1. NEUROSENSORISCHE ONTWIKKELING
1.1. DE HERSENEN
Outcome van vroeggeborenen
- Heeft grote impact op ouders, familie, gezin, sociaal leven, werk…
- Grote invloed op het kind zelf
o Op korte termijn, tijdens opname
o Op lange termijn (proberen te beperken door onze handelingen)
Verhoogd risico op negatieve neurologische of psychosociale outcome
- Angst / depressie - Internaliserend gedrag
- ASS / ADD - Slechtere coördinatie van bewegingen
- Eetstoornis - Stoornis in verwerken van zintuigelijke informatie
- Gehoorverlies / visuele beperking - Leer- of taalachterstand / lager IQ
- Slecht executieve functies - Sociaal isolement
1.1.1. DE STADIA EN PROCESSEN IN DE FOETALE PERIODE
Foetale periode = 9 weken tot 40 weken
- Snelle groei en differentiatie met geleidelijke ontwikkeling van de hersengroeven- en windingen
- Hoe ouder ze worden hoe meer oppervlakte er is in de hersenen door de groeven, het volume neemt minder toe
- Oppervlakte heeft niet veel plooien (deze worden dieper hoe ouder ze worden omdat de hersenen nog groeien)
- Veel belangrijke processen vinden pas plaats na 32 weken in de hersenen.
1.1.2. NEUROGENESE
Neurogenese = het proces waarbij nieuwe zenuwcellen (neuronen) worden aangemaakt in de hersenen.
- Piekperiode: 3-4 maanden ZWS-duur
- Vorming van de cortex voltooid bij 15-16 weken
- Meeste neuronen die nodig zijn voor totale levensduur zijn ontstaat bij 20 weken
- 50% van de neuronen worden nog verwijderd
- Embryonale kiemlaag = de laag in de kamer waar de zenuwcellen geproduceerd worden
o Heeft rijkelijke bevloeiing via fijne bloedvaatjes
o Gevoelig voor hemodynamische veranderingen (IVH, intracraniële bloeding) → er zijn al kleine wondjes door de
migratie van de cellen van de kamer naar de buitenkant van de hersenen.
1.1.3. MIGRATIE VAN NEURONEN
Vanuit de embryonale kiemlaag wordt de cortex in 6 lagen gevormd door migratie van miljoenen cellen. Ze migreren vanuit
ventrikels naar oppervlak
- De migratie van neuronen, differentiatie en de axonengeleiding = processen die vastgelegd zijn en genetisch
geprogrammeerd
- Meer kans op bloedingen omdat er wondjes ontstaan door de migratie van de cellen
- Piekperiode: 3-5 maanden ZWS-duur – grotendeels voltooid bij 24 weken
, 1.1.4. SYNAPTOGENESE
= de groei van nieuwe verbindingen tussen de zenuwcellen (synapsen)
- Piekperiode: van 5 maanden ZWS-duur tot vroege kinderleeftijd
- De basis, als dit niet goed is kan het niet meer goed komen.
- De veelgebruikte wegen worden breder en efficiënter
- Alles is verbonden, je hebt meerdere wegen nodig om iets te kunnen doen
1.1.5. SNOEIEN
= de wegen die niet veel gebruikt worden sterven af
Apoptose = geprogrammeerde celdood
- Gestuurd proces
- Ontdoet hersenen van overtollige of beschadigde cellen
- Neuron en al zijn verbindingen worde geëlimineerd
Synaptic pruning = de axonen van slecht functionerende synaptische
verbindingen worden verwijderd
- Beïnvloed door de omgeving (NICU)
- ‘use it of lose it’ – principe
- Processen die niet gebruikt of geremd worden in hun kritieke periode kunnen zich niet normaal ontwikkelen
- Afhankelijk van gebruik van verbinding (verbinding die veel gebruikt wordt, wordt sterker. Die dat je niet gebruikt
vallen weg. Dit kan zowel positief als negatief zijn wanneer bepaalde wegen niet gebruikt worden maar wel nodig
zijn)
1.1.6. MYELENISATIE
Rondom de axon van een zenuwcel ontstaan een myelineschede (isolerend) → zorgt voor snellere synaptische verbinding
tussen cellen
- Tussen 35 – 41 weken (5-voudige toename)
- Corticale volume bij de late prematuur: 53% van het a terme volume
- De helft van het volume wordt in de laatste 6 weken van de ZWS gevormd
- 24 weken: gewicht 65% van de voldragen hersenen, dus in 6 weken nog 35%
Alle sensorische ervaringen geven een neurale activiteit en beïnvloeden de structuur van het ontwikkelende brein.
De gevolgen zijn het belangrijkst wanneer er forse en onverwachte ervaringen de hersenen beïnvloeden in een stadium
van zijn snelste ontwikkeling, de kritieke periode in de hersenontwikkeling.
Een verblijf op de NICU is vol van dergelijke forse en onverwachter erveringen dus de impact van een opname op NICU op
het zich ontwikkelende brein is enorm.
2. ZINTUIGELIJKE SYSTEMEN
De zintuigelijke systemen worden functioneel in bepaalde, onveranderlijke volgorde:
Tastzin 7,5 – 18 weken
Reuk en smaak 12 – 14 weken
Beweging en balans 20 – 25 weken
Gehoor 24 – 35 weken
Zicht 30 weken – 24 maand
2.1. TASTZIN
Huid is het grootste zintuigelijke orgaan
- Het is rijkelijk voorzien van zenuwbanen waardoor zeer gevoelig voor aanraking en pijn
- Moeilijk om verschil tussen pijn en plezier te onderscheiden → dezelfde wegen worden gebruikt → vasthouden ipv
wrijven
- Aanraken is belangrijk voor het geven van beschermd gevoel en regulering van emoties
Verschillende manieren van aanraking activeren verschillende vormen van waarneming in de huid
- Lichte aanraking: vaak prikkelend en irriterend (zoals wrijven)
- Zacht maar stevig: rustgevender