1. Algemeen overzicht
,Hoe denken we over misdrijf en straf?
slingerbeweging van strafrecht: slingerbeweging tussen daad en dader
→ bekijken doorheen de tijd: ene periode meer kijken naar daad, andere periode naar
dader
vandaag: diverse stromingen
,diverse straffen: streven naar evenwicht tussen vergelding, afschrikking, resocialisatie en
herstel
→ resocialisatie bij gevangenisstraf: er is al overbevolking, dus moeilijk nog extra inzetten
op resocialisatie
→ rechter is koorddanser: rekening houden met dader maar ook gelijkheid
De strafrechtsketen
de echelons: de logica van de keten wordt niet gevolgd → goed want anders zit alles vol
een trechter: misdrijf = door wet omschreven gedrag waarop een straf is gesteld die in de
wet is bepaald ⇒ enge definitie van criminaliteit
→ maar klein deel gaat door 700 000 misdrijven en maar 18 000 leidt tot hechtenis
de verregaande juridisering: overreglementering, uitbreiding van strafrecht MAAR
investeringen voor justitie volgden niet
→ overlopen/ opstroppen trechter: grote hoeveelheid straffen en het onvermogen om die
uitgesproken straffen goed uit te voeren
→ zorgt voor uitholling + tast efficiëntie aan
strafrechtsketen doorheen de jaren verwaarloost → hebben gebrek aan lange termijnvisie
bv. korte termijn: gevangenissen bouwen
lange termijn: nog meer overbevolking ⇒ dus eigenlijk op lange termijn trechter dus
aanpassen
ruimte voor beleid:
- klassieke strafrecht: geen ruimte voor beleid; alles wordt vervolgd
- oud sociaal verweer: beleidsruimte op echelons SU en deels ST
- nieuw sociaal verweer: beleidsruimte op elk echelon
Keuzes maken in de keten
instroom via politie, bijzondere inspectiediensten, douane,..
→ politie legt PV vast, MAAR wettelijk geen autonomie: verbaliseren en doorgeven aan OM
opsporingsonderzoek onder leiding van OM is 90% van de keren
gerechtelijk onderzoek: als het gaat over de privacy, dwangmaatregelen + onder leiding van
onderzoeksrechter is 10% van de keren
strafrechtelijke reactie op misdrijven: “eens een misdrijf is opgespoord en vastgesteld,
wordt het aan de strafrechter voorgelegd met het oog op beoordeling en eventuele
bestraffing”
→ in realiteit is dat eerder een uitzondering dan een regel
, opsporings- en vervolgingsbeleid: richtlijnen van Justitie en omzendbrieven College PG’s →
is bindend voor alle leden van OM
→ MAAR binnen grenzen kan OM eigen accenten leggen
= opportuniteitsbeginsel: OM kan beslissen om wel/niet tot vervolging over te gaan
-zondergevolgstellingen 65-70%: technische en wegens opportuniteitsredenen
- buitenrechtelijke afhandeling op parketniveau
- beslissen tot vervolgen
strafvordering instellen via OM
→ uitzonderingen:
- via Raadkamer na afsluiting gerechtelijk onderzoek door onderzoeksrechter
- door het slachtoffer
vrouwe Justitia:
- blinddoek: onpartijdig
- weegschaal: gelijkheid en individualisering → evenwicht zoeken, afweging
- zwaard: knopen doorhakken, beslissingen nemen
- onafhankelijk
straftoemeting is geen automatisme
→ legaliteitsbeginsel
→ breed straffenarsenaal, geen richtlijnen
→ recht om te straffen verlegd van objectieve zwaarwichtigheid naar persoonlijkheid van
dader
misdrijf staat in wet, maar concrete straf moet niet op voorhand in wet worden bepaald
+ aanpassen aan persoonlijkheid van beklaagde
rechter als koorddanser: moet balanceren tussen bestraffen daad en bestraffen van de
dader → balanceren tussen gelijkheidsbeginsel en beginsel van individualisering van
bestraffing
dispariteit, ongelijkheden door ruimte van de rechter: rechter gaat zaak anders behandelen
door bv. achtergrond van persoon
= hetzelfde feit door een zelfde rechter anders wordt behandeld door de eigenheid van een
persoon
straf voor hetzelfde misdrijf verschilt: ⇒ dus niet neutraal
- wettelijke factoren: ernst misdrijf bv. verschillende straffen,..
- niet-wettelijke factoren: persoonlijkheid, achtergrond dader, figuur rechter
,Hoe denken we over misdrijf en straf?
slingerbeweging van strafrecht: slingerbeweging tussen daad en dader
→ bekijken doorheen de tijd: ene periode meer kijken naar daad, andere periode naar
dader
vandaag: diverse stromingen
,diverse straffen: streven naar evenwicht tussen vergelding, afschrikking, resocialisatie en
herstel
→ resocialisatie bij gevangenisstraf: er is al overbevolking, dus moeilijk nog extra inzetten
op resocialisatie
→ rechter is koorddanser: rekening houden met dader maar ook gelijkheid
De strafrechtsketen
de echelons: de logica van de keten wordt niet gevolgd → goed want anders zit alles vol
een trechter: misdrijf = door wet omschreven gedrag waarop een straf is gesteld die in de
wet is bepaald ⇒ enge definitie van criminaliteit
→ maar klein deel gaat door 700 000 misdrijven en maar 18 000 leidt tot hechtenis
de verregaande juridisering: overreglementering, uitbreiding van strafrecht MAAR
investeringen voor justitie volgden niet
→ overlopen/ opstroppen trechter: grote hoeveelheid straffen en het onvermogen om die
uitgesproken straffen goed uit te voeren
→ zorgt voor uitholling + tast efficiëntie aan
strafrechtsketen doorheen de jaren verwaarloost → hebben gebrek aan lange termijnvisie
bv. korte termijn: gevangenissen bouwen
lange termijn: nog meer overbevolking ⇒ dus eigenlijk op lange termijn trechter dus
aanpassen
ruimte voor beleid:
- klassieke strafrecht: geen ruimte voor beleid; alles wordt vervolgd
- oud sociaal verweer: beleidsruimte op echelons SU en deels ST
- nieuw sociaal verweer: beleidsruimte op elk echelon
Keuzes maken in de keten
instroom via politie, bijzondere inspectiediensten, douane,..
→ politie legt PV vast, MAAR wettelijk geen autonomie: verbaliseren en doorgeven aan OM
opsporingsonderzoek onder leiding van OM is 90% van de keren
gerechtelijk onderzoek: als het gaat over de privacy, dwangmaatregelen + onder leiding van
onderzoeksrechter is 10% van de keren
strafrechtelijke reactie op misdrijven: “eens een misdrijf is opgespoord en vastgesteld,
wordt het aan de strafrechter voorgelegd met het oog op beoordeling en eventuele
bestraffing”
→ in realiteit is dat eerder een uitzondering dan een regel
, opsporings- en vervolgingsbeleid: richtlijnen van Justitie en omzendbrieven College PG’s →
is bindend voor alle leden van OM
→ MAAR binnen grenzen kan OM eigen accenten leggen
= opportuniteitsbeginsel: OM kan beslissen om wel/niet tot vervolging over te gaan
-zondergevolgstellingen 65-70%: technische en wegens opportuniteitsredenen
- buitenrechtelijke afhandeling op parketniveau
- beslissen tot vervolgen
strafvordering instellen via OM
→ uitzonderingen:
- via Raadkamer na afsluiting gerechtelijk onderzoek door onderzoeksrechter
- door het slachtoffer
vrouwe Justitia:
- blinddoek: onpartijdig
- weegschaal: gelijkheid en individualisering → evenwicht zoeken, afweging
- zwaard: knopen doorhakken, beslissingen nemen
- onafhankelijk
straftoemeting is geen automatisme
→ legaliteitsbeginsel
→ breed straffenarsenaal, geen richtlijnen
→ recht om te straffen verlegd van objectieve zwaarwichtigheid naar persoonlijkheid van
dader
misdrijf staat in wet, maar concrete straf moet niet op voorhand in wet worden bepaald
+ aanpassen aan persoonlijkheid van beklaagde
rechter als koorddanser: moet balanceren tussen bestraffen daad en bestraffen van de
dader → balanceren tussen gelijkheidsbeginsel en beginsel van individualisering van
bestraffing
dispariteit, ongelijkheden door ruimte van de rechter: rechter gaat zaak anders behandelen
door bv. achtergrond van persoon
= hetzelfde feit door een zelfde rechter anders wordt behandeld door de eigenheid van een
persoon
straf voor hetzelfde misdrijf verschilt: ⇒ dus niet neutraal
- wettelijke factoren: ernst misdrijf bv. verschillende straffen,..
- niet-wettelijke factoren: persoonlijkheid, achtergrond dader, figuur rechter