De evolutie van management
Management is van alle tijden
• 1000 jaar geleden: Chinezen, Grieken, Romeinen,….
• betrokken bij planning, organisatie, leidinggeven en controle
• Weinig gestructureerd, trial&error (vallen en opstaan)
• Industriële Revolutie en nieuwe uitdagingen
• Eind 19de eeuw, eerste onderwijs in management en business
SSBAHQOSC
Vroege concepten en invloeden in het domein van
management
Industriële Revolutie: (I) 1750-1860, (II) 1870-1914
Heeft de noodzaak aan zeer gesctructureerd management blootgelegd
Nieuwe productieprocessen, stoommachine, chemicaliën,
kapitaalintensieve productie, hoogovens, mechanisch weefgetouw,
elektriciteit, gas- en watertoevoer
Communicatie en transport (telegraaf, spoorwegen,…)
Groei omvang bedrijven
Toename productie en verbetering kwaliteit
Van molen naar fabriek: van kleinschalig naar grootschalig
Schaalvoordelen
1
, Systematisch nadenken over efficiëntie van productieprocessen en
over
Kostenbesparingen was noodzakelijk
1) ‘Systematic management’
Vroege 19de eeuw, problemen bij productie:
Coördinatieproblemen, chaos => storingen productieproces
Nood aan:
• procedures en processen
• meer efficiëntie van activiteiten en processen, betere
personeelsbezetting, beheer en onderhoud van voorraden, controle
over organisatie
• continue productie, zonder stilvallen
Doelen bereikt door:
• Definiëren van taken en verantwoordelijkheden
• Gestandaardiseerde technieken bij uitoefening taken en
verantwoordelijkheden
• Aandacht voor verzamelen, verspreiden en analyseren informatie
=> Kostprijsboekhouden, loonbeheer en productiecontrolesystemen
Nadruk vooral op interne bedrijvigheid, processen, minder op mensen.
Antwoord nodig op explosieve productiegroei en toenemende vraag
agv Industriële Revolutie
2) Scientific management’ (eind 19de eeuw)
Zwaktes ‘systematic management’-benadering, vastgesteld door
Frederick Taylor (1856-1915):
• Ontoereikende productie en vergoeding
• Inefficiëntie en verspilling door onbenut potentieel
• Methoden en management varieerden
• Gebrek aan wetenschappelijke aanpak bij bepalen wat beste
productiewijze is
Antwoord: Taylorisme = wetenschappelijke aansturing productieproces
Toepassing ‘scientific method’:
Analyse van arbeidstaken en bepaling best mogelijke uitvoering van elke
taak, om zo doel te bereiken: verbetering efficiëntie en productiviteit.
Vier principes
1. Voor elk aspect van de arbeidstaak: nauwkeurige, wetenschappelijke
benadering ontwikkelen, ipv algemene richtlijnen => analyse van
arbeiders op werkvloer
2. Selectie, training, ontwikkeling van elke arbeider, op basis van
bekwaamheden en motivatie. Loon als motiverende factor
3. Samenwerking tussen management en arbeiders
2
, 4. Verdeling van werk (doen) en verantwoordelijkheid (denken) tussen
managers en werknemers, met oog op efficiëntie. Wie doet wat het
best?
Uitvoeringstechnieken ‘scientific management’-benadering:
• Time-and-motion studies = tijdsregistratie taken (Frank and Lilian
Gilbreth - efficiency experten)
• Ergonomie (bestudeert de mens in relatie met de werkomgeving) ;
training; opdrachtkaartjes (oplijsting van handelingen); werkpauzes
• Vergoeding per stuk (piece rate system): beloning volgens
inspanning. Idee: goed voor werknemers en management
Verbetering productiviteit en efficiëntie
Algemene aanvaarding vergoeding per stuk
Bv. Assemblagelijn Ford T
Kritiek
• Miskenning sociale en psychologische factoren
• Geld beschouwd als enige prikkel (incentive)
• Routinetaken => verveling, apathie, problemen kwaliteitscontrole
• Weerstand vakbonden: “management legt de standaarden en
betaling per stuk op”
• Focus voornamelijk op interne organisatie: Externe aspecten
(concurrentie en overheidsregulering, i.e. perspectief senior
managers) onderbelicht
3) ‘Bureaucracy’ (Begin 20ste eeuw)
Max Weber (1864-1920): “ ‘bureaucracy’-benadering ideaal model voor
management” => vooral in grote organisaties
Kenmerken
• Standaardisering jobs
• Gestructureerde formele hiërarchie (toezicht en ondergeschiktheid)
• Regels, reguleringen en procedures
• Routine en objectieve aanpak
Kritiek
• Model niet geschikt voor elke organisatie (bv kleine of heel losse
organisaties)
• Tekortkomingen: administratie, logheid, onpersoonlijk,…
Vandaag de dag is heel deze bureaucratisering overgenomen door
de ICT
4) Administrative management’ (Begin 20ste eeuw)
• Nadruk op ontwerp en structuur organisatie
• Formalisering structuur en gezag
• Management: aparte functie naast financiën, productie, verkoop,…
3
, • Stroming is gekomen op basis van perspectieven en aanbevelingen
van auteurs op basis van persoonlijke ervaringen, vb. in grote
bedrijven (vb. Henri Fayol)
• Succes afhankelijk van context (industrie, personeel,…) =>
verandering en aanpassing
Henri Fayol (1916)
onderscheidde 5 belangrijke functies in
management
Zie ook 4 managementfuncties H1:
plannen, organiseren, leidinggeven en
controleren
Maakt onderscheid van 14 principes van
administratief management
Mary Parker Follett (1942)
=> gedrag van mensen in organisatie
“Managers ondervinden voortdurend veranderingen”
“Managers willen flexibiliteit” => mensgerichte benadering
“Verschil tussen gedrag van groepen en gedrag van individuen”
5) ‘Human relations’ (jaren 1930-1940)
Doel:
• Begrijpen hoe sociale en psychologische processen in relatie staan
tot werkomgeving en prestatie
• Benadrukken informele arbeidsrelaties en jobsatisfactie
Kritiek:
• ‘human relations’-benadering (‘gelukkige werknemer is productieve
werknemer’) te simplistisch
• rationele kant werknemer onderbelicht
Mayo & Roethlisberger (Hawthorne Studies, 1924-1932):
• Doel van studie: nagaan invloed fysieke arbeidsomstandigheden (vb.
lichtsterkte, temperatuur,…) op productiviteit en efficiëntie van
arbeiders op werkvloer => geen eenduidig effect
4