H1 INLEIDING
WAT IS PSYCHOLOGIE?
= wetenschappelijke studie over oorzaken en gevolgen van menselijk gedrag
• Studie van direct waarneembaar gedrag (wat mensen doen) en indirect waarneembaar gedrag (hoe
men denkt, wat men voelt) en de biologische en neuropsychologische processen die aan de basis
liggen van gedrag
• Psychologie kijkt naar algemene kenmerken (hoe we ons meestal gedragen) van menselijk gedrag,
maar ook naar de verschillen, naar individuen en naar groepen, naar normaal gedrag en naar
problematisch gedrag
• Psycholoog tracht menselijk functioneren te onderzoeken en te verklaren
Psychologie Psychiatrie (arts)
Humane wetenschappen (eigen Medische wetenschappen (kan
therapie) medicatie voorschrijven, minder
gespecialiseerd in therapie)
Bestudeert mind (& brain) Bestudeert brain (& mind)
- Mentale processen perceptie - Structuur en neurobiologische
en aandacht, verwerking en processen
interpretatie, geheugen en leren
- Mentale inhouden cognities,
emoties, gedrag
Normaliteit en ziekte Ziekte
- Psychiatrische stoornissen
Psychologie omvat subspecialisaties
• 3 afstudeerrichtingen
Klinische psychologie = begrijpen, diagnosticeren en behandelen van psychische stoornissen
en emotionele problemen
o Bv. medische, cognitieve, gedrag, persoonlijkheid, sociale, ….
Expertimentele psychologie = onderzoeken hoe menselijk gedrag en mentale processen
werken dmv wetenschappelijke experimenten
Arbeids(bedrijfs)psychologie = begrijpen en verbeteren van menselijk gedrag op de werkvloer
1
, WAT IS MEDISCHE PSYCHOLOGIE?
Specialisatie binnen de psychologie met focus op onderzoek en behandeling psychologische
problemen/klachten die geassocieerd zijn met (acuut en chronische) lichamelijke aandoeningen (zowel fysiek
als mentaal een enorme impact)
• Problemen bij het leren omgaan met een chronische ziekte (bv. diabetes, MS)
Omgaan met verlies van fysieke mogelijkheden, zelfstandigheid, …
Moeilijke verliesverwerking, depressie, suïcidaliteit
• Verwerken van een acute en levensbedreigende aandoening (bv. kanker, een hartinfarct of een
beroerte) en de gevolgen ervan
Bv. slikstoornissen of afasie ten gevolge van CVA
• Geheugenproblemen tgv hersentraumata of ernstige burn-out/depressie
• Ongewenst eetgedrag bij overgewicht
‘Medische’ = relevante lichamelijke aandoeningen vanuit logo & audio:
• Neuro-degeneratieve ziekte (Parkinson, ALS, MS) slikstoornissen, afasie, dysartrie
• Niet-aangeboren hersenletsel (CVA, hersentraumata) slikstoornissen, afasie, alexie en agrafie,
neurogeen stotteren
• Oncologie/hoofd en halsgebied ten gevolge van radiotherapeutisch en chirurgische ingrepen
slikstoornissen, heesheid, articulatiestoornissen
• Gehoorschade/slechthorendheid
Visie medische psychologie ziekte/gezondheidsproblemen belangrijke stressor met psychologische
gevolgen waarbij de medische psychologie zich focust op onderzoek en behandeling vd psychologische
problemen/klachten/gevolgen
• Welke invloed heeft ziekte op mentale processen en omgekeerd?
Basis hoe verlopen onze mentale processen?
• Welke invloed heeft aangeleerd gedrag op ziekte en omgekeerd?
Basis hoe verlopen onze leerprocessen?
• Welke invloed hebben patiënten en hun persoonlijkheid op ziekte en herstel?
Basis wat is persoonlijkheid? Wat zijn persoonlijkheidsstoornissen en hoe ontwikkelen ze
zich?
• Welke psychotherapievormen zijn er?
• Hoe kunnen we patiënten motiveren om mee te werken aan de therapie (ze zijn niet altijd
gemotiveerd)?
• Wat is de rol van stress (zowel bij de patiënt als bij de hulpverlener) en hoe kunnen we hier als
hulpverlener mee omgaan?
Belang van inzicht in sociale processen als hulpverlener
• Basisbeginselen van sociale psychologie hoe verlopen sociale processen/contacten?
• In welke mate spelen sociale factoren een rol bij ziekte?
• In welke mate spelen sociale factoren een rol bij behandeling?
2
, COGNITIEVE PSYCHOLOGIE
1. ACHTERGROND
Hedendaagse psychologie sterke invloed van cognitieve psychologie (vooral voor het begrijpen van de
psychische problematiek maar ook voor de behandeling)
• Eind jaren ’50 psychologen meer aandacht rol cognities bij ontstaan en instandhouding psy-klachten
↔︎Reactie op gedragspsychologie
Alles van mentale inhouden was niet belangrijk, terwijl het mentale juist gaat leiden tot
bepaald gedrag
1) Freud en psychoanalyse (geen wetenschappelijk bewijs)
2) Behaviorisme (gedragspsychologie = objectief observeren van gedrag)
3) Tegenreactie (wat zit er achter dit gedrag = cognitieve psychologie)
Nieuwe uitgangspunt:
• Gedrag kan niet volledig worden begrepen zonder te kijken naar de mentale processen die eraan
voorafgaan
• Psychopathologie komt voort uit wijze waarop men informatie selecteert, interpreteert en verwerkt =
informatieverwerking
Essentie = menselijk brein werkt als een informatie-verwerkend systeem (computer):
• Volgende processen cruciaal:
a. We nemen info op via onze zintuigen (waarneming/perceptie)
b. We verwerken die intern (interpretatie, denken, redeneren)
c. We slaan deze -al dan niet- op (geheugen) en reageren erop (gedrag)
o Dit is voor iedereen verschillend aangezien mensen met meer/minder interesse
hebben op een andere manier gaan opslaan, verwerken, …
• Cognitieve psychologie bestudeert mentale processen zoals hoe informatie waarnemen (en
aandacht), verwerken, opslaan (geheugen), maar ook mentale inhouden zoals gedachten, gevoelens,
gedrag
o Bv. studenten maken dezelfde wandeling maar slaan andere dingen op in het geheugen &
kunnen het ook op een andere manier interpreteren (positief- zon, bloemen, … of negatief-
veel verkeer, lawaai, …)
BELANGRIJKE TERMEN EN CONCEPTEN
Cognities = de verzameling van mentale processen en activiteiten die gebruikt worden bij waarnemen,
interpreteren, onthouden (”het denkproces”)
• Denken?
o Spreken tegen jezelf
o Soms heel bewust, vaak veel meer automatisch
o Beelden die we over een situatie maken
o Waarden en normen die we hanteren
o Waarneming en de selectie die we daarin aanbrengen
o Bewuste feitenkennis (bv. uit het autobiografisch geheugen)
o Interpretaties (betekenis en waarde van prikkels)
3
, o Herinneringen, herkenning
Informatieverwerking = processen die een rol spelen bij de waarneming, de interpretatie, de opslag en de
reproductie van kennis/informatie:
• Drie mentale processen binnen infoverwerking
1) Waarneming
2) Verwerking
3) Geheugen
• Cognitieve psychologie bestudeert invloed van informatieverwerking op emoties, gedrag en
fysiologische processen én omgekeerd
Schema’s = geheugenstructuren waarin relatief stabiele kennisrepresentaties zijn opgeslagen → het geheel van
kennis over een bepaald onderwerp
• Ons geheugen is gestructureerd volgens schema’s
o Ons langetermijngeheugen heeft een oneindige capaciteit
o Elk hokje binnen ons geheugen verwijst naar bepaalde thema’s waarmee we in ons leven al in
contact zijn geweest
• Zijn in de loop van het leven gevormd op grond van vroege ervaringen
• Kennis in de vorm van taal, visuele informatie, handelingen, ritme en lichamelijke sensaties (bv.
schema ‘eten’)
Schema over sociale contacten is enorm belangrijk: ze spelen een belangrijke rol in onze
informatieverwerking (sommige zijn positief/ negatief)
• Veel kennis niet in woorden uit te drukken (gevoelens) of zelfs onbewust
• Zonder schema’s geheugen zou bestaan uit losse herinneringen en gedachten, zonder verband
Werking schema’s:
• Ons “Ik-schema” is enorm hard getraind (belangrijk)
• Verwerking/ perceptie worden aangestuurd door schema’s
Bv. in de nacht lawaai horen obv de info in schema kan er een verschillende reactie
gegeven worden zoals schrik/ negeren vanuit schema prikkels opmerken of negeren
Bv. geeuwen kan negatief geïnterpreteerd worden bij mensen die onzeker zijn
G-ketting/ schema
• Er gebeurt iets of je wordt iets gewaar (bv. iemand kijkt je niet aan terwijl je hallo zegt)
4