te ondersteunen bij het verkrijgen van diepgaander inzicht in zijn persoonlijke problemen.
Door samen te werken ontwikkelen cliënt en MW’er een genuanceerde visie op het probleem waardoor de cliënt
nieuwe inzichten kan ontdekken.
De benadering van de MW’er is actiever en meer sturend. De MW’er deelt zijn visie op de problemen zonder het
gevoel van de cliënt te vergeten.
De nieuwe inzichten zijn misschien vervelend om te horen (vaak omdat de cliënt dit nog nooit van anderen te horen
heeft gekregen) toch is het nuttig om deze inzichten aan de cliënt mee te delen. Dit omdat het vaak bijdraagt tot een
oplossing.
Het is uitdagend voor de MW’er om dit op een acceptabele en constructieve manier te doen.
Hiervoor heeft de MW’er nuancerende vaardigheden nodig.




Psychosociale gespreksvoering 1

,1.3 Onderscheid kunnen maken tussen niet-selectieve en selectieve luistervaardigheden

'Niet'-selectieve luistervaardigheden:
Zijn technieken waarmee je laat zien dat je luistert, zonder de inhoud direct te sturen of te interpreteren. Ze
stimuleren de spreker om verder te praten en zich gehoord te voelen.
• Non-verbaal gedrag (SOFTEN)
• Kleine verbale aanmoedigingen
• Gebruik van stiltes
Selectieve luistervaardigheden:
Zijn technieken waarmee je actief bepaalde informatie uit het gesprek haalt, verduidelijkt en verdiept. Ze helpen om
structuur aan te brengen en relevante details te belichten.
• Vragen stellen
• Parafraseren van inhoud
• Reflecteren van gevoel
• Concretiseren
• Samenvatten

1.4 De volgende niet-selectieve luistervaardigheden kunnen herkennen / benoemen / uitleggen /
gebruiken: non-verbale aandachtgevend gedrag (SOFTEN), kleine verbale aanmoedigingen en
gebruik van stiltes (3)

Non-verbaal aandachtgevend gedrag (SOFTEN)
= Non-verbale signalen waaruit interesse en aandacht voor de cliënt blijken (SOFTEN)
• Smile: een glimlach is verwelkomend, uitnodigend
• Open posture: open houding (geen gekruiste armen, benen)
• Forward leaning: naar voor leunen, naar de gesprekspartner als blijk van interesse
• Touch / Tone of voice: aanraken, (hand geven), spreektoon (rustig, niet te luid of te stil, aansluitend bij de
cliënt)
• Eyecontact: oogcontact maken als teken van interesse, luisterbereidheid
• Nodding: knikken, erkenning en bevestiging geven

Kleine verbale aanmoedigingen
= Korte woorden of geluiden met als doel de cliënt te laten merken dat naar hem geluisterd wordt en te stimuleren
meer te vertellen, zoals:
• Hummen: Hmmm? Hmhm?
• Ja? Oh? Zo? En toen?, Ik begrijp het, Ga verder…
• Herhalen van één of enkele woorden op vragende toon.
Gebruik van stilte:
• De cliënt krijgt de gelegenheid om na te denken.
• De cliënt krijgt de kans om zijn gedachten te ordenen.
• De cliënt krijgt de mogelijkheid om een onaangename, tragische, schokkende, beangstigende boodschap te
verwerken.
• De cliënt weigert om mee te werken, zwijgen uit weerstand
• De cliënt is verward, heeft het moeilijk zijn gedachten te verwoorden




Psychosociale gespreksvoering 2

,1.5 De volgende selectieve luistervaardigheden kunnen herkennen / benoemen / uitleggen /
gebruiken: vragen stellen (open, gesloten, waarom-vragen), parafraseren, reflecteren van gevoel,
concretiseren en samenvatten (5)

Vragen stellen
• Doel:
- De cliënt helpen zijn verhaal te vertellen
- Verhelderen van de problematiek
• Soorten vragen?
- Open vragen: Stimuleert de spreker om uitgebreid te antwoorden.
Bv: “Hoe voelde je je in die situatie?”
 Gebruiken voor: Ruimte aan cliënt, probleemverheldering.
- Gesloten vragen: Vraagt om een kort, specifiek antwoord.
Bv: “Heb je al contact opgenomen?”
 Gebruiken voor controleren van informatie, start van een moeilijk gesprek
- Waaromvragen: Zijn open vragen die peilen naar de cliënt zijn drijfveren en intenties. Dat kan door de cliënt
als confronterend, bedreigend aanvoelen.
Bv:‘Waarom drink je zoveel?”
 Kan omgevormd worden naar een open vraag: “Heb je een idee waarom je zoveel drinkt?”.
Parafraseren:
= kort in eigen woorden herhalen van het belangrijkste dat de cliënt heeft gezegd.
• Doel:
- Geruststelling: De cliënt krijgt het gevoel dat hij begrepen wordt door de MW’er.
- Controlerend: Controleren of je de cliënt goed begrepen hebt.
- Stuurmiddel: Onderdelen vernoemen die voor het geheel belangrijk zijn.
Bv: Spreker: "Ik ben zo moe van al dat werk, het lijkt nooit op te houden."
Luisteraar: "Je hebt het gevoel dat er geen einde komt aan de werkdruk?"
• Kenmerken:
- Kort en specifiek
- In eigen worden
- Veronderstellend qua toon
- Bevat geen waardering of oordeel van de cliënt gezegd heeft
Reflecteren van gevoel:
= het weergeven of spiegelen van het gevoel van de cliënt
• Doel:
- Gevoelens die de cliënt ervaart, worden begrepen en geaccepteerd.
- De cliënt wordt gestimuleerd om zijn of haar gevoelens te uiten en zich er meer bewust van te worden (=
inzicht, probleemverheldering)
- Controleren of de gevoelens van de cliënt goed zijn begrepen.
Bv: Jongere: “Ik weet echt niet wat ik na het middelbaar moet gaan doen, hoor. Er zijn zoveel
mogelijkheden.”
MW’er: “Je hebt precies een keuzeprobleem” = parafrase
“Je zit vol twijfel” = reflectie van gevoel
Concretiseren:
= Cliënt zo precies en duidelijk mogelijk over problemen laten vertellen.
• Wanneer?
- bij vage uitspraken van de cliënt:
- (altijd, alles, nooit, steeds, iedereen, men, het)
Bv: Cliënt: “Het gaat slecht met me.”
MW’er: “Wat gaat er dan slecht? Kun je er iets meer over vertellen?”
Cliënt: “Het gaat slecht op mijn werk.”
MW’er: “Wat gaat er slecht op je werk?”


Psychosociale gespreksvoering 3

, Samenvatten:
= Kort en kernachtig herhalen wat besproken is om structuur aan te brengen en misverstanden te voorkomen.
• Doel:
- controleren, nagaan of de cliënt goed begrepen is.
- ordening van het gesprek
- stimuleren van de cliënt tot verder exploreren van zijn gevoelens en gedachten
• Een goede samenvatting:
- wordt voorafgegaan door een aankondiging
- geeft zowel de belangrijkste inhouden als de belangrijkste gevoelens weer
- wordt pas afgesloten na controle op volledigheid en correctheid
- wordt verwoord op een heldere, voor de cliënt duidelijke wijze

1.6 De volgende regulerende vaardigheden kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken:
openen van een gesprek, terugkoppelen naar (begin)doelen, situatie verduidelijken, hardop
denken en afsluiten van een gesprek (5)

Openen van een gesprek:
= Start het gesprek op een gestructureerde en vriendelijke manier.
• Doel:
- Warm welkom:
Bv: "Goedemiddag, fijn dat je er bent. Goed gevonden, Wenst u iets te drinken.”
- MW’er stelt zichzelf voor (bij een 1ste gesprek) en legt uit wat zijn rol is
- Zorgen voor een veilige en open sfeer
• Algemene uitleg over de werkwijze:
- Duidelijkheid wat betreft de tijdsduur
- Het doel van het gesprek vb: ‘om samen een oplossing te zoeken voor’
- je geeft de mogelijkheid tot reactie, vragen of bemerkingen van de cliënt(en)
Terugkoppelen doelen
= Zorgen voor haalbare doelen en deze bewaken en nastreven.
• Doel:
- Wat wilde ik/we ook weer bereiken?
- Hoe ver zitten we daarmee?
- Is dat haalbaar? …
• Wanneer:
- bij evaluatie of tussentijdse evaluatie van doelen of subdoelen
- terugkoppelen bij afwijking van het gespreksonderwerp
Situatie verduidelijken:
= Onduidelijkheden of misverstanden tijdig herkennen, het belang ervan te beseffen en deze in het gesprek ter
sprake brengen.
• Doel:
- de verstoring te herstellen, onduidelijkheid oplossen
BV: "Kun je uitleggen wat je precies bedoelt met ‘het loopt niet lekker’?"
• Stappen
- Laten merken dat je begrijpt wat cliënt wil (parafraseren en reflecteren)
- Gesprek starten over het misverstand in het gesprek (metagesprek)
- Zeggen wat je niet kan of wil doen en waarom
- Zeggen wat je wel wil kan doen en waarom
- Opvangen reactie van cliënt hierop (parafraseren en reflecteren)
- Afspraak maken over het vervolg
- Terug keren naar het eerste gesprek




Psychosociale gespreksvoering 4

Inhoudsopgave

  1. 01 1 Lesdoelen thema: 1. Gespreksvaardigheden. 1
    1. 1.1 Kunnen uitleggen wat gespreksvaardigheden zijn? 1
    2. 1.2 Kunnen uitleggen wat luistervaardigheden, regulerende vaardigheden en nuancerende vaardigheden zijn: doel, algemene omschrijving (definitie) 1
    3. 1.3 Onderscheid kunnen maken tussen niet-selectieve en selectieve luistervaardigheden 2
    4. 1.4 De volgende niet-selectieve luistervaardigheden kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken: non-verbale aandachtgevend gedrag (SOFTEN), kleine verbale aanmoedigingen en gebruik van stiltes (3) 2
    5. 1.5 De volgende selectieve luistervaardigheden kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken: vragen stellen (open, gesloten, waarom-vragen), parafraseren, reflecteren van gevoel, concretiseren en samenvatten (5) 3
    6. 1.6 De volgende regulerende vaardigheden kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken: openen van een gesprek, terugkoppelen naar (begin)doelen, situatie verduidelijken, hardop denken en afsluiten van een gesprek (5) 4
    7. 1.7 De volgende nuancerende vaardigheden kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken: nuancerende empathie, confronteren, eigen voorbeelden, positief herkaderen en directheid (5) 6
    8. 1.8 De gespreksvaardigheden kunnen koppelen aan de basishouding en deze koppeling kunnen herkennen en toepassen in concrete situaties. 7
  2. 02 2 Lesdoelen thema 2: Slechtnieuwsgesprek en Doorverwijsgesprek 9
    1. 2.1 Kunnen uitleggen wat een slechtnieuwsgesprek is: algemene omschrijving (definitie), doelen, verloop in fasen, aandachtspunten voor een goede voorbereiding 9
    2. 2.2 De fasen 6 (rouwproces) van het slechtnieuwsgesprek kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken in concrete situaties. (6) 10
    3. 2.3 De fasen van het passend reageren bij het slechtnieuwsgesprek kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken in concrete situaties. 10
    4. 2.4 Kunnen uitleggen wat een doorverwijsgesprek is: algemene omschrijving (definitie), doelen, verloop in fasen. 11
    5. 2.5 De fasen van het doorverwijsgesprek kunnen herkennen / benoemen / uitleggen / gebruiken in concrete situaties. (7) 11
  3. 03 3 Lesdoelen thema 3: Motiverende gespreksvoering 13
    1. 3.1 Kunnen uitleggen wat motiverende gespreksvoering is: algemene omschrijving (definitie), gespreksstijl, grondhouding (= de geest van motiverende gespreksvoering: samenwerken, aanvaarding, evocatie, mededogen) 13
    2. 3.2 Kunnen uitleggen wat de reparatiereflex is en welke risico’s daaraan verbonden zijn voor de maatschappelijk werker. 14
    3. 3.3 Kunnen beoordelen / toelichten of de geest van de motiverende gespreksvoering wel of niet aanwezig is in voorbeelden 14
    4. 3.4 De vier processen van de motiverende gespreksvoering en de samenhang daartussen kunnen aangeven en uitleggen: engageren, focussen, ontlokken, plannen 14
    5. 3.5 De kernvaardigheden van motiverende gespreksvoering kunnen aangeven / uitleggen: ORBS(I) = open vragen stellen, reflectief luisteren, bevestigen, samenvatten en informatie uitwisselen om te komen tot verandertaal (5) 15
    6. 3.6 De volgende vaardigheden van vragen stellen kunnen uitleggen / toepassen: open vragen stellen en doelgericht doorvragen met open vragen 15
    7. 3.7 Onderscheid kunnen maken tussen eenvoudige en complexe reflecties / versterkende en verzwakkende reflecties 16
    8. 3.8 Reflecties kunnen herkennen / benoemen in voorbeelden 16
    9. 3.9 Kunnen uitleggen hoe men verandertaal kan uitlokken: 1. doorvragen en uitweiden, 2. ontlokkende vragen stellen, 3. gebruik van schaalvragen, 4. achterom kijken en vooruitblikken, 5. waarden en doelen verkennen? (5) 17
    10. 3.10 Kunnen uitleggen hoe men verandertaal kan bevestigen: geven van neutrale bevestigingen 18
    11. 3.11 Complimenten kunnen ombuigen naar neutrale bevestigingen? 18
    12. 3.12 Kunnen uitleggen wat behoudtaal is en hoe daar als MW’er mee kan worden omgegaan: reflecteren, autonomie bevestigen, positief herkaderen en aandacht verleggen 19
  4. 04 4 Lesdoelen thema 4: Oplossingsgerichte gespreksvoering 20
    1. 4.1 Doel van oplossingsgerichte gespreksvoering kunnen aangeven 20
    2. 4.2 Onderscheid kunnen maken tussen een probleem en een beperking 20
    3. 4.3 In een casus problemen en beperkingen kunnen herkennen / benoemen / van elkaar onderscheiden / uitleggen 20
    4. 4.4 De principes van oplossingsgerichte gespreksvoering kunnen benoemen / herkennen / uitleggen 21
    5. 4.5 De drie typen (samenwerkings) relatie van oplossingsgerichte gespreksvoering benoemen /herkennen / van elkaar onderscheiden / uitleggen (3) 21
    6. 4.6 De gesprekshouding van oplossingsgerichte gespreksvoering benoemen /herkennen / van elkaar onderscheiden / uitleggen 22
    7. 4.7 De vraagtechnieken van oplossingsgerichte gespreksvoering kunnen benoemen/herkennen/ uitleggen: de wonder-of mirakelvraag, schaalvragen en kleine stapjes, open vragen , doorvragen, nuttigheids- en doelstellingsvragen, verhelderen van de veranderbehoefte, continueringsvragen, copingvragen, uitzonderingsvragen, vragen naar talenten, vragen naar waardering en toekomstvragen. 12 22
    8. 4.8 De oplossingsgerichte gespreksvoering 8- stappendans kunnen benoemen en uitleggen (8) 24
  5. 05 5 Lesdoelen thema 5: Hindernissen in een gesprek 26
    1. 5.1 De hindernissen in een gesprek kunnen benoemen en uitleggen: (9) 26
    2. 5.2 Bij elke hindernis kunnen uitleggen hoe hiermee moet worden omgegaan in concrete situaties 27
    3. 5.3 Bij elke hindernis kunnen benoemen / herkennen / uitleggen van de oorzaken 28
  6. 06 6 Lesdoelen thema 6: Biopsychosociaal model 30
    1. 6.1 Het biopsychosociaal model kunnen uitleggen 30
    2. 6.2 Het belang van het biopsychosociaal model voor de MW’er kunnen toelichten: holistische visie 30
    3. 6.3 Het biopsychosociaal model kunnen toepassen in concrete situaties: factoren en wisselwerkingen 30
  7. 07 7 Lesdoelen Thema 7: Het hulpverlenend gesprek en emancipatorische werken 31
    1. 7.1 Kunnen omschrijven wat emancipatorische werken is: algemene omschrijving (definitie), kenmerken 31
    2. 7.2 Het belang van de basishouding van emancipatorisch werken voor de MW’er kunnen uitleggen 31
    3. 7.3 De onderdelen van de emancipatorische basishouding kunnen opsommen / uitleggen: (8) 31

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
18 mei 2026
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$26.21

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
jelena1markovic
1.0
(1)
Verkocht
4
Volgers
0
Items
9
Laatst verkocht
3 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen