1.1 Kansen bieden tot verwondering en bewondering
Kinderen hebben spontante belangstelling voor snel verwonderd z.
Door verwondering op te wekken en tot bewondering te komen, kom je tot beleving.
Jij creëert kansen tot verwondering en bewondering:
- Stel gerichte vragen: wat zie je? Ken je het geluid?
- Probeer dialoog te krijgen. Praat zelf niet veel.
- Laat kinderen zoeken en ontdekken.
Let op: wat volwassenen mooi/vies vinden, zullen kinderen ook mooi/vies vinden (= imitatie)
1.2 De werkelijkheid moet als uitgangspunt genomen worden
Beste manier is directe waarneming -> betere begripsvorming.
Indien niet mog, zorg voor alternatief: video
Waarnemen is niet alleen zien, ALLE zintuigen zoveel mog betrekken! Aandacht voor grote EN
kleine dingen.
1.3 De kinderen moeten actief zijn
Kinderen moeten ZELF waarnemen, ZELF experimenteren en ZELF denken
- Zoveel mog zintuigen gebruiken
- Nadien waarnemingen vergelijken, bespreken, …
Actief betrekken:
- Ga met een groep over een sloot en help elkaar
1.4 Kinderen aansporen om verantwoordelijk om te gaan met mens, dier en omgeving
- Ga ZELF liggen om iets te bekijken
- Loop vooraan als je met de groep een weg baant doorheen de prikplanten
1.5 Mag geen vak apart zijn
Wiskunde combineren in slootonderzoek. ‘Probeer eens zo ver mogelijk over de
sloot te springen. Hoeveel meter heb je gesprongen’.
Outdoor education: educatieve activiteiten die plaatsvinden in de natuur.
‘Schipper mag ik overvaren’ is geen outdoor education, maar als je de 3H’s
toevoegt wel.
1. 3 H’s: Hoofd, hart en handen
Een goede natuurles beoogt de 3 componenten. Maar vaak domineert één ervan.
1
,2.1 Hoofd
= Denken, cognities
Hoe werkt de natuur?
Welke functies heeft de natuur? (Natuur als bron, holistische visie, ethische waarden)
Hoe komt het dat de natuur is zoals ze is? (Wetenschappelijk leren denken)
→ Begripsontwikkeling
2.2 Hart
= voelen, emoties
Zorgzaamheid (respect voor natuur, hoe zich gedragen)
Betrokkenheid
Verantwoordelijkheid
Verwondering
→ Vormingsaspecten
2.3 Handen
= doen, vaardigheden
Het leren van zorgvaardigheden
Het gericht leren waarnemen met ALLE zintuigen
Het gericht leren onderzoeken
Het leren omgaan met materialen
Het leren discussiëren, keuzes leren maken, samenwerken.
→ Onderzoeksvaardigheden
3. Ontwikkelingspsychologie en natuuronderwijs
3.1 Kleuterklas
Geen duidelijk onderscheid tussen: fantasie – werkelijkheid
(Natuur krijgt menselijke kenmerken) -> wat ik leuk vind, zal die poes ook leuk vinden.
Motorisch ingesteld (spelen, ontdekken met de handen, …)
‘Vooral waarnemen’, vele prikkels opdoen
3.2 Eerste graad
Onderscheid: fantasie – werkelijkheid
Spelen id natuur kijgt een meer sociale functie (natuurspel met reglement). Vooral gericht op
spel.
- Sluit een buitenpracticum af met een verassing; een wedstrijd, spel of schat die
gevonden w.
3.3 Tweede graad
De werkelijkheid primeert
Sociale ontwikkeling groeit verder (groepswerk – verantwoordelijkheid – zorg dragen vd natuur)
Natuur als gebruiksnatuur: zaken voor de natuur maken en van de natuur gebruiken.
2
, Ruimtelijk inzicht w groter, beter voorstelling maken van verschijnselen uit de natuur.
Gebruik maken van: objecten analyseren en omschrijven
→ Kinderen leergierig, gaan omgeving realistischer benaderen en aantal waarnemingen
objectief vastleggen.
3.4 Derde graad
Willen gehoord worden (mini-volwassenen), in actie komen.
Sociale en morele ontwikkeling breidt uit. Nadenken over wat er zal gebeuren
(verantwoordelijkheid – milieuproblematiek – discussiëren)
Onderzoeken in binnen – of buitenpracticum.
4. 5 stappen WERO les
4.1 Vertrekken vanuit de groep (beginsituatie)
Hoe kies je die doelen?
Wat streef je als prioriteit na (je kan niet alle doelen selecteren)
We kiezen voor de onmiddellijke omgeving vd kinderen + actieve werkvormen om die doelen na
te streven.
Leerplandoelen bv ZILL
Ontwikkelvelden, ontwikkelthema’s en generieke doelen
Ontwikkelveld: oriëntatie op de wereld
Ontwikkelthema: oriëntatie op natuur (= ik verken de natuur en ben er
dankbaar voor).
Generiek doel: afhankelijk v wat je id les wil nastreven -> onderverdeeld in
ontwikkelstappen.
Leerdoelen vanuit de beginsituatie, de problemen en de leerplandoelen.
Wat kunnen de lln op het einde vd les wat ze hiervoor niet konden.
4.2 ELKE LES WERO
- Inleiding:
o 1) Introductie:
Doelen: Nieuwsgierigheid prikkelen, nieuwsgierigheid voor het onderwerp
opwekken, concentratie opwekken.
o 2) (vrije) exploratie:
Doel: zicht krijgen op wat kinderen weten en nog willen weten. Vragen
neerschrijven op bord.
Aandachtspunten: nog geen antw geven, keuze maken of overzicht geven, wees
goed gedocumenteerd
- Kern:
o 3) onderzoeksfase:
Doel: doelgericht op zoek gaan naar de antwoorden.
Klassikaal: gesprek, videofragmenten tonen
3