, Hoofdstuk 1. Inleidend deel
1. Wat is een verbintenis?
Een verbintenis:
Een verbintenis = een rechtsband tussen 2 of meer personen.
- In geld waarneembare aanspraak.
o In rechte afdwingbaar
1.1. Rechtsband tussen personen
De rechtsband tussen personen:
Schuldvordering van de 1 op de ander.
- Vorderingsrecht.
o ↔ zakelijk recht.
1.2. In geld waardeerbare zaken
In geld waardeerbare zaken:
Verbintenis bezit marktwaarde.
- Onlichamelijk goed.
o Beslag mogelijk.
Resultaatsverbintenis vs. middelenverbintenis.
- Art. 5.72 BW.
Soorten verbintenissen:
a) Verbintenis om te doen.
b) Verbintenis om te geven.
c) Verbintenis om niet te doen.
1.3. In rechte afdwingbaar
In rechte afdwingbaar:
Niet-nakoming = sanctie.
- Uitzonderingen:
o Vriendschappelijke afspraken.
o Natuurlijke verbintenis.
Zie HB, pg. 269.
o Intentieverklaring.
‘letter of intent’.
o Patronaatsverklaring.
‘letter of comfort’.
, Hoofdstuk 2. Rechtshandelingen
1. De rechtshandeling
Het begrip rechtshandeling:
Rechtshandeling (art. 1.3 NBW):
- Eenzijdig.
- Meerzijdig.
o Verbintenissen kunnen ontstaan uit eenzijdige of meerzijdige
rechtshandelingen.
1.1. Verbintenissen uit overeenkomsten
De verbintenissen uit overeenkomsten:
Overeenkomst = contract (art. 5.4 NBW):
- Meerzijdige rechtshandeling.
- Wilsovereenstemming.
- 1 of meerdere partijen.
- Ten aanzien van 1 of meerdere anderen.
- Afdwingbare verbintenissen aangaan.
Artikel 5.4 NBW = “Een contract, of overeenkomst, is een wilsovereenstemming
tussen twee of meer personen met de bedoeling rechtsgevolgen te doen ontstaan”.
Strekt ertoe rechtsgevolgen te doen intreden ⇒ ‘rechtshandeling’.
- Geldig aangegane overeenkomsten verbinden de partijen tot wet = pacta sunt
servanda.
o Art. 5.69 NBW (art. 1134 Oud BW).
1.1.1. Meerzijdige rechtshandeling
De meerzijdige rechtshandeling.
Onderscheid (art. 5.5 NBW):
- Consensualisme = algemene regel naar Belgisch recht (art. 5.28 NBW).
- Zakelijk contract = overhandiging van de zaak is vereist (art. 5.29, 2 e lid NBW).
o Bv. bruikleen, bewaargeving & handgift.
- Vormelijk (plechtig in Oud BW) = onderworpen aan vormvereisten (art. 5.29, 3 e lid
NBW).
o Bv. huwelijk, schenking, ….
, 1.1.1.1. Uitzonderingen consensualisme
Uitzonderingen op het consensualisme:
De vormelijke (of plechtige) overeenkomsten → vormvereisten (art. 5.29, 3e lid
NBW).
- Soorten vormvereisten:
o Met oog op geldigheid.
o Met oog op bewijs (art. 5.29, 4e lid NBW).
o Met oog op tegenwerpelijkheid aan derden (art. 5.29, 4e lid NBW).
De zakelijke overeenkomsten (art. 5.29, 2e lid NBW).
- Niets te maken met zakelijke rechten.
1.1.2. Soorten overeenkomsten
De soorten overeenkomsten:
Eenzijdige vs. wederkerige overeenkomsten.
Overeenkomsten om niet vs. onder bezwarende titel.
Kanscontracten.
Overeenkomsten intuiti personae.
Benoemde vs. onbenoemde overeenkomsten.
Toetredingsovereenkomsten.
Raamovereenkomsten/kaderovereenkomsten.
1.1.2.1. Eenziijdige vs. wederkerige overeenkomsten
De eenzijdig vs. wederkerige overeenkomsten (art. 5.6 NBW):
Hoeveel partijen nemen een verbintenis op zich?
- Steeds meerzijdige rechtshandeling.
Wederkerig = zich over en weer verbinden (art. 5.6 NBW (art. 1102 Oud BW)).
- Bv. koop & huur.
Eenzijdig = slechts 1 partij moet verbintenis nakomen.
- Bv. bewaargeving.
o NIET verwarren met eenzijdige rechtshandeling!
1 wilsuiting volstaat.
Bv. testament, aanbod, opzegging overeenkomst, ….
Belang van onderscheid.
1.1.2.2. Overeenkomsten om niet vs. onder bezwarende titel