HC1: WAT IS RECHT
1. RECHT WAT IS DAT EIGENLIJK?
We leven samen in een samenleving. Omdat mensen samenleven, zijn er regels nodig.
Het is typisch aan mensen dat zij hun gedrag organiseren via afspraken en regels.
Je kan het recht zien als een groot spel met allerlei regels:
Iedereen doet mee.
Iedereen moet zich aan de regels houden.
Wie zich niet aan de regels houdt, kan gestraft worden.
In het Westen wordt sterk vooruitgekeken:
Hoe geraken we van A naar B?
Hoe organiseren we de samenleving op lange termijn?
Nationale en internationale rechtsorde
1. Nationale rechtsorde
Dit is het recht binnen één land.
Hier zorgt de overheid ervoor dat:
regels worden gemaakt,
regels worden toegepast,
regels worden afgedwongen.
Binnen een nationale rechtsorde is er dus orde en structuur.
2. Internationale rechtsorde
Tussen landen onderling is het recht minder sterk georganiseerd.
Soms wordt dit omschreven als een soort “chaos” of “jungle”, waar vaak het recht van de
sterkste geldt.
Er bestaan wel internationale regels en verdragen, maar:
er is geen wereldregering,
afdwinging is moeilijker dan binnen één land.
Wat is recht? (Objectief recht)
Het recht wordt gedefinieerd als:
Het recht is een geheel van gedragsregels die de overheid heeft uitgewerkt en die
verplicht worden opgelegd aan de burgers, om de samenleving te ordenen en vitale
maatschappelijke belangen te beschermen.
Om deze definitie goed te begrijpen, bekijken we de vier kernelementen apart.
1. Recht is een geheel van gedragsregels
Recht bestaat uit regels die bepalen:
1
, wat mag, wat moet, wat verboden is.
Deze regels sturen het gedrag van mensen in de samenleving.
2. Opgesteld door de overheid
Rechtsregels worden gemaakt door bevoegde overheidsorganen, zoals:
het parlement (wetten), de regering (besluiten), andere bevoegde instanties.
Niet elke regel is dus een rechtsregel.
Bijvoorbeeld: morele regels of beleefdheidsregels zijn geen rechtsregels.
3. Afdwingbaar door de overheid
Een belangrijk kenmerk van recht is dat het verplicht is.
Als iemand zich niet aan de regels houdt:
kan de overheid optreden, kan er een sanctie volgen (boete, straf,
schadevergoeding…).
Dit onderscheidt rechtsregels van andere sociale regels.
4. Om de samenleving te ordenen en vitale belangen te beschermen
Het doel van het recht is: orde creëren, conflicten oplossen, fundamentele waarden
beschermen.
Voorbeelden van vitale maatschappelijke belangen: veiligheid, eigendom, vrijheid,
rechtszekerheid
1.1 EEN GEHEEL VAN GEDRAGSREGELS
Het gaat om leefregels die een bepaald gedrag voorschrijven. Ze zijn dus normatief: ze
bepalen wat mag en niet mag, en wat moet.
Onze hele menselijke samenleving wordt beheerst door een samenspel van
gedragsregels. Die regels kunnen:
Gebodsbepalingen zijn → je moet iets doen (bv. je moet belastingen
betalen).
Verbodsbepalingen zijn → je mag iets niet doen (bv. je mag niet doden).
Rechtsregels gebieden of verbieden. Ze beperken de vrijheid van de persoon, maar in ruil
krijgt hij (rechts)zekerheid.
Recht regelt gedrag
Een rechtsregel is een gedragsregel.
Recht regelt gedrag.
Gedrag = uitwendig waarneembaar gedrag.
Hierin ligt het verschil met moraal/ethiek en religie.
Verschil met ethiek en religie
Bij ethiek gaat het over de leer van het goede: niet alleen wat je doet, maar ook of het
innerlijk goed voelt wat je doet.
2
,Het recht probeert rechtvaardig te zijn, maar is dat niet altijd. Soms kan de toepassing
van het recht toch onrechtvaardig lijken.
Een voorbeeld hiervan is de zaak rond Marc Dutroux.
Godsdienst heeft ook gedragsregels, maar het recht houdt geen rekening met geloof.
Strafrecht en “Lejeune”
Lejeune is een minister van Justitie.
Wanneer iemand veroordeeld is voor een straf, wordt er soms gewerkt met een systeem
dat gedetineerden perspectief biedt. Waarom? Om de mensen die gedetineerd zijn een
“wortel” voor te houden.
Tendensen in het strafrecht
Principe
o Reactief = gericht op een gepleegd en gekend misdrijf.
Uitzonderlijk
o Proactief = gericht op gepleegde maar nog niet aan het licht gebrachte
misdrijven.
Quid preventief?
o Daders van een “nog te plegen” misdrijf vatten.
o Daar worden juristen ongemakkelijk van.
o Stel: je wil een bank overvallen. Je maakt plannen, je zoekt op hoe het
moet, alles is uitgekiemd. Op een dag stap je binnen en beslis je: ik ga het
toch niet doen.
o Stel dat men je preventief had opgepakt voor iets wat je zou gaan doen.
Sinds 2001 leven we in andere tijden door de aanval.
Het risico in België is 3. We zitten nog in strijd met het terrorisme, en we gaan dus
proactief zoeken naar…
Er was een film, Minority Report.
Het Verenigd Koninkrijk heeft algoritmes op sociale media losgelaten om te zoeken naar
naam, geslacht, geboortedatum, gezondheidsindicatoren,…
3
, 1.2 DIE DE OVERHEID HEEFT UITGEWERKT
1. Wat is politieke macht?
Een overheid veronderstelt een georganiseerde en gestructureerde samenleving.
In een democratie berust het gezag van de overheid op de instemming van
het volk.
In een totalitaire staat (dictatuur) eigent de overheid zich de macht toe via
geweld en onderdrukking. De macht ligt dan bij één leider of een kleine groep
(oligarchie).
De regelgevende macht noemen we de politieke macht.
2. De drie machten (Trias Politica)
Bij het ontstaan van België kozen de grondleggers voor de leer van Montesquieu,
beschreven in zijn boek De l'esprit des lois.
Zijn idee:
Absolute macht leidt tot misbruik.
Daarom moet macht verdeeld worden.
De politieke macht bestaat uit drie onderdelen:
1. Wetgevende macht
o Maakt de wetten
o In België: het door het volk verkozen parlement
1. Uitvoerende macht
o Voert de wetten uit
o In België: de Koning en de regering (ministers en staatssecretarissen)
o Mag ook wetsvoorstellen indienen, maar het parlement stemt uiteindelijk
1. Rechterlijke macht
o Past de wet toe
o Oordeelt over overtredingen en geschillen
o Wordt uitgeoefend door rechtbanken en hoven
De machten moeten:
Gescheiden zijn
Elkaar controleren
Dit voorkomt dat één persoon alle macht krijgt (dictator).
3. Wat maakt een gedragsregel een rechtsregel?
Een gedragsregel is een rechtsregel wanneer:
Ze is opgesteld door de overheid
De overheid daartoe bevoegd is
Ze afdwingbaar is
4. Samenwerking tussen de machten
De wetgevende macht maakt de wet.
De uitvoerende macht moet nagaan hoe die wet praktisch uitgevoerd kan worden.
4