Analytisch boekhouden en kostencalculatie
Examenvragen
- Full-costing: 3 onderdelen
- Dan oftewel ABC ofwel standaardkostencalculatie
- Je zult eenheden moeten omzetten (dus van liter naar meter,…) en
afschrijvingen altijd delen door 12
- Indien ik iets niet vind = video’s terugkijken
Hoofdstuk 1: inleiding
Uitbreiding:
1. Analytisch kostencalculatie
- Gericht op kosten en opbrengsten
- Niet louter registratie, maar ook waar, waarvoor, voor wie
- Kostencalculatie is een weerspiegeling van een manier hoe kosten worden
gemaakt.
- Nood: om het ondernemingsproces nauwkeuriger te volgen, dan binnen
een streng gereglementeerde algemene boekhouding.
2. Beleidsboekhouden
- Eerder gericht op het nemen van beslissingen
Kostencalculatie = verbruikte kost (dus geen voorraad die in een magazijn
ligt!).
Kost: verbruik gedurende een exploitatieperiode van inputmiddelen nodig
om het exploitatieproces te voltooien.
Verstrekking: grondstof uit magazijn (grondstof in magazijn = geen kost) en
naar voorraad (dan is er een verstrekking)
- Aankoop moet niet samenvallen met verstrekking
Boekt exclusief btw = geen kost voor de onderneming
Oefening Toys
- Voortschrijdend gemiddelde: gemiddelde nemen van wat er in het
magazijn ligt, op het moment dat we moeten verstrekken (zonder
verstrekken = maandgemiddelde)
1
,Hout = moet worden getransporteerd (transportkosten / douanerechten / …)
waardoor de grondstof in kost verduurd (voor dezelfde eenheid)!
- Kolom euro vergroot, maar de eenheden niet
Indeling van de kosten (pagina 23)
1. Indeling naar aard: kostensoort
Antwoord op de vraag, welke soort kost is het (indeling gebeurt in klasse 6).
Alle kosten samenvoegen die ontstaan bij het maken van 1
productiemiddel (grondstof, handelsgoederen, afschrijvingen,…. (globaal)
2. Directe of indirecte kosten
Directe kosten: tonen een verband met de activiteit of het product
Kost kan direct toegewezen worden
Indirecte kosten: wordt gemeenschappelijk ingezet voor een aantal producten.
Kost kan niet direct toegewezen worden (naar kostenplaats waar kost is
verbruikt)
3. Indeling naar functie binnen de onderneming: kostenplaatsen en /
of kostendragers
Kostenplaats: waar worden de kosten gemaakt
- Bv: verkoopkosten, productiekosten, beheerskosten
Kostendragers: waarom worden de kosten gemaakt
- Welk product draagt die kosten (uiteindelijke bestemming waarvoor de
kosten gemaakt werden).
Nagaan welke dienst een bepaalde kostensoort gebruikt (plaats en de
bestemming zijn belangrijk).
Kostenverdeelstaat: hierin moeten alle kosten komen die u die periode
heeft gemaakt.
2
, 1. Hulpkostenplaats
Dienstverlenend karakter, hun dienst is meetbaar (onderhoudsdienst,
computerdienst,…)
2. Algemene kostenplaats
Dienstverlenend karakter, dienst is niet meetbaar (boekhouding,
personeelsafdeling, juridische dienst,…)
3. Productiekostenplaats / industriële kostenplaats
Staan dicht tegen het eindproduct, is eigenlijk het proces (hoogoven,
montage, inpakafdeling)
4. Verkoopkostenplaatsen
- Exclusief voor de verkoop
3
Examenvragen
- Full-costing: 3 onderdelen
- Dan oftewel ABC ofwel standaardkostencalculatie
- Je zult eenheden moeten omzetten (dus van liter naar meter,…) en
afschrijvingen altijd delen door 12
- Indien ik iets niet vind = video’s terugkijken
Hoofdstuk 1: inleiding
Uitbreiding:
1. Analytisch kostencalculatie
- Gericht op kosten en opbrengsten
- Niet louter registratie, maar ook waar, waarvoor, voor wie
- Kostencalculatie is een weerspiegeling van een manier hoe kosten worden
gemaakt.
- Nood: om het ondernemingsproces nauwkeuriger te volgen, dan binnen
een streng gereglementeerde algemene boekhouding.
2. Beleidsboekhouden
- Eerder gericht op het nemen van beslissingen
Kostencalculatie = verbruikte kost (dus geen voorraad die in een magazijn
ligt!).
Kost: verbruik gedurende een exploitatieperiode van inputmiddelen nodig
om het exploitatieproces te voltooien.
Verstrekking: grondstof uit magazijn (grondstof in magazijn = geen kost) en
naar voorraad (dan is er een verstrekking)
- Aankoop moet niet samenvallen met verstrekking
Boekt exclusief btw = geen kost voor de onderneming
Oefening Toys
- Voortschrijdend gemiddelde: gemiddelde nemen van wat er in het
magazijn ligt, op het moment dat we moeten verstrekken (zonder
verstrekken = maandgemiddelde)
1
,Hout = moet worden getransporteerd (transportkosten / douanerechten / …)
waardoor de grondstof in kost verduurd (voor dezelfde eenheid)!
- Kolom euro vergroot, maar de eenheden niet
Indeling van de kosten (pagina 23)
1. Indeling naar aard: kostensoort
Antwoord op de vraag, welke soort kost is het (indeling gebeurt in klasse 6).
Alle kosten samenvoegen die ontstaan bij het maken van 1
productiemiddel (grondstof, handelsgoederen, afschrijvingen,…. (globaal)
2. Directe of indirecte kosten
Directe kosten: tonen een verband met de activiteit of het product
Kost kan direct toegewezen worden
Indirecte kosten: wordt gemeenschappelijk ingezet voor een aantal producten.
Kost kan niet direct toegewezen worden (naar kostenplaats waar kost is
verbruikt)
3. Indeling naar functie binnen de onderneming: kostenplaatsen en /
of kostendragers
Kostenplaats: waar worden de kosten gemaakt
- Bv: verkoopkosten, productiekosten, beheerskosten
Kostendragers: waarom worden de kosten gemaakt
- Welk product draagt die kosten (uiteindelijke bestemming waarvoor de
kosten gemaakt werden).
Nagaan welke dienst een bepaalde kostensoort gebruikt (plaats en de
bestemming zijn belangrijk).
Kostenverdeelstaat: hierin moeten alle kosten komen die u die periode
heeft gemaakt.
2
, 1. Hulpkostenplaats
Dienstverlenend karakter, hun dienst is meetbaar (onderhoudsdienst,
computerdienst,…)
2. Algemene kostenplaats
Dienstverlenend karakter, dienst is niet meetbaar (boekhouding,
personeelsafdeling, juridische dienst,…)
3. Productiekostenplaats / industriële kostenplaats
Staan dicht tegen het eindproduct, is eigenlijk het proces (hoogoven,
montage, inpakafdeling)
4. Verkoopkostenplaatsen
- Exclusief voor de verkoop
3