Kinesitherapeutisch handelen 2: didactiek: theorie [L03P0a]
Theorie Didactiek – KU Leuven
1. Bewegingsvormen, Spelvormen en Oefenvormen
1.1 Bewegingsvormen
Bewegingsvormen zijn basisvormen van bewegen die vaak aansluiten bij natuurlijke bewegingen.
Ze kunnen worden toegepast in sport, spel of therapie.
Doel: Ontwikkeling van motorische basisvaardigheden.
Voorbeelden: lopen (wandelen, joggen, sprinten), springen (hinkelen, touwtjespringen), klimmen
(klimrek, traplopen), zwemmen, balanceren (balk, slackline), werpen en vangen.
Kenmerk: Het gaat om een basisbeweging die in verschillende contexten kan worden toegepast.
1.2 Spelvormen
Spelvormen zijn activiteiten met een speels karakter, vaak met regels, competitie of
samenwerking.
Doel: Plezier, sociale interactie en cognitieve uitdaging naast fysieke activiteit.
Voorbeelden: tikkertje, balspelen, estafettes, kleine spelletjes.
Waarom spelvormen integreren?
• Hoge motivatiewaarde
• Het is een groepsgebeuren
• Ze zijn het aangewezen middel om zichzelf en de eigen mogelijkheden te verkennen
• Ze spreken een groot gamma aan menselijke vermogens aan
• De integrale individu wordt betrokken (mentale én motorische functies)
1.2.1 Een syntaxis voor de bewegingsspelen: Play – Game – Match
Begriff Definitie Voorbeeld
Play Existentieel levensfenomeen – Kinderen die vrijuit spelen
spontaan spelen zonder regels
Game Objectivatie van 'spel': spel Tienbal
onderworpen aan zakelijke regels
die regelmatig voorkomen →
spelvorm krijgt zelfstandigheid en
wordt onder dezelfde spelregels
gereglementeerd
Match (competitief Concrete verschijning van 'het spel'; Basketbal, voetbal
spel) georganiseerde wedstrijd met twee
of meer tegenstanders, vastgelegde
regels en als doel: winnaar
vaststellen. Winnen is belangrijk;
spelregels hebben een
constituerende functie.
1
,1.2.2 'Spelen' in wetenschapsdisciplines
Discipline Focus
Psychotherapie Therapeutische werking bij gedrags- of ontwikkelingsstoornissen
Sociologie Socialisatieproces: spel als sociaal ritueel; rol van spel in
samenleven en cultuur
Antropologie Verbanden tussen spel in verschillende culturen
Ontwikkelingspsychologie Spelen als middel voor cognitieve, emotionele en sociale
ontwikkeling
Didactiek/Pedagogiek Bewegingsopvoeding: spel als leerstrategie
1.2.3 Condities voor spel
Condities worden bepaald in functie van het motorisch en psychisch niveau
• Personen met een leerstoornis hebben meer tijd nodig om een spel te leren
• Ouderen kunnen problemen hebben met de fysieke en/of cognitieve
belasting/belastbaarheid
1.2.4 Spelen in functie van doelstellingen
Evaluatie → Doelstellingen formuleren → Middelen (bewegingsspelen & spelvormen aangepast
aan de mogelijkheden van het individu)
Inventarisatie en ordening van bewegingsspelen volgens doelstellingen is een essentieel
hulpmiddel.
1.3 Oefenvormen
Oefenvormen zijn concrete oefeningen die je gebruikt om een beweegvorm te trainen of om een
specifiek doel te bereiken (kracht, lenigheid, coördinatie). Ze zijn gestructureerd en doelgericht.
Doel: Verbeteren van kracht, lenigheid, coördinatie of herstel van functies.
Voorbeelden: squats, rekoefeningen, core stability, evenwichtsoefeningen, intervaltraining,
plyometrie, balansbord.
Kenmerk: Een oefenvorm is een praktische toepassing van een beweegvorm of
bewegingscomponent, vaak met een specifieke intensiteit, duur of techniek.
1.3.1 Overzicht: verschil tussen de drie vormen
Bewegingsvormen Spelvormen Oefenvormen
Beschrijving Basisvormen van Activiteiten met Gestructureerde
bewegen speels karakter trainings- of
revalidatieoefeningen
Doel Motorische Plezier, sociale Kracht, lenigheid,
basisvaardigheden interactie, coördinatie, herstel
cognitieve
uitdaging
Voorbeelden Lopen, springen, Tikkertje, Squats,
klimmen, rollen balspelen, rekoefeningen, core
estafettes stability
2
, 1.4 Didactiek en Methodiek
1.4.1 Wat is didactiek?
Didactiek = de wetenschap en kunst van het lesgeven. Principes, geen recepten.
Het didactisch leerproces bestaat uit vier stappen:
• Analyseren: beginsituatie inschatten en vastleggen
• Voorbereiden: les vormgeven rekening houdend met doelen, subdoelstellingen,
differentiatie, lesopbouw → lesvoorbereiding
• Uitvoeren
• Evalueren: reflectie en bijsturen
Het didactisch model: 5 basisvragen
Vraag Antwoord
Wie analyseert, bereidt voor, voert uit en INSTRUCTOR
evalueert?
Aan wie geef ik les? SPORTERS / DEELNEMERS
In welke omstandigheden geef ik les? OMGEVING / CONTEXT
Wat wil ik bereiken? LEERDOELEN
Hoe ga ik de leerdoelen bereiken? METHODEN
1.4.2 Wat is methodiek?
Methodiek = de systematische aanpak of werkwijze om een bepaald doel te bereiken. Het gaat
om hoe je iets aanpakt, niet alleen wat je doet.
Kenmerken van een methodiek:
• Doelgericht: afgestemd op het leer- of behandeldoel
• Systematisch: van eenvoudig naar complex, van bekend naar onbekend
• Didactisch onderbouwd: herhaling, variatie, feedback
• Contextgebonden: aangepast aan doelgroep, situatie en middelen
Voorbeelden van methodieken:
• Sportonderwijs: van eenvoudig naar complex; stationsmethode
• Kinesitherapie: functionele training; circuittraining
• Groepslessen: spelvormen; coöperatieve werkvormen
1.5 Basiscomponenten van Beweging
Fysieke fitheid = het vermogen om dagelijkse taken met kracht en alertheid uit te voeren zonder
overmatige vermoeidheid, met voldoende energie voor vrije tijd en onverwachte situaties. (American
Association of Physical Education)
3