POLITIËLE EN GERECHTELIJKE ORGANISATIE
14/20 - open vragen examen en 6/20 - examenpaper
H1: Korte geschiedenis van het Belgische politiewezen
1: De Franse en Hollandse erfenis (1794 - 1830)
1.1: De Franse Tijd (1794 - 1814)
Belgisch politiebestel nog lang (tot aan hervorming) kenmerken v/h Franse model hebben
Frans model
⇒
● burgerlijke republiek (1794 - 1799) politie hoort herkomst te vinden in burgerij
● het militair Napoleontisch regime (1799 - 1814): “politiestaat” ⇒ gericht op openbare
ordehandhaving en politieke informatie
● politieke informatie zorgt ervoor dat je als machthebber kennis hebt over wat er
gebeurd in je gebied (kennis = macht)
⇒
● politieke informatieverzameling belangrijke taak van politie
● kenmerken
○ militarisering
⇒
■ scherpere discipline en hiërarchie gendarmerie nationale
● moet 21 jaar zijn en kunnen lezen en schrijven
● ingezet in oorlogssituaties
● politie is een organisatie met een heel nadrukking piramidale
opbouw
■ periode burgerlijke republiek ⇒ politie hoort herkomst te vinden in
burgerij onder leiding van burgerlijke controle
■ in praktijk neemt Directoire de leiding
● collegiale instelling onder controle tweekamersysteem
● 7 ministers
■ censuur, veel arrestaties, mobiele politiemachten ⇒ apparaat sterk
gecentraliseerd
■ 1798: burgerlijke controle uitgeschakeld
○ centralisering
■ vooral duidelijk in uitbouw gendarmerie-maréchaussée (nationale
wetgeving)
■ politieke, uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit
⇒ geen rechterlijke controle
■ duidelijke aansturing vanuit de staat (censuur, arrestaties, politie =
wordt instrument)
■ invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke politie
● administratieve politie
○ openbare ordehandhaving
○ voorkomen van misdrijven (preventief toezicht)
○ uitvaardigen politiereglementen
● gerechtelijke politie
○ opsporen van misdrijven, vaststellen, bewijzen
verzamelen
○ misdadigers voor het gerecht dagen (repressief)
○ politiecommissarissen, veld- en boswachters,
vrederechter, luitenanten en kapiteins gendarmerie
1
, ■ Joseph Fouché
● politie wordt instrument in handen van machthebbers en wordt
verwacht de samenleving in het oog te houden ⇒ idee van
haute police (politieke inlichtingen) ⇒ nadruk politieke
informatieverzameling
● politie wordt geheim,onontbeerlijk wapen in handen van de
regering
● was minister van Algemene Politie
● bepleit dat politie eigen zelfstandige positie in staatsbestel en
beschikking over eigen apparaat
● oprichting Police Secrète ⇒ geheime politie ⇒ later openbare
veiligheid
○ taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van
inlichtingen door middel van informanten en infiltranten
○ reden: nood aan verzameling politieke informatie
■ Bonaparte plaatst politie boven bestuur en justitie ⇒ ziet politie als
controleur algemene binnenlandse politieke situatie en van het
justitiële en bestuurlijke apparaat
○ verscheidenheid
■ belangrijkste korpsen
● corps de la gendarmerie nationale (1798 - 1809) ⇒ daarna
⇒
gendarmerie impériale elitekorps
● police municipale (vanaf 1789)
○ taak
■ vlot en veilig verkeer
■ voorkomen misdrijven
■ openbare rust bewaken
■ handhaven orde bij festiviteiten
■ controleren van maten en gewichten
■ treffen maatregelen bij brand of besmettelijke
ziekten
■ administratieve en gerechtelijke taak
○ politiecommissarissen (in steden) en veldwachters (in
gemeenten)
○ belangrijke rol voor lokale overheid (burgemeester)
● garde nationale in gans Franse grondgebied
○ opgericht tussen 1800 - 1810
○ voorloper burgerwacht
○ openbare orde en grens en kustbewaking
○ op Belgisch grondgebied komt hier niet veel van terecht
⇒
■ er wordt op verschillende niveaus gewerkt voordeel
■ vaak werken ze op zichzelf en dan is informatie-uitwisseling
⇒
onmogelijk nadeel
1.2: Hollandse tijd (1815 - 1830)
Overname Franse erfenis maar in mildere vorm: afzwakking van de politiestaat
Handhaving van idee van haute police
Ministerie van Justitie zal de rol van Ministerie van Politie overnemen
Gedachte van haute police blijft bestaan
2
,Politieorganisatie
● maréchaussée = gendarmerie maar de term was zeer beladen ⇒ centrale korps in
de Nederlanden
● gemeentelijke politie = commissarissen en veldwachters
⇒
○ toename gemeentelijke autonomie van 1815 weer afzwakking vanaf 1825
⇒
● In VK vanaf 1815 soort van burgerwacht worden Garde Bourgeoise genoemd
○ burgers tussen 18 en 50 jaar
⇒ ⇒
○ vanaf 1827 schutterij wordt gedemocratiseerd
○ inzetten openbare ordehandhaving
○ namen een vorm van politietaken op zich
● ⇒ dit politiesysteem opdoeken wordt een eis van Belgische revolutionairen
2: Naar een nationaal gecentraliseerd politiesysteem
De eerste fundamenten (1830 - 1885) van een Belgisch politiebestel
● instabiele internationale positie van Belgische staat vergemakkelijkt de oprichting van
sterke en gecentraliseerde staat geschikt om inwendige wanorde te lijf te gaan en
alle uitwendige inmengingen te bestrijden
● 1830: Belgische onafhankelijkheid
● 1831: Grondwet ⇒ sterke, gecentraliseerde staat met gemeentelijke autonomie ⇒
gemeenteraad (oog op overleg) en college (uitvoering beslissingen lokaal niveau)
opricht
● eerste Belgische regeringen: coalitieregeringen katholieken en gematigde liberalen
⇒ Belgische regeringen relatief harmonieus tot in de jaren 1850
⇒
● 2de helft 19de eeuw: industriële ontwikkeling onrust
● industriële crisis tussen 1873 en 1885 ⇒ politiebestel steeds meer uitgedaagd door
de industriële ontwikkelingen en de industriële crisis
● disciplinering van werkende klasse
● veel werkloosheid ⇒ ⇒
stakingen en sociale onrust politieorganisatie zal zich daarop
aanpassen
Verschillende politie-instanties (1830 - 1885) - sterk geënt op de Franse-Hollandse modellen
● 4 politiediensten, 1 op basis van gemeentepolitie (lokaal gerichte politie) en 3
⇒
gebaseerd op militaire korpsen weerstand tegen gecentraliseerd politiemodel
○ de Gendarmerie nationale
■ november 1830: ontbinding Maréchaussée, vervangen door
Gendarmerie nationale
■ aanvankelijk kleine rol op vlak van ordehandhaving veiligheid op het
platteland
■ aantal manschappen blijft beperkt (in het begin ongeveer 1200 en in
1883 al 2000)
■ pas in 1863 komt er een opleidingscentrum
⇒
■ strikte discipline bijna een militaire hiërarchie
■ gewone opdrachten: zonder voorafgaande vordering van de
burgerlijke of gerechtelijke autoriteiten, buitengewone opdrachten: na
vordering
■ minister van justitie bevoegdheid voor alles wat de openbare
ordehandhaving betreft en de uitvoering van de algemene en
gerechtelijke politie
3
, ■ bevoegdheden van minister van oorlog administratieve en disciplinaire
aangelegenheden
■ inspecteur generaal algemene organisatie van het korps, algemene
inspecties en hoger toezicht op personeel ⇒ 1871: functie raakt in
onbruik
○ het leger
■ binnelandse ordehandhaving
■ kazernering dichtbij stedelijke centra
■ optreden naar aanleiding van stakingen, protesten, ...
■ moesten rust terugbrengen op de staat
○ de burgerwacht
■ oktober 1830: burgerwachten georganiseerd op gemeentelijk niveau
■ initiatief van burgerij vanuit wantrouwen
■ speelden belangrijke rol bij de Belgische revolutie ⇒ beschermen
bezittingen bourgeoisie en bedwingen mogelijke volksopstanden
■ kritieken nemen toe ⇒ in loop van 19de eeuw zal zijn rol geleidelijk
uitgespeeld raken
○ lokale/ gemeentepolitie (grootste korps)
■ ruraal België met landelijke politie (veldwachters) in kleinere
gemeenten en bekritiseerde gemeentepolitie in grotere gemeenten
■ gemeentelijke politie wordt bijgestaan door de brandweer of
⇒
veiligheidswacht taken: toepassen politiereglementen
■ gemeentewet 1836: burgemeester krijgt algemene politiebevoegdheid
(voor taken van bestuurlijke politie) en kan preventief beleid
ontwikkelen
■ taak: politiereglementen toepassen (herbergen, vreemdelingen,
bedelaars, …)
Eerste pleidooien voor afzonderlijke gerechtelijke politie
● 1871: voorstel Prins en Pergameni (Réforme de l’instruction préparatoire en
Belgique)
● 1872: oprichting speciale afdeling voor gerechtelijk werk te Brussel terug ⇒
afgeschaft in 1880 om budgettaire redenen
● voorlopig zonder resultaat omdat het werd gezien als een bedreiging van de
gemeentelijke autonomie
Oprichting openbare veiligheid
● 1830: politie directeurs worden afgeschaft en einde van ‘haute police’ maar toch
behoud openbare veiligheidsdiensten
● bevoegdheden zullen pas in 1998 bij wet worden vastgelegd
3: Militarisering (1886 - 1914)
Einde jaren 1880 somber beeld van politie
● “alle politiediensten zijn gebrekkig zowel door hun aantal als door de kwaliteit van de
agenten”
● belle epoque ⇒ gekenmerkt door opeenvolging van sociale beroeringen ⇒
gewelddadig ⇒ ⇒
autoriteiten benadrukken idee van sociale controle gebeurd onder
instelling sociaal verweer ⇒ moet samenleving beschermen tegen gevaarlijke
individuen
4
14/20 - open vragen examen en 6/20 - examenpaper
H1: Korte geschiedenis van het Belgische politiewezen
1: De Franse en Hollandse erfenis (1794 - 1830)
1.1: De Franse Tijd (1794 - 1814)
Belgisch politiebestel nog lang (tot aan hervorming) kenmerken v/h Franse model hebben
Frans model
⇒
● burgerlijke republiek (1794 - 1799) politie hoort herkomst te vinden in burgerij
● het militair Napoleontisch regime (1799 - 1814): “politiestaat” ⇒ gericht op openbare
ordehandhaving en politieke informatie
● politieke informatie zorgt ervoor dat je als machthebber kennis hebt over wat er
gebeurd in je gebied (kennis = macht)
⇒
● politieke informatieverzameling belangrijke taak van politie
● kenmerken
○ militarisering
⇒
■ scherpere discipline en hiërarchie gendarmerie nationale
● moet 21 jaar zijn en kunnen lezen en schrijven
● ingezet in oorlogssituaties
● politie is een organisatie met een heel nadrukking piramidale
opbouw
■ periode burgerlijke republiek ⇒ politie hoort herkomst te vinden in
burgerij onder leiding van burgerlijke controle
■ in praktijk neemt Directoire de leiding
● collegiale instelling onder controle tweekamersysteem
● 7 ministers
■ censuur, veel arrestaties, mobiele politiemachten ⇒ apparaat sterk
gecentraliseerd
■ 1798: burgerlijke controle uitgeschakeld
○ centralisering
■ vooral duidelijk in uitbouw gendarmerie-maréchaussée (nationale
wetgeving)
■ politieke, uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit
⇒ geen rechterlijke controle
■ duidelijke aansturing vanuit de staat (censuur, arrestaties, politie =
wordt instrument)
■ invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke politie
● administratieve politie
○ openbare ordehandhaving
○ voorkomen van misdrijven (preventief toezicht)
○ uitvaardigen politiereglementen
● gerechtelijke politie
○ opsporen van misdrijven, vaststellen, bewijzen
verzamelen
○ misdadigers voor het gerecht dagen (repressief)
○ politiecommissarissen, veld- en boswachters,
vrederechter, luitenanten en kapiteins gendarmerie
1
, ■ Joseph Fouché
● politie wordt instrument in handen van machthebbers en wordt
verwacht de samenleving in het oog te houden ⇒ idee van
haute police (politieke inlichtingen) ⇒ nadruk politieke
informatieverzameling
● politie wordt geheim,onontbeerlijk wapen in handen van de
regering
● was minister van Algemene Politie
● bepleit dat politie eigen zelfstandige positie in staatsbestel en
beschikking over eigen apparaat
● oprichting Police Secrète ⇒ geheime politie ⇒ later openbare
veiligheid
○ taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van
inlichtingen door middel van informanten en infiltranten
○ reden: nood aan verzameling politieke informatie
■ Bonaparte plaatst politie boven bestuur en justitie ⇒ ziet politie als
controleur algemene binnenlandse politieke situatie en van het
justitiële en bestuurlijke apparaat
○ verscheidenheid
■ belangrijkste korpsen
● corps de la gendarmerie nationale (1798 - 1809) ⇒ daarna
⇒
gendarmerie impériale elitekorps
● police municipale (vanaf 1789)
○ taak
■ vlot en veilig verkeer
■ voorkomen misdrijven
■ openbare rust bewaken
■ handhaven orde bij festiviteiten
■ controleren van maten en gewichten
■ treffen maatregelen bij brand of besmettelijke
ziekten
■ administratieve en gerechtelijke taak
○ politiecommissarissen (in steden) en veldwachters (in
gemeenten)
○ belangrijke rol voor lokale overheid (burgemeester)
● garde nationale in gans Franse grondgebied
○ opgericht tussen 1800 - 1810
○ voorloper burgerwacht
○ openbare orde en grens en kustbewaking
○ op Belgisch grondgebied komt hier niet veel van terecht
⇒
■ er wordt op verschillende niveaus gewerkt voordeel
■ vaak werken ze op zichzelf en dan is informatie-uitwisseling
⇒
onmogelijk nadeel
1.2: Hollandse tijd (1815 - 1830)
Overname Franse erfenis maar in mildere vorm: afzwakking van de politiestaat
Handhaving van idee van haute police
Ministerie van Justitie zal de rol van Ministerie van Politie overnemen
Gedachte van haute police blijft bestaan
2
,Politieorganisatie
● maréchaussée = gendarmerie maar de term was zeer beladen ⇒ centrale korps in
de Nederlanden
● gemeentelijke politie = commissarissen en veldwachters
⇒
○ toename gemeentelijke autonomie van 1815 weer afzwakking vanaf 1825
⇒
● In VK vanaf 1815 soort van burgerwacht worden Garde Bourgeoise genoemd
○ burgers tussen 18 en 50 jaar
⇒ ⇒
○ vanaf 1827 schutterij wordt gedemocratiseerd
○ inzetten openbare ordehandhaving
○ namen een vorm van politietaken op zich
● ⇒ dit politiesysteem opdoeken wordt een eis van Belgische revolutionairen
2: Naar een nationaal gecentraliseerd politiesysteem
De eerste fundamenten (1830 - 1885) van een Belgisch politiebestel
● instabiele internationale positie van Belgische staat vergemakkelijkt de oprichting van
sterke en gecentraliseerde staat geschikt om inwendige wanorde te lijf te gaan en
alle uitwendige inmengingen te bestrijden
● 1830: Belgische onafhankelijkheid
● 1831: Grondwet ⇒ sterke, gecentraliseerde staat met gemeentelijke autonomie ⇒
gemeenteraad (oog op overleg) en college (uitvoering beslissingen lokaal niveau)
opricht
● eerste Belgische regeringen: coalitieregeringen katholieken en gematigde liberalen
⇒ Belgische regeringen relatief harmonieus tot in de jaren 1850
⇒
● 2de helft 19de eeuw: industriële ontwikkeling onrust
● industriële crisis tussen 1873 en 1885 ⇒ politiebestel steeds meer uitgedaagd door
de industriële ontwikkelingen en de industriële crisis
● disciplinering van werkende klasse
● veel werkloosheid ⇒ ⇒
stakingen en sociale onrust politieorganisatie zal zich daarop
aanpassen
Verschillende politie-instanties (1830 - 1885) - sterk geënt op de Franse-Hollandse modellen
● 4 politiediensten, 1 op basis van gemeentepolitie (lokaal gerichte politie) en 3
⇒
gebaseerd op militaire korpsen weerstand tegen gecentraliseerd politiemodel
○ de Gendarmerie nationale
■ november 1830: ontbinding Maréchaussée, vervangen door
Gendarmerie nationale
■ aanvankelijk kleine rol op vlak van ordehandhaving veiligheid op het
platteland
■ aantal manschappen blijft beperkt (in het begin ongeveer 1200 en in
1883 al 2000)
■ pas in 1863 komt er een opleidingscentrum
⇒
■ strikte discipline bijna een militaire hiërarchie
■ gewone opdrachten: zonder voorafgaande vordering van de
burgerlijke of gerechtelijke autoriteiten, buitengewone opdrachten: na
vordering
■ minister van justitie bevoegdheid voor alles wat de openbare
ordehandhaving betreft en de uitvoering van de algemene en
gerechtelijke politie
3
, ■ bevoegdheden van minister van oorlog administratieve en disciplinaire
aangelegenheden
■ inspecteur generaal algemene organisatie van het korps, algemene
inspecties en hoger toezicht op personeel ⇒ 1871: functie raakt in
onbruik
○ het leger
■ binnelandse ordehandhaving
■ kazernering dichtbij stedelijke centra
■ optreden naar aanleiding van stakingen, protesten, ...
■ moesten rust terugbrengen op de staat
○ de burgerwacht
■ oktober 1830: burgerwachten georganiseerd op gemeentelijk niveau
■ initiatief van burgerij vanuit wantrouwen
■ speelden belangrijke rol bij de Belgische revolutie ⇒ beschermen
bezittingen bourgeoisie en bedwingen mogelijke volksopstanden
■ kritieken nemen toe ⇒ in loop van 19de eeuw zal zijn rol geleidelijk
uitgespeeld raken
○ lokale/ gemeentepolitie (grootste korps)
■ ruraal België met landelijke politie (veldwachters) in kleinere
gemeenten en bekritiseerde gemeentepolitie in grotere gemeenten
■ gemeentelijke politie wordt bijgestaan door de brandweer of
⇒
veiligheidswacht taken: toepassen politiereglementen
■ gemeentewet 1836: burgemeester krijgt algemene politiebevoegdheid
(voor taken van bestuurlijke politie) en kan preventief beleid
ontwikkelen
■ taak: politiereglementen toepassen (herbergen, vreemdelingen,
bedelaars, …)
Eerste pleidooien voor afzonderlijke gerechtelijke politie
● 1871: voorstel Prins en Pergameni (Réforme de l’instruction préparatoire en
Belgique)
● 1872: oprichting speciale afdeling voor gerechtelijk werk te Brussel terug ⇒
afgeschaft in 1880 om budgettaire redenen
● voorlopig zonder resultaat omdat het werd gezien als een bedreiging van de
gemeentelijke autonomie
Oprichting openbare veiligheid
● 1830: politie directeurs worden afgeschaft en einde van ‘haute police’ maar toch
behoud openbare veiligheidsdiensten
● bevoegdheden zullen pas in 1998 bij wet worden vastgelegd
3: Militarisering (1886 - 1914)
Einde jaren 1880 somber beeld van politie
● “alle politiediensten zijn gebrekkig zowel door hun aantal als door de kwaliteit van de
agenten”
● belle epoque ⇒ gekenmerkt door opeenvolging van sociale beroeringen ⇒
gewelddadig ⇒ ⇒
autoriteiten benadrukken idee van sociale controle gebeurd onder
instelling sociaal verweer ⇒ moet samenleving beschermen tegen gevaarlijke
individuen
4