• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 103 pagina's
Samenvatting

25'-26' Samenvatting Neuro Kinderen (Revalidatie + Ontwikkeling)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 103 pagina's

Volledige samenvatting neurologische revalidatie EN ontwikkeling

Voorbeeld van de inhoud

NEURO KINDEREN
EXAMEN




1

, REVALIDATIE
AFWIJKENDE VROEGMOTORISCHE
ONTWIKKELING
Torticollis (asymmetrie)

Vormen
 Torticollis = homolaterale lateroflexie + heterolaterale rotatie.
→ Linker torticollis = LF links + rotatie rechts (door verkorting vd linker SCM).
o Bij linker torticollis is het rechter armpje meer zichtbaar en wordt hier meer
aandacht aan besteed.

Vergelijking CMT vs. Secundaire torticollis EXAMEN
Kenmerk CMT Secundaire torticollis
Oorzaak Unilaterale verkorting SCM Voorkeursrotatie
ROM >5° beperking ≤5° beperking
Nek Homolaterale LF + heterolaterale rotatie Minder uitgesproken LF
+ hoogcervicaal extensie
Hoofd Kan niet naar middenlijn Kan gestimuleerd worden naar de
andere zijde
Romp Asymmetrie (concaviteit) Normale curvatuur
Ledemate Homolateraal minder: Normaal
n abductie in been + reiken in arm
Therapie Hardnekkig: moeilijker te behandele Snelle verbetering na advies over
handelingen en positie, tenzij als
klachten al lang aanwezig zijn
 Rotatiecomponent makkelijker te behandelen dan lateroflexie.
 Secundaire torticollis beter behandelbaar bij jonge leeftijd + korte duur vd voorkeurshouding
 CMT rechts = LF rechts + rotatie links. Voorkeurshouding naar rechts = rotatie rechts

Congenitale musculaire torticollis (CMT)

Definitie
 Homolaterale LF + heterolaterale rotatie door unilaterale verkorting SCM
 Passieve en actieve ROM-beperking (>5°)
 Meestal zichtbaar binnen 2–4 weken (Campbell 2000)
 Incidentie: 0,4–1,9%, komt meeste voor tss 1 tot 4 maanden

Geassocieerde problemen
 Heupdysplasie: vlak acetabulum → meer kans op luxatie vd heupkop
 Voetdeformiteiten: klompvoet/clubfoot: varus, adductie voorvoet, cavus, equinestand (PF)
 Moulded baby syndrome: 1 of meerdere stoornissen aanwezig bij pasgeborene
o plagiocefalie, torticollis, congenitale scoliose, bekkenscheefstand,
heupadductiecontractuur, voet/knie standafwijkingen

2

, o → 10% prevalentie bij gezonde pasgeborenen (Rubio et al 2009, studie 1000 personen)
Secundaire (positionele) torticollis

Definitie
 Actieve bewegingsbeperking → voorkeursrotatie vh hoofd (LF minder uitgesproken)
o Initieel is het de rotatie, niet de lateroflexie

 Invloed op romp en ledematen door:
o ATNR = asymmetrische tonische reflex
 Doordat het hoofd naar een bepaalde kant gedraaid is gaat er aan dezelfde
kant een hogere ATNR zijn.
 (bv. draait hoofd naar rechts  rechter arm strekken en linker plooien)
o Asymmetrische proprioceptie
o Asymmetrische hoofd-lichaam oprichtreacties

 Zelden zichtbaar binnen 2–4 weken  wat er is nog geen middellijncontrole in de eerste 3m
o Hoofd is dus sowieso naar 1 zijde gedraaid
o Als 1 kant vaker voorkomt wordt een secundaire torticollis in de hand gewerkt

Oorzaken

CMT = congenitale musculaire torticollis
 Exacte oorzaak is onduidelijk
 Anoxisch trauma = zuurstoftekort → zorgt voor littekenweefsel in SCM (palperen bij KO)
 Verbanden met:
o Foetale malpositie (stuitligging, meerlingen)
o Geboortetrauma (tang-, zuignapverlossing)
 Andere risicofactoren: hoog geboortegewicht, man, primipara, moeilijke zwangerschap.

Secundaire torticollis
 Weinig variatie in positionering/weinig bewegingservaring (Maxi-Cosi, te vroeg zitten)
o Baby pas laten zitten bij voldoende ervaring in buiklig en extensie
 Prikkels steeds aan één zijde
o Bevraag positionering van het bed, etc.  bed met raam links = meer stimulatie links
 Hypotonie (floppy infant, ‘slipping-through’)
 Visus- of gehoorproblemen (nystagmus, unilaterale doofheid, etc.)
 Maagreflux → zorgt vaak voor overstrekken, gaat gepaard met asymmetrie

Hypotonie
 “Floppy infant”, slipping-through.
 Passieve baby’s, weinig intrinsieke bewegingsdrang → tragere ontwikkeling.
 Kan wijzen op:
o Centraal/perifeer neurologisch probleem (bv; cerebrale parese)
o Neuromusculaire aandoening (spierziekten)
o Genetische syndromen (Down, Prader-Willi)
o Metabole stoornis

 Op 6 maanden is hoofd oprichtreactie normaal al gematureerd (niet zoals links op prent)
 Door gebrek aan tonus kan de baby wegglippen bij het oppakken (linkerprent, rechts)

 Typical baby heft beentjes mee op, bij atypical in abductie en exorotatie (ook schouders)


3

,  Hoofd ook naar andere kant
 Buikilig is heel vermoeiend voor baby, dus extra vermoeiend voor atypica




Gevolgen van torticollis
 Abnormale groei zachte weefsels (SCM) + omliggende fascia en weefsels (structurele verkorting)
 (posterieur positionele) plagiocefalie = craniale assymetrie
o Unilaterale occipito-pariëtale schedelafvlakking door aanhoudende druk
 Faciale asymmetrie: voorhoofd aan 1 zijde naar voor + mogelijks asymmetrische ogen
 Cervicale scoliose
 Visuele problemen
 Ontwikkelingsvertraging
 Kan terugkeren/toenemen bij hogere motorische mijlpalen → follow-up
nodig na een paar weken stoppen met de behandeling
o Bv: op 3 maanden voorkeurshouding weggewerkt maar komt later
terug

Klinisch onderzoek
Anamnese: start met uitgebreide anamnese
 Zwangerschap/geboorte verloop, prematuriteit, recente ziekte (met koorts), mijlpalen (wat
kan de baby al?), evolutie, omgeving  bevraag in functie van medische diagnose
 Doel: zicht op onderliggende oorzaak + noodzaak doorverwijzing naar kinderarts

Onderzoek stoornisniveau
 Denk aan geassocieerde stoornissen
 Visus, mobiliteit, palpatie, tonus, alignement, plagiocefalie, evenwichtsreacties

Spontane motoriek
 In rug- en buiklig, houdingsveranderingen, mijlpalen, asymmetrie, variatie, voorkeurszijde
o Kwaliteit belangrijker dan kwantiteit  bv. zitten is kwalitatief belangrijker
o Aftoetsen met ouders of het kind zijn normale functie heeft, want mss zie jij het kind
op een slecht moment (terwijl het zich thuis anders gedraagt)

Differentiaaldiagnose
 Congenitale cervicale wervelafwijkingen
 Visus/gehoorproblemen
 Infecties (middenoor, bovenste luchtwegen)
 Claviculafractuur
 Neurologische oorzaken (abnormale tonus) (bv; plexus brachialis letsel, CP)
 Atlanto-axiale rotatoire subluxatie
 Tumoren (wervels of ruggenmerg)
 Craniosynostose = schedenlnaden die te vroeg gaan sluiten (normaal rond 12m)

→ Geen verbetering na enkele sessies = verder onderzoek


4

,→ Sowieso doorverwijzen bij: slecht visueel volgen, abnormale spiertonus, koorts, algemene
malaise, neurologische tekens, geen interactie
Behandeling (casus in ppt LES 1 slide 50)

Conservatief
Doel 1: Nekmobiliteit herstellen (vooral bij CMT) (stretchen van SCM bij baby is niet evident)
 Passieve ROM hoofd
 Passieve stretching SCM/UT (traag, voorzichtig) (aan de aangedane zijde)
o Zijlig met ondersteuning onder het hoofd op de aangedane zijde voor langdurige
stretch. Als het kind naar voor/achter rolt kan je het tegen een steunvlak leggen
(bv een knuffel)
 Variatie in positionering → zo komt het kind ook op de voorkeursarm te liggen en moeten ze
de niet voorkeursarm gebruiken die bovenaan ligt
o Aangrijpen hoofd vs romp (romp is de betere strategie)
o Aanhouden vs ritmisch, traag

Doel 2: Asymmetrische ontwikkeling voorkomen
 Actieve ROM hoofd → rotatie naar aangedane zijde
o Versterken van de verlengde (niet-aangedane) SCM
 Faciliteren van opricht- en evenwichtsreacties (laterale nekreflex stimuleren)
 Normale ontwikkeling stimuleren → buiklig, symmetrie, middenlijnoriëntatie
 Oefenen van rollen, opduwen, gewicht dragen op BL (bv. rol  buiklig, opduwen, etc.)
 Ouderinstructies: positionering, handling, prikkels
o Beide kanten positioneren!  activatie homolaterale arm!
 Tijdens slapen, ADL en spel:
o Lateroflexie stretch, maxi-cosi positionering, rotatie adhv geluid en lichtinval

Algemene aandachtspunten
 Focus niet enkel op rotatie, maar ook op lateroflexie
 Let op romp- en bekkenasymmetrie (bij bekken bv 1 been meer actief dan ander)
 Oefenen in alle houdingen (leeftijdsadequaat) + alle overgangsfasen
 Laat het kind actief zijn
 Ouder instructie/educatie is essentieel (positionering, handeling, ADL en spel)

Duur en intensiteit
 77% verbetering van plagiocefalie en torticollis na 2 maanden stimulatie + positionering
 Max. 18 beurten voor voorkeurshouding
 Frequentie 1–3/week, de duur kan enkele sessies tot maanden zijn
o Frequentie geleidelijk afbouwen
o Snelle verbetering = gunstig teken, geen/trage verbetering = doorverwijzen!!
 Vroegtijdig stoppen bij ROM ≤5°, geen zichtbare LF, normale ontwikkeling
o wel controle sessie inplannen!
 Follow-up tot 18 maanden

Plagiocefalie
 Craniale remodellering → Helmtherapie/redressietherapie
o Helm geeft op bepaald plaatsen druk. Schedel krijgt WEL nog ruimte om te groeien.
 Craniale orthesen verhinderen dus NIET de craniale groei
o Puur esthetisch, geen invloed op voorkeurshouding
 Timing:


5

, o Voor 5–6 maanden: onvoldoende cervicale spierkracht om de helm te dragen
o Na lftd van 1j: minder effect door verminderde craniale groei/schedelverdikking

Chirurgische behandeling
Indicaties:
 > 12 maanden
 Geen respons op therapie
 Cervicale rotatiebeperking >30°
 Faciale asymmetrie
Technieken: afhankelijk vd ernst
 Release vd spier distaal (één of beide spierkoppen)
 Deel vd spier uitsnijden
 Postoperatieve kinesitherapie: behouden cervicale ROM + spierversterking voor alignement

Het kind in extensie (overstrekken)

Oorzaken
 Prematuriteit/dysmaturiteit (beperkte flexie ervaring in utero bij einde zwangerschap)
 Reflux
 Overactiviteit (te veel bewegingsdrang)
 Longproblemen
 Ontwikkelingsstoornis of centraal neurologische stoornis

Gevolgen
 Motorische ontwikkeling
o Asymmetrisch hoofd
o Moeilijke middenlijnoriëntatie + symmetrie
o Moeilijke rotaties schouder–bekken
o Moeilijke rompstabilisatie
o Moeilijk gewicht dragen op armen
o Neiging tot rechtstaan
 bij te veel extensie in buiklig gaan de schouders naar retractie, terwijl je protractie wilt
 baby’s met te veel extensie hebben moeilijkheden in buiklig

 Sensorische ontwikkeling
o Veranderde tactiele/proprioceptieve input
o Mogelijks invloed op visuele ontwikkeling (fixatie op voorwerpen, tracking)

 Voedingsproblemen: slikproblemen door positie vh hoofd
o Risico op verslikking → angst → meer extensie → meer slikproblemen (vicieuze
cirkel)
o Vooral bij kinderen met onderliggende neuro problematiek die te veel extensie vertonen

 Gedragsproblemen
o Frustratie door moeilijk reiken en grijpen (bv bij speeltjes proberen te pakken)
o Verstoorde ouder-kind interactie: bv.
 Als het kind blij is om ouder te zien stijgt de extensie, kind lijkt niet tevreden
 Moeilijkere handling

Behandeling: overstrekken

6

Inhoudsopgave

  1. 01 Torticollis (asymmetrie) 2
  2. 02 Congenitale musculaire torticollis (CMT) 2
  3. 03 Secundaire (positionele) torticollis 3
  4. 04 Oorzaken 3
  5. 05 Gevolgen van torticollis 4
  6. 06 Klinisch onderzoek 4
  7. 07 Behandeling (casus in ppt LES 1 slide 50) 5
  8. 08 Het kind in extensie (overstrekken) 6
  9. 09 Idiopathisch tiplopen 7
    1. Definitie 7
  10. 10 Oorzaken tiplopen 7
  11. 11 Gevolgen tiplopen 7
  12. 12 Klinisch onderzoek tiplopen 7
    1. Anamnese 7
    2. Differentiële diagnose 7
    3. Onderzoek stoornisniveau 8
    4. Onderzoek op activiteitenniveau 8
    5. Doorverwijzen naar arts bij: 8
  13. 13 Behandeling tiplopen 8
    1. Afweging wat nodig is 8
    2. Interventies 8
  14. 14 Evidence‑based practice 8
    1. Doel 8
  15. 15 Motorische ontwikkeling huidige generatie 9
  16. 16 Rug = slapen, buik = spelen 9
    1. Context 9
    2. Advies 9
  17. 17 Simple do’s & don’ts 9
    1. Don’ts 9
    2. Do’s 9
  18. 18 Definitie, voorkomen, etiologie 11
  19. 19 Klinisch beeld 12
  20. 20 Classificatie 12
  21. 21 Type motorische stoornis: kennis van het type in functie vd behandeling 12
  22. 22 Topografische classificatie: lokalisatie motorische stoornis 13
  23. 23 Classificatie volgens ernst – GMFCS & MACS CLASSIFICATIE KENNEN 13
  24. 24 Timing van hersenlaesie 14
  25. 25 Motorische functie 14
    1. Niveau van lichaamsfunctie en structuur 14
    2. Primaire problemen 15
    3. Secundaire/orthopedische problemen 15
    4. Niveau van activiteiten 17
    5. Niveau van participatie 18
    6. Geassocieerde stoornissen 19
  26. 26 Evaluatie 20
    1. Evaluatie van de vroegmotorische ontwikkeling 20
    2. Evaluatie op niveau van lichaamsstructuur en functie 21
    3. Evaluatie op niveau van activiteiten 22
    4. Welke testen kan je doen bij deze casussen 22
  27. 27 Evaluatieschalen 24
  28. 28 Behandeling 26
  29. 29 Medische interventies 26
  30. 30 Farmaca: reductie spasticiteit en dystonie 26
    1. Oraal: Baclofen (Lioresal) reductie spasticiteit 26
    2. Lokaal: Botuline toxine reductie spasticiteit 26
    3. Intrathecaal: Baclofenpomp reductie spasticiteit 27
  31. 31 Neurochirurgie: Selectieve dorsale rhizotomie (SDR) 27
  32. 32 Orthopedische chirurgie 27
  33. 33 Onderste ledematen – specifieke ingrepen (orthopedische) 28
    1. Single‑event multilevel surgery (SEMLS) 28
    2. Wervelkolom 28
    3. Voet/enkel 28
    4. Knie 28
    5. Heup 28
    6. Bovenste ledematen 29
  34. 34 Therapeutische benadering 29
  35. 35 Therapeutische benadering – conceptuele benadering 29
    1. Bobath (NDT = neurodevelopmental treatment) 29
    2. Functionele / taakgerichte training 29
    3. Individuele goal‑setting 30
  36. 36 Specifieke therapiemodaliteiten 30
    1. Lichaamsfunctie 30
    2. Activiteitenniveau 30
  37. 37 Aanvullende interventies 30
    1. Hippotherapie of therapeutisch paardrijden 30
    2. Hydrotherapie 30
  38. 38 Orthesen 31
  39. 39 Hulpmiddelen 31
  40. 40 Conclusie 31
  41. 41 Definitie 32
  42. 42 Terminologie 32
  43. 43 Etiologie 32
  44. 44 Incidentie 33
  45. 45 Geassocieerde problemen 33
  46. 46 Klinische presentatie – kenmerken 33
    1. Erbse parese (C5–C6 ± C7) – bovenste plexus letsel 33
    2. Totaal plexus letsel 33
    3. Klumpke parese (C8–T1) – onderste plexus letsel 34
  47. 47 Klinische presentatie – invloed op motorische ontwikkeling 34
  48. 48 Klinische presentatie – latere restverschijnselen 34
  49. 49 Prognose 35
  50. 50 Evaluatie 35
  51. 51 Behandeling 36
    1. Conservatieve behandeling 36
  52. 52 Chirurgische behandeling 37
  53. 53 Classificatie 38
  54. 54 Klinisch beeld 38
  55. 55 Anamnese 38
  56. 56 Aanwijzingen voor de plaats van de laesie 39
  57. 57 Differentiaaldiagnose 39
  58. 58 Klinisch onderzoek 39
  59. 59 Spierfunctie / kracht 40
  60. 60 Aanvullende onderzoeken 40
  61. 61 Neuromusculaire aandoeningen bij kinderen 41
  62. 62 Specifieke aandoeningen – Spinale musculaire atrofie (SMA) 41
    1. SMA TYPE I (Werdnig-Hoffman) 41
    2. SMA TYPE II 42
    3. SMA TYPE III 42
    4. Therapie 43
  63. 63 Specifieke aandoeningen – Spierdystrofieën 43
    1. Duchenne spierdystrofie (DMD) 43
    2. Becker spierdystrofie 45
    3. Guillain-barré syndroom (GBS) 45
  64. 64 Behandeling 45
    1. Inleiding 45
    2. Doelstellingen 46
    3. Stimuleren van de motorische ontwikkeling 46
    4. Voorkomen en behandelen van secundaire problemen 46
    5. Respiratoire revalidatie 47
  65. 65 Terminologie / vormen 48
    1. Spina bifida occulta (gesloten spinale dysrafie): milde verborgen vorm 48
    2. Spina bifida aperta (open spinale dysrafie) 48
  66. 66 Incidentie 49
  67. 67 Etiologie 49
    1. Primaire preventie 49
    2. Secundaire preventie 50
  68. 68 Geassocieerde problemen 50
  69. 69 Gevolgen van aanlegstoornis ruggenmerg 50
    1. Motorische stoornissen 50
    2. Gevoelsstoornissen 50
    3. Kans op wandelen 51
  70. 70 Afwijkingen ter hoogte van de hersenen 51
    1. Hydrocefalie 51
    2. Chiari II malformatie = afwijking thv craniocervicale overgang 52
  71. 71 Tethered cord: “gekluisterde clonus” 52
  72. 72 Orthopedische problemen – gevolgen vd wervelafwijking 52
  73. 73 Nefro‑urologische problemen (neurogene blaas/darm) 53
  74. 74 Seksuele stoornissen 54
  75. 75 Cognitieve stoornissen 54
  76. 76 Latexallergie 54
  77. 77 Innervatie & functionele gevolgen 54
  78. 78 Grof motorische vaardigheden 54
    1. Jonge kind (met SB) 55
    2. Ouder kind – grof motorische vaardigheden 55
  79. 79 Fijn motorische vaardigheden 55
  80. 80 Impact op ADL 55
  81. 81 Behandeling 56
    1. Foetale chirurgie (prenatale sluiting MMC) 56
  82. 82 Revalidatie 56
    1. Doelen 56
    2. Componenten 56
  83. 83 Voorbeeld behandelplan – lage lumbale laesie 57
  84. 84 Slotbeschouwingen 57
  85. 85 Vertraagde ontwikkeling (retardatie) PMR = psychomotorische retardatie 58
    1. Definitie 58
    2. Prevalentie 58
    3. Evolutiepatronen 58
  86. 86 Presentatie van neurologische ontwikkelingsproblemen 58
    1. Op elke leeftijd 58
    2. Op specifieke leeftijden 58
  87. 87 Evaluatie van psychomotorische ontwikkeling 59
    1. Tools 59
    2. Belang van vroegdetectie 59
  88. 88 Etiologie van PMR (mogelijke oorzaken van PMR = psychomotorische retardatie) 60
    1. Prenataal 60
    2. Perinataal 60
    3. Postnataal 60
    4. Kans op het vinden van een oorzaak is groter bij: 60
    5. PMR ≠ PM regressie 60
  89. 89 Klinische genetica 60
    1. Moleculaire karyotypering 61
    2. Whole exome sequencing (WES) 61
    3. Total genome sequencing 61
  90. 90 Specifieke chromosomale / genetische aandoeningen 61
  91. 91 Trisomie 21 — down syndroom 61
    1. Algemeen 61
    2. Screening 61
    3. Klinische diagnose (neonataal) 61
    4. Latere medische problemen 62
    5. Andere kenmerken 62
  92. 92 Prader–willi syndroom 62
    1. Genetica (15q11–13: lange arm chromosoom 15) 62
    2. Klinische kenmerken 62
  93. 93 Angelman syndroom ‘happy puppet syndrome’ 63
    1. Genetica 63
    2. Klinische kenmerken 63
  94. 94 Williams–beuren syndroom 63
    1. Genetica 63
    2. Klinische kenmerken 63
  95. 95 Fragiel X syndroom 63
    1. Genetica 63
    2. Klinische kenmerken 64
  96. 96 RETT syndroom 64
    1. Algemeen 64
    2. Klinische kenmerken 64
    3. 4 Fases 64
  97. 97 Infecties 65
    1. Cytomegalovirus (CMV) – congenitaal 65
    2. HSV (encefalitis) 65
  98. 98 Casus — X‑gebonden adrenoleukodystrofie (X‑ALD) 66
    1. Klinische kenmerken X-ALD 66
  99. 99 Neurale maturatie theorie (NMT) 67
  100. 100 McGraw’s tweelingstudie 67
  101. 101 Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget 68
  102. 102 Dynamische ontwikkelingstheorie (DOT) – Esther Thelen jaren ’80-90 68
  103. 103 NMT vs DOT: rol van het centrale zenuwstelsel 68
  104. 104 Neurale groep selectie theorie (NGST) 69
    1. 1. Primaire neurale repertoires (PNR) / primaire variabiliteit 69
    2. 2. Selectie 69
    3. 3. Secundaire neurale repertoires / adaptieve variabiliteit 70
  105. 105 Belang van NGST 70
  106. 106 Besluit 70
  107. 107 Overzicht van theorieën 70
  108. 108 Ontwikkeling van de motoriek bij de foetus tot geboorte 71
  109. 109 Geboorte 72
  110. 110 Motorische ontwikkeling tijdens het eerste levensjaar 72
  111. 111 Spontane bewegingen (General Movements) 72
  112. 112 Primitieve of vroegkinderlijke reacties 73
    1. Reflex vs primitieve reactie 73
    2. Belangrijkste primitieve reacties (video’s) – eenvoudige reacties 73
    3. Belangrijkste primitieve reacties (video’s) – complexe reacties 74
  113. 113 Houdingsreacties / posturale reacties 74
    1. Oprichtreacties 74
    2. Evenwichtsreacties 75
    3. Beschermingsreacties 75
  114. 114 Houdings- en bewegingspatronen (postnataal) 76
    1. Ontwikkelingsrichtingen 76
    2. Andere ontwikkelingslijnen 76
    3. Ontwikkeling ledematen 76
    4. Ontwikkeling romp 76
  115. 115 Ontwikkeling van de motoriek in buiklig 77
    1. Pasgeborene – eerste 10 dagen: fysiologische flexie 77
    2. 1–2 maanden – Minder flexie 77
    3. 3 maanden – Begin voorarmsteun 78
    4. 4 maanden – Stabiele voorarmsteun 78
    5. 5 maanden 79
    6. 6 maanden 79
    7. 7 maanden en later – Voortbeweging 80
    8. Belangrijke klinische nota 81
  116. 116 Ontwikkeling van de motoriek in ruglig 81
    1. Pasgeborene – eerste 10 dagen: primitieve ruglig 81
    2. 1 – 2 maanden – Meer mobiliteit 82
    3. 3 maanden – Eerste bewegingen tegen zwaartekracht 82
    4. 4 maanden – Symmetrie & middenlijnoriëntatie 83
    5. 5 maanden – Willekeurige asymmetrie & proximale stabiliteit 83
    6. 6 maanden – Actieve flexie, dissociatie & rollen naar buiklig 84
    7. 7 maanden en later – Verticale wereld opent zich 85
  117. 117 Ontwikkeling van de motoriek in zit 85
    1. Eerste 2 maanden 85
    2. 3 maand – begin van controle 85
    3. 4 maand – stabiliteit neemt toe 86
    4. 5 maand – minimale steun, betere controle 86
    5. 6 maand – kortstondig zonder steun 87
    6. 7 – 8 maand – duurzaam zitten & spelen 87
    7. 9 maanden en ouder – variatie & transities 87
  118. 118 Ontwikkeling van de motoriek in stand 88
    1. Eerste twee maanden 88
    2. 3 – 4 maanden 88
    3. 5 – 6 maanden 89
    4. 7 – 8 maanden 89
    5. 9 – 10 maanden 90
    6. 11 maanden & ouder 90
  119. 119 Ontwikkeling van reiken, grijpen en manipuleren 90
    1. 3 componenten van grijpen 90
    2. Ontwikkelingsvolgorde: processen reiken en grijpen 91
    3. 0 – 3 maanden 91
    4. 4 – 5 maanden 91
    5. 6 – 8 maanden: doelgericht reiken, grijpen en vasthouden 92
    6. 9 – 12 maanden 92
    7. Samenvatting grijpen per leeftijd 93
  120. 120 Motorische ontwikkeling van de peuter – kleuter 94
  121. 121 Fundamentele bewegingsvaardigheden: 2 – 6/7 jaar 94
  122. 122 Stappen (vanaf 12–13 maanden) Locomotorische vaardigheden 94
    1. Initiële fase (10 – 18 maanden) 95
    2. Elementaire fase (2 – 3 jaar) 95
    3. Mature fase (4 – 7 jaar) 95
  123. 123 Lopen (met zweeffase) Locomotorische vaardigheden 95
    1. Initiële fase (18 maanden – 2 jaar) 95
    2. Elementaire fase (2 – 3 jaar) 95
    3. Mature fase (4 – 7 jaar) 96
  124. 124 Springen Locomotorische vaardigheden 96
  125. 125 Verticale sprong Locomotorische vaardigheden 96
    1. Initiële fase (2 – 3 jaar) 96
    2. Elementaire fase (4 – 5 jaar) 96
    3. Mature fase (6 – 7 jaar) 96
  126. 126 Andere springvormen Locomotorische vaardigheden 97
    1. Hinkelen / hinken 97
    2. Galopperen 97
    3. Huppelen 97
  127. 127 Traplopen Locomotorische vaardigheden 97
    1. Immatuur patroon 97
    2. Matuur patroon (3 – 4 jaar) 97
  128. 128 Evenwicht 97
  129. 129 Statisch evenwicht – fasen 98
    1. Initiële fase 98
    2. Elementaire fase 98
    3. Mature fase 98
  130. 130 Dynamisch evenwicht – fasen (stappen op 1 lijn) 98
    1. Initiële fase 98
    2. Elementaire fase 98
    3. Mature fase 98
  131. 131 Manuele vaardigheden (fijne motoriek) Object controle (manipulatieve vaardigheden) 99
  132. 132 Balvaardigheden (grove motoriek) Object controle (manipulatieve vaardigheden) 99
  133. 133 Balvaardigheden – Werpen 99
    1. Initiële fase (2–3 jaar) 99
    2. Elementaire fase (3–5 jaar) 99
    3. Mature fase (6–7 jaar) 100
  134. 134 Balvaardigheden – Vangen 100
    1. Initiële fase (2 – 3 jaar) 100
    2. Elementaire fase (3 – 5 jaar) 100
    3. Mature fase (6 – 7 jaar) 100
  135. 135 Geslachtsverschillen 100
  136. 136 Zintuiglijke ontwikkeling 101
  137. 137 Ontwikkeling van het gezichtsvermogen 101
    1. Visuele functies 101
    2. Ontwikkeling per leeftijd 101
  138. 138 Ontwikkeling van het gehoor 102
    1. Hoorgedrag vanaf 4 weken – 1 jaar 102
  139. 139 Cognitieve ontwikkeling 103
    1. Vroege cognitieve vaardigheden: eerste levensjaar 103
    2. Verdere cognitieve groei: peuter – kleuter 103

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
14 mei 2026
Aantal pagina's
103
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$13.99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Blokker
3.3
(3)
Verkocht
59
Volgers
2
Items
21
Laatst verkocht
2 weken geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen