Hoofdstuk 1: intelligentie
1.1 intelligentie in de naïeve psychologische theorie
intelligentie > verschillende opvattingen
de opvattingen die in het dagelijks leven worden gebruikt > kaderen binnen navieve
psychologische theorie
vb) in de volksmond is intelligentie slim zijn, snel van begrip, goed problemen oplossen,
…
vaak obv eigen ideeën die onderbouwd worden door eigen alledaagse verklaringen:
intuïtieve mensenkennis
! Onderzoek Robert Sternberg:
- ontwikkelt een alomvattende intelligentietheorie
- Verschil tussen wetenschappelijke theorieën en leken theorie > mensen hebben
de neiging om intelligentie als veel ruimer en breder te zien dan wat het eigenlijk
is
o Vb) mensen inschatten, sociale interacties, handig zijn, veel vaardigheden
kunnen uitvoeren
- Leken hebben vaak een breder en diffuser beeld van intelligentie dan de
wetenschap
o Ook alledaags functioneren wordt erbij gezien
o Common sense idee van intelligentie reikt verder dan wat psychologen
met intelligentietests meten
Als psychologie belangrijk om vanuit veelheid aan opvattingen begrip intelligentie af te
bakenen
- Eenduidig en zuiver definiëren
- Definitie vormen Ifv validiteit
Wetenschappelijke opvattingen onderscheiden zich van de leken opvattingen door
, - Te willen werken met zo zuiver mogelijk gedefinieerde en meetbare concepten
- binnen de wetenschappelijke psychologie theorieën, hypothesen en
verwachtingen over psychologische verschijnselen getoetst en waar mogelijk
bevestigt aan de hand van onafhankelijke en zo objectief mogelijk verkregen of
verzamelde onderzoeksgegevens.
1.2 intelligentie met wetenschappelijke afbakening vh begrip
Heel wat studies beperken zich op het typisch schoolse vlak van intelligentie >
probleemoplossend vermogen, geheugen, … = academische intelligentie
Boring > maakt definitie van intelligentie= intelligentie is dat wat de test meet
! circulaire definitie, geeft geen verklaring
Eerder verwarrend dan helder
Toch ook veel gebruikt, ondanks deze eerder verwarrend dan helder lijkt te zijn
Komen hierdoor opnieuw op de vraag wat intelligentie dan echt is
Wetenschappers stellen verschillende definities op
! verwarrend > daarom probeert men orde te scheppen door niveaus aan te brengen
- intelligentie A
o aangeboren intelligentie, zonder stimulering van omgeving
o = niet door stimulering vanuit de omgeving, door voeding, door opvoeding
of leerervaringen beïnvloede – potentieel tot intelligent handelen.
o Ligt dus vast id fysieke hersenstructuren
o Uniek en genetisch bepaald plafond van intelligentiepotentieel
o Verandering enkel door fysieke structuren van generatie op generatie
o Niet meetbaar > het is een theoretische veronderstelling
o Noemen we genotypisch niveau
- Intelligentie B
o Wel te meten, schatten en beoordelen
o = het resultaat van de interactie tussen genetische aanleg enerzijds en
omgevingsinvloeden en leerervaringen anderzijds.
o Fenotypische niveau
, o Cognitieve vermogens waar iemand op een bepaald moment in de tijd
over beschikt, zijn het resultaat van alle voorafgaande leerervaringen
o Noemt ook levensintelligentie
o afhankelijk van opvoeding, van leefomstandigheden voor en na de
geboorte (voeding, culturele gewoonten), van onderwijs en
levenservaringen in het algemeen.
o Het is cultuurgebonden en aan verandering onderhevig
- Intelligentie C
o = datgene dat de intelligentietest meet
o Gemeten intelligentie, uitgedrukt in een bepaalde maat voor intelligentie
o Intelligentie C is dus (meet)instrument gebonden en zal daarom altijd
slechts een benadering blijven van intelligentie B en zeker ook van
intelligentie A.
Meeste wetenschappelijke definities liggen binnen B en C
! nog steeds niet 1 definitie
- Nadruk op allerlei onderliggende verstandelijke cognitieve processen en
vaardigheden
- Belang van “metacognitie” (het meer of minder gericht sturen van de eigen
cognitieve processen en vermogens)
- “uitvoeringsprocessen” komen in meer dan 40 % van de moderne definities voor
en in slechts 10 % van de oudere definities
- “Abstract redeneren” in helft van de moderne definities
- Vermogen tot probleem oplossen
- Vermogen om te leren en zich aan te passen aan nieuwe taken en nieuwe
omstandigheden komt men regelmatig tegen.
Mogelijke definitie > intelligentie is een conglomeraat van verstandelijke vermogens,
processen en vaardigheden, zoals abstract, logisch en consistent kunnen redeneren,
relaties kunnen ontdekken, leggen en doorzien, problemen oplossen, regels kunnen
ontdekken in schijnbaar ongeordend materiaal, met bestaande kennis nieuwe taken
kunnen oplossen, zich flexibel aanpassen aan nieuwe situaties, in staat zijn
leervermogen te tonen zonder directe en onvolledige instructies.
, Hoofdstuk 2: geschiedenis van intelligentue
2.1 geschiedenis van intelligentie
Wetenschappers bestuderen al meer dan honderd jaar het fenomeen van intelligentie
Veel verschillende soorten onderzoek
Veel verschillende theorieën
2 grote stromingen
2.2 eerste stroming: psychometrische benadering
De psychometrische benadering
- Gebaseerd op statistische benaderingen
- Gegevens samenleggen en proberen zaken hierin te clusteren
- Factoranalyse > we zoeken naar een samenhang tussen verschillende resultaten
en zoeken naar een onderliggende factor
- Uit statistisch onderzoek > één factor intelligentie of meerdere factoren die
samen intelligentie vormen