1
,Hoofdstuk: verhalen
1. WAAROM VERHALEN?
Sluiten aan bij leefwereld van kleuters
Zorgen voor:
o plezier
o ontspanning
o herkenning
o taalontwikkeling
Enthousiasme van leerkracht = essentieel
Regel:
Kies een verhaal dat je zelf graag vertelt
2. BELANGRIJKSTE KENMERKEN VAN EEN VERHAAL
2.1 Essentie (EXAMENBELANGRIJK!)
= boodschap van het verhaal
moet:
positief zijn
algemeen zijn
niet moraliserend zijn
m.a.w.: “Je moet luisteren”
“Samenwerken is belangrijk”
er kan ook:
bijkomende essentie zijn (concreter)
➜ dit is je vertrekpunt voor gesprekken en activiteiten
2.2 Personages
moeten:
aansluiten bij leefwereld kleuters
herkenbaar zijn
niet zwart-wit (niet enkel braaf/stout)
2
,let op:
niet te veel personages
duidelijke karaktertrekken
karakter blijft doorheen verhaal
+ humor is goed!
2.3 Structuur
Inleiding
situeren in tijd/ruimte
personages voorstellen
probleem wordt vaak aangekondigd
eindigt met motorisch moment (= start verhaal)
Midden
gebeurtenissen
spanningsopbouw
personages worden op proef gesteld
bevat:
kleine climaxen
absolute climax (hoogtepunt)
hier wordt de essentie duidelijk
Slot
probleem opgelost
rust
geen open vragen
3. OPBOUW VAN HET VERTELLEN
Aanzet
doel: aandacht + juiste sfeer
gezellige sfeer creëren
3
, voorkennis activeren
moeilijke woorden uitleggen (max. 1-2)
paar gerichte vragen stellen
niet starten met: “ik ga een verhaaltje vertellen”
Midden (het vertellen)
gebruik:
o mimiek
o lichaamstaal
o intonatie
Slot
2 soorten vragen:
1. Inhoudelijke vragen
kort antwoord (feitelijk)
2. Belevingsvragen
persoonlijke ervaring
linken met essentie
4. SOORTEN VERHALEN (LEERSTOF!)
Realistische verhalen
uit werkelijkheid
1K:
net-als-ikverhalen
2K/3K:
meer afstand (ziekenhuis, reis…)
Fantasieverhalen
Animistische verhalen
dingen/dieren leven als mensen
vooral 2K/3K
4
,Hoofdstuk: verhalen
1. WAAROM VERHALEN?
Sluiten aan bij leefwereld van kleuters
Zorgen voor:
o plezier
o ontspanning
o herkenning
o taalontwikkeling
Enthousiasme van leerkracht = essentieel
Regel:
Kies een verhaal dat je zelf graag vertelt
2. BELANGRIJKSTE KENMERKEN VAN EEN VERHAAL
2.1 Essentie (EXAMENBELANGRIJK!)
= boodschap van het verhaal
moet:
positief zijn
algemeen zijn
niet moraliserend zijn
m.a.w.: “Je moet luisteren”
“Samenwerken is belangrijk”
er kan ook:
bijkomende essentie zijn (concreter)
➜ dit is je vertrekpunt voor gesprekken en activiteiten
2.2 Personages
moeten:
aansluiten bij leefwereld kleuters
herkenbaar zijn
niet zwart-wit (niet enkel braaf/stout)
2
,let op:
niet te veel personages
duidelijke karaktertrekken
karakter blijft doorheen verhaal
+ humor is goed!
2.3 Structuur
Inleiding
situeren in tijd/ruimte
personages voorstellen
probleem wordt vaak aangekondigd
eindigt met motorisch moment (= start verhaal)
Midden
gebeurtenissen
spanningsopbouw
personages worden op proef gesteld
bevat:
kleine climaxen
absolute climax (hoogtepunt)
hier wordt de essentie duidelijk
Slot
probleem opgelost
rust
geen open vragen
3. OPBOUW VAN HET VERTELLEN
Aanzet
doel: aandacht + juiste sfeer
gezellige sfeer creëren
3
, voorkennis activeren
moeilijke woorden uitleggen (max. 1-2)
paar gerichte vragen stellen
niet starten met: “ik ga een verhaaltje vertellen”
Midden (het vertellen)
gebruik:
o mimiek
o lichaamstaal
o intonatie
Slot
2 soorten vragen:
1. Inhoudelijke vragen
kort antwoord (feitelijk)
2. Belevingsvragen
persoonlijke ervaring
linken met essentie
4. SOORTEN VERHALEN (LEERSTOF!)
Realistische verhalen
uit werkelijkheid
1K:
net-als-ikverhalen
2K/3K:
meer afstand (ziekenhuis, reis…)
Fantasieverhalen
Animistische verhalen
dingen/dieren leven als mensen
vooral 2K/3K
4