Aangeboren immuniteit, pathogeenherkenning, inflamm & effectormechanismen
Overzichtsfiguur: inflammatie ontstaat wanneer aangeboren afweermechanismen infectieplaats activeren
Afkortingen:
Afkorting Betekenis Makkelijk uitgelegd
AIS Aangeboren IS Snelle, algemene afweer die al
klaarstaat
SIS Specifiek/adaptief IS Tragere maar heel gerichte afweer
via B- & T-cellen
PAMP Pathogen-associated molecular Moleculair patroon dat typisch is
pattern voor microben
DAMP Damage-associated molecular Schadesignuit beschadedig
pattern lichaamscellen
PRR Pattern recognition R R die PAMP’s of DAMP’s herkent
TLR Toll-like R PRR op membranen of in
endosomen, vnl voor
cytokineproductie
NLR NOD-like R Cytoplasmatische R, vaak
betrokken bij inflammasomen
C3/c5a/MAC Complementfactoren C3 markeert; C5a trekt cellen aan;
MAC maakt poriën
CRP/MBL Acute fase-EW’n Snelle herkenningsmoleculen uit
lever
NK-cel Natural killer cell Doodt afwijken cellen, vnl bij
virussen & tumoren
NET Neutrophil extracellular trap DNA-net v neutrofielen om patho’n
te vangen
IFN IFN Antivirale sign-stof; veroorzaakt
vaak griepachtig gevoel
DIC Diffuse intravasculaire stolling Stolling raakt systemisch
geactiveerd, gevaarlijk bij sepsis
RANKL R activator of NF-κB ligand Stimuleert osteoclastvorming &
dus botresorptie
Aangeboren IS (AIS) - specifiek IS (SIS)
3 mogelijke fasen vd immuunrespons
→ Lichte inf → AIS binnen 0-4u genoeg: patho herkenning,verwijderd, snel schade hersteld
1
,→ Ernstige inf → AIS nodig, typisch tss 4 uur & 4 dagen. Dan ontstaat lokale inflamm, koorts & acute fase-
respons
→ Als nt genoeg → SIS → bij 1e contact 4-7d nodig & kan leiden tot B- & T-celactivatie, AL’n & geheugen
→ Als patho nt volledig verwijderd → Er kan chron. inf/ziekte ontstaan
→ Als schade groot → erna weefselherstel
Schematisch verloop: directe innate respons, geïnduceer innate respons & adaptieve respons
Aangeboren vs Specifiek
Kenmerk Aangeboren Adaptief/specifiek
Snelheid Snel: binnen uren Trager: dagen-weken, vnl bij 1e
contact
R’n Vaste: R’n veranderen nt tijdens Variabel: veel R-varianten door
respons genherschikking
Specificiteit Beperkt # herkenningspunten Veel selectieve specificiteiten
Verbetering Wordt nt echt beter tijdens zelf Verbetert tijdens respons: selectie
respons betere klonen
Belangrijkste cellen MF’n, neutrofielen, NK-cellen B- & T-cellen
Functie 1e klappen opvangen & inflamm Patho gericht opruimen &
starten geheugen opbouwen
Makkelijk uitgelegd
→ AIS → standaard alarmsysteem: herkent typische gevaarspatronen
→ SIS → als gepersonaliseerde speurhond: trager te trainen → daarna veel preciezer
→ SIS krijgt pas toestemming om hard te reageren als er inflamm is → “licence to kill”
Waarom beide systemen nodig?
→ 1e barrière: huid → mechanisch, chemisch, microbieel
→ 2e barrière: Innate immunity / AIS
→ MF’n, neutrofielen, NK-cellen, IFN & complement
→ Ruimt binnendringende patho’n vaak op voor we ziek worden
→ 3e barrière: SIS → B- & T-cel → vaak nodig voor volledige patho-klaring & genezing
2
, → Defect AIS → inf snel ontsporen. Vb: neutropenie na chemo
→ binnen 24u: koorts → septische shock
→ Defect SIS → pt geneest moeilijk/nt
→ Vb: SCID, severe combined immune dedeficiency = B- & T- celdefect
Grafiek: normale afweer houdt pathogen load laag; bij innate of adaptive deficiency die veel sterker
Pathogeenherkenning door aangeboren IS (AIS)
Wanneer moet IS reageren?
→ Centrale vraag: “Is dit vijand?” Of “Moet ik schieten?”
→ AIS beslist of er inflamm respons komt
→ SIS afh v inflammatie om sterk te reageren
→ Autoloog of allogeen is vnl vraag voor SIS
→ Virus/koemelk/pollen of patho= situaties waar AIS bepaalt of iets gevaarlijk is
→ In principe reageert SIS enkel tegen vreemd materiaal, en alleen krachtig wanneer ook inflamm is
= “license to kill”
→ Voedingsstoffen & onschuldige stoffen zouden normaal gn agressieve respons mogen uitlokken
Extra uitleg
→ Lichaam wil nt op alles reageren wat vreemd is. Voedsel is vreemd, maar nt gevaarlijk
→ Daarom gebruikt AIS gevaars-sign’n: PAMP’s & DAMP’s
→ Als die sign’n aanwezig → omgeving inflammatoir → B- & T-cellen activeren
Positieve herkenning: PAMP’s & PRR
= AIS herkent structuur typisch voor patho’n
= PAMP’s: patho-geassocieerde moleculaire patronen
→ PAMP’s herkend door PRR’s: pattern recognition receptors
→ Vb PRR’s: Toll-like receptors (TLR), mannose-R & scavenger-R
→ TLR activeren vnl MF & stimuleren cytokineprod
→ Mannose-R & scavenger-R helpen eerder bij fagocytose
→ Na herkenning → effectormechanismen geactiveerd om patho te
vernietigen
→ In ontstekingsmilieu kunnen B- & T-cellen later ook obv positieve herkenning gaan werken
Vb PAMP’s in bacteriële celwand
→ Meeste bact’n naast celmembr ook nog een celwand
→ Gram+: Dikke laag peptidoglycaan (PG) buiten celmembr
→ ook andere macromoleculen voor contact & uitwisseling met omgeving
→ Gram- : Dunne laag PG + 2e buitenmembr → bestaat groot deel uit LPS
→ LPS & PG = belangrijkste PAMP’s
→ Sommige bact’n, vb mycoplasmata & chlamydiae → gn typische celwand
3