Glazuur is geen levend materie (geen zenuwbanen, bloedvaten)
Bacteriën: door tandplaque niet goed te poetsen, je eet suikers vormt
zuren
Mondgezondheid = dat je mond, gezicht pijnvrij & bacterievrij is zonder
enig weefselverlies
Gezondheid = volledig lichamelijk, geestelijk & maatschappelijk welzijn
Behandelingen
Verzegeling = verkleurde groeven, pitten & diepe fissuren verzegelen
(minder plaque opstapeling)
Pulpotomie = cariës zit al in pulpa, pulpakamer verwijderen & plaatsing
bioactief cement
Vitale pulpa: bloed nog
Pulpanecrose: bloed niet meer, is dood volledige
wortelkanaalbehandeling (alle pulpa verwijderen)
Wortelkanaalbehandeling = verwijderen van ontstoken/ necrotische
pulpa uit wortelkanaal reiniging desinfecteren hermetisch opvullen
TMJ-therapie = behandeling van stoornissen van kaakgewricht &
kauwspieren
Aandoeningen harde tandweefsel
Erosie
Attritie
Abrasie
Abfractie
Ontwikkelingsdefecten: hypoplasie, hypomineralisatie
,Les 1: Ecologie van de orale caviteit
Ecologie = wisselwerking tussen organismen met hun
levensgemeenschappen en populaties, de abiotische omgeving en de
wisselwerking daartussen binnen een eenheid
3 componenten in interactie om cariësproces te starten
Tanden
Speeksel
Micro-organisme (commensiale flora worden pathogeen als er suiker
wordt toegevoegd)
zure producten, bacteriële fermentatie van voedingskoolhydraten
1. Tanden
Eerste definitieve tand: 5-6 jaar (meestal onder snijtanden + molaren)
1.1 Macromorfologie
Cariës diagnostiek met bitewings (niet met OPG… als je dit krijgt
op examen moet je zeggen dat het met bitewings moet)
Voorkeurplaatsen om cariës te ontwikkelen (cariësgevoelig)
Hangt af van anatomische structuur van de tand
Melkgebit:
Occlusaal
Approximaal
,Definitief gebit:
Occlusaal
o Putten & fissuren
Fossae
Intersegmentale fissuren (tussen lobben)
Marginosegmentale fissuren (overgang marginale
rand & occlusaal vlak)
Foramen caecum (uitmonding van de mesiobuccale
intersegmentale)
Approximaal contact
o Curvatuur: premolaren meer uitgehold contactvlak concaaf!
o Marginosegmentale groeve
Cervicale glazuurdentinegrens
o Onregelmatig & ruw = plaqueretentiever
o Wortelcement minder gemineraliseerd/ -sterk (bij ouderen)
Worteloppervlakken (bij ouderen)
o Geen macromorfologische structuren = plaqueretentiever
o Gingivale recessies = meer wortelopp. (CEJ komt bloot =
ruw) meer plaque-accumulatie
1.2 Glazuur
Amelogenesis (= glazuurvorming)
Gevormd door ameloblasten (sterft af na vorming)
Stopt wanneer tand doorbreekt
o Secretoire fase = secretie proteïne + partiële vervanging
door mineraal
Maturatie = grootste deel proteïne vervangen
, Apatiet kristallen = solide substantie waarin atomen/moleculen/ionen in
een zich herhalend patroon zijn gerangschikt en dit in de 3 dimensies
(kristallijne structuur)
= sterkte deel hoger = beter vechten tegen cariësaanval
Glazuur 86% anorganisch
Dentine 70% anorganisch
(hoe hoger anorganisch %, hoe beter bestand tegen cariës)
Calciumfosfaat
Tandglazuur bestaat hoofdzakelijk uit calciumfosfaat in de vorm
van hydroxyapatiet (Ca₅(PO₄)₃OH).
Dit is de kleinste structurele eenheid van het kristal.
De kristallen zijn hexagonaal van vorm.
Afmetingen: ongeveer 40 nm diameter en 100–1000 nm lengte.
👉 Belangrijk: de ordening en samenstelling van deze apatietkristallen
bepalen de hardheid van het glazuur en hoe gevoelig het is voor
demineralisatie (cariës).
Varianten door substantie van ionen in HAP
FHAP (fluor vervangt OH-)
CHAP (carbonaat in gevoeliger voor demineralisatie)
MHAP (magnesium in gevoeliger voor demineralisatie)
oplosbaarheid: FHAP < HAP < CHAP/MHAP
kristallen vormen staafjes/ prisma’s (diameter 4-5 μm)
prisma’s lopen van dentine naar tandopp.
kristallen lopen // met prisma’s