Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

volledige samenvatting goederen- en bijzondere overeenkomstenrecht 2025/26

Beoordeling
5.0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
201
Geüpload op
08-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Een volledige samenvatting van het goederen- en bijzondere overeenkomstenrecht (GBO), zowel het deel van sageart als dat van tilleman. Elke keer is de samenvatting aangevuld met lesnotities en met het boek. Ze is zeer uitgebreid en bevat ook voorbeelden/oefeningen die gegeven werden in de les. Hiermee behaalde ik in eerste zit een 12/12 (slaagpercentage eerste zit was 10% met een gemiddelde cijfer 7/20).

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

GOEDEREN- EN BIJZONDERE
OVEREENKOMSTENRECHT
DEEL 1. ALGEMENE BEGRIPPEN VAN HET VERMOGENSRECHT

HOOFDSTUK 1. VERMOGENSRECHTEN: PERSOONLIJKE EN ZAKELIJKE RECHTEN




INLEIDING
Vermogensrechten worden klassiek onderverdeeld in:
o Persoonlijke rechten
o Zakelijke rechten
o Intellectuele rechten (meest recent)

Belang onderscheid:
o Alleen zakelijke rechten hebben attributen (zie verder)
o Verschillend verjaringsregime (PR na 10 jaar <-> ZR na 30 jaar, zie art.2262 OBW)
o Territoriale bevoegdheidsregeling rechtbank (624, 1° <-> 629 GerW)
o Verschillend publiciteitsmechanisme (ZR hebben absolute gelding = grotere tegenwerpelijkheid
door verplichte publicatievereiste)

DE KLASSIEKE LEER: SCHERPE TWEEDELING
Objectief criterium:

o Zakelijke rechten: rechtsverhouding tussen rechtsobject en rechtssubject = aanspraak op een
goed
o Persoonlijke rechten: rechtsverhouding tussen rechtssubjecten = aanspraak op een persoon (SE op
SA)

MAAR kritiek -> vermengt beide op grond van een misvatting dat zakelijke rechten niet afdwingbaar
zouden zijn tegenover personen (bv. erfdienstbaarheid tussen heersend & lijdend erf lijkt op een
contractuele relatie, bv. verhouding tussen vruchtgebruiker & blote eigenaar lijkt op een contractuele relatie) en
persoonlijke rechten niets met goederen te maken hebben (bv. huur is een persoonlijke recht (recht
op stil genot) maar heeft ook betrekking op een goed (recht op kot).

LEER VAN HET PERSONALISME – PLANIOL
Deze kritiek heeft geleid tot een ‘subjectivering’ van ZR (= een rechtsverhouding kan alleen
bestaan tussen rechtssubjecten, niet tussen een rechtssubject en een goed). Er moet een
onderscheid worden gemaakt op basis van externe kenmerken (nl. de tegenwerpelijkheid):

o Zakelijke rechten hebben absolute werking (erga omnes) (= geldt tegen iedereen)
o Persoonlijke rechten hebben relatieve werking (= geldt enkel tegenover de SA)

MAAR kritiek op personalisme;
o Personalisten leiden onterecht af dat vorderingsrechten/PR geen gevolgen hebben tegenover 3de (bv.
3e-medeplichtigheid, art. 5111 BW) -> persoonlijke rechten zijn dus wel degelijk tegenwerpelijk!
o Onderscheid vloeit niet voort uit tegenwerpelijkheid maar uit publiciteit: een persoonlijk recht vereist
geen publiciteit <-> zakelijk recht is tegenwerpelijk door het louter vervullen van een
publiciteitsmaatregel (op kantoor Rechtszekerheid voor onroerende goederen of het louter bezitten voor
roerende goederen)


LEER VAN HET NEOPERSONALISME - GINOSSAR
Er wordt een hoofdonderscheid gemaakt tussen eigendom en andere beperkte vermogensrechten,
1

,waarbij het eigendomsrecht een transcendent recht is dat het onderscheid tussen zakelijke en
persoonlijke rechten overstijgt.

De beperkte vermogensrechten kunnen verder onderverdeeld worden in:
o Beperkte zakelijke rechten = kwalitatieve verbintenis (in bepaalde hoedanigheid)
 Er is een volgrecht verbonden aan de zaak (art. 3.4 BW)

o Persoonlijke rechten = persoonlijke verbintenis
 Gaan in principe niet over op rechtsopvolger MAAR contractsrelativiteit: gaan enkel over
op algemene rechtsopvolgers en rechtsopvolgers ten algemene titel

MAAR ook hier kritiek want het eigendomsrecht verliest zijn eigenheid door het uit te breiden tot alle
vermogensrechten -> deze kritiek is echter niet gerechtvaardigd, Ginossar gaf de toekomstige
evoluties mee!

FORMEEL CRITERIUM: NUMERUS CLAUSUS- BEGINSEL
Het onderscheid vandaag de dag is een formeel onderscheid met een numerus clausus-beginsel
voor de zakelijke rechten (art. 3.3 BW) = partijen kunnen geen nieuw zakelijk recht uitvinden
(gesloten stelsel) <-> persoonlijk recht waarbij er ook onbenoemde (= niet door de wetgever
geregelde) contracten mogelijk zijn.

In het nieuw BW krijgt dit beginsel twee dimensies mee:
 Externe dimensie (‘typenzwang’): partijen kunnen geen andere ZR benoemen dan deze die
door de wetgever zijn benoemd
 Interne dimensie (‘typenfixierung’): partijen moeten bij de vestiging van een ZR de
wezenskenmerken van de betrokken ZR eerbiedigen, zie art. 3.1 BW (hier is het BW
minder streng in dan de externe dimensie van 3.3 BW)

Vier categorieën ZR:

1. Eigendom
2. Mede-eigendom
3. Zakelijke gebruiksrechten (verlenen gebruiks-en genotsrecht)
➢ Erfdienstbaarheden, vruchtgebruik, recht van erfpacht en recht van opstal
4. Zakelijke zekerheden (ZR dat nakoming van een PR waarborgt)
 hypotheek, pand & retentierecht

MAAR er moet een zekere nuance gesteld worden bij het numerus clausus-beginsel, er is namelijk
wel ruimte voor wilsautonomie (art. 3.1 BW) -> de bepalingen van boek 3 zijn van aanvullend
recht, behalve de definities (want is de kern) en de uitdrukkelijke bepalingen van de wetgever
(‘niet tegenstaande enig andersduidend beding, bv. art.3.141 en 3.100 BW)

Waarom is er nood aan een numerus clausus? Dit vloeit voort uit de Franse Revolutie in 1789
waarbij er een systeem was van feodaliteit (koning – leenheer – leenman) -> dit leidde ertoe dat
iedereen een beetje eigenaar was van een goed + dat PR en ZR verweven waren (want de
leenman had wel dominium utile maar moest in ruil handelingen stellen ten dienste van de
leenheer).

 Er was nood aan een scherpe scheiding tussen zakelijke en persoonlijke rechten, daarom
vinden we de ZR nu in boek 3 en de PR verdeeld over boek 5,6 en 7)


HOOFDSTUK 2. BIJZONDERE KENMERKEN VAN ZAKELIJKE RECHTEN


1) VOLGRECHT
De derde-verkrijger van een goed is van rechtswege gebonden door de zakelijke rechten die erop
rusten (art. 3.4 lid 2 BW) = kwalitatieve verbintenis. Zakelijke rechten zijn dus tegenwerpelijk aan
de derde-verkrijger van een goed, dit is een toepassing van het anterioriteitsbeginsel (als recht al
bestond voor jouw verkrijging moet je het dulden) <-> Persoonlijke rechten gaan alleen over op
2

,algemene rechtsverkrijger of onder algemene titel.

Nuancering:
o Het volgrecht is niet absoluut bij alle zakelijke rechten, het wordt geneutraliseerd door de
regels van derdenbescherming (art.3.28 BW)
o 1 PR heeft wel een volgrecht: art.1743 OBW (uitzondering op het contractsrelativisme)

2) BESCHERMING TEGEN INSOLVABILITEIT (= faillissement)
Het ZR maakt geen deel uit van het vermogen dat aan samenloop is onderworpen (art. 3.5 BW). Bv.
wanner je auto bij garagist is die failliet gaat, krijgt de eigenaar zijn auto terug omdat dit jouw
eigendom is (art. XX.139 WER)<-> bij een PR worden de SE proportioneel uitbetaald (je weet dus
niet of er nog iets over blijft voor jou, je loopt hier wel het risico op insolvabiliteit!).
Er is niet echt sprake van een voorrangsrecht want het goed is buiten de boedel (SE konden sowieso
geen aanspraak maken op je auto want dit is jouw eigendom), BEHALVE bij zakelijke zekerheden

3) BESCHERMING VOORWERP VAN ZAKELIJKE RECHTEN

SPECIALITEITSBEGINSEL (ART. 3.8 §1 BW)
Een zakelijk recht kan alleen betrekking hebben op specifieke goederen, het kan niet gevestigd
worden op een abstracte waarde (bv. een schuldvordering op de bank is een PR, je hebt geen
aanspraak op jouw 20 000 euro maar gewoon op het abstracte bedrag van 20 000 euro, van waar die
ook komt!).

Indien vermenging ontstaat er mede-eigendom (art. 3.12 BW), vroeger betekende dit het einde van
het zakelijk recht!

EENHEIDSBEGINSEL (ART. 3.8 BW)
Een zakelijk recht kan alleen gevestigd worden op een autonoom vermogensbestanddeel/ goed, maar
niet op een inherent bestanddeel daarvan (geen conventionele afwijkingen mogelijk).

 Bestanddelen van een goed kunnen geen ander zakenrechtelijk statuut krijgen dan hoofdgoed
 Bepaalt criteria voor onroerend goed door incorporatie

Consequentie: eigenaar van het hoofdgoed wordt eigenaar van alle bestanddelen van dat goed (wijze
van eigendomsverkrijging, bv: je kan wel een fiets in vruchtgebruik nemen maar niet enkel de lak van
de fiets, bv. je kan geen grond in eigendom nemen zonder het gebouw dat erop staat: art. 3.64 BW)
-> vormt een geheel met de grond). Er is geen conventionele afwijking mogelijk, er moet steeds een
wettelijke grondslag zijn!

UITZONDERING:
➢ Opstalrecht (art. 3.47, lid 1 BW)
➢ Art. 3.48 BW

ZAKELIJKE SUBROGATIE
Subrogatie = een wezensbestandsdeel van het recht wijzigt maar toch blijft het recht voortbestaan.
Persoonlijke subrogatie = de persoon van de SE wijzigt (art.5.127 e.v. BW) <-> zakelijke
subrogatie/zaakvervanging = wanneer het oorspronkelijke object waarop het zakelijk recht rust,
tenietgaat, blijft het recht voortbestaan op een vermogensbestanddeel dat het oorspronkelijke object
vervangt.
Art. 3.10 BW: Wanneer het zakelijk recht bij verlies of waardevermindering van het oorspronkelijk
object, overgaat op een vermogensbestanddeel dat in de plaats van het oorspronkelijk object is
getreden.

 Bv. je auto wordt gestolen en de dief ruilt deze voor een ander voorwerp -> als slachtoffer kan
je jouw auto terugvorderen door het volgrecht (want is een eigendomsvordering, zie eerder)
MAAR als de 3de te goeder trouw is en er is drie jaar verstreken kan er derdenbescherming zijn
en heb je geen aanspraak meer op de auto! Het slachtoffer kan eventueel 6.5 BW vorderen
3

, MAAR dan zou het in de problemen komen als de dief insolvabel is (want 6.5 is een zuiver
persoonlijke verbintenis en heeft geen bescherming, in tegenstelling tot een zakelijk recht).
Om dit te vermijden kan het slachtoffer best zijn ZR behouden maar dan op het andere
voorwerp dat in de plaats is gekomen van zijn auto (vervangt de auto als voorwerp)

 Bv. B leent aan A en vraagt een hypotheek op het huis van A -> het huis van A brandt af -> als
de verzekering tussenkomt zal de hypotheek van B op het huis veranderen naar een
hypotheek op de schuldvordering.

Voorwaarden:
1) Men moet titularis zijn van een ZR
2) Oorspronkelijk goed gaat juridisch(verkoop/schenking/ruil) of materieel teniet
3) Het oorspronkelijk goed wordt vervangen door een ander goed dat de waarde
vertegenwoordigt
4) Het vervangend goed blijft op ieder ogenblik identificeerbaar, het oorspronkelijk goed en het
vervangend goed moeten op elk moment individualiseerbaar geweest zijn (want
specialiteitsbeginsel!)
5) Het is een subsidiaire rechtsfiguur = geldt slechts indien geen enkele andere remedie volstaat




Wettelijke toepassingsgevallen:
 zakelijke zekerheidsrechten (art. 10 HypW, 45, 2°, derde lid HypW, 28, vierde lid HypW,
1561, tweede lid Ger.W)
 bij afwezigheid (124 OBW)
 wettelijke terugkeer ten voordele van ascendenten (art. 4.42 paragraaf 2 BW)
 huwelijksvermogensrecht (2.3.21 BW)
 bescherming van eigendomsrecht (XX.196 tweede lid WER)
 binnen het strafrecht (art.43bis Sw.)

Is het ook een algemeen rechtsbeginsel?  concept ‘waardebestemming’ = alle zakelijke rechten worden
beschermd door subrogatie (onder strikte voorwaarden), dit vermijdt vermogensverschuiving zonder oorzaak (=
er wordt voorkomen dat de waarde van een ZR door het tenietgaan van het oorspronkelijk object, plots in een
ander vermogen terecht zou komen).


HOOFDSTUK 3. ZAKELIJKE EN PERSOONLIJKE RECHTSVORDERINGEN

Rechtsvorderingen = remedies die vasthangen aan subjectieve rechten op voet van oorlog.

 Zakelijke rechtsvorderingen zijn alle rechtsvorderingen die hetzij de uitoefening of erkenning,
hetzij de verdediging in rechte van het eigendomsrecht of een beperkt zakelijk recht tot
voorwerp hebben.
o Vordering tot opeising van het ZR (bv. revindicatie = eigendom terugeisen)
o Vordering tot ontkenning van rechten van een derde op een goed (= actio negatoria =
vordering tot stopzetting tegen een derde die zonder recht een inbreuk pleegt op jouw ZR + verbod
om in de toekomst opnieuw een inbreuk te maken).

 Persoonlijke rechtsvorderingen zijn vorderingen waardoor de titularis aanspraak kan maken op
en prestatie van een andere persoon om iets te geven, te doen of te laten.

Belang van het onderscheid:
 Territoriale bevoegdheid van de rechter
o Zakelijk: rechter van de plaats waar het goed is gelegen (art. 629 GerW)
o Persoonlijk: algemene verwijzingsregel van art. 629 GerW
 Enkel zakelijke rechtsvorderingen kunnen worden uitgeoefend in insolventieprocedures
o Maar HvC heeft hier afbreuk aan gedaan: leasingnemer die de geleasede goederen ter
beschikking had gesteld van de later gefailleerde schuldenaar, kan de goederen
4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
8 mei 2026
Aantal pagina's
201
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$24.53
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
3 uur geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fleurdebakker1 Katholieke Universiteit Leuven
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
16
Lid sinds
4 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
3 dagen geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen