THEMA 1 - GESCHIEDENIS
1. WAAROM INZICHT KRIJGEN IN HET VERLEDEN?
Monjardet (1996)
- Beroemde socioloog
- “Als je politieonderzoek wilt doen moet je naar 3 dimensies kijken van de
politieorganisatie”
→ Kijken naar politie aan de hand van 3 dimensies
- Institutionele dimensie
o Politie als machtsinstrument
▪ Verhouding tussen politie ten aanzien van staat/OH
• Kan een onafhankelijke, zelfstandige verhouding zijn
• Kan een instrument in de handen van de machthebber zijn
(Vb. Napoleontische tijd, Franse tijd)
- Openbare dienst
o Politie als dienstverlener (voor iedereen)
▪ Stelt zich open naar burger, vraagt wat heeft burger nodig en
reageert hier op
▪ Iedereen kan beroep doen op politie wanneer er een probleem is
o Verhouding tussen politie en de burger
- Beroep
o Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en werking)
o Werknemers zijn hier werkzaam
o Heeft een bepaalde structuur, taken en prioriteiten opstellen
Enhus (2015)
- Voegde er een vierde dimensie aan toe
o Historische dimensie
▪ Als we terugkijken in geschiedenis zien we zaken die continue,
stabiel blijven (Vb. Hoe de politie zich gedraagt in de samenleving)
▪ Maar ook breuklijnen (Vb. In Napoleontische tijd was politie een
instrument van de machthebbers maar verhouding politie-
samenleving is vandaag helemaal anders)
Doel van stilstaan bij de geschiedenis
- Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit van het heden
- Inzicht krijgen op een ruimere socio-politieke en economische context
2. RODE DRADEN IN HET POLITIEBESTEL
Rode draden doorheen politiegeschiedenis
- Politiebestel met grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling
o 1 instelling die bv tegenover de anderen sterker groeit
- Spanning tussen centrale aansturing en decentrale, lokale (gemeentelijke)
, autonomie
o Centrale aansturing → Vb. Minister Binnenlandse zaken
• 1 nationale politie met een centrale leiding
o Lokale (gemeentelijke) autonomie → Vb. Burgemeester
• Tegenwoordige discussie over ideale schaalgrootte lokale PZ
▪ Te klein: Je hebt niet genoeg middelen, kunnen de behoeften niet
meer volbrengen
▪ Te groot: De afstand tot de burger wordt te groot
- Arbeid versus kapitaal
o Wiens orde moet gehandhaafd worden? In functie van wie werkt de
politie? Wie bepaalt wat gehandhaafd word?
o Welke bevolkingsgroep heeft meeste macht, die dus ook de politie beetje
stuurt: Degene met grootste kapitaal of de grote groep van arbeiders?
- Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden
enerzijds en legitimiteit en democratische controle anderzijds
o Vb. Je kan heel efficiënt een ID-controle doen maar daarom niet altijd
legitiem
- Diverse politie-instanties die samen de politiezorg moeten verzorgen
o Hoe moeten ze samenwerken? Elkaar niet tegenwerken?
o In verleden hebben ze elkaar actief
tegengewerkt, concurreert..
3. DE FRANSE EN HOLLANDSE ERFENIS (1794-1830)
3.1 De Franse Tijd (1794 – 1814)
Ontstaan van de politiefunctie: eeuwenoud beroep
- Regulering van gedrag
o Basisbehoefte in een samenleving
o SL werden steeds complexer → Meer vraag naar organisatie die kon
reguleren
o Formele sociale controle
• Regels ontwikkeld = Vorm van formele sociale controle
• Dwang werd gekoppeld aan de regels = Er zonder kun je niet
handhaven
- Eerste sporen van politionele taak
o 13e eeuw, in de stedelijke context
• In steden was het dichter bevolkt, waardoor er meer kansen op
problemen waren → Meer vraag naar politiezorg
▪ Ontstaan van schouten, sergeanten…
• Tegenstrijdig is dat politieorganisatie zich vooral richten op platteland
(Vb. RW richtte zich op het rurale gebied)
- Opsporing en vervolging in één functie verenigd, gecombineerd
o De politie deed toen beide taken
o Doel: reguleren van het leven in de stad
• Controle van handel
• Geldboetes als sanctionering
, ▪ Toen was die functie nog niet betalend, dus waren die boetes ook
het salaris, loon van de politiemannen
- Onderdeel van gemeentelijke autonomie
o Op lokaal niveau ontstaat en groeit deze functie
- 15e en 16e eeuw: Groei steden, toename van problemen
o Industrialisering komt in zicht → Meer vraag naar politiewerk en
handhaving
o Verdere uitbouw politiefunctie
o Lokale overheden breiden politiemacht uit (door problemen met
landlopers, overtredingen,..) maar ook op platteland uitbouw (problemen
met bedelaars)
o Langzaam ontstaan van militair politiekorps
o Uitbouw van departementen / politiezones
Franse vormen van politie
- Evolutie naar centraal en duaal systeem
- Start in Parijs
Kenmerken Frans model
- “Verdere zwenk naar centralisme”
- Bel. politiebestel heeft nog lang volgens factoren van Franse model gewerkt
o Blijven aanwezig tot octopusakkoord (hervorming)
- Frans model: 2 delen
o De burgerlijke republiek (1794-1799)
▪ Politie hoort herkomst te vinden in burgerij
▪ Politie moet macht vergroten door info te verzamelen (pol info bij
voorkeuren) en orde te handhaven (openbare orde rustig houden)
▪ Als volk rustig is, dan kun je macht uitbreiden
o Het militair Napoleontisch regime (1799-1814)
▪ “Politiestaat”
▪ Gericht op openbare ordehandhaving en politieke informatie
▪ Politie gebruikt als middel om macht uit te breiden
- Kenmerken
o Militarisering
▪ Discipline en hiërarchie → Gendarmerie
▪ Bij ontstaan politieorganisatie zien we al het militair aspect → Groeit
verder in Franse tijd
▪ Maréchaussée op platteland, ruraal gebied: militaire politie
• Woord komt van “Maréchal” = Degene die zorgde voor tucht
bij ruiterij en stallen van de koning
▪ Taak aanvankelijk: Orde en veiligheid bij militaire activiteiten
• Later uitgebreid met openbare ordehandhaving en
banditisme
▪ Verspreid over het grondgebied van het platteland
• Gedeconcentreerd → Verspreid
• Centralisering → Centraal aangestuurd maar heeft
antennes in verschillende garnizoenen
▪ In Parijs ontstaat intussen een centraal geleid systeem, met
, “lieutenant de police” vanaf 1667 = eerste stedelijke politie
• Voor eerst gesproken over politietaak
• Grondleggers van huidig politiesysteem
o Centralisering
▪ Uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving
▪ Oefent controle uit = Uitvoerende macht (ministerie van politie), uit
(niet de rechterlijke!!)
▪ Invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke
politie
• Belangrijk voor onderscheid taken en bepalen wie OH is die
bij de taken hoort
Administratieve (bestuurlijke) Gerechtelijke politie
politie
Aan het hoofd Lokale OG → Burgemeester Federaal niveau → Minister van
justitie
Lokaal niveau → Procureur des
konings
Taken Openbare orde handhaving Opsporen van misdrijven,
vaststellen, bewijzen verzamelen
Toezicht Voorkomen van misdrijven Misdadigers voor het gerecht dagen
(preventief toezicht) (repressief)
Op basis van/wie Obv politiereglementen Wie? Politiecommissarissen, veld-
en boswachters, vrederechters,
luitenanten en kapiteins
gendarmerie
→ Onderscheid in praktijk is niet zwart-wit: Moeten we dit onderscheid opheffen?
▪ Joseph Fouché en de idee van de ‘haute police’.
• Minister van Algemene Politie (v.a. 1799)
• Oprichting Police Secrète (Openbare Veiligheid)
o Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van
inlichtingen door middel van informanten en
infiltranten
o Reden: nood aan verzameling politieke informatie
• Politie wordt instrument in handen van machthebbers en
wordt verwacht de samenleving in het oog te houden
o = Haute police (politieke inlichtingen)
o Niet alleen taak om crim te bestrijden maar ook om
inlichtingen te gaan verzamelingen → Fouché had
hier grote aandacht voor
• Informatieverzameling via mouchards
o Klikkers
• Taak van politie
o Vrijwaren van de macht van de vorst
o Ten aanzien van buitenlandse en binnenlandse