Transport- verdediging
ONDERDEEL CEL-EN WEEFSELLEER
AMÉLIE ROMBOUTS
, 1. Bloed en bloedvorming
1. Inleiding
Bloed kan beschouwd worden als een bindweefsel, want het beschikt over de 3 typische
bindweefselbestanddelen:
- Vezels
- Een amorfe matrix
- Cellen
Het fibreuze element in bloed is in normale omstandigheden ‘onzichtbaar’ aanwezig en
komt enkel tot uiting als een reactie op wonden.
De amorfe matrix wordt hier vertegenwoordigd door het bloedplasma (90% water en 10%
opgeloste stoffen) → we zullen de cellulaire componenten bespreken
2 termen die kunnen terugkomen:
1. Hematocriet: procentuele verhouding tussen het aantal bloedcellen en plasma
2. Bloedserum: bloedplasme – het fibrogeen en bepaalde stollingsfactoren
2. Kleuring volgens Wright
De preparaten in dit hoofdstuk zijn allemaal gekleurd volgens de methode van Wright →
een alchohol gebaseerde mengsel van resine en methyleenblauw
De bloedcellen zullen er lichtjes anders uitzien in weefselcoupes dan in uitstrijkpreparaten
→ in uitstrijkpreparaten zijn bloedelementen platter en groter dan bij de coupes
3. Gemeenschappelijke kenmerken van gevormde elementen en
bindweefselcellen
Bloedcellen zijn in feite cellen van bindweefsels → ze gebruiken de bloedbaan gewoon als
transportmiddel → alle gevormde elementen worden namelijk ook buiten het circulerende
bloed gevonden → tussen vezels van het ongeordend bindweefsel
4. Erythrocyten
Erythrocyten (= rode bloedcellen) bevatten geen nucleus en bezitten geen interne
organellen → levensduur is dan ook beperkt
Bij sommige komen nog een restant van de kern voor (= Howell-Jolly lichaampjes)
De rode kleur is te wijten aan het hemoglobine in de rode bloedcel → zal ervoor zorgen dat
RBC (= rode bloedcellen) zuurstof kunnen binden
, Rode bloedcellen met in het midden een
basofiele granulocyt (later meer)
Erythrocyten zijn 1 van de 2 gevormde
elementen die we als echte bloedcellen
kunnen beschouwen → hun functie zullen
ze echt vervullen in de bloedbaan en
gebruiken de bloedbaan niet gewoon als
transportmiddel
De RBC zijn bij de meeste dieren hetzelfde van vorm, namelijk rond → anders een gevolg
van een artefact of ziekte
Poikilocytosis is het voorkomen van RBC met een abnormale vorm
→ RBC kunnen verschompellen (in een hypertonisch milieu) en barsten (in een hypotonisch
milieu) → het barsten van de rode bloedcellen, noemt men hemolyse → kan ook
veroorzaakt worden door bacteriën en slangengif
Een toestand van anemie (= bloedarmoede) kan veroorzaakt worden:
- Bloedvolume lager is dan normaal
- Het hematocriet te laag is
- Het hemoglobinegehalte te laag is en de RBC kleiner zijn dan normaal → 2 vormen
van een te kleine RBC:
1. Microplaan: te kleine doormeter
2. Microcytair: te klein volume
5. Leukocyten
Leukocyten of witte bloedcellen maken slechts 1% van het totale bloedvolume → worden
onderverdeeld in 2 grote categorieën:
1. Granulocyten → hebben insluitsels in hun cytoplasma → hebben ook gelobde of
gesegmenteerde nuclei → we onderscheiden 3 soorten: Neutrofielen, eosinofiele,
basofielen
2. Agranulocyten → hebben geen insluitsels in hun cytoplasma → we onderscheiden 2
soorten: lymfocyten en monocyten
ONDERDEEL CEL-EN WEEFSELLEER
AMÉLIE ROMBOUTS
, 1. Bloed en bloedvorming
1. Inleiding
Bloed kan beschouwd worden als een bindweefsel, want het beschikt over de 3 typische
bindweefselbestanddelen:
- Vezels
- Een amorfe matrix
- Cellen
Het fibreuze element in bloed is in normale omstandigheden ‘onzichtbaar’ aanwezig en
komt enkel tot uiting als een reactie op wonden.
De amorfe matrix wordt hier vertegenwoordigd door het bloedplasma (90% water en 10%
opgeloste stoffen) → we zullen de cellulaire componenten bespreken
2 termen die kunnen terugkomen:
1. Hematocriet: procentuele verhouding tussen het aantal bloedcellen en plasma
2. Bloedserum: bloedplasme – het fibrogeen en bepaalde stollingsfactoren
2. Kleuring volgens Wright
De preparaten in dit hoofdstuk zijn allemaal gekleurd volgens de methode van Wright →
een alchohol gebaseerde mengsel van resine en methyleenblauw
De bloedcellen zullen er lichtjes anders uitzien in weefselcoupes dan in uitstrijkpreparaten
→ in uitstrijkpreparaten zijn bloedelementen platter en groter dan bij de coupes
3. Gemeenschappelijke kenmerken van gevormde elementen en
bindweefselcellen
Bloedcellen zijn in feite cellen van bindweefsels → ze gebruiken de bloedbaan gewoon als
transportmiddel → alle gevormde elementen worden namelijk ook buiten het circulerende
bloed gevonden → tussen vezels van het ongeordend bindweefsel
4. Erythrocyten
Erythrocyten (= rode bloedcellen) bevatten geen nucleus en bezitten geen interne
organellen → levensduur is dan ook beperkt
Bij sommige komen nog een restant van de kern voor (= Howell-Jolly lichaampjes)
De rode kleur is te wijten aan het hemoglobine in de rode bloedcel → zal ervoor zorgen dat
RBC (= rode bloedcellen) zuurstof kunnen binden
, Rode bloedcellen met in het midden een
basofiele granulocyt (later meer)
Erythrocyten zijn 1 van de 2 gevormde
elementen die we als echte bloedcellen
kunnen beschouwen → hun functie zullen
ze echt vervullen in de bloedbaan en
gebruiken de bloedbaan niet gewoon als
transportmiddel
De RBC zijn bij de meeste dieren hetzelfde van vorm, namelijk rond → anders een gevolg
van een artefact of ziekte
Poikilocytosis is het voorkomen van RBC met een abnormale vorm
→ RBC kunnen verschompellen (in een hypertonisch milieu) en barsten (in een hypotonisch
milieu) → het barsten van de rode bloedcellen, noemt men hemolyse → kan ook
veroorzaakt worden door bacteriën en slangengif
Een toestand van anemie (= bloedarmoede) kan veroorzaakt worden:
- Bloedvolume lager is dan normaal
- Het hematocriet te laag is
- Het hemoglobinegehalte te laag is en de RBC kleiner zijn dan normaal → 2 vormen
van een te kleine RBC:
1. Microplaan: te kleine doormeter
2. Microcytair: te klein volume
5. Leukocyten
Leukocyten of witte bloedcellen maken slechts 1% van het totale bloedvolume → worden
onderverdeeld in 2 grote categorieën:
1. Granulocyten → hebben insluitsels in hun cytoplasma → hebben ook gelobde of
gesegmenteerde nuclei → we onderscheiden 3 soorten: Neutrofielen, eosinofiele,
basofielen
2. Agranulocyten → hebben geen insluitsels in hun cytoplasma → we onderscheiden 2
soorten: lymfocyten en monocyten