COMMUNICATIEVAARDIGHEDEN
1 SYSTEEMTHEORETISCHE DRIEHOEK
1.1 SAMENLEVING ALS GROTER GEHEEL
“als je een gesprek gaat met je client, ben je nooit alleen”
omgeving beïnvloedt gedachten (van client en begeleider)
samenleving met zijn verwachtingen
Regels:
Geschreven
= Wetten en plichten
je mag maar 50 km/u rijden
Ongeschreven
= Sociale kijkwijzen / men – opvattingen (men denkt, men vindt dat,…)
geen alcohol nuttigen in de aula, studenten gaan meer uit
1.2 WEDERZIJDSE BEINVLOEDING
Wij beïnvloeden de maatschappij als individu
o Mening laten horen – sociale media, spijbelen voor klimaat
De maatschappij beïnvloed ons
o Onze eigen denkkaders en normen en waarden spelen ook mee
zelf uit een mooi gezin komen en client bv niet
1.2.1 SYSTEEMTHEORETISCHE DRIEHOEK
Dialooggestuurde hulpverlening is essentieel daar heb je
gespreksvaardigheden voor nodig vanuit orthopedagogische grondhouding
(roger & 10 krachtlijnen)
Alles is met elkaar verbonden
o Interactie tussen cliënt en samenleving
o Interactie tussen samenleving en hulpverlener
o Interactie tussen cliënt en hulpverlener
Ieder onderdeel heeft zijn eigen referentiekader
Communicatie als onderdeel van de interactie
1.2.1.1 ROGERIAANSE GRONDHOUDING
Empathie: gevoelens erkennen, lichaamstaal
Echtheid: eigen gevoelens, eigen stijl als hulpverlener
Respect
o betrokkenheid, begrip, aanvaarding en warmte en nabijheid
o Zowel verbaal als non-verbaal
samen met de cliënt tot groei komen
,2 ALGEMENE PIJLERS VAN DE COMMUNICATIE
Pijlers nodig, anders valt de communicatie stil
2.1 HULPVERLANER ALS KATALYSATOR
Katalysator = zet iets in gang
als hulpverlener bij iemand anders iets in gang zetten
Container van emoties – tot rust brengen van emoties
Empowerment bevorderen – client zelf laten nadenken
Veelzijdig betrokken en erkenning geven
o Niet plots een andere partij gaan zwak maken
o ‘ik begrijp dat het niet fijn is dat mama heeft afgebeld, maar…’
Perplexiteit en handelingsverlegenheid
Weerstand herkennen en hanteren
Communiceren in een interculturele context
2.2 COMMUNICATIEVERSCHILLEN
Individuele verschillen
Sekseverschillen
o Mannen – oplossingsgericht
o Vrouwen – vaak gevoelens in beeld brengen
Contextverschillen
o Lerarenkamer, voor de klas – zal je je anders gedragen
Culturele verschillen
2.2.1 AJUINMODEL
Als je direct naar de kern wilt gaan, gaat het heel vaak mis
Laag per laag pellen zoals een ajuin
Een client moet zich laten pellen, daar heb je vaak heel wat tijd voor nodig (vaak moeilijk)
2.3 EXTRA AANDACHTSPUNTEN
2.3.1 STRUCTUUR VAN EEN GESPREK - VOUOA
Voorbereidingsfase:
o Doel is belangrijk om te weten (wat wil je zeker bespreken)
o werkwijze (rekening houdend met verleden), welke obstakels, hoeveel tijd, vorige notities
doornemen, gesprek uitzetten – wat gaan we vandaag doen? Uitleggen
Openingsfase:
o contact leggen, gepaste sfeersetting creëren, doel en werkwijze toelichten
Uitwisselingsfase:
o probleem verkennen, analyseren (en indien nodig opnieuw definiëren)
Overlegfase:
o oplossingen genereren en selecteren
Afrondingsfase:
o samenvatten, afspraken maken en evalueren, afronden met stimuleren en bedanken
, 2.4 NON-VERBAAL GEDRAG
Geeft vooral gevoelens weer
Opletten voor culturele verschillen
Opletten voor interpretaties
Ondersteunt jouw boodschap. In combinatie met het verbale, wijst het op:
o Herhaling
o Contradictie
o Substitutie
o Complementariteit
o Accentuering
2.5 HOUDING VAN NIET WETEN
Handvaten:
De oplossing van het probleem is te situeren bij de cliënt
Cliënt wordt de expert
Gebruik stiltes, leun (letterlijk) achterover
Stel vragen (bv de boemerangvraag. Zie les actieresponsen)
Stel dat we een nuttig gesprek hebben vandaag.
Wat zou er anders zijn voor jou ?
2.6 RUIMTE BENUTTEN
Indeling gespreksruimte
o open en gezellige ruimte
o barrières
o kleurgebruik
Hoe zitten hulpverlener en cliënt
o afstand – nabijheid
o houding
Aanrakingen
3 BASISGESPREKSVAARDIGHEDEN
= richtingaanwijzers, tonen aan client welke kant je uitgaat
belangrijk om een gesprek te sturen
Luisterresponsen
o Parafraseren
o Reflectie
o Clarificatie
o Samenvatting
Actieresponsen
o Vragen stellen
o Confronteren
o Interpreteren
o Informatie geven
o Complimenteren
1 SYSTEEMTHEORETISCHE DRIEHOEK
1.1 SAMENLEVING ALS GROTER GEHEEL
“als je een gesprek gaat met je client, ben je nooit alleen”
omgeving beïnvloedt gedachten (van client en begeleider)
samenleving met zijn verwachtingen
Regels:
Geschreven
= Wetten en plichten
je mag maar 50 km/u rijden
Ongeschreven
= Sociale kijkwijzen / men – opvattingen (men denkt, men vindt dat,…)
geen alcohol nuttigen in de aula, studenten gaan meer uit
1.2 WEDERZIJDSE BEINVLOEDING
Wij beïnvloeden de maatschappij als individu
o Mening laten horen – sociale media, spijbelen voor klimaat
De maatschappij beïnvloed ons
o Onze eigen denkkaders en normen en waarden spelen ook mee
zelf uit een mooi gezin komen en client bv niet
1.2.1 SYSTEEMTHEORETISCHE DRIEHOEK
Dialooggestuurde hulpverlening is essentieel daar heb je
gespreksvaardigheden voor nodig vanuit orthopedagogische grondhouding
(roger & 10 krachtlijnen)
Alles is met elkaar verbonden
o Interactie tussen cliënt en samenleving
o Interactie tussen samenleving en hulpverlener
o Interactie tussen cliënt en hulpverlener
Ieder onderdeel heeft zijn eigen referentiekader
Communicatie als onderdeel van de interactie
1.2.1.1 ROGERIAANSE GRONDHOUDING
Empathie: gevoelens erkennen, lichaamstaal
Echtheid: eigen gevoelens, eigen stijl als hulpverlener
Respect
o betrokkenheid, begrip, aanvaarding en warmte en nabijheid
o Zowel verbaal als non-verbaal
samen met de cliënt tot groei komen
,2 ALGEMENE PIJLERS VAN DE COMMUNICATIE
Pijlers nodig, anders valt de communicatie stil
2.1 HULPVERLANER ALS KATALYSATOR
Katalysator = zet iets in gang
als hulpverlener bij iemand anders iets in gang zetten
Container van emoties – tot rust brengen van emoties
Empowerment bevorderen – client zelf laten nadenken
Veelzijdig betrokken en erkenning geven
o Niet plots een andere partij gaan zwak maken
o ‘ik begrijp dat het niet fijn is dat mama heeft afgebeld, maar…’
Perplexiteit en handelingsverlegenheid
Weerstand herkennen en hanteren
Communiceren in een interculturele context
2.2 COMMUNICATIEVERSCHILLEN
Individuele verschillen
Sekseverschillen
o Mannen – oplossingsgericht
o Vrouwen – vaak gevoelens in beeld brengen
Contextverschillen
o Lerarenkamer, voor de klas – zal je je anders gedragen
Culturele verschillen
2.2.1 AJUINMODEL
Als je direct naar de kern wilt gaan, gaat het heel vaak mis
Laag per laag pellen zoals een ajuin
Een client moet zich laten pellen, daar heb je vaak heel wat tijd voor nodig (vaak moeilijk)
2.3 EXTRA AANDACHTSPUNTEN
2.3.1 STRUCTUUR VAN EEN GESPREK - VOUOA
Voorbereidingsfase:
o Doel is belangrijk om te weten (wat wil je zeker bespreken)
o werkwijze (rekening houdend met verleden), welke obstakels, hoeveel tijd, vorige notities
doornemen, gesprek uitzetten – wat gaan we vandaag doen? Uitleggen
Openingsfase:
o contact leggen, gepaste sfeersetting creëren, doel en werkwijze toelichten
Uitwisselingsfase:
o probleem verkennen, analyseren (en indien nodig opnieuw definiëren)
Overlegfase:
o oplossingen genereren en selecteren
Afrondingsfase:
o samenvatten, afspraken maken en evalueren, afronden met stimuleren en bedanken
, 2.4 NON-VERBAAL GEDRAG
Geeft vooral gevoelens weer
Opletten voor culturele verschillen
Opletten voor interpretaties
Ondersteunt jouw boodschap. In combinatie met het verbale, wijst het op:
o Herhaling
o Contradictie
o Substitutie
o Complementariteit
o Accentuering
2.5 HOUDING VAN NIET WETEN
Handvaten:
De oplossing van het probleem is te situeren bij de cliënt
Cliënt wordt de expert
Gebruik stiltes, leun (letterlijk) achterover
Stel vragen (bv de boemerangvraag. Zie les actieresponsen)
Stel dat we een nuttig gesprek hebben vandaag.
Wat zou er anders zijn voor jou ?
2.6 RUIMTE BENUTTEN
Indeling gespreksruimte
o open en gezellige ruimte
o barrières
o kleurgebruik
Hoe zitten hulpverlener en cliënt
o afstand – nabijheid
o houding
Aanrakingen
3 BASISGESPREKSVAARDIGHEDEN
= richtingaanwijzers, tonen aan client welke kant je uitgaat
belangrijk om een gesprek te sturen
Luisterresponsen
o Parafraseren
o Reflectie
o Clarificatie
o Samenvatting
Actieresponsen
o Vragen stellen
o Confronteren
o Interpreteren
o Informatie geven
o Complimenteren