Thema 1: evoluties in het veiligheidsbeleid
Hoorcollege 1: introductie
Doelstelling
- De studie van criminaliteit als politiek construct
o Dit betekent concreet dat we ons gaan toeleggen op politiek (= het ordenen van de
samenleving aan de hand van beslissingen die op een dwingende manier aan de
bevolking worden opgelegd)
Met andere woorden: het gaat over politici die geacht worden de samenleving
proberen vorm te geven/te ordenen en criminologen bestuderen dat proces
omdat ze geïnteresseerd zijn in manier waarop een veilige samenleving wordt
vormgegeven
o Wat betekent veiligheid? Wat betekent ordenen van de samenleving?
- Wat gaan we behandelen in de lessen?
o De studie van de meest evidente manier om de samenleving te ordenen, namelijk de
klassieke strafrechtsbedeling
Wetgeving (dwingende regels die de samenleving ordenen) die wordt
afgedwongen via een systeem (VB: politie, strafuitvoering, …)
o Rode draad van de lessen: over 200 jaar kijken naar de ordening van de samenleving en
de aanpak van criminaliteit daarin)
De reactie op criminaliteit
De belangrijkste evoluties in het criminaliteitsbeleid in België met een bijzondere
focus op de evoluties na WOII. We gaan ons daarbij focussen op specifieke
vraagstukken die dat veiligheidsbeleid mee bepalen (centrale thema’s zoals de
crisis van de democratie, populisme, evidence based policymaking, whole-of-
government benadering, marktdenken (traditionele mechanismen waarmee de
politici een veilige samenleving creëren)
Maakbaarheid: de manier waarop beleidskeuzes tot stand komen en we leggen
ons daarbij specifiek toe op het vraagstuk van maakbaarheid en beleidsinnovatie.
Politicus als een architect, iemand die de sam vorm geeft/veilig maakt,
maar is deze doelstelling realistisch/mogelijk?
VB: waarom is het veiligheidsbeleid zo moeilijk/traag te veranderen? (hier
gaan we het ook hebben over agendasetting)
Specifieke strategieën die overheden hanteren om gedrag te sturen (“orde
scheppen in de samenleving”).
Losstaand van de mechanismen van het strafrechtssysteem (VB: Foucault
– govermentality) -> studie over het sturen van het gedrag
o VB: nudging, biopolitics en necropolitics
Hoorcollege 2: historiek en achtergronden
Inleiding
- Politiek = het vormgeven van de samenleving, wat wij verwachten van politici
- Criminaliteit en politiek gaat over het vormgeven van een veilige samenleving
o Dit impliceert dat je:
1. Keuzes moet maken (= beleid = het vermogen om keuzes te maken): dit gaat steeds
op een doordachtere manier, want in het begin kon men niet eens van beleid spreken
en nu gebeurt het op een kei doordachte manier (concrete doelen stellen, fenomenen
bestrijden, gedrag sturen en zo bedoelde effecten creëren, …)
2. Belangrijke relaties tussen overheden (en de denkbeelden erover), onze opvattingen
over gedrag en daderschap & manier van aanpakken criminaliteit
Chronologisch overzicht strafrechtelijk beleid in brede zin 1830-1980: inhoudelijke en vormelijke
evoluties
- Fase 1. Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
- Fase 2. Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
- Fase 3. Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)
Periodes
Eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
Een land in de steigers
- BEL als artificiële constructie die op een specifiek moment in de geschiedenis tot stand komt
- Een nieuw land zoekt positie (bescherming veiligheid van de staat) en zeker in woelige
sociaaleconomische tijden
o Je bent een jong land, wilt een plaats op de wereldkaart veroveren en moet eigen wetten
1
, maken
Onduidelijk of ze gaan voortbestaan
Invloeden van andere landen (en aanwezige spionnen)
Het gaat hier niet goed op soc-eco vlak (armoede, …) -> dus handhaving is
gebonden aan een schrijnende toestand (pol ook woelig)
Er is ook toename van criminaliteit
Alles is gekopieerd uit Franse systeem, we hebben geen eigen wetboek,
gerechtelijk systeem of manieren van werken, … -> geen eigen uitgewerkt
systeem, zoeken ook nog het evenwicht tussen de bestaande actoren, …
Momenteel sluit dit systeem niet meer aan bij wat wij nu kennen (VB: er
kan niet echt beleid worden gevoerd (= keuzes maken) -> we hebben dit
recht afgestaan aan politici die zelf het recht hebben gekregen om keuzes
te maken (= een vorm van beleid, ongeacht of het onbewust of
intentioneel is)
o Beleid = actoren die keuzes maken
VB: procureur kan geen beleid voeren, moet
onderzoeksrechter vorderen
- Er komt een discussie over hoe we moeten straffen
o Behoud van Napoleontisch wetboek van strafvordering (1808) en strafrecht (1810):
Discussie over de doodstraf?
Straf = reactie op een misdrijf, niet op persoon
Gevangenisstraf in isolatie m.o.o. morele verbetering (Ducpétiaux) – Strafwetboek
Haus (1867) gebaseerd op 1810 maar minder vergelding (geen lijfstraffen maar
wel nog doodstraf, verzachtende omstandigheden met grotere discretionaire
ruimte voor strafrechters) (men wil naar een systeem waar de dader tot inkeer
komt en gevangenis is een voedingsbodem voor criminelen, dus afzondering en
men gaat inzetten op morele inkeer (want criminaliteit is het foute/kwade)
Het moet in relatie staan met de ernst van het misdrijf -> staat volledig los
van de person (reactie is op het misdrijf)
- Economisch liberalisme, laissez faire en nachtwakerstaat (= overheid gaat hun rol zien als iets
beperkt en dus ook beperkt optreden en de verantwoordelijkheid bij de burgers leggen (kleine
en beperkte overheid die zich niet gaat moeien in het leven van burgers)
o Elke vorm van echte interventie en elk idee van preventie hoort niet tot het beeld van
het veiligheidsbeleid in deze periode
o Altijd interactie ts politiek systeem en de opvattingen erover, beelden over daderschap
en onze reactie op criminaliteit
o Wetgever als drijfveer van de huidige wetgeving/beleid
Het gaat vooral over stemmen van wetgeving
- Wetgever als actor van het strafrechtelijk beleid
o Nood aan formeel kader voor reactie op criminaliteit (misdrijf, straf en handhaving)
o Openbare veiligheid, defensie (leger, gendarmerie), burgerwacht, gemeentepolitie
o Hoofdzakelijk op Franse leest geschoeid systeem; d.w.z. geen beleidsruimte, geen
opsporingsonderzoek en geen opportuniteitsprincipe (policy implementing en
instrumenteel)
o Minister van Justitie beperkte rol in strafrechtelijk beleid (verschillend ten aanzien van
deze tijd): uitvoeren wetten en beleid uitvoeren, maar geen echte beleidsactor
Klassieke school (belangrijke principes met een filosofische basis)
1. Mensen hebben een vrije wil en maken hun eigen rationele keuzes, hoewel ze een natuurlijke
neiging hebben tot het nastreven van eigenbelang en plezier
o In een nachtwakersstaat is er een rechtsbeschermende functie van de overheid: burgers
hebben rechten en de overheid moet die beschermen
2. Mensen hebben bepaalde natuurlijke rechten, waaronder het recht op leven, vrijheid en
eigendom.
3. Overheden zijn er voor en door burgers om deze rechten te beschermen, er is een sociaal
contract tussen degenen die regeren en degenen die geregeerd worden.
4. Burgers geven slechts een deel van hun natuurlijke rechten op ten voordele van de staat die
hen moet beschermen tegen het natuurlijke eigenbelang van individuen.
5. Focus op het duidelijk omschrijven van criminaliteit en de aanpak ervan, d.w.z. dat wetgevers
het proces vastleggen voor het vaststellen van schuld en het bepalen van de straf.
6. Criminaliteit is een inbreuk op het sociaal contract; daarom is criminaliteit een morele
overtreding tegen de samenleving.
7. Straf is alleen gerechtvaardigd om het sociaal contract te behouden. Het doel van de straf is
afschrikking. Straffen moeten proportioneel zijn.
8. Alle mensen hebben gelijke rechten en moeten gelijk worden behandeld voor de wet.
2
,Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
1. Een interventionistische overheid
- We zitten in het laatste kwartaal 19e eeuw, wat een turbulente tijd is en EU vorm begint te
krijgen zoals wij het kennen (geopolitieke omwentelingen)
- Vanaf 1875: belangrijke socio-economische en politieke omwentelingen. We zien een evolutie
naar een meer interventionistische overheid (!)
o Een aantal nieuwe omwentelingen in EU vanwege crisissen
VB: eco crisis met opstand tot gevolg
o EU begint vorm te krijgen zoals we het kennen (DUI en IT worden een geheel, …)
o Revolutionaire sfeer
o Eerste werken van Marx, dus opnieuw een aanklacht van de schrijnende toestanden in
steden
Massale migratie naar steden vanwege belofte werk industriële revolutie
Stijging schrijnende situaties
- Die transformatie brengt andere denkbeelden mee o.v.v. de aanpak van criminaliteit.
Ontwikkelingen waarin ook de ontluikende wetenschap (positivisme – Comte, Darwin, Spencer)
een belangrijke rol speelt (vb. de criminele antropologie en de Franse milieuschool)
o In het denken ontstaat er een communistische overheid
Andere denkbeelden komen op: vrije indiv met bepaalde rechten die vrijheid
afgeven voor bescherming naar vroege wetenschappelijk denken (positivisme,
biologisch denken) waarin mensen die iets fout doen een speelbal zijn van
processen (determinisme, is er wel een keuze of ben je de uitkomst van alle
invloeden)
de overheid gaat proberen situaties beter te maken (VB: vrouwen- en
kinderrechten)
o Anders denken ook op vlak van misdaad en straf
Schuldnotie wordt stilletjes aan vervangen door een gevaarsnotie (= mensen zijn
voorbestemt om feiten te plegen en daar kan je niets aan doen)
- We evolueren naar een meer deterministisch mensbeeld, wat tot spanningen leidt met de
uitgangspunten van de klassieke school; de schuldnotie ruimt plaats voor de notie van gevaar.
De persoon(lijkheid) van de delinquent komt centraal te staan.
o Aandacht voor persoon, maar denken is deterministisch waardoor er druk ontstaat op …
(homo economicus VS morele kwalificatie: je hebt gekozen voor het slechte naar geen
schuldnotie, want gedrag als uitkomst verschillende invloeden)
Je kan mensen niet meer verantw stellen voor hun gedrag vanwege
deterministische invloeden
Spencer past werk van x fout toe
o Als sam een voorstelling is van de natuurlijke gang van zaken, moet je eraf blijven en
niet interveniëren (= determinisme)
o Ervaren ook wetenschapspositivisme deze periode -> wetenschap gaat het antwoord zijn
op alle problemen
2. Een beleid van sociaal verweer (= als mensen gevaarlijk zijn, heeft de samenleving. Het recht zich te
verweren)
- Adolphe Prins (1845-1919)
o Uitgangspunt: het klassiek strafrecht en de klassieke strafrechtsbedeling beschikken niet
over efficiënte middelen om de massale criminaliteit en recidivisme van die tijd tegen te
gaan
Zotte stijging criminaliteit, systeem kan het niet meer slikken + wat we doen gaat
recidivisme niet tegen + sommige groepen zijn niet schuldig te vatten + liberale
denkers introduceren de gevaarsnotie
o Er zijn individuen (categorieën van mensen) die niet meer individueel aansprakelijk
kunnen gesteld worden, en dus niet meer kunnen worden gestraft
Je blijft met een spanning zitten: er is nog niets gebeurd, dus kunnen we het
strafrechtsysteem lanceren? Ja, voor bepaalde profielen wel, dus er ontstaan
vormen van controle (VB: voor landlopers, …)
o Progressief-liberale visie: de maatschappij heeft het recht zich te verweren tegen
gevaarlijke mensen (gevaarsnotie!).
We moeten iets aan de invloeden doen die mensen schuldig maken, maar vooral
de notie van gevaar wordt geïntroduceerd
- Omwille van gevaarlijkheid: onderworpen worden aan maatregelen die niet strafrechtelijk zijn
(en niet tot inkeer kunnen komen)
o VB: landlopers, daklozen, ‘administratieve voogdij voor
minderjarigen/geestesgestoorden’
o VB: jongeren die zich crimineel gedragen moeten uit het milieu worden gehaald en
3
, onderworpen worden aan opvoedkundige maatregelen
- Gevaarnotie -> preventieve maatregelen/ vroegtijdig optreden! (deze notie is eigen aan deze
tijd), we wachten niet tot de feiten zich voordoen
o Focus op dader
3. De uitvoerende macht als actor van strafrechtelijk beleid
- De uitvoerende macht wordt steeds belangrijker als actor in een strafrechtelijk beleid (VB:
ministers in het uitwerken van reacties op criminaliteit, …) -> focus op individualisering straf
(zie: denkbeelden veranderen, dus de aanpak ook)
- Wanneer de aanpak van criminaliteit aandacht krijgt voor omgevingsfactoren en voor de
persoonlijkheid van de dader, ontstaat de notie “preventie” en bijgevolg de mogelijke
betrokkenheid van andere beleidsdomeinen bij het strafrechtelijk beleid (zie ook sociale
wetgeving).
o Hierdoor kan je stellen dat ministers worden betrokken en invloed hebben op de reactie
op
- Risico op een heel erg instrumenteel gebruik van het strafrecht waarbij regels en handhaving
worden ingezet in functie van de politieke objectieven van de overheid die het op dat moment
voor het zeggen heeft. De notie gevaarlijkheid laat potentieel een verregaande interventie toe
van de overheid in het leven van burgers.
o Door schrijnende omstandigheden bepaalde doelgroepen, zien we dat er nieuwe pol
krachten ontstaan (VB: arbeidersbeweging -> oprichten socialistische partij ->
enkelvoudig stemrecht (eis tot participatie) -> ..)
o Pol turbulent klimaat, dus idee van gevaar heeft ook pol recuperatie/gevolgen en het
strafrechtsysteem moet deze bestrijden
Aanpak criminaliteit kan niet meer gereduceerd worden tot discussies inzet klassieke actoren
Als je spreekt van bedreiging en dus preventief handelt, kan je dat altijd misbruiken!!!
Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)
- Periode die wordt gekenmerkt door een grote mate van optimisme (wat we juist hebben
doorgemaakt, kan niet en er is zeker een economische basis aan de oorlog)
o Hieruit volgt VB de verzorgingsstaat om niet meer mee te maken wat er in de
wereldoorlogen is gebeurd
- Verzorgingsstaat: risico’s in de samenleving verspreiden zodat we solidair zijn met elkaar en dan
moeten mensen hun leven niet beperken tot ziekte, armoede, …
o Deze soort staat als vergroten van vrijheid, het maken van keuzes en je eigen leven
leiden
o We kunnen mensen hun leven beter maken en dat is ook onze plicht na de
wereldoorlogen
Alles wordt beter, voor iedereen!
- Volgende grote fase -> WOII
o Politiek consensusklimaat na WOII en economische heropleving
Start van tekenen van fundamentele vertekening van onze maatschappij: als we
ons EU kunnen bundelen, mijden we conflict
o Ontwikkeling van een verzorgingsstaat met strafrechtelijke bescherming van
componenten ervan
Staat in het teken van vrijheid: mensen mogen keuzes maken hoe ze hun leven
willen lijden (mensen moeten kunnen ontplooien, verhinderingen moeten we
corrigeren, …)
o Ambitie om leven beter te maken (voor iedereen) en geloof in maakbaarheid van de
mens
Vooral om zaken van WOII niet meer mee te maken
Er is geen ambitie to verandering zoals bij het soc verweer, hier gaat het over de
ambitie van de sam te beschermen en we kunnen mensen veranderen
(terugleiden naar de sam en zinvol laten participeren)
- Aandacht voor preventie en voor hulpverlening (ingebed in de reactie op criminaliteit)
- Inhoudelijk zeer ambitieus en optimistisch strafrechtelijk beleid
Een doctrine met optimistisch daderbeleid: nieuw sociaal verweer
- Weer een nieuwe manier van kijken naar criminaliteit: de maakbaarheid van de mens VS de
bescherming van de samenleving in het oude sociaal verweer
- Bescherming van de maatschappij tegen gevaarlijke individuen en groepen maar nu met
aandacht voor rechtsbescherming (legaliteit, proportionaliteit, subsidiariteit) en gericht op
resocialisatie van de betrokkene (dit laatste is nieuw)
- Individuele en sociale preventie met klassieke strafrechtelijke interventie en handhaving als
ultimum remedium
- Na WOII gaan alle actoren zelf keuzes kunnen beginnen maken op vlak resocialisatie van
4