EXAMEN
Gebruik het handboek-> lijst op BB van wat je niet moet kennen
-> focus op inzichten, verbanden en toepassingen
Als we iets bespreken in het hoorcollege en in het boek staat dat we het niet moeten kennen-> enkel dat
deel van het hoorcollege dan kennen
In het handboek is boek 7 verwerkt (is het oude)
Examen zelf:
1ste deel is waar of fout + waarom?-> motivering is het belangrijkste
inzichtsvraag-> vaak een vergelijkingsvraag
Toepassingen-> zullen in lijn liggen met de oefensessies
INLEIDING
Contract= overeenkomst
-> het contractenrecht is aanvullend en niet dwingend
we hebben contractvrijheid-> kunnen en “moeten” contracten sluiten
Voor heel courante contracten is er een set van regels opgesteld-> bij de andere kijken ze meer naar de
bedoeling van de partijen (= benoemde contracten)
Benoemde contracten= hebben een regime, worden in de wet genoemd
-> staat in burgerlijk wetboek, in deel 3 van OBW
Boeken 1 (meer algemeen) en boek 5 zijn voor ons van belang
in werking sinds 01/01/23’, MAAR eerbiedige werking
1
, contracten van hiervoor worden beheerst door het OBW
soms ook voor RH die dateren van na 23’
Het oude recht moet je in principe voor dit vak niet kennen (ook X bij casussen van 2020)
Nieuw voorstel in februari 25’ over boek 7-> veel wijzigingen op verschillende punten
-> herschikking, hernummering…
Vereenvoudiging en verduidelijking van het contractenrecht als beweegreden
Voor dit vak: we bespreken het huidige recht + contract per contract de belangrijkste wijzigingen van
Boek 7 aangeven
-> Bijzondere contracten staan niet altijd in WB, maar in bijzondere wetten, bv. arbeidscontract
ONDERSCHEID CONTRACTEN
BENOEMD CONTRACT
In de eerste plaats is ons wettelijk set van regels van toepassing-> ons uitgangspunt
het is van aanvullend recht, we moeten dus altijd ook kijken naar het contract
overigens zal het aanvullend of corrigerend zijn
Je hebt ook het gemeen contractenrecht (art. 5.13 BW)
Opgericht voor 2 redenen:
1. fall back-regime= komt vaak voor, WG wilt beschermen bij niet volledige contracten
interpretatieve functie
complementaire functie: aanvullen van leemtes
corrigerende functie
2. bescherming van de zwakke contractspartij
ONBENOEMD CONTRACT
= zijn aan geen enkele specifieke wettelijke regeling onderworpen, enkel algemeen recht
We hebben het uitgangspunt van de contractvrijheid-> we hebben een open gebied
2
, het belangrijkste is de wilsautonomie
je kan binnen en buiten de lijntjes tekenen-> bij erbuiten is het onbenoemd
Er zijn geen regels over, bv. een leasingovereenkomst
Als derde laag is er de analoge toepassing: de contracten sui generis
GEMENGDE CONTRACTEN
= we hebben een mix van verschillende benoemde contracten, bv. je hebt een stuk grond en iemand
bouwt er een huis op-> dan is dit bouwen een combinatie van koop en aanneming
3 mogelijkheden om soort te bepalen:
1. het gemengd contract is zo gemengd dat we het niet meer kennen
= onbenoemd/ sui generis contract
2. We combineren de contracten, maar er is een duidelijk onderscheid-> we kunnen cumuleren
= de cumulatie-/ combinatie theorie
3. We gooien de elementen samen, maar één is dominant/ belangrijker
= de absorptie leer -> bv. belangrijkste is dat huis wordt gebouwd en niet leveren stenen
Uitgangspunt is de cumulatietheorie (art. 5.17 BW)
-> niet altijd even evident, bv. een aannemingscontract kan je anders eindigen dan een lastgeving, welke
pas je toe?
zodra dat één element relevanter is passen we de absorptietheorie toe
Probleem: specifieke elementen van je contract worden niet altijd door je dominant contract geregeld
BESCHERMING ZWAKKE CONTRACTPARTIJ
Consumentenbescherming-> deel van economisch recht
-> komt ook op veel punten terug, er zijn specifieke regels, afwijkend
van enorm groot belang
3
, Het uitgangspunt is de wilsautonomie/ de contractvrijheid-> komt van OBW van Napoleon
dacht dat als mensen vrij en gelijk zijn-> je hen hun gang moest laten doen
als ze contracteren zijn ze wel verantwoordelijk= bindende kracht
Probleem: feitelijk gezien is niet iedereen gelijk, bv. als je de trein neemt en je koopt een ticket, je mag
onderhandelen maar zal weinig effect hebben…
-> in huurzaken wordt de verhuurder gezien als kwaad en de huurder als sukkelaar
In specifieke contracten is er vaak een hele set van dwingende regels-> bedoeld om de “zwakkere” partij
te beschermen
-> je hebt een algemene tendens om aandacht te besteden aan de zwakkere
Het consumentenrecht sensu lato= niet het echte consumentenrecht, is gewoon tussen contractpartijen
ten voordele van de zwakkere partij
Het consumentenrecht sensu stricto= het echte, vaak bij onderneming en consument
ratio consumentenbescherming in europa is voor de vrije markt
is voor de B2C regeling, bv. bij consumentenkoop...
Materie die op zich heel afdwingbaar is-> RE moet dit ambtshalve toepassen
-> als je een verboden clausule opneemt ben je je gemeenrechtelijke fall back kwijt
bv, overdreven schadebeding-> dan krijg je gewoon geen schade
Afdwingingbaarheidsparadox: het is niet altijd gemakkelijk, bv. je koopt een trui en die heeft een defect
-> winkel plooit niet en je dagvaart deze winkel
je bent uiteindelijk min. een jaar verder en heel wat kosten voor gewoon een trui
je zal dan vaak eerder gewoon een nieuwe trui kopen
WER-> boek 6 is het belangrijkste
-> Als we bijzondere wetgeving hebben is de eerste vraag, wat is het toepassingsgebied?
in boek 1 staan allemaal definities
consument: is een natuurlijke persoon, discussie bij gemengd gebruik
4