POLITIESTUDIES ’23 – ‘24
1
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe
, LES 1: MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT VAN DE POLITIE ALS TERUGKEREND
VRAAGSTUK (DE GESCHIEDENIS)
- Police (= het instituut ‘politie’. Het is een institutioneel gegeven, het is meer dan een
organisatie (individueel: wat doet politie, hoe reageren ze. (VS Organisatie: hoe
organiseert politie zich, hoe gaat ze om met werknemers, wat is beleid) (VS
Institutioneel: functie is moeilijk te veranderen, het is een institutioneel aspect)) VS
policing (= politiepraktijken, politiewerk; wat doet de politie (VB: surveilleren,
verhoren). Belangrijk onderscheid i.v.m. met onderzoek
o Er is maar 1 groot verschil: police is enkelvoud. Er is maar 1 politie als instituut,
maar er zijn meerdere organisaties die doen aan policing zoals douane, security,
bijzondere inspectiediensten (SZ, voedingsinspectie,…), leger, ..
o Rijkswacht was goed in snel ter plaatse zijn, mensen vinden dit belangrijk! Zorgt
voor vertrouwen.
- Disband, disempower and disarm the police: door politie-interventies sterven er
mensen, vooral zwarten. Hierdoor kijk je anders naar politie afhankelijk van jouw
huidskleur. Want als je niet wit bent, dan word je door politie gezien als mogelijke
dader (wordt ook in opleiding politie meegegeven). Samen met hoog wapengebruik,
zorgt racisme ervoor dat er veel niet-witte mensen sterven na een politie-interventie.
o Wij kijken meer naar de politie alsof ze ons beschermen, ze zijn veilig. Maar dit
verhaal staat op kantelen. Er is een beweging bezig tegen de racistische
praktijken van politie. Stelt institutionele functie van politie in vraag (macht weg)
Abolitionisme komt op
Komt op voor een reden; waarom? Laat zien dat vertrouwen in politie
wegvalt.
Reacties politie
1. Negeren: dan kan het groter ontploffen
2. Luisteren & er iets aan doen
o Vroeger policing by consent bij de sherrifs
- Maatschappelijke opdracht v/d politie:
o Politiemandaat (wie heeft dit ooit gegeven?)
Rechterlijke macht (OM, rechters,…) VS wetgevende macht (parlement)
VS uitvoerende macht (ministers, regering)
Baas politie: burgemeester op lokaal niv, in België minister binnenlandse
zaken & minister van justitie (laatste twee zijn voogdij ministers)
Politie lijkt dus een verlengstuk van de wetgevende macht
Overheid (politie als verlengstuk v/d uitvoerende macht)
Monopolie van geweld (dwang gebruiken)
o Symbolische en maatschappelijke functie
Brengt soc orde
Formele soc controle
o Verwachtingen v/d burgers
24/7 bereikbaar (gevaarsnotie)
Beschermer tegen bedreiging: politie heeft burger nodig, burgers hebben
politie nodig
Gebruik van dwang: afhankelijk van de situatie vinden burgers dit oké (VB:
als mensen vechten is het oké VS als het tegen jou gebruikt wordt)
o Functie gekenmerkt door paradoxen/tegenstellingen/tegengestelde eisen:
Beschermer v/d mensenrechten: je moet de ene beperken om de andere
te beschermen
Military policing (= politiewerk gedragen door de staat/ Geen rekening
houden met burgers. Openbare orden en de controle ervan zijn het
kernpunt. Staat en politie worden 1.) VS policing by consent/community
2
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe
, policing (= politiewerk met toestemming van bevolking. Het wordt
gedragen en gedragen door bevolking.)
Politie doet beide taken (VB: wijkagent (burgers) VS interventies
(staat) -> in Brussel is de wijkagent vaak graag gezien, maar
interventies niet
Meerderheid VS minderheid: moet je gaan voor de arbeidsman of voor
daklozen (humanistische, zorg VS hard optreden)
VB: wie is er in een café-ruzie de dader?
- Vragen
o Welke maatsch functies vervult de politie in de praktijk?
Hangt af van hoe de burgers politie zien, maar ook van hoe politie zichzelf
ziet. Is niet altijd duidelijk en zowel burgers als de staat als politie
worstelen hier mee.
Normatieve functie geven is het beste. De norm in de maatsch moet
gehandhaafd worden: bestrijden criminaliteit en openbare orde
handhaven
o Waarom hebben we eigenlijk politie?
o Is de veronderstelling juist dat politiewerk samenvalt met gebruik van
geweldsmiddelen?
o In hoeverre klopt het dat de politie een crime-fighting organisatie is?
- Identiteit van de politie
o Normatieve functie v/d politie: Normatieve functie geven is het beste. De norm in
de maatsch moet gehandhaafd worden: bestrijden criminaliteit en openbare orde
handhaven
o Handhaven openbare orde en bestrijden v/d criminaliteit
o Afdwingen van wetgeving en zelf toepassen van wetgeving
o Gezag, staat, recht,… eenheid van natie staat onder druk: ID van de politie hangt
af van de identiteit van de staat
o Maatsch ontw (globalisering, individualisme,…)
Pluralisering v/d politie: douane, gerechtsdeurwaarder, beveiliging,…
Privatisering v/d politie: private bewaking VS openbare orde (politie)
o Legitimiteit v/d politie is fragiel/staat onder druk
- Antwoord politie op identiteitscrisis. Dichter bij burger staan:
o Community oriented policing: politie dichter bij de burger (volledige les aan
besteden)
o Verstrengen: zero tolerance policing (= nultolerantiebeleid) & crime fighting
Er is altijd een beleidsvrije ruimte
VB: politieman gaat naar werk, maar die kan niet alles zeggen op
weg naar werk, want dan geraakt het nooit op werk.
o New Public Management – prioriteiten stellen via kerntaken en value for money
principe
Value for money; politie gaat enkel nog aanpakken waar er resultaat is en
waar er opbrengsten zijn. VB: zorgtaken nemen ze nu minder op
- Terpstra: 4 dimensies die de ID bepalen en die onder druk staan en vol tegenstellingen
zitten
1. Monopolie van geweld als unieke competentie
Politie krijgt mandaat v/d overheid om geweld uit te oefenen (artikel 1 v/d
Wet op het Politieambt, 1992) -> is uniek aan politie, want geen enkele
andere instantie/organisatie heeft dit (VB: douane of private politie,
leger,.. mogen dit niet)
Leger = getraind om te doden VS politie = getraind om geweld te
beheersen, toch mag het leger niet doden en politie wel
3
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe
, Unieke competentie: Als het op een andere manier kan, moet die eerst. Je
moet aantonen dat het geweld proportioneel was en dat het de enige
optie was.
24/7
Goed politiewerk = vermijden van geweld
Dilemma’s – streetcorner politicians (Muir, 1977): politie gaat wet
onderhandelen op straat in overleg met zichzelf en anderen
Peace keepers (Bittner, 1979): door bemiddelen en onderhandelen
zorgen ze ervoor dat de vrede wordt bewaard
Geweldmonopolie: belang van accountability over gebruik van
machtsmiddelen (Weber) – transparantie van politiewerk is er niet (VB:
hoeveel controles per dag?)
2. De morele basis van politiewerk
Staat vertegenwoordigd morele waarden v/e samenleving: wat goed en
slecht is, wordt duidelijk met optredens van de politie
(VB: politie treedt op in belang van covid)
Instrumentele functie: je draagt bij aan orde VS symbolische:
normen en waarden laten blijken
Soc instituties vormen cement v/d samenleving
Moreel individualisme (als antwoord op toenemende individualisering) –
staat moral agency
Symbolisch kapitaal v/d politie (Durkheim)
Symbolische-morele kant van politie VS de instrumentele aspecten van
politiewerk
3. Probleemgericht karakter
Goldstein ‘problem oriented policing’
Politie is niet alleen afdwingen van regels, ook oorzaak problemen
aanpakken
VB: jeugdzorg erbij nemen, PVs maken,…
Probleem met prestatiegerichte quota’s: je moet zoveel % minder
verkeersdoden hebben (probleem verminderen, maar je kan niet
meten of de oplossingen echt werken)
Tegen: meer blauw op straat – brandweerpolitie
Basis van Nieuwe bedrijfsmatig denken en later evidence-based policing
Moeilijk meetbaar voor politie.. wanneer is de politie effectief
4. De eis van legitimiteit (examenvraag: wat is verschil ts soc & normatieve
legitimiteit)
Verwerven en behouden legitimiteit
Soc integriteit = je krijgt vertrouwen door jouw gezag dat je krijgt door
gewoon politie te zijn (VB: uniform zorgt ervoor dat mensen trager rijden)
Burgers begrijpen politieoptreden en vinden het rechtvaardig
Gezagsdragers
Basis voor vertrouwen
Normatieve legitimiteit = je voldoet zelf aan de norm/rechtsregels en hebt
de capaciteit om de norm af te dwingen
Staat los van percepties van burgers
Ratio, basis van rechtsregels
Rechtmatigheid, rechtvaardigheid, respectvolle bejegening,
responsiviteit, menselijke waardigheid en geven van verantw
Beiden moeten voldaan zijn, anders geen legitiem vertrouwen
Dilemma: afstand v/d burger VS betrokkenheid v/d politie in haar
relatie met de burger
4
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe
1
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe
, LES 1: MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT VAN DE POLITIE ALS TERUGKEREND
VRAAGSTUK (DE GESCHIEDENIS)
- Police (= het instituut ‘politie’. Het is een institutioneel gegeven, het is meer dan een
organisatie (individueel: wat doet politie, hoe reageren ze. (VS Organisatie: hoe
organiseert politie zich, hoe gaat ze om met werknemers, wat is beleid) (VS
Institutioneel: functie is moeilijk te veranderen, het is een institutioneel aspect)) VS
policing (= politiepraktijken, politiewerk; wat doet de politie (VB: surveilleren,
verhoren). Belangrijk onderscheid i.v.m. met onderzoek
o Er is maar 1 groot verschil: police is enkelvoud. Er is maar 1 politie als instituut,
maar er zijn meerdere organisaties die doen aan policing zoals douane, security,
bijzondere inspectiediensten (SZ, voedingsinspectie,…), leger, ..
o Rijkswacht was goed in snel ter plaatse zijn, mensen vinden dit belangrijk! Zorgt
voor vertrouwen.
- Disband, disempower and disarm the police: door politie-interventies sterven er
mensen, vooral zwarten. Hierdoor kijk je anders naar politie afhankelijk van jouw
huidskleur. Want als je niet wit bent, dan word je door politie gezien als mogelijke
dader (wordt ook in opleiding politie meegegeven). Samen met hoog wapengebruik,
zorgt racisme ervoor dat er veel niet-witte mensen sterven na een politie-interventie.
o Wij kijken meer naar de politie alsof ze ons beschermen, ze zijn veilig. Maar dit
verhaal staat op kantelen. Er is een beweging bezig tegen de racistische
praktijken van politie. Stelt institutionele functie van politie in vraag (macht weg)
Abolitionisme komt op
Komt op voor een reden; waarom? Laat zien dat vertrouwen in politie
wegvalt.
Reacties politie
1. Negeren: dan kan het groter ontploffen
2. Luisteren & er iets aan doen
o Vroeger policing by consent bij de sherrifs
- Maatschappelijke opdracht v/d politie:
o Politiemandaat (wie heeft dit ooit gegeven?)
Rechterlijke macht (OM, rechters,…) VS wetgevende macht (parlement)
VS uitvoerende macht (ministers, regering)
Baas politie: burgemeester op lokaal niv, in België minister binnenlandse
zaken & minister van justitie (laatste twee zijn voogdij ministers)
Politie lijkt dus een verlengstuk van de wetgevende macht
Overheid (politie als verlengstuk v/d uitvoerende macht)
Monopolie van geweld (dwang gebruiken)
o Symbolische en maatschappelijke functie
Brengt soc orde
Formele soc controle
o Verwachtingen v/d burgers
24/7 bereikbaar (gevaarsnotie)
Beschermer tegen bedreiging: politie heeft burger nodig, burgers hebben
politie nodig
Gebruik van dwang: afhankelijk van de situatie vinden burgers dit oké (VB:
als mensen vechten is het oké VS als het tegen jou gebruikt wordt)
o Functie gekenmerkt door paradoxen/tegenstellingen/tegengestelde eisen:
Beschermer v/d mensenrechten: je moet de ene beperken om de andere
te beschermen
Military policing (= politiewerk gedragen door de staat/ Geen rekening
houden met burgers. Openbare orden en de controle ervan zijn het
kernpunt. Staat en politie worden 1.) VS policing by consent/community
2
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe
, policing (= politiewerk met toestemming van bevolking. Het wordt
gedragen en gedragen door bevolking.)
Politie doet beide taken (VB: wijkagent (burgers) VS interventies
(staat) -> in Brussel is de wijkagent vaak graag gezien, maar
interventies niet
Meerderheid VS minderheid: moet je gaan voor de arbeidsman of voor
daklozen (humanistische, zorg VS hard optreden)
VB: wie is er in een café-ruzie de dader?
- Vragen
o Welke maatsch functies vervult de politie in de praktijk?
Hangt af van hoe de burgers politie zien, maar ook van hoe politie zichzelf
ziet. Is niet altijd duidelijk en zowel burgers als de staat als politie
worstelen hier mee.
Normatieve functie geven is het beste. De norm in de maatsch moet
gehandhaafd worden: bestrijden criminaliteit en openbare orde
handhaven
o Waarom hebben we eigenlijk politie?
o Is de veronderstelling juist dat politiewerk samenvalt met gebruik van
geweldsmiddelen?
o In hoeverre klopt het dat de politie een crime-fighting organisatie is?
- Identiteit van de politie
o Normatieve functie v/d politie: Normatieve functie geven is het beste. De norm in
de maatsch moet gehandhaafd worden: bestrijden criminaliteit en openbare orde
handhaven
o Handhaven openbare orde en bestrijden v/d criminaliteit
o Afdwingen van wetgeving en zelf toepassen van wetgeving
o Gezag, staat, recht,… eenheid van natie staat onder druk: ID van de politie hangt
af van de identiteit van de staat
o Maatsch ontw (globalisering, individualisme,…)
Pluralisering v/d politie: douane, gerechtsdeurwaarder, beveiliging,…
Privatisering v/d politie: private bewaking VS openbare orde (politie)
o Legitimiteit v/d politie is fragiel/staat onder druk
- Antwoord politie op identiteitscrisis. Dichter bij burger staan:
o Community oriented policing: politie dichter bij de burger (volledige les aan
besteden)
o Verstrengen: zero tolerance policing (= nultolerantiebeleid) & crime fighting
Er is altijd een beleidsvrije ruimte
VB: politieman gaat naar werk, maar die kan niet alles zeggen op
weg naar werk, want dan geraakt het nooit op werk.
o New Public Management – prioriteiten stellen via kerntaken en value for money
principe
Value for money; politie gaat enkel nog aanpakken waar er resultaat is en
waar er opbrengsten zijn. VB: zorgtaken nemen ze nu minder op
- Terpstra: 4 dimensies die de ID bepalen en die onder druk staan en vol tegenstellingen
zitten
1. Monopolie van geweld als unieke competentie
Politie krijgt mandaat v/d overheid om geweld uit te oefenen (artikel 1 v/d
Wet op het Politieambt, 1992) -> is uniek aan politie, want geen enkele
andere instantie/organisatie heeft dit (VB: douane of private politie,
leger,.. mogen dit niet)
Leger = getraind om te doden VS politie = getraind om geweld te
beheersen, toch mag het leger niet doden en politie wel
3
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe
, Unieke competentie: Als het op een andere manier kan, moet die eerst. Je
moet aantonen dat het geweld proportioneel was en dat het de enige
optie was.
24/7
Goed politiewerk = vermijden van geweld
Dilemma’s – streetcorner politicians (Muir, 1977): politie gaat wet
onderhandelen op straat in overleg met zichzelf en anderen
Peace keepers (Bittner, 1979): door bemiddelen en onderhandelen
zorgen ze ervoor dat de vrede wordt bewaard
Geweldmonopolie: belang van accountability over gebruik van
machtsmiddelen (Weber) – transparantie van politiewerk is er niet (VB:
hoeveel controles per dag?)
2. De morele basis van politiewerk
Staat vertegenwoordigd morele waarden v/e samenleving: wat goed en
slecht is, wordt duidelijk met optredens van de politie
(VB: politie treedt op in belang van covid)
Instrumentele functie: je draagt bij aan orde VS symbolische:
normen en waarden laten blijken
Soc instituties vormen cement v/d samenleving
Moreel individualisme (als antwoord op toenemende individualisering) –
staat moral agency
Symbolisch kapitaal v/d politie (Durkheim)
Symbolische-morele kant van politie VS de instrumentele aspecten van
politiewerk
3. Probleemgericht karakter
Goldstein ‘problem oriented policing’
Politie is niet alleen afdwingen van regels, ook oorzaak problemen
aanpakken
VB: jeugdzorg erbij nemen, PVs maken,…
Probleem met prestatiegerichte quota’s: je moet zoveel % minder
verkeersdoden hebben (probleem verminderen, maar je kan niet
meten of de oplossingen echt werken)
Tegen: meer blauw op straat – brandweerpolitie
Basis van Nieuwe bedrijfsmatig denken en later evidence-based policing
Moeilijk meetbaar voor politie.. wanneer is de politie effectief
4. De eis van legitimiteit (examenvraag: wat is verschil ts soc & normatieve
legitimiteit)
Verwerven en behouden legitimiteit
Soc integriteit = je krijgt vertrouwen door jouw gezag dat je krijgt door
gewoon politie te zijn (VB: uniform zorgt ervoor dat mensen trager rijden)
Burgers begrijpen politieoptreden en vinden het rechtvaardig
Gezagsdragers
Basis voor vertrouwen
Normatieve legitimiteit = je voldoet zelf aan de norm/rechtsregels en hebt
de capaciteit om de norm af te dwingen
Staat los van percepties van burgers
Ratio, basis van rechtsregels
Rechtmatigheid, rechtvaardigheid, respectvolle bejegening,
responsiviteit, menselijke waardigheid en geven van verantw
Beiden moeten voldaan zijn, anders geen legitiem vertrouwen
Dilemma: afstand v/d burger VS betrokkenheid v/d politie in haar
relatie met de burger
4
Lessen en powerpoints gegeven door Prof. dr. S. De Kimpe