Filosofie
Inleiding tot de Filosofie.
Rol van Griekenland.
In de foto zien we enkele stroomculturen in
het groen aangeduidt. Dit zijn culturen die
zich rond rivieren begeven. De 4
stroomculturen op de foto zijn ongeveer
allemaal even oud. De fundamenten van ons
denken en van onze beschaving liggen in
deze gebieden.
Dit is een typisch egyptische afbeelding. We
zien dat de vogel de ziel van de dode
meeneemt. Deze elementen zijn ook zeer
gekend in onze streken, denk aan de engelen
en het hebben van een ziel in het algemeen.
Vele zaken uit onze samenleving hebben een
Egyptische origine. De fundamenten uit deze
Egyptische cultuur (ontstaan 3000 v.c.) zullen
doorgroeien in de Griekse cultuur. Griekenland
is een voetnoot in termen van de politieke macht die het land heeft. De Griekse cultuur werkt
als een spons die veel van deze stroomculturen opneemt, en deze uiteindelijk zal doorgeven
aan Rome. De Griekse cultuur zet zich door in de Romeinse cultuur, de eliten worden
opgeleid in het Grieks. Rome zal dus de Griekse cultuur opnemen en wordt dominant in
deze cultuur.
Wat is wijsbegeerte?
We maken een onderscheidt tussen wereld en leefwereld. Een voorbeeld is het biologische
dier, en het huisdier. Mensen hebben een zeer nauwe band met het huisdier, maar het zijn
en blijven biologische wezens. Langs de ene kant is een kat gewoon een kat, maar langs de
andere kant is het ook UW kat. Dit is het verschil tussen wereld en leefwereld. Het zit in het
symbolische, de band tussen u en uw kat is helemaal anders dan de band tussen u en een
kat. Filosofie speelt zich af in de leefwereld, u komt zelden in contact met de wetenschap.
Grindadráp: in de Faeroër eilanden is het de traditie om af en toe scholen dolfeinen af te
maken. In het algemeen is een normale mens hier tegen wegens vele redenen. Bij deze
traditie worden dan enkele duizenden dolfeinen afgemaakt. Langs de andere kant worden er
jaarlijks in België zo een 313 miljoen dieren geslacht voor consumptie. Dit gaat ons minder
aan omdat het buiten onze leefwereld is, maar vanaf dat jou kat wordt geslacht is dat een
ramp. Dit is omdat het zich binnen onze leefwereld bevind.
Thema’s in de Filosofie.
Binnen de leefwereld komen talrijke thema’s voortdurend terug, denk aan wie ben ik,
waarom ben ik er, wat is liefde, ben ik vrij, wat is mijn relatie tot dieren/anderen/God, etc. Het
eigene aan de filosofie en de leefwereld is dat de houding ten opzichte van deze vragen zich
verschuift doorheen de tijd. De vragen worden telkens opnieuw hernomen, je krijgt de
,vragen nooit opgelost. Terwijl wetenschap iets is dat zich opbouwt, is filosofie iets wat zich
telkens herneemt.
Het ‘verstaan’ in de filosofie is een talig proces, dit betekend dat filosofie op taal steunt.
Goede filosofen zijn mensen met een goed taalbeheer. Filosofie is geen literatuur, geen
poëzie, geen tragedie, geen komedie, maar als deze taalvormen kunnen wel filosofisch
interessant zijn en komen aan bod in de filosofie.
Filosofie zal voortdurend teruggrijpen naar oude teksten, wetenschap niet. Zoals eerder
gezegd bouwt wetenschap zich op en filosofie wordt voortdurend hernomen.
Verklaringsmodellen: Magie, Mythologie, en Filosofie.
In de oude wereld waren er zogenaamde verklaringsmodellen, dit zijn manieren om de
wereld te proberen snappen. Er zijn twee belangrijke verklaringsmodellen:
- Magische visie. Magie is een manier om naar de werkelijkheid te kijken, en laat je toe
om deze werkelijkheid te beheersen. Magie is dikwijls verborgen en is verbonden
met taboe, denk aan bloed, nagels, lijken, etc.
- Mythologische visie. Dit zijn vooral verhalen over goden, etc. Deze verhalen
structureerde de werkelijkheid waarin men leefde.
Vanaf de 6e eeuw v.c. ontstaat er een andere taal die naast deze twee komt te staan. Plato
en Aristoteles zeggen dat de filosofie vertrekt vanuit de verwondering. Dat betekend dat de
filosofie ontstaat door het stilstaan bij een bepaald onderwerp. De verwondering is iets wat
eeuwig is, de verwondering is het startpunt. Vanuit de verwondering volgt de reflectie, maar
deze reflectie zet niet de stap naar magie of mythologie. In de 6e eeuw v.c. is er een soort
van onvrede bij een aantal mensen over de bestaande verklaringsmodellen.
In de griekse samenleving krijgt men deze verschillende soorten mensen. Men ziet dat deze
verdeeld zijn onder Griekenland, met enkele kolonies rondom de kusten van Turkije, de
Ionische kusten. De steden aan deze kusten hebben een zeer grote vorm van autonomie.
Thales woont in een van deze piepkleine steden en in deze gemeenschappen onstaan een
aantal mensen die geen voldoende hebben aan het magische en het mythologische. Deze
mensen maken hun eigen verhalen. Dit is cruciaal omdat op dat moment een taal ontstaat
die afwijkt van de vorige talen.
Aristoteles schrijft over Thales (624-545 v.c.). Hij schrijft over een verstrooide filosoof, maar
ook over dat Thales mathematische kennis had. Ook werd er geschreven dat hij kon
voorspellen wanneer de volgende zonsverduistering plaatsvond, en dat hij allerlei andere
voorspellingen kon maken zoals een goede olijfoogst. Aristoteles wil aantonen dat naast het
feit dat Aristoteles zeer verstrooid is, dat hij zeer succesvol zou kunnen zijn dankzij al zijn
voorspellingen, maar dat hij dat niet wil en hij enkel kennis wil opdoen. Hier zegt Aristoteles
iets over filosofie dat het gaat over het vergaren van kennis. Thales zal dus nadenken over
hoe de werkelijkheid in elkaar zit, en hij zegt dat de werkelijkheid bestaat uit vier elementen,
namelijk water, vuur, aarde, en lucht. Volgens Thales zit er een logica in deze elementen.
Door het bestuderen van de samenhang tussen deze elementen probeert Thales te
begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar zit.
Logos versus magie en mysterie.
Magie geeft controle over de werkelijkheid (bv met een stokje kan je een stoel laten
bewegen om het simpel uit te drukken). Godsdiensten gaan dingen proberen te verklaren.
De mythologische verhalen waren een deel van de godsdienstige structuur van de Griekse
,wereld. Deze probeerde aan te tonen vanwaar de mens vandaan komt, wat het belang
daarvan is, etc.
Nu komt hier een nieuwe taal naast die steunt op redelijke (logos) verklaringsmodellen die
toegankelijk zijn voor iedereen. Het is niet zoals magie zeer verborgen, maar het laat de
mensen toe om samen over bepaalde zaken na te denken. Het westen steunt op deze taal
en is dus een logocentrische cultuur, dit wil zeggen dat het logisch nadenken (logos)
dominant wordt en de andere verklaringsmodellen zal verdringen.
Rol van de wiskunde.
Thales wordt beschouwd als de eerste Griekse wiskundige. Thales wijkt af van het magische
en mythologische aspect en hij zorgt ervoor dat zijn wiskundige bewijzen voor iedereen
begrijpelijk en beargumenteerbaar zijn. Deze manier van denken wordt dominant en zorgt
voor een logocentrische cultuur.
De wiskundige kennis verwijst naar een nieuw waarheidsideaal: eeuwig, toegankelijk via
rede (logos), en volstrekt transparant begrijpbaar. Eens dat iets wiskundig is vastgesteld,
klopt het en kan men daar niets aan veranderen.
Een ander voorbeeld is Pythagoras (569-470 v.c.). Hij zal de mathematische kennis
omzetten in een soort van religieuze leer. Er zijn verbanden tussen lengtes en bepaalde
muzieknoten, er is een verband tussen de lengtes van planeten tov de aarde en deze geven
muziek. Er ontstaat numerologie waarbij cijfers betekenis krijgen. Wiskunde, magie, en
religie komen samen.
De boodschap is dubbel. Langs de ene kant ontstaat in Griekenland een taal die logisch is
en verbonden is met rede, maar deze taal is niet de dominante taal. Alle talen zijn met elkaar
verbonden, je kan bv niet de wiskunde als een aparte taal beschouwen.
Deeldisciplines van de filosofie.
Filosofie kent geen grens maar er zijn meerdere thema’s die historisch een grote rol
gespeeld hebben:
- Logica: de basis van redeneren.
- Epistemologie: hoe werkt kennis en wat is kennis.
- Metafysica: hoe zitten dingen fundamenteel in elkaar.
- Ethiek: wat is goed en kwaad, hoe moet ik handelen.
- Esthetica: wat is schoonheid.
Filosofie heeft geen grens, je kan over alles praten zelfst over auto’s.
De klassieke wijsbegeerte.
Deze speelt zich af in Athene. De Griekse wereld bestond uit allemaal kleine stadjes en
deze dreven handel, etc. Zeer veel van deze steden hadden een protodemocratische
structuur. Het waren allemaal kleine democratiën. De grieken waren hier zeer trots op. Het
ergste wat de grieken konden overkomen was een Tiran, dit is een alleenheerser of een
dictator. De Boulet ontstond, dit is een vereniging van burgers van Athene die samen
kwamen en die beslisten over allerlei dingen. De samenstelling van het Boulet wisselde
voortdurend en de leden werden door het lot gekozen. Dit was een vorm van directe
democratie. In deze democratische structuren zal de filosofie een tweede stap nemen. Het
was dus in Athene zeer belangrijk om te kunnen spreken. Er ontstonden professoren, ook
we sofisten genoemd, die jonge atheense mannen gaat opleiden om te leren spreken en te
, leren argumenteren in de Boulet. Die sofisten zullen de aanleiding zijn voor een golf van
klassieke Griekse filosofie. Drie figuren zijn hiermee verbonden:
- Socrates: grondlegger van de Griekse filosofie.
- Plato: leerling van Socrates.
- Aristoteles: leerling van Plato.
Socrates zal zich ergeren aan zijn collega-sofisten. Zijn ergernis is dat de sofisten die jonge
mannen zal opleiden tot macht mensen die alles zouden doen om hun gelijk te krijgen
onafhankelijk van het lot van Athene. Hij vond dat sofisten mensen waren waarbij macht
centraal staat, en niet de waarheid. Bij Aristoteles was dit omgekeerd. Volgens Socrates
moeten deze sofisten worden uitgeschakeld en men kan dit enkel doen om mensen wijzer te
maken en hun ogen te doen openen. Dit zal hij proberen doen in zijn eigen filosofie. Hij zal
elite lesgeven en hij wijgert geld hiervoor te vragen. Dit komt omdat als je geld vraagt je
manipuleerbaar bent en hij wil dit vermijden. Ook weigert hij dingen op papier te zetten, ook
dit was een bewuste keuze omdat hij vindt dat lesgeven face tot face moest gebeuren omdat
teksten verkeerd begrepen kunnen worden (denk aan de media van vandaag). Voor
Socrates staat de directe taal en de directe omgang voor hem centraal. Vandaag de dag
weten we over Socrates vanwege zijn leerlingen Plato en Xenophon.
Socrates zal worden veroordeeld door de machtshebbers in Athene tot de doodstraf. Zijn
dood is cruciaal voor het werk van Plato omdat hij zich afvraagt waarom de machthebbers
iemand hebben vermoord die enkel het beste wou voor de staat. Wat ook cruciaal was voor
Plato en Xenophon was dat Socrates zonder aarzel de dood instapte.Hieruit komt de vraag
wat ons lichaam is, en wat de dood voorstelt. Wat betekend het einde en wat betekend het
om waardig te sterven.
Dit is een schilderij van de door van Socrates.
U ziet Plato links op de stoel.
Socrates is een pedagoog, een lesgever, hij
leert mensen het goede te kennen. Hij zegt zelf
dat wat hij doet Maieuthiek (vroedvrouw) is, dit
betekend dat hij dingen laat geboren worden in
het hoofd van de mens. Hij is er van overtuigd
dat de meeste kennis al in de mens aanwezig
is. Een bekende dialoog van Plato, Meto
genaamd. Meta is een slaaf en Socrates zal
aantonen dat zonder aangelegde kennis die slaaf de stelling van Pythagoras wiskundig kan
aantonen. Socrates vind dat het inzicht in het goede fundamenteel is om het goede te doen.
Volgens Socrates is de eerste stap de stap om mensen inzicht te geven.
Plato zal de dood van Socrates in vier dialogen opbouwen.
- Euthyphro: socrates op weg naar de rechtbank en onderweg denkt hij na en praat
met mensen over wat het betekend om een vroom figuur te zijn.
- Apologie: geeft de rede / het tegenargument van Socrates in de rechtbank. Hij wil
Horzel, Doxa ontmaskeren.
- Crito: Socrates weigert te ontsnappen uit de gevangenis uit respect voor de wet.
- Phaedo: Socrates drinkt de gifbeker en wacht op zijn dood.
Na de dood van Socrates richtte Plato een academie op. Hij richtte buiten de muren van
Athene op de grond van een man genaamd Academicus een school op. Hier zal Aristoteles
les volgen en hijzelf zal ook later eeen academie oprichten in een tempel in Athene
genaamd Lyceeum, ook dat woord kennen we nog op de dag van vandaag.
Inleiding tot de Filosofie.
Rol van Griekenland.
In de foto zien we enkele stroomculturen in
het groen aangeduidt. Dit zijn culturen die
zich rond rivieren begeven. De 4
stroomculturen op de foto zijn ongeveer
allemaal even oud. De fundamenten van ons
denken en van onze beschaving liggen in
deze gebieden.
Dit is een typisch egyptische afbeelding. We
zien dat de vogel de ziel van de dode
meeneemt. Deze elementen zijn ook zeer
gekend in onze streken, denk aan de engelen
en het hebben van een ziel in het algemeen.
Vele zaken uit onze samenleving hebben een
Egyptische origine. De fundamenten uit deze
Egyptische cultuur (ontstaan 3000 v.c.) zullen
doorgroeien in de Griekse cultuur. Griekenland
is een voetnoot in termen van de politieke macht die het land heeft. De Griekse cultuur werkt
als een spons die veel van deze stroomculturen opneemt, en deze uiteindelijk zal doorgeven
aan Rome. De Griekse cultuur zet zich door in de Romeinse cultuur, de eliten worden
opgeleid in het Grieks. Rome zal dus de Griekse cultuur opnemen en wordt dominant in
deze cultuur.
Wat is wijsbegeerte?
We maken een onderscheidt tussen wereld en leefwereld. Een voorbeeld is het biologische
dier, en het huisdier. Mensen hebben een zeer nauwe band met het huisdier, maar het zijn
en blijven biologische wezens. Langs de ene kant is een kat gewoon een kat, maar langs de
andere kant is het ook UW kat. Dit is het verschil tussen wereld en leefwereld. Het zit in het
symbolische, de band tussen u en uw kat is helemaal anders dan de band tussen u en een
kat. Filosofie speelt zich af in de leefwereld, u komt zelden in contact met de wetenschap.
Grindadráp: in de Faeroër eilanden is het de traditie om af en toe scholen dolfeinen af te
maken. In het algemeen is een normale mens hier tegen wegens vele redenen. Bij deze
traditie worden dan enkele duizenden dolfeinen afgemaakt. Langs de andere kant worden er
jaarlijks in België zo een 313 miljoen dieren geslacht voor consumptie. Dit gaat ons minder
aan omdat het buiten onze leefwereld is, maar vanaf dat jou kat wordt geslacht is dat een
ramp. Dit is omdat het zich binnen onze leefwereld bevind.
Thema’s in de Filosofie.
Binnen de leefwereld komen talrijke thema’s voortdurend terug, denk aan wie ben ik,
waarom ben ik er, wat is liefde, ben ik vrij, wat is mijn relatie tot dieren/anderen/God, etc. Het
eigene aan de filosofie en de leefwereld is dat de houding ten opzichte van deze vragen zich
verschuift doorheen de tijd. De vragen worden telkens opnieuw hernomen, je krijgt de
,vragen nooit opgelost. Terwijl wetenschap iets is dat zich opbouwt, is filosofie iets wat zich
telkens herneemt.
Het ‘verstaan’ in de filosofie is een talig proces, dit betekend dat filosofie op taal steunt.
Goede filosofen zijn mensen met een goed taalbeheer. Filosofie is geen literatuur, geen
poëzie, geen tragedie, geen komedie, maar als deze taalvormen kunnen wel filosofisch
interessant zijn en komen aan bod in de filosofie.
Filosofie zal voortdurend teruggrijpen naar oude teksten, wetenschap niet. Zoals eerder
gezegd bouwt wetenschap zich op en filosofie wordt voortdurend hernomen.
Verklaringsmodellen: Magie, Mythologie, en Filosofie.
In de oude wereld waren er zogenaamde verklaringsmodellen, dit zijn manieren om de
wereld te proberen snappen. Er zijn twee belangrijke verklaringsmodellen:
- Magische visie. Magie is een manier om naar de werkelijkheid te kijken, en laat je toe
om deze werkelijkheid te beheersen. Magie is dikwijls verborgen en is verbonden
met taboe, denk aan bloed, nagels, lijken, etc.
- Mythologische visie. Dit zijn vooral verhalen over goden, etc. Deze verhalen
structureerde de werkelijkheid waarin men leefde.
Vanaf de 6e eeuw v.c. ontstaat er een andere taal die naast deze twee komt te staan. Plato
en Aristoteles zeggen dat de filosofie vertrekt vanuit de verwondering. Dat betekend dat de
filosofie ontstaat door het stilstaan bij een bepaald onderwerp. De verwondering is iets wat
eeuwig is, de verwondering is het startpunt. Vanuit de verwondering volgt de reflectie, maar
deze reflectie zet niet de stap naar magie of mythologie. In de 6e eeuw v.c. is er een soort
van onvrede bij een aantal mensen over de bestaande verklaringsmodellen.
In de griekse samenleving krijgt men deze verschillende soorten mensen. Men ziet dat deze
verdeeld zijn onder Griekenland, met enkele kolonies rondom de kusten van Turkije, de
Ionische kusten. De steden aan deze kusten hebben een zeer grote vorm van autonomie.
Thales woont in een van deze piepkleine steden en in deze gemeenschappen onstaan een
aantal mensen die geen voldoende hebben aan het magische en het mythologische. Deze
mensen maken hun eigen verhalen. Dit is cruciaal omdat op dat moment een taal ontstaat
die afwijkt van de vorige talen.
Aristoteles schrijft over Thales (624-545 v.c.). Hij schrijft over een verstrooide filosoof, maar
ook over dat Thales mathematische kennis had. Ook werd er geschreven dat hij kon
voorspellen wanneer de volgende zonsverduistering plaatsvond, en dat hij allerlei andere
voorspellingen kon maken zoals een goede olijfoogst. Aristoteles wil aantonen dat naast het
feit dat Aristoteles zeer verstrooid is, dat hij zeer succesvol zou kunnen zijn dankzij al zijn
voorspellingen, maar dat hij dat niet wil en hij enkel kennis wil opdoen. Hier zegt Aristoteles
iets over filosofie dat het gaat over het vergaren van kennis. Thales zal dus nadenken over
hoe de werkelijkheid in elkaar zit, en hij zegt dat de werkelijkheid bestaat uit vier elementen,
namelijk water, vuur, aarde, en lucht. Volgens Thales zit er een logica in deze elementen.
Door het bestuderen van de samenhang tussen deze elementen probeert Thales te
begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar zit.
Logos versus magie en mysterie.
Magie geeft controle over de werkelijkheid (bv met een stokje kan je een stoel laten
bewegen om het simpel uit te drukken). Godsdiensten gaan dingen proberen te verklaren.
De mythologische verhalen waren een deel van de godsdienstige structuur van de Griekse
,wereld. Deze probeerde aan te tonen vanwaar de mens vandaan komt, wat het belang
daarvan is, etc.
Nu komt hier een nieuwe taal naast die steunt op redelijke (logos) verklaringsmodellen die
toegankelijk zijn voor iedereen. Het is niet zoals magie zeer verborgen, maar het laat de
mensen toe om samen over bepaalde zaken na te denken. Het westen steunt op deze taal
en is dus een logocentrische cultuur, dit wil zeggen dat het logisch nadenken (logos)
dominant wordt en de andere verklaringsmodellen zal verdringen.
Rol van de wiskunde.
Thales wordt beschouwd als de eerste Griekse wiskundige. Thales wijkt af van het magische
en mythologische aspect en hij zorgt ervoor dat zijn wiskundige bewijzen voor iedereen
begrijpelijk en beargumenteerbaar zijn. Deze manier van denken wordt dominant en zorgt
voor een logocentrische cultuur.
De wiskundige kennis verwijst naar een nieuw waarheidsideaal: eeuwig, toegankelijk via
rede (logos), en volstrekt transparant begrijpbaar. Eens dat iets wiskundig is vastgesteld,
klopt het en kan men daar niets aan veranderen.
Een ander voorbeeld is Pythagoras (569-470 v.c.). Hij zal de mathematische kennis
omzetten in een soort van religieuze leer. Er zijn verbanden tussen lengtes en bepaalde
muzieknoten, er is een verband tussen de lengtes van planeten tov de aarde en deze geven
muziek. Er ontstaat numerologie waarbij cijfers betekenis krijgen. Wiskunde, magie, en
religie komen samen.
De boodschap is dubbel. Langs de ene kant ontstaat in Griekenland een taal die logisch is
en verbonden is met rede, maar deze taal is niet de dominante taal. Alle talen zijn met elkaar
verbonden, je kan bv niet de wiskunde als een aparte taal beschouwen.
Deeldisciplines van de filosofie.
Filosofie kent geen grens maar er zijn meerdere thema’s die historisch een grote rol
gespeeld hebben:
- Logica: de basis van redeneren.
- Epistemologie: hoe werkt kennis en wat is kennis.
- Metafysica: hoe zitten dingen fundamenteel in elkaar.
- Ethiek: wat is goed en kwaad, hoe moet ik handelen.
- Esthetica: wat is schoonheid.
Filosofie heeft geen grens, je kan over alles praten zelfst over auto’s.
De klassieke wijsbegeerte.
Deze speelt zich af in Athene. De Griekse wereld bestond uit allemaal kleine stadjes en
deze dreven handel, etc. Zeer veel van deze steden hadden een protodemocratische
structuur. Het waren allemaal kleine democratiën. De grieken waren hier zeer trots op. Het
ergste wat de grieken konden overkomen was een Tiran, dit is een alleenheerser of een
dictator. De Boulet ontstond, dit is een vereniging van burgers van Athene die samen
kwamen en die beslisten over allerlei dingen. De samenstelling van het Boulet wisselde
voortdurend en de leden werden door het lot gekozen. Dit was een vorm van directe
democratie. In deze democratische structuren zal de filosofie een tweede stap nemen. Het
was dus in Athene zeer belangrijk om te kunnen spreken. Er ontstonden professoren, ook
we sofisten genoemd, die jonge atheense mannen gaat opleiden om te leren spreken en te
, leren argumenteren in de Boulet. Die sofisten zullen de aanleiding zijn voor een golf van
klassieke Griekse filosofie. Drie figuren zijn hiermee verbonden:
- Socrates: grondlegger van de Griekse filosofie.
- Plato: leerling van Socrates.
- Aristoteles: leerling van Plato.
Socrates zal zich ergeren aan zijn collega-sofisten. Zijn ergernis is dat de sofisten die jonge
mannen zal opleiden tot macht mensen die alles zouden doen om hun gelijk te krijgen
onafhankelijk van het lot van Athene. Hij vond dat sofisten mensen waren waarbij macht
centraal staat, en niet de waarheid. Bij Aristoteles was dit omgekeerd. Volgens Socrates
moeten deze sofisten worden uitgeschakeld en men kan dit enkel doen om mensen wijzer te
maken en hun ogen te doen openen. Dit zal hij proberen doen in zijn eigen filosofie. Hij zal
elite lesgeven en hij wijgert geld hiervoor te vragen. Dit komt omdat als je geld vraagt je
manipuleerbaar bent en hij wil dit vermijden. Ook weigert hij dingen op papier te zetten, ook
dit was een bewuste keuze omdat hij vindt dat lesgeven face tot face moest gebeuren omdat
teksten verkeerd begrepen kunnen worden (denk aan de media van vandaag). Voor
Socrates staat de directe taal en de directe omgang voor hem centraal. Vandaag de dag
weten we over Socrates vanwege zijn leerlingen Plato en Xenophon.
Socrates zal worden veroordeeld door de machtshebbers in Athene tot de doodstraf. Zijn
dood is cruciaal voor het werk van Plato omdat hij zich afvraagt waarom de machthebbers
iemand hebben vermoord die enkel het beste wou voor de staat. Wat ook cruciaal was voor
Plato en Xenophon was dat Socrates zonder aarzel de dood instapte.Hieruit komt de vraag
wat ons lichaam is, en wat de dood voorstelt. Wat betekend het einde en wat betekend het
om waardig te sterven.
Dit is een schilderij van de door van Socrates.
U ziet Plato links op de stoel.
Socrates is een pedagoog, een lesgever, hij
leert mensen het goede te kennen. Hij zegt zelf
dat wat hij doet Maieuthiek (vroedvrouw) is, dit
betekend dat hij dingen laat geboren worden in
het hoofd van de mens. Hij is er van overtuigd
dat de meeste kennis al in de mens aanwezig
is. Een bekende dialoog van Plato, Meto
genaamd. Meta is een slaaf en Socrates zal
aantonen dat zonder aangelegde kennis die slaaf de stelling van Pythagoras wiskundig kan
aantonen. Socrates vind dat het inzicht in het goede fundamenteel is om het goede te doen.
Volgens Socrates is de eerste stap de stap om mensen inzicht te geven.
Plato zal de dood van Socrates in vier dialogen opbouwen.
- Euthyphro: socrates op weg naar de rechtbank en onderweg denkt hij na en praat
met mensen over wat het betekend om een vroom figuur te zijn.
- Apologie: geeft de rede / het tegenargument van Socrates in de rechtbank. Hij wil
Horzel, Doxa ontmaskeren.
- Crito: Socrates weigert te ontsnappen uit de gevangenis uit respect voor de wet.
- Phaedo: Socrates drinkt de gifbeker en wacht op zijn dood.
Na de dood van Socrates richtte Plato een academie op. Hij richtte buiten de muren van
Athene op de grond van een man genaamd Academicus een school op. Hier zal Aristoteles
les volgen en hijzelf zal ook later eeen academie oprichten in een tempel in Athene
genaamd Lyceeum, ook dat woord kennen we nog op de dag van vandaag.