ECG EN DE KINESITHERAPEUT
In ziekenhuis worden veel patiënten gemonitord, is het dan veilig om te bewegen voor die
patiënt? Kijk naar ECG!
Risico inschatten obv ECG
Correcte inschatting van intensiteit en supervisie
Toelatingsvoorwaarde om max inspanningstest af te nemen
Tijdens inspanningstest kijken naar ECG voor diagnose en screening
Tijdens revalidatie: veiligheid
Evaluatie bij klachten / complicaties tijdens inspanning
GRONDBEGINSELEN
WAT GEEFT HET ECG WEER
ECG = electro Cardio Gram = registratie van elektrische activiteit die nodig is om hart
tot contractie te brengen
In rust: hartspiercellen negatief geladen -90mV geen elektrische activiteit
Elektrische stimulus hartspiercellen depolariseren en contraheren (positief geladen)
- Elke gedepolariseerde cel prikkelt volgende cel via GAP-juncties prikkelgolf over
het hart die contractie veroorzaakt = voortschrijdende golf van positieve ladingen
binnen de cellen
Cellen keren terug naar rustniveau = repolarisatie
Op ECG: depolarisatie en repolarisatie
Cellen van het hart:
- Pacemaker cellen
o Genereren spontaan AP
o Sinusknoop cellen
o AV knoop
- Elektrische geleidingscellen
o Geven depolarisatiegolf door doorheen heel het hart
- Hartspiercellen
o Contraheren
Pacemaker cellen zijn verbonden met elektrische geleidingscellen die dan weer
verbonden zijn met hartspiercellen
, DE AFLEIDINGEN
12 AFLEIDINGEN ECG
Elektrische activiteit wordt gemeten met elektrodes op de huid
- + elektrode = explorerende elektrode
- - elektrode = referentie elektrode
ECG heeft 10 elektrodes hiermee maak je 12 afleidingen = 12 verschillende zichten
op het hart. Het geeft volledig beeld van elektrische activiteit
- Afleiding = denkbeeldige lijn tussen 2 elektroden
6 perifere afleidingen of extremiteitsafleidingen
- 3 bipolair (Einthoven) door combineren van 2 elektrodes: I, II en III
- 3 unipolair (Goldberger) 1 elektrode die met tov berekend gemiddelde: aVR, aVL
en aVF
6 precordiale afleidingen: V1, V2, V3, V4, V5 en V6
PERIFERE AFLEIDINGEN
Perifere afleidingen tonen elektrische activiteit in frontaal vlak
Gevormd door 4 gekleurde elektrodes:
- Rode elektrode: rechts bovenaan (schouder of pols)
- Gele elektrode: links bovenaan (schouder of pols)
- Groene elektrode: links onderaan (heup of enkel)
- Zwarte elektrode: rechts onderaan (heup of enkel)
Bipolair: Einthoven I, II en III
- I = tussen re arm (-) en li arm (+)
- II = tussen re arm (-) en li been
(+)
- III = tussen li arm (-) en li been
(+)
Positieve elektrode = camera
Unipolair: Goldberger
- aVR: meet tov re arm (+) – LA+LL vormen
samen (-)
- aVL: meet tov li arm (+) – RA + LL vormen
samen (-)
- aVF: meet tov li been (+) – RA+LA vormen
samen (-)