Boek 2
,
,1. Van biologische positivisme naar
biosociale cri
, Inleiding
verlichtingsfilosofen bv. Bentham, Beccaria + rationeel mensbeeld
positivisme in de 19e eeuw → kenmerk: empirisch nagaan of theoretische ideeën stroken
met een observeerbare realiteit
→ verschillende soorten:
- biologisch positivisme: stroming waarin oorzaken en wetmatigheden van
daderschap gezocht worden in het individu + link gelegd tussen biologische factoren
en betrokkenheid bij delictgedrag
- psychologisch positivisme: oorzaken, wetmatigheden van betrokkenheid bij
delictgedrag zoeken in het individu
- sociaal positivisme: focus op de sociale leefomgeving
frenologie, fysiognomie: pseudowetenschap die ondertussen is uitgestorven
stichter Jean Baptiste della Porte: bestudeerde lijken van veroordeelde en onderzochte de
samenhang met hun uiterlijke lichaamskenmerken bv. lange wenkbrauwen, grote lippen,
primitieve schedels
+ Johan Kaspar Lavater als volgeling: crimineel gedrag herkennen in de loense blikken
+ Joseph Gall Tiefenbronn: interesse in neuroanatomie, ontwikkelde de cranioscopie:
studie van het meten van schedels
+ Johan Spurzheim: opvolger Joseph: doopte cranioscopie om tot frenologie
biologische criminologie geen frisse start gehad, beïnvloed door foutieve interpretaties van
de evolutietheorie → survival of the fittest heeft hun sterk beïnvloed; zeiden dat criminele
mens niet was aangepast aan de moderne omgeving, en had dus biologische afwijkingen
+ introduceerde dader vs wetsgetrouwe burger: dader als aparte categorie zien en
behandelen (en dus niet bestraffen)
bv. Lombroso, Garofalo, Ferri
aanhangers oud positivisme stonden bij eugeneticabeweging
eugenetica: onderzoek naar het verbeteren van de genetische kenmerken in een
bevolkingsgroep
→ nazi’s maakte hier groot misbruik van
belang van Lombroso, Ferri is niet hun specifieke empirische inbreng, MAAR hun
fundamenteel instrument van empirisch onderzoek: methode die de studie van
daderschap toelaat door een analyse van iedere dader in het bijzonder
,
,1. Van biologische positivisme naar
biosociale cri
, Inleiding
verlichtingsfilosofen bv. Bentham, Beccaria + rationeel mensbeeld
positivisme in de 19e eeuw → kenmerk: empirisch nagaan of theoretische ideeën stroken
met een observeerbare realiteit
→ verschillende soorten:
- biologisch positivisme: stroming waarin oorzaken en wetmatigheden van
daderschap gezocht worden in het individu + link gelegd tussen biologische factoren
en betrokkenheid bij delictgedrag
- psychologisch positivisme: oorzaken, wetmatigheden van betrokkenheid bij
delictgedrag zoeken in het individu
- sociaal positivisme: focus op de sociale leefomgeving
frenologie, fysiognomie: pseudowetenschap die ondertussen is uitgestorven
stichter Jean Baptiste della Porte: bestudeerde lijken van veroordeelde en onderzochte de
samenhang met hun uiterlijke lichaamskenmerken bv. lange wenkbrauwen, grote lippen,
primitieve schedels
+ Johan Kaspar Lavater als volgeling: crimineel gedrag herkennen in de loense blikken
+ Joseph Gall Tiefenbronn: interesse in neuroanatomie, ontwikkelde de cranioscopie:
studie van het meten van schedels
+ Johan Spurzheim: opvolger Joseph: doopte cranioscopie om tot frenologie
biologische criminologie geen frisse start gehad, beïnvloed door foutieve interpretaties van
de evolutietheorie → survival of the fittest heeft hun sterk beïnvloed; zeiden dat criminele
mens niet was aangepast aan de moderne omgeving, en had dus biologische afwijkingen
+ introduceerde dader vs wetsgetrouwe burger: dader als aparte categorie zien en
behandelen (en dus niet bestraffen)
bv. Lombroso, Garofalo, Ferri
aanhangers oud positivisme stonden bij eugeneticabeweging
eugenetica: onderzoek naar het verbeteren van de genetische kenmerken in een
bevolkingsgroep
→ nazi’s maakte hier groot misbruik van
belang van Lombroso, Ferri is niet hun specifieke empirische inbreng, MAAR hun
fundamenteel instrument van empirisch onderzoek: methode die de studie van
daderschap toelaat door een analyse van iedere dader in het bijzonder