Hoe breiden wetenschappers samen de kennis over een bepaald vakgebied uit?
falsificatie = het toetsen van hypothesen van andere onderzoekers en proberen die omver te werpen.
= je probeert te bewijzen dat een idee of theorie niet klopt
bv. hypothese: “hogere prijs voor arbeid -> minder vraag naar arbeid”
Falsificatie: advocaat van de duivel spelen (ook tegen de eigen hypothese)
Via eliminatieproces (‘trial and error’) kun je kennis opbouwen
Effect van ‘onsuccesvolle’ falsificatie (= verificatie)
Effect van ‘succesvolle’ falsificatie
Resultaat: zelfcorrigerend mechanisme leidt tot betrouwbare kennis en zelfs ‘wetenschappelijke
consensus’
Transparantie over data & methode
Inductieve of deductieve benadering
̶ Deductief: theorie → hypothese → toetsing met empirische gegevens → theorie
aanvaarden/verwerpen/aanpassen
̶ Inductief: empirische gegevens → observatie van een patroon → generaliseren →
theorie
̶ Inductief is niet beter dan deductief of omgekeerd!
̶ Inductieve en deductieve fase vormen samen de onderzoekscyclus.
̶ Vraag die je moet stellen is: ‘wat is het meest gepast voor mijn onderzoek?’
1. Weinig bestaand onderzoek? Moeilijk om concrete hypothesen op te stellen?
→ inductief
2. Bestaande theorieën, concepten, studies,… beschikbaar → deductief
Kwantitatief of kwalitatief onderzoek?
̶ Kwantitatief
‒ Focust op numerieke data
‒ Verzamelen resulteert in numerieke en gestandaardiseerde data
‒ Analyse gebeurt met diagrammen en statistiek
̶ Kwalitatief
, ‒ Focust op woorden en betekenissen
‒ Verzamelen resulteert in niet-gestandaardiseerde gegevens, die in
categorieën worden ingedeeld
‒ Analyse wordt uitgevoerd door middel van conceptualisatie
Keuzes voor benaderingen moeten consistent zijn. Vaak betekent dat:
̶ Verkennend ~ inductief ~ kwalitatief
̶ Verklarend ~ deductief ~ kwantitatief
Fundamenteel of toegepast onderzoek?
̶ Fundamenteel
̶ Generalisatie, algemene kennis belangrijk
̶ Van algemeen belang voor de maatschappij
̶ bv. de relatie tussen de werkdruk en het welzijn van een individu
̶ Toegepast
̶ Zoekt naar een concrete oplossing voor een specifiek probleem
̶ bv. problemen oplossen voor het management van een bedrijf
̶ specifiek enkel voor dit probleem
̶ bv. hoe kun je het aantal vrouwelijke sollicitanten in je bedrijf verhogen?
Informatievaardigheden =
Informatieverwerving: hoe verzamel ik op een efficiënte manier wetenschappelijke informatie over
mijn onderwerp?
+
Informatieverwerking: hoe beoordeel ik de gevonden bronnen? Hoe kan ik de nodige informatie uit
wetenschappelijke bronnen halen
opbouw van wetenschappelijk onderzoek:
Je werkt van breed → naar specifiek → en daarna weer terug naar breed.
1. Brede context / maatschappelijke relevantie
→ Waarom is het onderwerp belangrijk voor de samenleving?
Bijvoorbeeld: sociale media beïnvloeden jongeren.
2. Wetenschappelijke relevantie
→ Waarom is dit interessant voor onderzoekers?
Misschien is er nog weinig onderzoek naar gedaan.
3. Onderzoeksvraag en onderzoeksopzet
→ Hier maak je het concreet:
o Wat wil je precies onderzoeken?
, o Hoe ga je dat doen?
Opstart wetenschappelijk onderzoek
1. Bronnen verzamelen en analyseren
→ informatie zoeken, lezen en verwerken.
2. Resultaten bespreken / discussie
→ Wat betekenen je resultaten?
3. Terugkoppeling
o naar vorig onderzoek,
o naar verder onderzoek,
o naar de maatschappij.
Masterproef / wetenschappelijk artikel
iteratief proces = stap voor stap herhaalt en telkens verbetert.
- Je werkt dus niet in één rechte lijn van begin tot einde. + Je gaat soms terug naar een
vorige stap om iets aan te passen
Fases van informatieverwerving
1 Keuze en verkenning van een onderwerp
2 Identificatie van de belangrijkste topics
3 Formuleren van een probleemstelling
4 Opmaak van een onderzoeksdesign
5 Grondige literatuurstudie
6 Verfijnen onderzoeksvraag en design
7 Tussenstand, onderzoeksethiek en toegang
8 Verzamelen van gegevens
9 Analyseren van gegevens
10 Rapporteren en actualiseren
kenmerken van een goed overzichtsartikel (fase 2)
• Geeft een stand van zaken (state of the art)
• Is gestructureerd (bv. per deelthema)
• Is kritisch (bv. blinde vlekken, discussiepunten, ongepaste onderzoeksmethoden)
• Geeft pistes voor verder onderzoek (“research gaps”)
Wat als een review niet beschikbaar is voor mijn onderwerp?
• Lees ruimer dan je onderwerp
• Lees de literatuurstudie van recent verschenen artikels over je onderwerp
Grondige literatuurstudie (fase 5)?
Nu ook wetenschappelijke artikels (= verslag van origineel onderzoek)
Uitgangspunt: alle kwaliteitsvolle relevante bronnen die rechtstreeks met het onderwerp te
maken hebben
• “Volledigheid” (hoeveel bronnen moet ik hebben en hoe weet ik of het volledig is?)
, • Kwaliteit > kwantiteit
• Citatie-index (cijfer dat aangeeft hoe vaak artikels uit een wetenschappelijk tijdschrift
gemiddeld geciteerd worden door andere onderzoekers)
• Journal impact factor (meet hoe “invloedrijk” een wetenschappelijk artikel is)
sneeuwbalmethode bij informatieverwerving = via één bron steeds nieuwe bronnen vinden,
net zoals een sneeuwbal groter wordt terwijl hij rolt
Fase 8
- Gegevens verzamelen
- Verschil tussen secundaire en primaire bronnen
- Steekproefmethodes (stochastisch of niet)
Fase 10
Bv. aftoetsen: overeenstemming of tegenspraak tussen jouw resultaten en ander recent
onderzoek?
Bv. wat is in de voorbije maand nog gepubliceerd?
Bv. zijn er “retractions” geweest van bronnen? Errata?
Booleaanse operatoren = woorden die helpen om slimmer en gerichter te zoeken in
databanken of Google
1. AND = beide woorden moeten aanwezig zijn
2. OR = minstens één van beide woorden
3. NOT = iets uitsluiten
4. Aanhalingstekens (" ") = exacte woordgroep zoeken
→Wanneer je woorden tussen aanhalingstekens zet, zoekt de databank precies die
combinatie van woorden in dezelfde volgorde.
5. Sterretje (*) = verschillende woordvormen zoeken
→ Dan zoekt de databank naar woorden die beginnen met “entrepreneur”
bv: entrepreneur, entrepreneurs, entrepreneurship, entrepreneurial
→ “Entrepreneur* education” combintie dan zoekt die bv: entrepreneurship education,
entrepreneurial education, entrepreneur education
Hiërarchie van operatoren (Web of Science)
Wanneer je meerdere operatoren gebruikt, volgt de databank een vaste volgorde.
1. NOT
2. AND
3. OR
Haakjes overrulen de volgorde →Met haakjes bepaal jij zelf wat eerst gebeurt.
Hoe een wetenschappelijke bron herkennen?
• Feitelijke beoordeling
• Externe criteria (reputatie)
• Interne criteria (referentielijst)