CRIMINALITEIT EN STRAF IN HISTORISCH
PERSPECTIEF
- Doel van de cursus: Van 17e – 18e eeuw tot het huidige veiligheidsstelsel
- Open vragen: Begrippen en grote open vraag (2tal pagina’s) (50 MC – 50 OV)
INLEIDEING
DEFINITIE CRIMINOLOGIE
= De studie van diverse types en vormen van criminaliteit. Dit gebeurt binnen de Criminologie als
wetenschapsdiscipline:
Drie voorwaarden om over een wetenschap te kunnen spreken:
Kennisobject
Theorievorming
Beroept zich op bepaald methodologisch instrumentarium
De studie van de criminologische relatie tussen vijf elementen:
- Criminaliteit
- Dader
o Bij de vroegere criminaliteit werd vooral onderzocht waarom de dader criminaliteit pleegt
- Slachtoffer (Victimologie)
- Etiologie
o Waarom pleegt iemand criminaliteit?
- Reactie
Verschillende specialisaties en subdisciplines:
Thema’s en fenomenen
Etiologie, drugs, georganiseerde criminaliteit, gevangenisonderzoek, veiligheids- en politiestudies,
juridisch en strafrechtelijk, oorlogscontext (Criminology of War), …
Epistemologische, theoretische en methodologische benaderingen
Comparatieve criminologie, kritische criminologie, feministische criminologie, culturele criminologie,
groene criminologie, historische criminologie, …
CRIMINOLOGIE… EN DE GESCHIEDENIS
Criminologie
Studie criminaliteit, oorzaken, gevolgen, reacties
Criminaliteit definiëren, meten, verklaren
Methodologisch
Criminologie = Bastaardwetenschap:
o Neemt theorieën over uit verschillende wetenschappelijke disciplines en incorporeert dit
binnen de criminologische theorieën.
1
,Febe Dewanckele Geldhof
Data genereren:
o Traditionele methoden → Survey, focusgroepen, observaties
o Innovatieve methoden → Photo elicitation, netwerkanalyses, virtual reality, etc.
▪ Dit levert op aan datatypes- en bronnen
▪ Historische data?
Er wordt amper gewerkt met historische data, die is er al, dit ligt in de archieven dus je kan die niet
opnieuw gaan genereren. Wel probeert men theorieën opnieuw te toetsen, of nieuwe hypotheses vorm te
geven.
Rol van het verleden
Fluctuaties op korte of lange termijn nagaan: Naar verleden kijken om veranderingen te analyseren in
criminaliteitscijfers.
Geschiedenis van criminologie → Zo de groei nagaan
Theoretische tradities kunnen verklaren
Relevantie voor huidige debatten?
Ook al kijkt men in beperkte maten naar het verleden, men zal vooral proberen een actuele
situatie te begrijpen of verklaren, of toekomstige situaties te voorspellen.
Futurisme: Beleidsmakers informeren, om zo toekomstgericht te werken.
Ook belangrijk is het Chronocentrisme – Rock 2005:
Literatuur, ouder dan vijftien jaar wordt door weinig wetenschappers meegenomen, meesten kijken naar
de actuele literatuur, minder wordt gekeken of er eventueel vroeger gelijkaardige fenomenen zijn
voorgekomen.
Chronocentrisme, kort termijn geheugen = Men gaat te weinig terug in de tijd en probeert zich te focussen
op het nieuwe, het toekomstige en nieuwe fenomeen. Het is een kritiek op beperkte kijk of oog op het
verleden, waardoor soms zelf verkeerde ideeën ontstaan.
GESCHIEDENIS … EN DE CRIMINOLOGIE
Geschiedenis: Verleden én studie verleden (historisch onderzoek)
Verleden → Wat daadwerkelijk plaatsvond vroeger
Geschiedschrijving → Wat opgetekend wordt in boeken
= Loutere selectie van feiten: Bij de geschiedschrijving wordt amper data gegenereerd en men gaat louter
onderzoeken wat er al is van het archiefmateriaal.
Geschiedenis =/= geschiedschrijving! → Niet hetzelfde, loutere overlap
Selectiviteit in de geschiedschrijving:
o Geschiedschrijving – Afhankelijk van (beperkt) overgeleverd materiaal
o Tijdsdimensies:
o Korte termijn – Gebeurtenissen
o Lange termijn – Structuren en evoluties
o Bv. Vrouwen verborgen in historische werken →“Writing women back into history”
Veel opgetekend door mannen, waardoor vrouwen en kinderen minder voorkwamen in
het archief, wat een impact heeft op onze kennis.
o Impact op historische kennis?
2
,Febe Dewanckele Geldhof
Methodologisch:
o Archiefstudie
o Mondelinge geschiedenis: Interviews waar mensen bevraagd worden over hun ervaring in
het verleden.
Voorbeeld van zijn masterstudent die onderzoek doet naar detectives voor 1991:
Beperkt! Vandaar dat we meest kijken naar de archieven.
Rol heden?
o Invloed van gebeurtenissen uit het verleden – Verklaren huidige fenomenen
o Corrigeren van onjuiste voorstellingen
o Maatschappelijk debat beïnvloeden
▪ Beleidsadvies
▪ Publieke discussies
• Voorbeelden:
o Kinderen van het verzet
o Koloniale erfenis
Rol theorieën?
o Helpen patronen te herkennen
o Formuleren verklaringen
Verhouding: Feiten – Bronnen – Interpretatie – Historisch-wetenschappelijk verslag
o Feiten: Bestaan niet ‘puur’ toegankelijk
o Bronnen: Gekleurd
o Interpretatie: Subjectief
NUT STUDIE EN KENNIS CRIMINOLOGISCH VERLEDEN
Begrijpen en verklaren hedendaagse situatie
o Vroegere ideeën en praktijken als ‘levend verleden’
Ontwikkeling strafrechtsbedeling en ontplooiing criminologie
o Evolutie van straffen en reacties op criminaliteit
o Wisselwerking criminologische ideeën (theorie) en beleid en instituten (bv. gevangenis)
Continuïteit en discontinuïteit
o Verschuiving fysieke bestraffing naar financiële compensatie en opsluiting
o Belang status en rol dader-slachtoffer
o Aanwezigheid (jonge) mannen in statistieken
*Het is geen lineaire beweging, er is geen continuïteit wat betreft de bestraffing. Met het
Verlichtingsdenken kwam er toch een uniformiteit ivm straffen en ook proportioneel.
METHODOLOGISCHE BEPERKINGEN
Zij maken het moeilijk om voldoende historische kennis te vergaren over het criminologisch verleden.
Historici kunnen amper data genereren, daardoor moet we afgaan op wat neergeschreven is.
Belangrijkste beperking → Fractie van alledaags sociaal gedrag dat slecht gefragmenteerd wordt
Gebrek geschreven bronnen over misdaad en straf
o Ligt aan de keuze of het slachtoffer het al dan niet aangeeft.
o Werking en prioriteiten politie (registratie)
3
,Febe Dewanckele Geldhof
Hier kunnen bepaalde organismen er ook voor zorgen dat iets niet geregistreerd wordt. Zo is er een grote
uitval van vele gedragingen die duidelijk criminologisch relevant zijn maar waar we nooit iets van te weten
zullen komen.
Hedendaagse toegang en schaarse betrouwbaarheid: Toegang tot data kan ook veel zeggen…
Bias inzake beschikbare data
o Onderbelichte groepen: vrouwen, kinderen, … → Typische zaken zoals hekserij, prostitutie …
o ‘Overgedocumenteerde’ fenomenen
Voorbeeld: Zeggen dat moord heel vaak voor kwam, maar als je dit zou vergelijken met de
dark number, dan zie je dat dit maar een klein puntje is.
HISTORISCHE CRIMINOLOGIE
Criminologen hebben steeds interesse gehad in het verleden, maar gaan zelf weinig empirisch onderzoek
plegen naar dat verleden. Ze kijken wel naar dat verleden, maar ze gaan heel weinig aan theorievormend
of theorietoetsend onderzoek doen. – King 1999
Ze zullen dus beperkt naar het (dichte) verleden kijken, waardoor ze in de context van vandaag bepaalde
tendensen verkeerd zouden interpreteren.
Dialogue of the deaf (Burke) → Discreet whispers (King) → Conversations in a crowded room
De relatie tussen de geschiedenis en criminologie is een dialoog van de doven, men luisterde niet naar
elkaar en werkte niet samen, naar een overgang van discreet whispers naar conversations in a crowded
room: Je ziet dat de voorbije decennia meer pogingen zijn om samenwerking tot stand te brengen tussen
die verschillende actoren. (Fases niet kennen, louter informerend)
HISTORISCHE BIJDRAGE
Drie domeinen:
1) WAT IS CRIMINALITEIT?
Bij criminologisch onderzoek zie je dat criminologen vaak als inleiding verwijzing naar het verleden, maar
weinig zelf onderzoek verrichten, enkel basiswerken die elk criminoloog kent, zullen aan bod komen.
Proces van criminalisering: Je ziet dat bepaalde gewoonte gebruiken in de tijd worden
gecriminaliseerd
o Wat strafbaar is hangt af van tijd en context
Nieuwe inzichten:
o Niet enkel klasse: Ook gender, etniciteit, sociale relaties, etc.
Belang van relativiteit
Belang van de historische bijdrage uit zich in verschillende vormen van criminaliteit, wat wij als crimineel
omschrijven zal vroeger ander geweest zijn, of in andere landen anders bekeken worden dan hier.
Focus op
o Hoe criminaliteit wordt geconstrueerd
o Hoe de crimineel wordt gepresenteerd
4
,Febe Dewanckele Geldhof
2) OORZAKEN VAN CRIMINALITEIT
Klassiek perspectief → Lombrosiaanse traditie
Historische benadering = Correctie → Nadruk op:
Toont de beperkingen aan van algemene
o Economische theorieën!
o Sociale
o Culturele Zelfde omstandigheden =/= zelfde uitkomst
o Politieke context
▪ Ook maatschappelijke transformaties!
Criminaliteit = Context gebonden fenomeen
Het gaat niet enkel over waarom iemand criminaliteit pleegt, maar ook waarom niet. Belangrijk is dan ook
het blootleggen van inconsistenties van criminologische theorieën en die weerleggen; zoals het voorbeeld
op de slide, wanneer mensen in een relatie stappen en kinderen krijgen, zullen ze minder snel overgaan
tot plegen van crimineel gedrag, kinderen krijgen is dus belangrijk om het tegen te gaan, vandaag de dag
blijkt dit wel zo te zijn. Maar in Engeland stelde ze dan te zien aan de statistieken dat dit geen effect heeft.
Gelijkaardige ervaringen en gebeurtenissen kunnen in verschillende contexten leiden tot andere
uitkomsten.
Historisch onderzoek naar lange termijn bewegingen en hun impact op criminaliteit.
3) REACTIES VAN CRIMINALITEIT
Kern van historisch onderzoek in de criminologie? → Instellingen die kwamen als reactie op criminele
gedragingen:
Meeste criminologen beroepen zich hierop → Historisch onderzoek naar:
o Gevangeniswezen
o Straftoemeting
o Etc.
Een wet, of wat men ermee probeert te bereiken, dat heeft niet altijd de uitwerking die men wil bereiken
daarmee. Daardoor is er een verschil tussen actuele en normatieve activiteiten.
GLOBALE EN EUROPESE TENDENSEN
= Handvaten voor de komende lessen…
Langetermijnperspectief (Oudheid tot heden)
Criminaliteit is historisch veranderlijk
o ‘Criminaliteit’ en ‘criminalisering’ → Geen vaststaand gegeven
▪ Sociale constructie
Onderhandeling tussen actoren, met macht om strafwetten uit te vaardigen,
over wat criminaliteit nu is
▪ Misdaad in ene context – Morele overtreding in andere
Voorbeeld: Overspel en godslastering = Zaken die in tijd en ruimte veranderen
Schending normen gemeenschap
o Allerlei reacties (Al dan niet bestraffen – toevoegen van leed)
o Niet alle ‘foute’ gedragingen zijn normovertredingen, en niet alle normovertredingen
worden gecodificeerd in strafwetgeving
o Wetgeving verschilt in tijd en ruimte
5
, Febe Dewanckele Geldhof
▪ Criminaliteit in het Westen:
• Moord – Straf gebeurt gelijkaardig
• Zachte misdrijven – Meer verschillen
Maatschappelijke condities creëren andere contexten voor (waargenomen) criminaliteit en wijze
van reactie
o Nieuwe sociale verhoudingen in de samenleving die veranderen, etc. Hoe men naar
criminaliteit kijkt en erop reageert veranderd dus steeds.
Belang macht
o Ongelijkheid voor de wet (dader en slachtoffer) → Bv. Rechters bij ‘Klassenjustitie’
▪ Het verloopt niet steeds zuiver.
In de 19e eeuw waren gevallen waarbij de rechter de dader kende, of waarbij het
slachtoffer een hogere status had dan de dader, die uiteindelijk harder gestraft werd.
o Uitzonderingen
VERANDERING WAS (EN IS) NIET LINEAIR
Evoluties in bestraffing
o Maar ook een cyclische aard → Terugkeer naar oude praktijken
Bv. Zoals Chain Gangs (shaming) in de VS - Oude praktijken wijst hier op oude straffen.
Tussen 18e – 20e eeuw: Grote transformaties
o Hervormingen vervangen het verleden n- volledig → Nog continuïteit van oude theorieën
o Vergelding → Hervorming
▪ Vergelding: Het idee van wraak en toevoeging van extra leed
▪ Hervorming: Daartegen, je ziet vandaag nog vergeldingsdrang naar boven komen
Verschillende interpretaties
→ Idee van vooruitgang en humanisering vs. Periode van trage transformaties
Verandering:
o Daling moordcijfers
o Meer gevangenissen
o Minder lijfstraffen
Continuïteit
o Zelfde kernmisdrijven → Globaliteit
o Ongelijkheid bij toepassing van wet
▪ Rol van dader en slachtoffer speelt vaak nog steeds een rol bij toewijzen van straf
o Aanwezigheid van (jonge) mannen
▪ Komen meest voor in criminaliteitsstatistiek
▪ Zwaarst gestraften
STAATSVORMING, CENTRALISERING EN DE BLIJVENDE ROL VAN HET LOKALE
Toename staatsinmenging → Afname lokale autonomie
o Verdwijnt niet volledig!
o Opkomst (natie)staat
o Centralisering van bestuursmodellen
o Opkomst publieke opinie
▪ Meer aandacht voor misdaad en straf → Betekenis eraan geven
Blijvende lokale verschillen
Mbt. Als iemand voor de rechter wordt gebracht of bij strafuitvoering.
6