SPRAAKKLANKSTOORNISSEN
1. ALGEMENE BESCHOUWINGEN
1.1. WEL OF NIET OPSTARTEN VAN SPRAAKTHERAPIE
Indien bij cliënt de diagnose van SKS gesteld wordt, moet beslist worden of therapie al dan niet aangewezen is.
Nood aan therapie wordt bepaald door verschillende beïnvloedende factoren (belemmerend, faciliterend,
instandhoudend):
• Attitudes van cliënt, directe familie en omgeving ten aanzien van SKS
o Hoe (on)tevreden is iemand met zijn eigen manier van spreken en spraakklankproductie? Hoe
beoordeelt hij/zij de eigen spraak? → kan variëren van zich bewust zijn van het probleem tot
ontkenning of verwerping ervan
o Vormt SKS een probleem als de cliënt zelf, de ouders en anderen uit de omgeving deze niet als
een probleem zien? Moet de logopedist op dat ogenblik de eigen waardenschaal opdringen aan
de cliënt en/of zijn familie? Dit lijkt ongepast en bovendien weinig zinvol (geen motivatie).
o Ook overbezorgdheid en vooringenomenheid van de omgeving komen voor. Wanneer de
spraakproblemen door de omgeving bestraft worden of integendeel juist beloond, kan dit een
argument zijn om (sneller) met therapie te starten.
• Ernst van de SKS en de gevolgen op de communicatie
o Mate van spraakverstaanbaarheid tijdens spontane spreken is één van de belangrijkste criteria
bij selectie van therapiekandidaten
o Hoe beperkter verstaanbaarheid, hoe meer nood aan interventie
• Leeftijd
o Evenwicht zoeken tussen te vroeg starten en te lang wachten met therapie
▪ Meervoudige ontwikkelingsproblemen (dus niet enkel spraakklankproductie is
probleem), en/of wanneer de spraakverstaanbaarheid erg gering is, wordt idealiter
voor leeftijd van 4 jaar met therapie gestart
▪ Cliënten zijn vaak minstens 4 à 4,5 jaar α bij de beslissing al dan niet op een bepaald
moment te starten met therapie wordt rekening gehouden met de leeftijdsnormen
aangaande de normale fonologische en fonetische ontwikkeling.
▪ Er kan ook op volwassen leeftijd met therapie gestart worden om uitspraak te
optimaliseren → denk aan studenten lerarenopleiding, logopedie, ... waarbij bepaalde
fouten in spraakklankproductie dienen te worden weggewerkt
• Etiologie
o Oorzaak van SKS kan belangrijke rol spelen om te bepalen of- en wanneer therapie dient gestart
te worden
o Bijv. afwijkende structuren zoals tongankylose kunnen tegenindicatie zijn voor therapieopstart
→ aangeraden eerst structurele verbetering zoals chirurgie
Pagina 1
,1.2. ALGEMENE PRINCIPES BINNEN SPRAAKTHERAPIE
1.2.1. THERAPIEDOELEN
In de loop van de diagnostische fase werden alle bevraagde, geobserveerde en gemeten elementen
samengebracht in het ICF-model.
Doel spraaktherapie is niet enkel het
verbeteren van de spraak op zich,
maar ook het optimaliseren van de
volledige communicatie en het
globaal psychosociaal functioneren
(cf. ICF-model).
Behandelplan: lange- en kortetermijndoelen.
• Langetermijndoelen = doelen die men op het einde van de behandeling bereikt wil hebben
o worden systematisch opgesplitst in kortetermijndoelen
• Kortetermijndoelen = vertegenwoordigen stapsgewijze vooruitgang, vormen een samenhangende reeks
die leidt naar de realisatie van langetermijndoel
• Lange- en kortetermijndoelen worden geformuleerd in observeerbare en meetbare termen volgens
SMART-principe
Belangrijk om deze doelen helder te communiceren en te bespreken met ouders én cliënt:
• Cliënt begrijpt wat er van hem verwacht wordt en hoe hij kan bijdragen aan eigen vooruitgang
• Betrokkenheid bij behandelproces vergroot → cliënt is meer gemotiveerd om doel te bereiken
Voor sommige cliënten is een perfecte spraakklankproductie geen realistisch einddoel. Soms dient men tevreden
te zijn met wat cliënt kan bereiken (bijv. schisis, D-SKS, ernstige SOD, ...).
• Eerder optimalisatie als doel dan perfectie
o Taak voor logopedist om cliënt en omgeving zijn beperkingen te leren inzien en aanvaarden en
zich eraan aan te passen
• Als SKS zo ernstig is dat verbale communicatie zeer moeilijk – niet mogelijk is, is mogelijk het functioneel
communiceren via ondersteunende communicatie een therapiedoel.
• Dit kan voorkomen dat na een periode therapie gevolgd te hebben een cliënt en/of zijn omgeving
tevreden is/zijn met de huidige kwaliteit van de spraak, terwijl de logopedist van mening is dat de
vooropgestelde doelen nog onvoldoende werden bereikt.
o Als echter bij de cliënt en de omgeving geen hulpvraag meer bestaat, dient de logopedische
begeleiding afgerond te worden.
1.2.2. THERAPIEMETHODES
Afhankelijk van type SKS.
We bespreken volgende therapiemethodes:
• Fonologische benaderingen bij fonologische stoornissen
• Fonetische benaderingen bij E-SKS
Pagina 2
, • Benadering gebaseerd op de principes van motorisch leren bij SOD
• Deels fonologische en deels fonetische benadering bij velofaryngeale stoornissen (schisis)
• Oromyofunctionele therapie (OMFT) bij S-SKS (malocclusies) en/of bij distorties van de apicoalveolaire
klanken (vnl. interdentaliteit en addentaliteit).
1.2.3. AANDACHTSPUNTEN
• Therapeut-cliëntrelatie
o Goede, warme relatie met cliënt
o Goede werkrelatie met ouders en mensen uit andere disciplines (leerkrachten, CLB, ...)
• Zoveel mogelijk cliëntresponsen per tijdseenheid
o Zo nuttig en efficiënt mogelijk gebruikmaken van therapietijd
o Snel aanbieden van stimuli houdt cliënt meer bij taak
o Er mag niet teveel tijd verloren gaan bij bekrachtigingsprocedures
▪ Bijv. laten inkleuren van tekening bij elke goede respons vraagt meer tijd dan kruisje
zetten of blokje in een doos gooien
▪ Bijv. verbale bekrachtiging (‘Dat heb je goed gedaan!’, ‘Knap zo!) kost weinig tijd, maar
is wel effectief.
o Hoeft zeker niet saai te zijn, er mag spelelement aanwezig zijn
o Oefenen moet centraal staan, niet motivationele middelen
• Voortgang moet opgevolgd worden
o Tijdens elke therapiesessie van belang responsen te registreren, te tellen en te meten om op
basis daarvan te kunnen bepalen of de volgende stap mag gezet worden, de vorige moet
herhaald worden en of een andere therapeutische aanpak al dan niet vereist is
• Ouders nauw betrekken bij therapie
o Co-therapeut in leerproces
o Wonen idealiter therapiesessies bij
o Ook indien niet (altijd) haalbaar, zouden ouders in elke fase van de therapie op de hoogte
moeten zijn van de aanpak en de specifieke doelen → ‘Hoe doen we iets en waarom?’
2. THERAPIE BIJ FONOLOGISCHE STOORNISSEN
Fonologische stoornissen:
• Vertraagde fonologische ontwikkeling (VFO)
• Atypische fonologische stoornis (AFS)
• Inconsistente fonologische stoornis (IFS)
2.1. DOEL
Primaire doel = ontwikkelen fonemische verschillen in de te hanteren taal
• Dit door verbeteren/ontwikkelen van fonologische kennis van het kind (reorganisatie fonologisch
systeem)
• Onderliggende probleem is conceptueel van aard; het kind heeft bepaalde fonologische regels niet
geleerd
Einddoel van therapie is niet te omschrijven in termen van % SK correct, maar wel in termen van %
verstaanbaarheid → ‘promoting intelligibility rather than correctness’
Bosma Smit hanteert 85% spraakverstaanbaarheid voor de omgeving als norm om de spraaktherapie af te
ronden, Hodson & Paden hanteren de iets strengere norm van 90% (zie ook 2.3.4.).
Pagina 3