Topic 1: Meten binnen de kinesitherapie
Introductie
Kinesitherapie
M. is een patiënt die in de praktijk komt na een schouderfractuur.
M. zegt dat het beter gaat vandaag (6 weken na de fractuur), wat betekent “beter”?
- Meten is belangrijk want kan een subjectief gevoel zijn (door placebo effect)
- ‘beter’ moet zowel subjectief als objectief zijn
Belang
- METEN = WETEN
Meting gaat over het testen van een patiënt en interpreteren wat de uitslag is
Gaat dus niet enkel over een klassieke meter
Met bv. een goniometer (= klinische meting)
- KWALITEITSBEVORDERING
Er bestaan een aantal organisaties die zich focussen op hoe we ervoor kunnen zorgen dat
er implantatie is in de kinesitherapie
Als je die richtlijnen naleest, gaat dat gepaard met veel voorwaarden
Therapie moet dan uit bepaalde onderdelen bestaan, omdat de P aan bepaalde
voorwaarden voldoet
We moeten weten wat die voorwaarden zijn en hoe we die kunnen meten
Therapie en richtlijnen zijn vaak afhankelijk van de status van de patiënt
- BIJSTUREN THERAPIE OP BASIS VAN KLINISCH ONDERZOEK
Meten is belangrijk om therapie bij te sturen
Na een paar sessies moet je altijd een meting uitvoeren -> anders moet je bijsturen
Als er geen concrete opvolging is, doe je maar iets
Bv: dry neelding: volledige sessie dry needling blijven doen OF om de paar sessies
eens kijken of we verbetering zien bij de P
Zo ja: verder blijven doen, zo nee: bijsturen
-> begrijpen wat een meting is, wat er goed en fout kan gaan bij een meting…
- BEGRIJPEN & KRITISCH REFLECTEREN OP ONDERZOEKSRESULTATEN
Misinterpraties etc.
Je moet altijd rekening houden met een meetfout
P moet onafhankelijk gemaakt worden
Belangrijk om op een goede manier te meten
Jezelf in twijfel trekken -> bewust dat je kritisch bent en therapie bij te sturen
Pagina | 1
,Kinesitherapie – vignet 1
Therapeut in ziekenhuis: meten van knieflexie binnen een ziekenhuissetting. Patiënt vertoont een
verbetering van 12° flexie na de operatie. Is dit een betekenisvolle vooruitgang? Zou een andere
therapeut eenzelfde resultaat bekomen?
- P met knieprothese -> hebben vaak een heel stijve knie
- Is 12° een verbetering of is dat toeval?
Door meetfout -> kan zijn omdat je andere referentiepunten neemt, omdat je de
goniometer anders vast hebt…
- Je moet zulke zaken ook kunnen terugkoppelen -> als 12° geen verbetering is, maar een
meetfout moet je mss iets anders doen -> meettheorie is hier belangrijk: vragen bij stellen
Kinesitherapie – vignet 2
Therapeut in zelfstandige praktijk: uitvoeren straight leg raise (SLR) om een mogelijke hernia te
detecteren.
Patiënt vertoont een positieve SLR. Betekent dit automatisch de aanwezigheid van een hernia? Moet
ik mijn patiënt doorsturen?
- Hernia = uitpuiling vd discus tssn 2 wervels
- Rechterbeen gestrekt opheffen en p heeft pijn aan linkerbeen (uitstralingen) = positieve test
Als die test pos is, is het dan per definitie dat de patiënt een hernia heeft? Moet ik dit
met een korrel zout nemen? Moet ik de patiënt doorverwijzen?...
Belangrijke keuzes die je moet maken -> belangrijk om een meting goed te
interpreteren
Definities
- Meettheorie/Measurement theory: De algemene wetenschap van het meten — van
temperatuur en massa tot abstracte constructen.
Temperatuur is een concept dat de mens heeft uitgevonden, is iets fysisch
Definitie is heel breed: je kan klinische zaken meten, psychologische zaken (bv IQ,
ontwikkeling…)
- Psychometrie & clinimetrie: Twee historisch gescheiden tradities die meettheorie toepassen
op niet-fysische fenomenen:
Psychometrie kent zijn oorsprong in de psychologie (IQ, persoonlijkheid…)
Clinimetrie kent zijn oorsprong in de kliniek (pijn, functie, kwaliteit van leven…)
Klinimetrie vs psychometrie: een onnodig verschil want ze willen hetzelfde zeggen
Gaat allemaal over meten en wat de eigenschappen zijn ve goede meting
Ze zijn gwn ontstaan in een andere context:
Klinimetrie is ontstaan id praktijk
Psychometrie is ontstaan id psychologie
Geen verschil tssn beide takken!
In deze cursus behandelen we beide als hetzelfde. Dezelfde principes gelden voor elk meetinstrument
dat de kinesitherapeut gebruikt.
Pagina | 2
,Meeteigenschappen
- Meting gaat dus over iets fysisch, psychologisch… proberen te meten -> abstract construct
= iets waarvan we denken dat h wel belangrijk kan zijn om dat te meten (bv; intelligentie,
gedrag, balans, sportprestaties, kracht…)
- Eigenschappen die hieraan gekoppeld zijn worden dan beschreven in de
psychometrie/klinimetrie
- Belangrijk: goed begrijpen wat de concrete meeteigenschappen zijn
Enkele eenvoudige regels
- Ken de grootheid van jouw meetinstrument (wat meet je).
Allemaal andere meetinstrumenten met allemaal een andere grootheid
Bv: massa, lengte, IQ, Pijn…
- Ken de eenheid van jouw meetinstrument (Let op: sommigen meetinstrumenten kennen
geen specifieke eenheid).
Eenheid ve meetinstrument (bv 12°) of relatieve eigenschappen (bv tssn 0 (slecht
instrument) en 1 (goed instrument))
Bv: gram, cm…
- Ken de begrenzing van jouw meetinstrument (juistheid/nauwkeurigheid) = beduidende
cijfers.
Bv: Weegschaal tot op 1kg nauwkeurig à rapporteren tot op 1 kg nauwkeurig (64 kg).
Vs
Weegschaal tot op 0,1 kg nauwkeurig à rapporteren tot op 0,1 kg nauwkeurig (64,0 kg).
Niet heel gedetailleerd cijfers achter de komma zetten als je meetinstrument hier
toch niet toe in staat is
Belangrijk in h kader v rapporteren naar een andere arts/kine
Verschil in iets dat uitgedrukt wordt in de eenheden vh meetinstrument (= rechtstreekse interpretatie
in de praktijk
- Handig om te weten is dan de ‘cut off’ (= drempelwaarde)) en relatieve uitdrukking ve meting
Meetinstrumenten met een ander construct is moeilijk om ze met elkaar te
vergelijken
Een goede meting
Wat is een goede meting
Zie boek -> CH2; 4 !!!
- Een goede meting is (volgens COSMIN; Consensus-based Standards for the selection of health
Measurement INstruments)
Valide/Juist (Validity) = juistheid van de meting
Betrouwbaar/Precies (Reliability) = een goede meting is een betrouwbare meting; gaat
over de precisie ervan
Pagina | 3
, Responsief (Responsiveness) = meting verandert als de status vh construct veranderd ->
als patiënt verbeterd, verandert de meting ook in de zin van die verbetering
Consensus-based = overeenkomen -> consensus zoeken. Onderzoekers hebben
allemaal een eigen mening maar proberen toch de neuzen in dezelfde richting te
zetten
Standards = er is een standaard: zo wordt COSMIN gezien
Measurement instruments: wat zijn goede en slechte meetinstrumenten binnen de
zorg (lijst)
- Cosmin versie 2 is in de maak -> dit is een oudere publicatie
Een goede meting wordt gekenmerkt door:
𝑋𝑜 = 𝑋 ± 𝜀
- Minimale willekeurige meetfouten.
- Vrij van systematische meetfouten.
𝑋𝑜 = geobserveerde waarde vd meting
Bv: aantal graden knieflexie = 𝑋𝑜 want is de
geobserveerde knieflexie (bv 70°)
𝑋 = wat de werkelijke waarde zou zijn vd patiënt = werkelijk aantal graden knieflexie vd
patiënt
𝜀 = fout: in pos/neg zin
Werkelijke waarde kan ook 70° zijn in dat geval is de fout = 0
Werkelijke waarde 80° -> in dat geval is er een fout
- Verschil in validiteit en betrouwbaarheid is afhankelijk van hoe die fout zich gedraagt (als we
het hebben over herhaaldelijke metingen)
- Random error = willekeurige meetfout -> spreiding vd fout is groot
We willen de spreiding zo minimaal mogelijk -> ideaal: fout zou altijd hetzelfde zijn
- Systematisch = op systematische manier afwijken vh juiste
Bv: systematisch afwijken vd 70° knieflexie: je zit er altijd consistent af
Ze is wel betrouwbaar want het is niet zomaar willekeurig
- Goede meting: vrij v systematische meetfout en er is een minimale willekeurige meetfout
= theoretisch want 𝑋 (het werkelijk aantal graden knieflexie vd patiënt) weet je niet
Nog moeilijker voor bv intelligentie -> hoe kun je op een objectieve manier de
intelligentie v iemand meten?
- Minimale willekeurige meetfouten = betrouwbaar.
- Vrij van systematische meetfouten = valide.
Pagina | 4