Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 61 pages
Resume

Volledige samenvatting Aanvullingen in de ziekten van vogels en bijzondere dieren - 2e Ma DGK - 19/20 gheaald!

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 61 pages

Volledige samenvatting van het vak 'aanvullingen in ziekten van vogels van vogels en bijzondere dieren', gegeven in de 2e master diergeneeskunde aan de UGent. De samenvatting bevat alle onderdelen van de verschillende proffen en is dus volledig.

Aperçu du contenu

Samenvatting aanvullingen in de ziekten van vogels en bijzondere dieren
Hoofdstuk 1: Reptielen – algemeen
1.1 Inleiding
In België en Nederland best veel reptielen als huisdier gehouden. Er bestaan 12 568 soorten
reptielen, opgedeeld in vijf orden = squamata (serpentes, sauria, amphisbaenia), chelonia,
crocodylia, rhinchocephalia, aves. Vogels (aves) vallen dus onder de reptielen, maar worden
als een aparte categorie beschouwd omdat ze endotherm zijn.
Slangen vormen een subgroep binnen de hagedissen. Hagedissen kunnen pootloos
zijn, en zijn dan niet perse slangen. Het verschil wordt gemaakt doordat slangen geen
oogleden en geen uitwendige ooropening hebben. In tegenstelling tot oogleden
hebben ze wel een bril over het oog. Deze bril moet mee vervellen, anders kan de
slang op een bepaald moment niets meer zien. Op de foto is de bril troebel, dit is
normaal bij een slang tijdens het vervellen. Tussen de oude en nieuwe epidermis
vormt zich een laag vocht met enzymen. Dit vocht vormt de vertroebeling.
De huid van reptielen bestaat uit schubben (tegen uitdroging, vorming epidermis, moet
vervellen (ecdysis)) en osteoderm (beenplaatjes in de huid). Bij schildpadden vergroeit het
osteoderm tot een schild (dorsaal carapax, ventraal plastron). Structuren in de huid zijn
poriën, stekels en ratels. Door het pigment doen ze aan thermoregulatie.
Voor het vervellen eet een slang normaliter niet en zijn ze iets assertiever. Dit omdat
ze even niets zien (troebele bril = normaal). De vertroebeling ontstaat als eerst
tijdens het vervellen. Vervolgens zal de slang met haar snuit tegen iets ruw schuren
→ huid thv snuit losschuren → wordt volledig afgestrookt over de lengte. Bij een
gezonde slang gebeurt de vervelling dus in één stuk. Als er resten achterblijven of
het gebeurt niet in één geheel, spreken we van dysecdysis = abnormaal.
Een hagedis kan wel in stukken vervellen. De oude huidresten worden dan door het dier
opgegeten (mag wel niet te lang blijven hangen).
1.2 Ademhaling
Reptielen hebben meestal twee longen (slangen één long). Ze vormen een zakvormige
eenvoudige structuur en bestaan uit veel lumen. Bij ophoping van ontstekingsexsudaat zal
het lumen hiermee opgevuld worden. Het probleem is dat reptielen een slechte clearance
capaciteit hebben. Verder hebben ze ook geen diafragma (→ coeloomholte) en ze kunnen
dus ook niet hoesten. De prognose is dus vaak slecht bij een longinfectie. Krokodillen
hebben wel een diafragma. De glottis van reptielen ligt heel craniaal in de bek en opent bij
in- en uitademing → handig voor bv. bronchiale spoeling.
Hagedis met witte korst (normaal, want symmetrisch) en gele
korst (abnormaal, want asymmetrisch). De witte korsten rond de
neus worden gevormd door overtollige zouten die langs de neus
worden verwijderd door te niezen.


1

,De longen van een schildpad liggen dorsaal tegen het carapax. De trachea
splitst vrij vroeg in twee bronchen → tracheotube nooit te ver duwen
(ventilatie van slechts één long). Het middenoor bij schildpadden is best groot.
1.3 Cardiovasculair
Het hart bestaat uit twee atria en één ventrikel (krokodillen twee ventrikels) → anatomisch
geen strikte splitsing zuurstofarm- en rijk bloed (functioneel wel!).
Renaal portaal systeem: het ene capillair bed gaat onmiddellijk over in
het andere capillair bed, met de nieren als orgaan ertussen. Alles van
medicatie in de achterpoten of staart kan dus eerst in de nieren terecht
komen voor het in de algemene circulatie terecht komt (toxiciteit of
uitscheiding mogelijk). Daarom altijd injecties geven in voorste helft
lichaam (ook bij vogels want ook bij hen dit systeem aanwezig).


1.4 Spijsverteringsstelsel
Meestal vrij eenvoudig systeem. De cardia heeft een zwakke
sfincter → makkelijk met sonde in maag geraken. De dikke darm
kan uitgesproken zijn bij bepaalde reptielen. Reptielen hebben
een cloaca. Bij AB is diarree mogelijk bij planteneters →
onmiddellijk stoppen.


1.5 Thermoregulatie
Reptielen zijn ectotherm ≠ koudbloedig! Ze hebben een Preferred Body Temperature tussen
25-40°C (afhv de soort) en proberen deze hiertussen te houden door te thermoreguleren (=
opwarmen op steen in de ochtend → metabole processen komen op gang). Het is zeer
belangrijk dat ze hun voorkeurstemperatuur kunnen bereiken en behouden, en dit is in
gevangenschap vaak nog een probleem → ontwikkeling van ziekten. In de nacht kan een
reptiel zijn temperatuur niet controleren en ligt deze veel lager → veel schommelingen
dag/nacht en seizoenen. Dit is wel belangrijk, ze moeten ’s nachts namelijk kunnen
afkoelen. Anders blijft hun metabolisme te hoog. De meeste reptielen zijn dagactief, maar er
zijn wel veel uitzonderingen → kunnen functioneren aan veel lagere temperaturen. Reptielen
steken nauwelijks energie in hun warmteproductie → 3-10X minder energie nodig dan
homeotherme dieren.
1.6 Bijzondere zintuigen
- Orgaan van Jacobson (vomeronasaal orgaan): tongelen van een slang → tongpunten
tegen dit orgaan gewreven → geuropname om prooien, vijanden en partners te
herkennen. Als een slang nog veel tongelt, is de prognose gunstiger. De tong is
gespleten zodat het dier zich kan oriënteren in de ruimte.
- Labiale/faciale groeven (foto): thermische groeven om warmte te detecteren →
prooien vangen.

2

,- Pariëtale oog: bijna volledig functioneel derde oog, gebruikt om daglichtlengte of
lichtintensiteit te meten → regelen hormonale cyclus.
1.7 Urogenitaal stelsel
Het eindproduct van het stikstofmetabolisme is urinezuur. Daardoor kunnen reptielen jicht
ontwikkelen (= opstapeling van uraten thv de nieren, gewrichten en coeloom). Reptielen
produceren urinezuur omdat dit slecht wateroplosbaar is → overleven bij extreme droogte
door reabsorptie van water. Waterbewoners vormen eerder ureum, allantoïne en ammoniak
omdat dit makkelijker te produceren is en er is toch water genoeg. Er ontstaan dan wel
makkelijker intoxicaties in de waterdieren. Een urineblaas is aanwezig bij hagedissen en
schildpadden, en afwezig bij slangen en krokodillen. De inhoud van de blaas is niet steriel
zoals bij zoogdieren, maar is steeds gecontamineerd met bacteriën.
Reptielen, vooral schildpadden, kunnen nieuwe nefronen in de nier aanmaken = nephron
neogenesis.
Mannelijke squamata (hagedissen en slangen) hebben twee penissen
(= hemipenes), maar ze gebruiken er maar één. Bij inactieve dieren
zitten de penissen in de staartbasis geïnverteerd.




Ligging van de nieren bij de hagedis. Deze liggen vaak in de
bekkenholte, en dit is een probleem als de nier vergroot is →
blokkade bekkendoorgang.
Mannelijke dieren hebben twee testes, vrouwelijke dieren hebben meestal twee ovaria. Deze
zijn enkel zichtbaar met endoscopie.
1.8 Voortplanting
Reptielen planten zich voort o.i.v. externe factoren (temperatuur, licht, vochtigheid),
territoriaal gedrag/agressie (vooral bij hagedissen). De bevruchting gebeurt inwendig. Ze zijn
meestal ovipaar (harde of zachte eischaal), soms ovovivipaar of vivipaar. De eieren van vogels
hebben hagelsnoeren (chalaza) zodanig dat de dooier in het midden van het ei blijft.
Reptielen hebben geen hagelsnoeren, waardoor de dooier met het embryo naar dorsaal in
het ei migreert. Als het ei gekeerd wordt en de dooier komt onderaan te liggen, zal het
embryo vaak afsterven → reptieleneieren nooit keren! De eieren kunnen gemarkeerd
worden (met een zachte, niet-toxische stift!) om de bovenkant aan te duiden. Eieren worden
meestal in een put gelegd. Broedgedrag is zeldzaam.
Pasgeboren reptielen hebben een navel → navelhygiëne van belang! In principe steekt hier
geen dooierrest meer uit, anders is dit vaak een slecht teken.
Mannetjes zijn vaak nogal agressief tijdens de paring, en grijpen de nek van het vrouwtje
vast. Als dit te vaak gebeurt, kan heel de rug van het vrouwtje open liggen met secundaire
infecties en sterfte door de stress.



3

, 1.9 Communicatie
De meeste reptielen produceren geen geluid → gehoor is onbelangrijk voor communicatie.
Visuele prikkels (kleuren, gedrag, houdingen, huidaanhangsels) zijn wel belangrijk. De meest
gekleurde reptielen zijn vaak mannetjes.
1.10 Afweer tegen vijanden en manipulatie – slangen
- Passief: camouflage, zich dood houden/voordoen, waarschuwingskleuren (rood, geel,
zwart)/gedrag, mimicry (lijken op iets giftig).
- Actief: dreigen, bijten, stank, gif, waarschuwing. Slangen bijten meestal niet echt door,
tenzij als de handen naar een prooidier ruiken. Dan slang nooit lostrekken, maar ze zullen
spontaan lossen.
Opletten met gifslangen! Deze kunnen niet meer gekocht worden in België, maar wel in het
buitenland. Het houden van gifslangen in Vlaanderen is verboden. Bij een beet lidmaat
immobiliseren en drukverband plaatsen.
Slang hanteren in moeilijke gevallen met een hand achter de
kop (latero-lateraal) en met ander hand lichaam
ondersteunen. Grote slangen nooit alleen manipuleren.
Rustigere slangen ook minder intens fixeren.



1.11 Afweer tegen vijanden en manipulatie – hagedissen
- Passief: camouflage, stekels, autotomie, zich dood houden.
- Actief: dreigen, bijten, krabben, slaan met de staart, stank, gif, waarschuwing.
Hagedissen kunnen een lidmaat (vaak staart) loslaten → hagedis nooit aan staart oppakken.
Bij ruwe manipulatie kunnen ze ook hun huid loslaten, waardoor hun spieren bloot liggen.
Dit is niet erg, maar komt niet goed over naar de klant.
Grote hagedissen (bv. komodovaraan) kunnen potentieel gevaarlijk zijn. De groene
leguaan mag in België niet meer gehouden worden. Ook zij kunnen best agressief zijn.
ze zullen eerst hoog op hun poten staan en zich groot voordoen. Vervolgens meppen
ze met de staart. Dan zullen ze bijten en krabben. Enkele hagedissen zijn giftig, maar
deze niet.
Hanteren in moeilijke gevallen door hand weer achter de kop te
zetten en over de voorpoten (krabben tegengaan). Bij grote hagedis
ook over achterpoten gaan. Bij nog grotere gevallen staart onder
arm steken om meppen tegen te gaan. Rustigere dieren minder
intens fixeren.
1.12 Afweer tegen vijanden en manipulatie – schildpadden
- Passief: camouflage, pantser.
- Actief: dreigen, bijten, stank.

4

Infos sur le Document

Cours
Publié le
13 mai 2026
Nombre de pages
61
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
$7.01

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
383
Abonnés
75
Éléments
29
Dernière vente
1 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions