Biologische Antropologie – Boekdeel II
Antisociaal Gedrag door Biosociale Bril
HOOFDSTUK 1: Begrippen
A. Kernbegrippen
Biologisch determinisme
De opvatting dat menselijk gedrag (inclusief crimineel gedrag) volledig of grotendeels bepaald
wordt door biologische factoren zoals erfelijkheid en genetische aanleg, zonder of met minimale
invloed van de omgeving. In de vroege criminologie hield dit in dat criminelen 'geboren' waren en
niet konden veranderen. De hedendaagse biosociale criminologie verwerpt dit absolute
determinisme: biologie en omgeving staan steeds in wisselwerking.
Atavisme
Begrip geïntroduceerd door Cesare Lombroso. Atavisme verwijst naar het terugkeren of
doorsijpelen van voorouderlijke, primitieve kenmerken bij bepaalde individuen. Lombroso
beschouwde criminelen als 'atavisten': mensen die evolutionair teruggevallen waren naar een
primitievere, 'wilde' toestand. Ze zouden herkenbaar zijn aan fysieke stigmata (afwijkingen in
schedelvorm, gelaatstrekken enz.). Dit idee werd later grondig ontkracht door Charles Goring.
Defecten
Term die in de vroege (biologische) criminologie gebruikt werd voor aangeboren of aangeleerde
tekortkomingen – fysiek, mentaal of moreel – die iemand zouden predisponeren voor crimineel
gedrag. Denk aan lichamelijke afwijkingen bij Lombroso, of psychische 'defecten' zoals
zwakzinnigheid bij Goddard. In moderne zin verwijst 'defect' in de neurowetenschappen ook naar
schade of disfuncties in hersengebieden die tot gedragsproblemen kunnen leiden.
Degeneratie
Begrip uit de 19e-eeuwse criminologie en geneeskunde, nauw verwant aan atavisme.
Degeneratie ('ontaarding') verwees naar een proces waarbij een individu of familie over
generaties heen 'achteruitging' op biologisch, moreel of mentaal vlak. Men veronderstelde dat
criminaliteit, zwakzinnigheid en andere 'gebreken' het gevolg waren van erfelijke degeneratie. Dit
vormde een theoretische basis voor eugenetische maatregelen.
Natuurlijke misdrijven (Natural crimes)
Begrip geïntroduceerd door Raffaele Garofalo. Natuurlijke misdrijven zijn handelingen die in alle
samenlevingen als misdadig worden beschouwd, ongeacht wet of cultuur, omdat ze ingaan tegen
twee universele menselijke basissentimenten: (1) medelijden (pitty) – de afkeer van het vrijwillig
toedienen van leed aan anderen – en (2) eerlijkheid/respect voor eigendom (probity). Ze
bedreigen het voortbestaan van de menselijke soort en de sociale orde.
Vrije wil
Het filosofische begrip dat mensen bewust en autonoom kunnen kiezen hoe ze handelen,
onafhankelijk van biologische of sociale determinanten. Het classicisme gaat uit van vrije wil als
basis voor morele verantwoordelijkheid en strafrecht. Het positivisme – en later de biosociale
criminologie – stelt de vrije wil ter discussie: biologische, psychologische en sociale factoren
, beïnvloeden gedrag op een manier die de vrije wil aantast of begrenst. Enrico Ferri verwierp de
vrije wil expliciet ('The denial of the free will').
Positivisme
Wetenschappelijke stroming die uitgaat van het bestaan van objectieve, meetbare wetmatigheden
die menselijk gedrag bepalen. In de criminologie (19e eeuw) richtte het positivisme zich op het
opsporen van de oorzaken van criminaliteit via empirisch onderzoek (meten van lichaamsbouw,
hersens, mentale eigenschappen). Positivisten verwierpen het klassieke idee van vrije wil.
Biologisch positivisme (Lombroso) zocht de oorzaken in biologische kenmerken; psychologisch
positivisme (Goddard, Eysenck) in persoonlijkheids- en cognitieve kenmerken.
Classicisme
De klassieke criminologische school (18e-vroeg 19e eeuw), gebaseerd op Verlichtingsdenkers
zoals Beccaria, Bentham, Locke en Hume. Het classicisme gaat uit van de rationele mens ('homo
economicus') die een vrije wil heeft en gedrag kiest op basis van kosten-batenanalyse.
Criminaliteitspreventie verloopt via het manipuleren van straffen en beloningen. Er is weinig
aandacht voor biologische factoren. Het classicisme staat tegenover het positivisme.
Sociaal Verweer – Oud SV (voor WOII)
Criminologisch-juridische beweging die zich richtte op de bescherming van de samenleving
(maatschappij) tegenover gevaarlijke, verstokte recidivisten. Het Oud Sociaal Verweer erkende
dat bepaalde daders geen of verminderde vrije wil hadden (bv. geesteszieken, 'geboren
criminelen') en pleitte voor een apart stelsel van maatregelen (i.p.v. gewone straffen) voor deze
groepen. Adolphe Prins speelde een sleutelrol. Het verving het enge beeld van de rationele actor
door een genuanceerder, individualistischer beeld.
Sociaal Verweer – Nieuw SV (na WOII)
Verderzetting en hervorming van het Sociaal Verweer na de Tweede Wereldoorlog. Het Nieuw
SV plaatste meer nadruk op behandeling, re-integratie en individualisering van maatregelen, en
minder op louter bescherming of uitsluiting. Het probeerde afstand te nemen van de eugenetische
excessen van voor de oorlog. Het collectieve belang (bescherming van de samenleving) en het
individuele belang (rehabilitatie van de dader) werden meer in balans gebracht.
Somatotypes
Lichaamstypologieën ontwikkeld door William Sheldon (en eerder door Ernst Kretschmer), die
een verband legden tussen lichaamsbouw (constitutie) en persoonlijkheid of crimineel gedrag.
Sheldon onderscheidde drie somatotypes: endomorf, ectomorf en mesomorf. De theorie had
wetenschappelijke tekortkomingen en wordt vandaag niet meer aanvaard, maar was wel
invloedrijk in de biosomatische traditie.
Constitutie
Begrip uit de biosomatische benadering (Kretschmer, Sheldon): de combinatie van lichaamsbouw
en persoonlijkheidskenmerken (zoals extraversie, introversie, neuroticisme) samen met
temperament. Men veronderstelde dat de constitutie (het lichamelijk en psychisch geheel) iets
kon zeggen over de neiging tot crimineel of afwijkend gedrag.
Endomorf
Eén van de drie somatotypes van William Sheldon. De endomorfe lichaamsbouw is zacht, rond
en vet van aard (vergelijkbaar met het 'leptosoom' bij Kretschmer). Endomorfen zouden een meer
ontspannen, sociaal en comfortzoekend temperament hebben. Sheldon vond weinig verband met
criminaliteit bij dit type.
Ectomorf
Eén van de drie somatotypes van William Sheldon. De ectomorfe lichaamsbouw is tenger, mager
en fragiel (vergelijkbaar met de 'pycnische mens' bij Kretschmer, hoewel de indeling niet exact
overeenkomt). Ectomorfen zouden introvert, sensitief en teruggetrokken zijn. Sheldon vond
weinig verband met criminaliteit bij dit type.
Mesomorf