Afdeling 1: Bestaan van de fysieke persoon
1)Begin
Elke fysieke persoon (vnf geboorte tot dood) die bestaat heeft
rechtspersoonlijkheid
Drager van rechten en verplichtingen
Rechtspersoonlijkheid toegekend indien - Kind levend geboren wordt
- Kind levensvatbaar
Een ongeboren kind kan pas iets erven of een recht
krijgen als het al verwekt ( ontstaan in de buik)
was op het moment dat dat recht ontstond (bijv. bij het
overlijden van iemand).
Als het kind pas ná dat moment verwekt werd, dan
bestond het nog niet en kan het dus geen recht
krijgen.
Wilt niet zeggen dat het r-persoonlijkheid krijgt voor de geboorte
MBV – Medisch begeleide voortplanting
- Donatie van eicel/ sperma is anoniem
- Niet-naleving vd voorwaarden = strafsancties
- Wet word aangepast omdat het niet oke is dat de donorkinderen niet mogen
weten wie hun biologische ouders zijn
Embryobescherming
- Embryowet 11 mei 2003 ->wettelijk kader voor onderzoek op menselijke
embryo’s
- Wet van Medische Begeleide voortplanting -> overtallige embryo’s en
gameten mogen worden ingevroren en geschonken worden aan wetenschap
of vernietiging
Abortus
- Verschillende invalshoeken - Zelf of uitgelokt
- Vóór 1990 = strafbaar - Therapeutische redenen (mentaal) / eugentische
- Abortuswet ( art 2, eerste lid,7) redenen (misvormd) / sociale redenen (verkrachting)
strafbaarheid weg - Door dokter of geen dokter
- Voorwaarde art 350 sw - Vrouw akkoord of niet
Toestemming vrouw, door dokter,
binnen 84 dagen (12 weken)
, 2) Einde
Dood
- Einde fysieke persoon = einde rechtspersoonlijkheid
- Problemen:
1. Vaststelling overlijden (transplantatiewet m.o.o. transplantatie)
2. Recht om rustig en menswaardig te sterven
3. Rechtsstatuut van het lijk : geen verhandelbaar goed
1. Vaststelling van het overlijden
= is soms een proces die in de tijd kan uitstrekken
Daarom moeilijk om tijd erop te plakken
Vroeger was dit geen probleem, maar vanaf orgaantransplantaties mogelijk
waren, werd dit een probleem, want dan is het belangrijk.
Er is daar geen wettelijke criterium rond
Eenvoudigste vaststelling: het lijk (lichaam na het overlijden)
Maar de dood is al lang gebeurt… en dit is belangrijk voor transplantaties
Klassieke kijk: hart en ademhaling stil = dood
Modernere kijk : hersendood -> verlies van hersenfuncties
Hier is het mogelijk om nog kunstmatige ademhaling na te doen
= klinische dood
Als er een transplantatie moet plaats vinden, moet de dood worden vastgesteld
worden door 3 artsen die niets met de transplantatie te maken hebben.
2. Recht op menswaardig te sterven
Rekening houden met inzichten (zijn soms strijdig)
Onaantastbaarheid van het sterfbed (= iedereen heeft recht om
ongestoord te sterven)
Kwaliteit van het leven mag beetje meespelen in oordeelsvorming over het
beëindigen van een leven.
Strijdig: recht om ongestoord te sterven, maar er gebeuren wel ingrepen die
het stervenproces kunstmatig verlengen zonder het leven “kwaliteitsvol” is
= therapeutische hardnekkigheid
3. Medische beslissingen aan het levenseinde
= beslissingen die levenseinde kunnen veroorzaken of bespoedigen